Hollen-rollen-hollen

‘Hollen-rollen-hollen’ bedacht manlief vanochtend onderweg in de auto naar de run-bike-run van Spijkenisse. Ik ging daar meedoen aan de recreanten-startserie over 5-20-2,5 km. Dat leek me wel een leuk einde van het seizoen: ik had vorig jaar al naar die wedstrijd zitten kijken maar toen was ik te laat met inschrijven, en zeker na mijn goede run-bike-run in juli leek het me wel wat. Dat was toen nog een gemankeerde triathlon geweest, en zo heb ik vaker hollen-rollen-hollen gedaan, maar nog niet eerder een officiële. 

‘in de auto’ schrijf ik hierboven, nou, dat zaten we nogal lang want eerst leek het erop dat de A15 afgesloten zou zijn, maar dat was geen probleem, maar in Spijkenisse was wel een grote, slecht aangegeven omleiding, en zo zagen we nogal wat van die stad… Op de terugweg was het ook raar druk trouwens. 

Eerder deze week keek ik op de startlijst en toen zag ik dat ik veruit de oudste vrouwelijke deelnemer was. Nouja, er stond nog een oudere op, Nicole, we hadden ons samen ingeschreven, maar van haar wist ik dat ze geblesseerd was. De op één na oudste dame was 14 jaar jonger dan ik – ik voelde me een beetje de oma van het gezelschap.

Age is just a number, maar net de afgelopen weken slaat mijn leeftijd me weer aardig in mijn gezicht, althans, de levensfase: ik heb een lastige vlaag van de overgangshormonen. Ik slaap alweer een tijdje wat slechter en net in de afgelopen week heb ik twee nachten van maar een uur of vier slaap achter de rug. Ik voel me af en toe raar, en heb ook voor het eerst regelmatig opvliegers, nouja, opvliegertjes, dat valt allemaal nogal mee  – het slapen is het echt vervelende. Tussen vrouwen van ver onder de 40 voelt dat toch wel als ‘you ain’t seen nothing yet’, al zou ik dat nooit zo tegen ze zeggen, want vanwaar bangmakerij en een deel van de vrouwen gaat er zonder problemen doorheen rollen, want dat kan ook. Bij mij gaat het nogal met vlagen, en dit is weer even (?) een taaie.

Dus geen idee wat het lijf wilde. Nou, voor mijn doen ging het best redelijk. Maar ‘recreanten’ bij zo’n start, dat zijn er niet zo veel, maar ze gaan wel kogelhard. Dit was het groepje:

Net voor de startAl meteen hing ik in een clubje achteraan, maar wel met de moed erin, zo blijkt uit mijn zwaai naar fotograaf-manlief:

Klein clubje achteraanNog iets later vormde ik met die ene dame in Mickey-Mouse-tenue de achterhoede:

Met z'n tweeën achteraanBij de doorkomst na één ronde van 2,5 moest ik haar laten gaan en was ik dus nummer laatst:

Op een gaatjeIk had er even een hard hoofd in….

Moeilijke blikMaar het gat met haar werd niet groter en ik wist ook wel: ik ga er op de fiets wel een paar voorbij. 

Het was zelfs al eerder: ik haalde diezelfde dame in de laatste kilometer terug in…

…wisselde er nog één voorbij en begon dus aan het fietsen met twee deelneemsters achter me. Ik heb er nog drie of vier ingehaald, en die kwamen mij niet meer voorbij, maar die ene dame is uitgestapt en misschien waren dat er nog wel meer, waardoor ik in de uitslag als op-twee-na-laatste sta, maar ik dacht dat ik er vier achter me heb gezien. Nouja, voor wat het waard is. Overigens heeft manlief die uitstap-dame nog vastgelegd – ze had kennelijk fietspech gehad en werd terug naar de wisselzone gereden met een moter:

Fietster met motor

Aan het begin van het fietsen heb ik zelf iets tijd laten liggen door te zitten rommelen met de knopjes van mijn horloge, dat dan ook niet precies geregistreerd heeft. Hier ben ik daar nog mee bezig (en ja, er lag wel een fietspad, hoor, niet te zien op de foto, maar het was geen cross)Kloten met knopje

Ik ontdekte wel, eindelijk, na een heleboel gedoe met het knoppie-drukken dit seizoen, dat ik m’n horloge tegen mijn eigen hand aan op het slotje druk, waardoor ik het niet meer kan bedienen. Met m’n dunne en mobiele pols is het lastig dat anders te doen, maar daar kan ik volgend seizoen op gaan oefenen. 

Mijn fietstijd, nog geen 30 gemiddeld, valt me een beetje tegen, was dat de tegenwind heen of de invloed van het voorafgaande lopen? Het voelde goed, maar het was wel een eenzame strijd: recht-toe-recht-aan over een dijk naar nergens, keren en weer terug, met grote gaten tussen de deelnemers. Voor het publiek was het ook niet zo aantrekkelijk, want je zag de fietsers alleen vertrekken (foto boven) en terugkomen:

Terugkomen op de fiets

Toen het laatste stukje lopen, waarbij manlief me toeriep dat ik moest blijven lachen, dus het moest een run-bike-run-smile worden, en dat is aardig gelukt. Hij riep ook dat ik ontspannen moest blijven lopen, en dat lukte ook wel aardig.

Lopen

Finishen in 1u26-nogwat is niet heel geweldig maar wel okee. Het was bijna droog gebleven en best lekker van temperatuur, dat is ook mooi meegenomen op het ogenblik (manlief had gister bij de Kustmarathon heel wat heroïscher omstandigheden getrotseerd!). Dus lekker gesport, maar geen hoogtepunt, deze wedstrijd. Het blijft toch ook zo dat de ‘bredere’ velden het gezelligst zijn…

Thuis ontdekte ik nog iets sufs: er zat een leenchip tussen mijn startspullen. Ik had me met mijn eigen chip ingeschreven en ben daarmee prima geregistreerd ook, dus dat is een foutje van hun kant. Ik had daar helemaal niet naar gekeken natuurlijk, dus hem niet gezien tussen de stickers, startnummer en foldertjes. Ik heb net een berichtje op de website gezet met de vraag hoe ik ‘m terug kan sturen. Het voelt alsof ik een verstekeling heb ontdekt: 

Witte chip

En nou zit het seizoen erop… Bij thuiskomst m’n fiets afgespoten en ingevet voor de wintermaanden. Gek gevoel. Ik ben wel toe aan een beetje rust en niet meer in een weekend de ene dag manlief en de andere dag zelf aan het sporten. Zo was het vaker de afgelopen tijd, en gister was bijvoorbeeld een lange dag in Zeeland – maar wel heel leuk ook weer. Want ik zal het ook missen, ik heb een boel lol gehad de afgelopen  maanden. Een seizoensterugblik volgt! 

 

Meer foto’s, ook van een heleboel anderen, op Henks Flickr.

Ket(h)elloop

Vandaag voor de zesde keer meegedaan aan de Kethelloop, die z’n zevende edtie beleefde. Ik was er de eerste keer bij, toen liep ik een PR op de tien kilometer, en sindsdien heb ik er ook nog een keer de derde prijs gewonnen op de vijf en de vijftien verwerkt in mijn beste 25+km duurloop – én ik heb één keer overgeslagen, vorig jaar, de dag na de Kustmarathon

Nu dus weer van de partij, en dat was voor ons (manlief was ook mee, die heeft hem nog niet zo vaak gelopen want het was vaker de dag na de Kustmarathon; dit jaar net een week eerder) voor het eerst op een nieuwe plek, en dat was wel even zoeken, ook al wonen we er eigenlijk best wel dichtbij.

Stukje google maps

De bijbehorende voetbalvereniging is namelijk verhuisd en heeft z’n velden tegenwoordig bovenop de snelweg – echt waar. Dat nieuwe stuk A4 duikt daar net de tunnel in, en bovenop de tunnelbak zijn sportvelden. Dat is wel fraai gedaan, al is dat op de foto lastig te zien:

Trap met hek van veld ernaastDe start was net aan de Vlaardingse kant, dus over die bult heen (want daar loopt de snelweg dus in), en zo zat er aan het begin en aan het eind een beetje gemeen klimmetje in over die snelweg-bak. Die paden zijn allemaal niet te zien op Googlemaps, want dat hele gebied is gloednieuw immers. Dat nieuwe stuk snelweg is eind 2015 geopend.

Ik had manlief gevraagd om te pacen op 5’/km, wat me naar een PR zou brengen, maar dat was twee dagen na een triathlon (met nog voelbaar moeie benen), niet in de allerbeste vorm én met af en toe stevige wind te hoog gegrepen. Desalniettemin goed gas gegeven en gefinisht in 26’33, een minuut boven mijn PR. Misschien probeer ik het over een week of twee nog wel een keer, maar misschien zit het er ook sowieso niet in.

In zo’n veld als dat van vandaag doe ik dan trouwens best wel van voren mee, net als vrijdag, en dat is toch ook wel eens leuk. Ik bedoel: ik denk wel eens, dat lopen van mij stelt niks voor. Maar het is echt maar net met wie ik me vergelijk (edit maandag: de uitslagen zijn er nu, en ik werd 20e van de 79 deelnemers). 

Dat leverde wel een leuke medaille op, met lopertjes op een ketel:

Medaille met lopers tegen ketel-achtergrondWat dit het weekend van de leuke medailles maakte, want die van vrijdag had ik nog niet laten zien maar die vond ik ook fraai:

Medaille met Amsterdams grachtenpandEn als ik het dan toch nog even over vrijdag heb, ik sta ook nog wel leuk op een foto van hun Facebook, net voorbij dat gevaarlijke bruggetje:

Op de fiets, bruggetje op achtergrond

Een enerverend middagje Amsterdam

Onderweg naar de Bosbaantriathlon van gister hielden me een aantal zaken al vooraf best wel bezig:

  1. De watertemperatuur. Was het vorige week in Alphen nog meegevallen, de eerste berichten voor de Bosbaan waren:
    15,5 graadBrrr! Maar later kwam er dit:
    16,5 gradenMet mijn start om half 5 en een gunstig weerbericht hoopte ik dus op die 16,5. Toch maar weer een keer wezen afharden ook, woensdag in de Schie, en dat was weer fiks koud. Verder wel prachtig, in het zonnetje, en ik nam met weemoed afscheid van het Schie-zwemmen van dit seizoen. 
    Het verschil tussen 15,5 en 16,5 graden is trouwens nog heel significant bij de triathlon: 16 graden is de grens van wetsuitverplichting. Dat maakt dan voor mij niet uit, maar voor een heleboel andere deelnemers wel.
  2. Het weer. Ineens stond er vrijdagochtend dit op de Buienradar:
    OnweerSchrik! Onweer is goed voor afgelasting, dus dat werd spannend!
  3. Mijn eigen vorm. De slechte dag van vorige week werd nog gevolgd door een dag met buikpijn. Sindsdien gaat het op zich wel beter, maar ik slaap nog steeds maar heel matigjes – voor het eerst in anderhalf jaar gaat dat weer niet helemaal goed. Met een beetje vorm zou ik een PR moeten kunnen halen, want ik realiseerde me deze week dat ik sinds 2013 geen sprint meer gedaan had. Toen finishte ik in 1:31:31, eigenlijk een te mooi getal om uit de boeken te lopen, maar dat zat er wel in, leek me.
  4. Werk – met een vrijdagse triathlon blijft het gek om ’s ochtends nog gewone dingen te doen en dan halverwege de dag om te schakelen naar het sporten – maar wel leuk ook!
  5. Of ik Edine zou treffen – ik zat donderdagavond de nieuwsbrief van de Vrouwentriathlon te plaatsen en toen zag ik dat de deelneemster van de maand een leeftijdsgenote van mij was die aan het eind zegt:

    Het smaakt zeker naar meer. Ik heb er nog twee op mijn programma staan, dit jaar.

    Het was me al opgevallen dat onze leeftijdscategorie goed vertegenwoordigd was vrijdag, en zo veel triathlons zijn er niet meer eind september. Dus gauw gekeken, en jahoor, ze stond erbij, startnummer dicht bij het mijne. Ik nam me voor haar de hand te schudden.

Nou, op naar Amsterdam dus, gistermiddag. Ruim voor de middagspits, maar parkeren was een zootje (tip voor de organisatie: geef dat beter aan, zet er een vrijwilliger bij). Desalniettemin ruim op tijd, en inderdaad Edine aangesproken en een tijdje met haar gepraat, erg leuk. Wat een kleine wereld, hè, die triathlon? Dus dat was punt 5 succesvol voltooid. Ander gevalletje van kleine wereld trouwens: ook René van de Feyenoordhanddoek (zie verslag Alphen) was er weer, dit keer als supporter. 

Volgens de apps zou het ook voorlopig nog droog blijven en niet gaan onweren, dus punt 2 zag er goed uit. Watertemperatuur was officieel 16,2, niet verkeerd, dus met punt 1 kwam het ook wel goed. Er gingen inderdaad enkele echte helden zonder wetsuit het water in.

Op naar de start. Inderdaad was het water goed te doen, warmer dan de Schie woensdag, en ik heb geen last gehad van de kou. Daarmee heb ik mijn koudste-water-triathlon ooit volbracht, en sowieso de afgelopen weken in kouder water gezwommen dan ooit tevoren. Daar kan ik dan heel bij van worden: ik heb een grens verlegd. Dat ik dan met dik 16 minuten aan de trage kant was, vind ik geen probleem. Het was ook niet heel langzaam overigens. 

Ik had een beetje moeizame wissel want ik kwam dizzy uit het water, onvaster op mijn benen dan anders, misschien is dat toch de kou. En toen kwam ik bij mijn fiets en toen lag er een gevallen fiets over mijn spullen, daar was ik niet zo happy mee. Gelukkig was er een scholier (er was ervoor een scholieren-run-bike-run geweest, ook wel grappig om te zien, die maken niet bepaald allemaal haast) die ‘m op heeft geraapt. Maar dat heeft iets tijd gekost.

Tijdens het fietsen viel er een enkel spatje, net genoeg om wat voorzichtig te moeten zijn in de bochten, zeker omdat daar herfstblaadjes lagen. Er zit ook nog een eng bruggetje in het fietsparcours waar in eerdere jaren deelnemers ernstig zijn gevallen, dus het was per ronde 5 keer in de remmen, met vier rondes was dat 20 keer, en daardoor is mijn gemiddelde achtergebleven bij hoe het voelde: 31,6 gemiddeld (zie Movescount). Met een hogere hartslag dan vorige week, maar net niet die macht van eind juni/half juli. Vorm dus wel weer okee maar niet super (punt 3).

Ik haalde veel in, werd volgens mij vooral ingehaald door de trio-fietsers uit de startserie erna, en in elk geval niet door andere vrouwen. Saillant detail: achter me kreeg iemand een blauwe kaart voor stayeren in mijn wiel, dat heb ik nog nooit eerder meegemaakt. Ik begreep trouwens dat er geruchten waren dat je mocht stayeren, omdat dat bij het WK had gemogen en sommigen dachten dat de regel was veranderd en het dus altijd mocht bij een sprint. Nou, echt niet. 

De tweede wissel ging vlot en zo ging ik lopen, vijf rondjes van een kilometer. Ik vond het tellen, eerst vier fietsrondes en daarna vijf looprondes, nog een hele uitdaging en ik hoorde omroepen dat het bij anderen mis ging, die werden dan na de finish teruggestuurd voor nog een rondje. Maar mij lukte het om tot 5 te tellen. Het lopen ging zo-zo: veel beter dan vorige week, maar het was benauwd, met een torenhoge luchtvochtigheid, en ik had daar af en toe last van.

Wel leuk om ondertussen aangemoedigd te worden door hardlooptrainersopleidingsgenote Sandra. We waren op bekend terrein want een deel van die opleiding was ook bij de Bosbaan. Sowieso heb ik daar wel sporen liggen, ook nog uit de tijd dat ik in Amsterdam woonde. Ik heb er ook op geroeid, bij gewandeld, langs gefietst, en nu dus ook in gezwommen en rond getriathlond. Misschien eens vaker een Amsterdamse triathlon doen, qua sentimental journey.

Ik was benieuwd hoe ik lag in het veld, hoorde omroepen dat de eerste dames aan het finishen waren, maar ik zat daar niet heel ver achter. In het laatste rondje alles gegeven, ook omdat ik geen idee had hoe ik bezig was ten opzichte van dat PR.

Nou, dat PR ging de boeken uit: ik finishte in 1:30:33. Dat viel me op dat moment eerlijk gezegd nog ietsje tegen ten opzichte van de tijden die ik dit seizoen op 1/8en heb gerealiseerd, maar het fietsen was niet heel snel en wel meer dan 20 kilometer, en daarbij het koude water en de trage eerste wissel en dan snap ik het wel. En toch wel leuk ook. Ook om zo dit seizoen bij de eerste en bij de laatste triathlon een PR te halen.

Nog leuker werd het toen ik thuis de uitslag zag, want ik bleek (1) de V50+-categorie gewonnen te hebben, in een veld van zeven finishers en (2) van alle vrouwen de 2e fietstijd gereden te hebben. En die snelste heeft zo te zien niet alle looprondjes gedaan, dus mogelijk heb ik de snelste fietstijd van alle officieel gefinishte vrouwen. 

deel uitslag

Nou is dat wel enigszins geflatteerd. Want niet alleen had ik meteen al gezien dat je het niet eens echt een ‘breedte-triathlon’ kon noemen: zo op het oog was het denk ik het minst competitieve veld waar ik ooit in ben gestart. Ik zag bijvoorbeeld amper andere triathlonfietsen. Dat betekende trouwens ook dat het weer heel relaxed en gezellig was in het parc fermé – het zijn toch echt de leukste triathlons. 

Maar de wedstrijd is bovendien gehalveerd geraakt door wat er naderhand gebeurde: een paar minuten na mijn finish ging het regenen, en dat ging steeds harder en harder, mét onweer – ja, dus toch (punt 2). Op het moment dat ik door een complete hoosbui naar de auto liep, verbaasde het me dat de volgende startserie nog door mocht blijven gaan; eenmaal thuis begreep ik dat hij heel kort daarna inderdaad is stilgelegd. Dus een deel van de uitslagen zijn de ‘DNF’s van die startgolf, en zelfs als hij niet was stilgelegd kun je bij die omstandigheden amper fietsen en kun je die tijden dus niet vergelijken. En enorme pech voor die deelnemers, ook nog van een speciale start voor een goed doel.

‘Eenmaal thuis’ schrijf ik, maar dat had ook nog wat voeten in de aarde want ik heb in de auto even afgewacht totdat het iets minder hard ging regenen. De straat was toen een rivier en ik zat in onderbroek in de auto omdat ik compleet doorweekt was – en al m’n spullen ook. Ik reed om zeven uur weg en wat ik niet meer had verwacht: lange file op de A4. Het contrast tussen ’s middags in de warmte lekker met sporten bezig zijn (associaties: zomer, weekend/vakantie, ontspannen) en in het donker in de regen in de file staan (associaties: winter, werk, stress, zie ook punt 4) was heel groot. Ik kwam dan ook niet helemaal ontspannen thuis.

Daar alle zooi, ook die ik niet aan had gehad, hups de wasmachine in, en zelf onder de douche. Eten en toen was het ineens al kwart voor 10 – ook gek, na een triathlon ineens al bijna bedtijd.

Nu zit ik nog wel met een klein probleempje. Die Amsterdammers, die zijn zo chauvinistisch dat ze overal hun wapen en kleuren op hebben. De zwemboeien waren drijvende amsterdammertjes, en ik moet de stickers echt wel van m’n fiets en helm af halen om me er hier in de omgeving mee te kunnen vertonen:

Amsterdamse sticker op helm

En die badmuts, daar heb je dubbel niks aan hier: zwart is de minst geschikte kleur voor openwaterzwemmen, en met zo’n opdruk kun je je er in een Rotterdams zwembad echt niet mee vertonen:

Zwarte badmuts met Amsterdamse opdruk

Maar ik heb wél een zwikje Amsterdamsen achter me gelaten in de uitslag, en ik woon inmiddels lang genoeg in Rotterdam om dat leuk te vinden – Rotterdam boven in 020! 

 

Ambivalent Alphen

Afgelopen zondag ben ik begonnen aan het ‘toetje’ van het triathlonseizoen: vier wedstrijden, waarvan twee triathlons, later dan ooit voor mij en dus allebei nieuw. Andere jaren zat mijn seizoen er eind augustus/begin september wel op, nu ga ik door tot de run-bike-run in Spijkenisse op 8 oktober, ook nieuw. Alleen de Kethelloop komende zondag deed ik eerder. 

De eerste gang van het toetje was de kwart triathlon van Alphen aan den Rijn. Die had voor mij twee kanten. Eerst maar over de slechtere kant: ik had totaal mijn dag niet. Ten opzichte van drie weken geleden bij Binnenmaas ging alles slechter en finishte ik uiteindelijk bijna een kwartier langzamer (zie Movescount, uitslag), terwijl de omstandigheden zo waren dat het eigenlijk beter had kunnen gaan.

  • Over het zwemmen deed ik net zo lang als daar, terwijl de afstand dit keer waarschijnlijk beter klopte en het dankzij de aparte start voor vrouwen en trio’s rustiger was.

    De start voor vrouwen (rood) en trio’s (geel)


    Ik heb lekker gezwommen, maar het ging niet zo hard. Hier kom ik aan, te herkennen aan m’n witte horloge:
    Pols met wit horlogeDe watertemperatuur viel ook erg mee, dankzij het mooie weer van de dagen ervoor. Het eerste bericht op de website repte van 16,1 graad, het tweede was dit en er kwam zelfs nog een tiende bij – goed te doen, zeker na het ‘afharden‘ van mezelf in de Schie:

    17,7 graden

    Water uit, knoppie-druk. Ging allemaal goed dit keer.

  • Bij fietsen merkte ik dat ik bij een te lage hartslag al zere benen kreeg. Ik ben uitgekomen op een gemiddelde hartslag die hetzelfde was als in Binnenmaas (139), maar een gemiddelde snelheid die 1,7 km/u lager lag dan toen. Terwijl het parcours snel was (een technisch aanloopje en daarna drie recht-toe-recht-ane rondes) en de omstandigheden gunstiger: minder wind en geen hinder van de andere weggebruikers.
    Ik op de fiets, me duidelijk inspannend.
    Ik zag mijn gemiddelde pas na afloop en eigenlijk viel dat me nog tegen, want ik had op de fiets nog wel een redelijk goed gevoel dankzij het vele inhalen. Met zo’n vrouwenstart haal ik altijd een heleboel vrouwen in, want ik kan sowieso beter fietsen dan zwemmen maar ten opzichte van veel vrouwen is dat nog schever.

    Op inhaaljacht. Die roze dame had ik even later te pakken.


    Ik ben maar door twee vrouwen ingehaald, waarvan eentje duidelijk harder fietste dan ik, en de andere lekker achter een groepje mannen aan stayerde… De mannen waren 10 minuten na ons gestart en die haalden ons dus in. Eén dame kon die verleiding kennelijk niet weerstaan…
    Maar goed, ik had dus voor mijn gevoel de vaart er aardig in, maar het was toch een prestatie ver beneden mijn huidige maat. Terwijl mijn laatste trainingen op de fiets juist heel lekker waren gegaan, ik had gehoopt te kunnen knallen. Maar mijn lijf dacht daar duidelijk anders over.
  • Het lopen was gewoon ronduit slecht en naar, op de manier die ik ook in het voorseizoen heb ervaren, zoals in Oud-Gastel. Ik loop dan amper harder dan op duurlooptempo en zelfs dat voelt uiterst moeizaam, met last van mijn darmen (misschien is kool de dag voor een triathlon niet slim) en hamstrings. En dan doe ik er dus meer dan een uur over, over 10 kilometer, pffff….
    Toch ben ik wel blijven hardlopen (nouja, hard…), op één heel klein stukje na, een bruggetje op. En net daar stond manlief te fotograferen, want die vond dat bruggetje wel pittoresk…
    Ik aan het wandelenIk voelde me een beetje betrapt. Nou, gauw het gas er maar weer op dan:
    Ik kijk op en loop weer hard

Ik had deze bui al een heel klein beetje voelen hangen, want ik had in de vorige week drie keer slecht geslapen. Vrijdagavond en zaterdag was ik bek-af, en ik had weliswaar de laatste nacht bijna 10 uur geslapen, maar één goede nacht is dan niet genoeg om weer helemaal bij te komen.

Bovendien duidt het slechte slapen én het onderpresteren op hormonale onrust. Ik heb na een voorseizoen dat daardoor grotendeels in het water viel een heel stabiele en goede periode gehad, maar sinds een maand ongeveer voel ik het weer meer ‘wiebelen’. Het is niet anders, en gemiddeld wordt het volgens mij wel stabieler. We houden de moed er maar in… 

En dan de andere, leuke kant: het was wel een heel erg leuke triathlon, zeker voor herhaling vatbaar. Met een soort dorpspleintje naast het parc fermé met picnicbanken en kraampjes met koek en zopie en sportspulletjes. Niet te groot en niet te klein en een gemêleerd deelnemersveld. Met een prachtige zwemplas waar je ook omheen loopt. En dus een snel fietsparcours en een aparte vrouwenstart op de kwart. Op twee plekken langs het parcours live muziek:

Muziek langs het fietsparcoursEen boel toeschouwers, en voor de supporters een bootje om van de start en het zwemmen naar de doorkomst van de fietsrondes te gaan. Manlief heeft daar dankbaar gebruik van gemaakt.

Bovendien was het zondag schitterend weer: stralend zonnig, wat pittoreske mistflarden nog onderweg erheen, bijna geen wind, aangename temperatuur. Heerlijk!

En verder was het in het parc fermé weer erg gezellig. Heel frappant: ineens zag ik naast me diezelfde Feyenoord-handdoek verschijnen die ik bij Triathlon 010 dankbaar als oriëntatiepunt had gebruikt – en ook over had geschreven, die ‘aardige buurman’. Ik keek van de handdoek omhoog, recht in zijn grijnzende gezicht: hij stond al te wachten op mijn reactie, want hij had mij al herkend. En dat is echt puur toeval, want (bijvoorbeeld) zijn achternaam begint met een H (René heet hij, weet ik nu). We hebben er hartelijk om gelachen en het nog even gehad over Feyenoord, want na zaterdagavond pontificaal je Feyenoord-handdoek uitspreiden, dan heb je wel lef natuurlijk. Dit keer kon ik de handdoek beter op de foto zetten, maar René zelf was toen net even weg:

Feyenoord-handdoek

Hij had ook nog met talkpoeder een markering gemaakt om z’n plek snel te kunnen vinden, die zie je links op de foto.

En er waren meer aanknopingspunten in het parc fermé. Als je goed kijkt, zie je rechts boven nog net een hoekje van een zwarte tas met wat groens. Zo’n tas heeft manlief ook: het is de tas van de Ironman van Kopenhagen.

Een moment van echte verwarring had ik toen ik van het fietsen terugkwam, op zoek naar mijn plekje. Ineens lag daar een bekende handdoek: die van Kattendijke-Wemeldinge. Die neem ik zelf ook regelmatig mee naar triathlons en zo veel zijn er niet van – het is een klein evenement – dus even dacht ik: huh? Want de spullen eromheen leken toch niet op de mijne. Onee, ik moet nog twee plekkies verder zijn, bij de blauwe handdoek van de Heinenoordtunnelloop. Dat heb ik de eigenaar ervan na afloop verteld, en ook dat was weer een leuk praatje natuurlijk:

Ik aan het ouwehoren in het parc fermé

Verder waren er nog wat bekenden van de Vrouwentriathlon, waaronder Hilda, de dame die daarbij in Utrecht al twee keer de 50+-categorie heeft gewonnen en die ik dus al twee keer heb geïnterviewd. Dit keer was ze ook de snelste 50+-dame. En verder was manlief mee voor de gezelligheid, het support en een heleboel foto’s!  

* * *

Op naar de laatste triathlon van het seizoen, morgen al! En al ging het zondag niet zo geweldig, ik weet inmiddels van het wisselvallige presteren van dit seizoen dat ik niet ‘laat maar zitten verder’ hoef te denken. Het kan zomaar ook weer beter gaan. En anders hoop ik dat het gewoon weer opnieuw heel leuk wordt!

 

Ironcouple-Procyclingtrump

Ik was vorig jaar heel erg in mijn nopjes met de ProCyclingTrump die ik van manlief kreeg en die onder andere te zien is in de permanente sticky bovenaan dit weblog – maar die ook boven mijn bureau hangt (zie hier) en mijn Twitter-profielplaatje is. Ik kon niet achterblijven, en Henk heeft er nu ook één:

Henk Vermaas IronmanSterker nog, we staan er ook samen op:

Ironmen Henk Vermaas en Louise CornelisZijn we niet schattig, in onze hansopjes/trisuitjes?

De print van het ‘Ironcouple’ gaat een mooi plekje krijgen in ons huis!

 

 

Afharden

Ik heb nog twee triathlons op het programma staan, die van Alphen en de Bosbaan, en vanwege het slechte weer van de afgelopen tijd zat ik met een dilemma. De watertemperatuur is namelijk dusdanig gedaald (zeg maar: ingestort) dat die onder de voor mij acceptabele grens van 18 graden is gekomen – er is in twee weken tijd bijna vier graden af, van rond de 20 naar rond de 16. Brrr! Ik had twee opties: niet starten, of proberen het zwemmen te overleven.

Ik wil toch wel ontzettend graag starten nog, vooral omdat ik qua fietsen in een bloedvorm steek en het jammer vind om daar (bijna) niks mee te doen, zeker niet nu het weer zich wat herstelt. Dus inmiddels ben ik aan het insteken op het zwemmen overleven. Ik heb mezelf daartoe op een afhardprogramma gezet: ik doe deze week bijna elke dag een duik in de Schie, opbouwend in lengte naar ongeveer 20 minuten.

Zo maak ik weliswaar niet eens zo heel veel zwemmeters deze week, want ik ga niet ook nog eens naar het zwembad, maar het lijkt me wel de beste wedstrijdvoorbereiding, beter dan nog een laatste tempo- of techniektraining in water van een graad of 27.

Fijn vind ik  het niet en ik moet steeds over een aardige drempel om te gaan. Die drempel is nog eens extra hoog omdat mijn vaste zwemwater op het ogenblik barst van het kroos. Dit was gister het stuk vanaf de plek waar ik altijd in het water ga recht naar de overkant:

GroenMaar gelukkig was het in de lengterichting iets minder erg, daar zag je zowaar wat water:

Kroos met waterEn ik moet toch eerst een stukje schoolslag zwemmen om mezelf te laten wennen aan de kou. Dat gaat beter dan borstcrawlen. Borstcrawlen door zo veel kroos en dan heb je je portie groente voor de dag wel weer binnen, zal ik maar zeggen.

Nou goed, niet heel aanlokkelijk, maar het doel heiligt de middelen, het weer werkt inmiddels een beetje beter mee, en zowaar: het gaat! Het gaat beter dan verwacht! De meeste ervaring met koud water heb ik aan het begin  van het seizoen, en dan krijg ik onder de 18 graden steevast ademhalingsproblemen, dan trekken mijn luchtwegen zich samen. Maar dat is ofwel mede vanwege de hooikoortspollen in die tijd, ofwel omdat ik dan ook nog überhaupt moet wennen aan het zwemmen in het open water – of allebei. Alledrie dan dus, met de kou erbij. Alleen kou, zoals nu, voelt niet fijn, maar ik kan blijven ademhalen, en dan overleef ik dus het zwemmen wel.

Wel krijg ik acuut witte vingers en soms een beetje oorpijn, ik word een beetje stijf en schreeuwt mijn lijf dat het niet aangenaam is. Ik moet mezelf dapper toespreken om door te gaan, zeker aan het begin.

Maar het went wel, het went best wel goed eigenlijk. De prikkelende frisheid aan mijn gezicht is dan juist ook wel lekker. Ik kan ook met witte vingers zwemmen, dat weet ik sowieso wel. Mijn lijf blijft wel op temperatuur dankzij het wetsuit. En dan kan ik dus de kou voelen zonder er last van te krijgen. Naderhand warm ik bovendien vrij snel weer op ook, en dan voel ik me lekker. 

Dus eigenlijk gaat het prima, en wie weet is het nog goed voor mijn weerstand ook? Ik zwom tenslotte vroeger ook graag in zee zo lang het ging. Nouja, ‘zwemmen’, het was meer een duik snel erin en eruit.

En nu voel ik me in de Schie ontzéttend stoer. Triathlon is al een stoere sport, borstcrawlen in open water het stoerste onderdeel ervan, en bij water van maar een dikke 16 graden, mezelf overwinnend, is voor mij wel het toppunt van stoerigheid!

Voor mijn wetsuit duurt het seizoen trouwens ook erg lang nu. Het sleept zich met een heleboel Black Witch naar het einde; het scheurt aan alle kanten. Ik heb er vier seizoenen mee gedaan, het  was geen heel dure, dus kennelijk is het nu op. Hieronder fotootjes van op de heup en onder de oksel – het blijft hopelijk nog nét een dikke week aan elkaar hangen allemaal:

heup met scheuronder oksel met plakspul

Volgend jaar trakteer ik mezelf op een nieuwe!

Triathlon kijken

Iedereen die de sport volgt, weet het al: afgelopen weekend was het WK triathlon hier in de stad. Ik had er nog niet veel van gemerkt totdat ik vrijdag zelf ging zwemmen in het Van Maanenbad. Ik mocht binnen wél zwemmen, gelukkig:

Triathlon training prohibited

Ik zag groepjes triatleten uit Oostenrijk en Jordanië, en wat er in het buitenbad zwom zag er wel opvallend goed uit, in vergelijking met binnen.

(Sterker nog: ik hield het binnen niet lang uit. Ik was lang niet in het Van Maanenbad geweest en was vergeten hoe druk het daar kan zijn, met allemaal potige kerels met armen die alle kanten op maaien, dus ik werd vier keer geraakt, waarvan één keer vrij hard boven water tegen mijn pols vanuit de baan ernaast, en toen heb ik het voor gezien gehouden. Ik ga dat zwembad maar schrappen van m’n lijstje aan mogelijke zwemplekken: het is te vaak te druk en ik ben er bovendien een paar keer met iets allergisch vandaan gekomen).

Manlief had al meer van het (naderende) WK gezien, onder andere trainende atleten die woensdag, de dag van de storm, met dichte wielen op de Erasmusbrug reden… en hij is vrijdag bij de paratriathlon wezen kijken.

Zaterdag zijn we samen naar de elite-mannen geweest, manlief met camera in de aanslag (alle foto’s van die dag staan hier). Een geweldig gezicht, vooral de start van het zwemmen, wat een geweld, alsof ze 100 meter in plaats van 1500 gaan zwemmen!

DuikenOok de landgang/Australian exit was heel fraai, allemaal zwemmertjes die ploep-ploep-ploep na elkaar weer terug het water in doken:

Ze springen er weer in (1)Ze springen er weer in (2)Daarna zijn we naar het fietsparcours gegaan. We hadden ons niet heel goed voorbereid, dus we dachten dat dat hetzelfde zou zijn als vorig jaar, maar dat was niet zo: de elite rijdt een boel rondjes op een klein gebiedje. We vonden het wel snel, waarbij ons opviel dat de stad weliswaar dáár afgesloten was, maar dat eromheen het verkeer aan alle kanten langsronkte, wat voor het zich verplaatsende publiek niet heel makkelijk of vriendelijk was en tot fietsers-opstoppingen leidde.

Het fietsen was gaaf om te zien, mede door de vele bochten. Op deze foto is de latere winnaar goed te zien:Luis op de fiets

Waar het lopen was, wisten we ook niet precies, maar dat bleek al gauw: op hetzelfde parcours, en ook weer rondjes, dus ook veel te zien. Hier komt de kopgroep ‘aangezweefd’ – wat liepen ze mooi allemaal!Kopgroep lopen

Anders dan op tv zie je veel meer van de rest van het veld, waarin ook stevig wordt geleden – de koppies aan het eind stonden niet meer zo heroïsch, ik vond sommigen er meer uitzien als gewone stervelingen en soms ook nog heel jonge (‘zo’n kind geef je toch een Fanta’) jochies dan als de mannelijke helden van het tv-scherm.

De Mexicanen hadden daarbij het mooiste tenue:Bloemetjestenue van MexicaanOp de foto’s is te zien dat het druilerig was, en het was fris ook (erg jammer voor het wk trouwens, het weer), dus we zijn hierna naar huis gegaan en we hebben de vrouwenwedstrijd op tv gezien. De wedstrijd was saaier, maar ik denk ook dat het op tv saaier is dan in het echt, zeker het fietsen.

Ook was op tv te zien dat de belangstelling voor de vrouwen veel kleiner was dan voor de mannen, maar daar kan ik moeilijk wat van zeggen, want ook wij maakten precies die keuze. Mij viel langs het parcours nog op dat de toeschouwers een aardige toren van Babel vormden, oftewel: volgens mij waren het veel deelnemers en aanhang, en was de plaatselijke belangstelling zeer beperkt. Ik heb er verder ook niemand over gehoord hier in de buurt.

Zondag was het wk voor ‘age groups’. Ik had me daar vorig jaar ook voor kunnen kwalificeren, want er mochten er 15 per groep meedoen en mijn groep is zo klein dat zo’n beetje iedereen zich kon ‘kwalificeren’. Ik had dat bij voorbaat al niet gehoeven omdat ik weet dat dat niks voorstelt dan, ik ken echt mijn plek wel – die winnares bij Binnenmaas laatst, die was 27 minuten sneller dan ik.

En dat was nog voordat ik hoorde dat deelname iets van 350 euro zou gaan kosten… Nee, voor de eer van pelotonvulling-melkkoe bedank ik. Zeker ook omdat ik eigenlijk liever kleine, kneuterige evenementen doe dan grote, statusrijke. Om diezelfde reden heb ik me ook niet aangemeld als vrijwilliger, dat doe ik dan liever voor armlastige evenementen.

Er kwam voor gister ook nog een open inschrijving bij, maar ook die kostte iets van 100 euro, en dat dus voor een fietsparcours dat weliswaar prachtig was, maar ook een kermisattractie. Want ja, zondag was dus wel hetzelfde parcours als vorig jaar. Nou, laat maar. Die open wedstrijd is later ook nog afgelast trouwens. 

Er deden echter wel bekenden mee, en manlief is wezen kijken en hij heeft bijna 1000 foto’s gemaakt, van het lopen in Het Park, ongeveer tussen 10 en 12 uur. Gebruiken mag, maar hij vindt het fijn als je dan z’n naam erbij zet. Hij vond vooral de ‘oude knarren’ erg leuk om te zien! 

Ikzelf wilde gister trainen, het was met al dat sport kijken een druk weekend, met dat wk in eigen stad, maar ook nog het wk ploegentijdrit op tv. Kwestie van keuzes maken. Wel kwam ook ik nog fietsende triatleten in landstenue tegen, waarvan eentje vlak voor ons huis, uit Hongarije denk ik. Dat bleef dus wel grappig, ineens zo veel internationale sportgenoten in de stad!

Ik ben op de fiets trouwens naar de punt van de landtong van Rozenburg gereden, één van mijn favoriete routes. Op die punt maakte ik deze foto; de buien bleven toen nog een tijdje boven zee  hangen, dus ik reed droog en – soms – zonnig:

Mijn coachees

Ik moet nog steeds een beetje wennen aan het woord maar ik weet geen beter: coachees. Als term voor de mensen van wie ik trainingsbegeleider ben, dus voor wie ik schema’s schrijf, aan wie ik advies geef, die ik train. Dat is allemaal nog nieuw voor mij – en het woord ook.

Over twee van mijn ‘coachees’ heb ik het hier recentelijk gehad. Het betreft mijzelf (zie hier, en mijn prestatie bij Binnenmaas sindsdien was op PR-niveau, dus het gaat echt wel lekker, zo op mijn eigen schema’s) en manlief, die met z’n Ironman-tijd van onder de 12 uur zijn eigen verwachtingen overtrof. Ik heb hem laatst nog eens gevraagd wat ik nou precies heb toegevoegd wat hij zelf als ervaren sporter niet had kunnen bedenken, en dat was vooral: structuur aanbrengen. Dus de ideeën in de brij in zijn hoofd ordenen tot een trainingsschema waar hij op terug kon vallen. En met succes dus!

(Ik heb hem trouwens afgelopen zondag ook weer heel letterlijk begeleid, maar dat was toch meer als echtgenote/supporter dan als trainer: ik heb weer met hem meegefietst tijdens de In Flanders Fields marathon:

Henk loopt, ik fiets ernaastAls trainer zou ik hem trouwens hebben afgeraden om 3 weken na een Ironman een marathon te lopen. Maarja, hij wil de historische jaren ’14-’18 volmaken daar en daar is ook wel wat voor te zeggen natuurlijk. En het ging naar omstandigheden goed – zie zijn verhaal erover. Bron foto: Facebook Kurt Lowie).

Verder begeleid ik Marcel. Hem ken ik al jaren als vakgenoot/collega, en we praatten ook wel eens over lopen. Marcel heeft halve marathons binnen de 2 uur gelopen, maar het lukte ook wel eens niet, en hij heeft een historie met een aardige verzameling overbelastingsblessures. En toen brak hij vorig jaar door een val van zijn fiets zijn heup. Hij was net uitgerevalideerd in de tijd dat ik voor mijn opleiding een jaarplanning en trainingsschema voor iemand moest masken, en dat heb ik toen voor hem gedaan om in ongeveer een jaar weer terug op niveau te zijn om een succesvolle halve marathon te lopen, in die 2 uur weer.

Marcel traint dus sinds begin maart met mijn schema’s, ik heb hem vorige maand ook nog een keer ‘live’ zien lopen zodat ik wat techniek-advies kon geven, enne: hij gaat als een trein! Hij maakt wekelijks progressie en voor hem was het een mooie mijlpaal om een jaar na zijn val voor het eerst weer aan een prestatieloop mee te doen: hij liep bij de Vlietloop 5 km in 28’15 (netto). En heel belangrijk ook: zonder blessure. Of in zijn eigen woorden:

Ben erg blij met je schema’s en je coaching van laatst. Als ik het zelf zou hebben uitgedokterd, zat ik nu waarschijnlijk met een blessure!

Kern van Marcels schema is doseren: hij moest van mij een verschil leren maken tussen rustige duurlopen enerzijds en snelle intervallen anderzijds – in plaats van alles even hard lopen. Dat is wat veel lopers doen: alle trainingen lekker hard lopen. Maar daar word je op een gegeven ogenblik niet meer beter van en het blessurerisico is wel vrij groot. Marcel heeft eerst vooral aan duur gewerkt en is nu stevig in de weer met intervallen. Ik ben heel benieuwd waar hij uit gaat komen – volgens mij kan hij op de halve marathon sneller dan die twee uur!

Dan ben ik verder ook aan de slag gegaan als trainer van een groep wedstrijdgerichte senioren en masters in Reeuwijk. Het is een leuke groep van vrij hoog niveau (ik zou zelf helemaal achterin lopen), maar wel met veel blessureleed. Iemand anders (Aad, die ik ken van RA) schrijft het programma en mijn rol is dus vooral die van het begeleiden van de training en het verzorgen van het techniekonderdeel. Dat doe ik ‘anders’ dan ze gewend zijn, wat vooral komt door mijn andere (niet-Atletiekunie-)opleiding en de meesten vinden het volgens mij interessant en leerzaam, net als de individuele techniek-feedback die ik geef.

Voor mijzelf is het ook leerzaam: echt voor de groep, een grote groep soms ook wel (rond de 20), veel vragen krijgen waarop ik soms wel maar soms ook geen antwoord weet (vooral over die blessures), en van die situaties moeten oplossen als afgelopen maandag in extreem slecht weer. Ik had een heleboel kleren bij me, maar uiteindelijk moest de training zelfs voortijdig beëindigd worden omdat het ging onweren!

Verder heb ik nog twee vrouwen geïnterviewd en en passant trainingsadvies gegeven. Eentje is gaan hardlopen als vervolg op ‘Beweeg je fit’, de ander zoekt naar mogelijkheden om te bewegen ondanks chronisch vermoeidheidssyndroom. Oja, en ik schreef ook nog een stukje over omgaan met wedstrijdspanning.

Maar nu dwaal ik af, dat zijn geen coachees meer, maar meer andere activiteiten als trainer/sportadviseur. Daar ben ik sowieso mee bezig: nadenken over wat ik voor wie wil gaan betekenen. Dit zijn mijn eerste schreden; als het aan mij ligt, komt er meer! 

 

Heftig weekend!

Vandaag is typisch zo’n maandag om even bij te komen van het weekend….

Zaterdag: kwart triathlon Binnenmaas

De triathlon van Binnenmaas heb ik hier al eerder omschreven als ‘de moeder aller triathlons’, zie vorig jaar, toen ik er als vrijwilliger was, en twee jaar geleden, toen ik ook de kwart deed. Dit was mijn vierde kwart daar, mijn vijfde deelname in totaal – er is ook geen enkele triathlon die ik zo vaak gedaan heb.

In de aanloop dacht ik dat een persoonlijk parcours record er wellicht in zou zitten, zeker toen ik zag dat de omstandigheden gunstig zouden zijn. Het kan in de Hoeksche Waard enorm spoken, met de wind, de blubber van 2015 maar het kan er ook snikheet zijn: bij mijn eerste kwart ooit was het er 35 graden ofzoiets. Nu zag het er prima uit. 

Vrijdagmiddag kreeg ik echter, een beetje uit het niets, last van mijn rechterkuit. Mogelijk heb ik donderdag te lang op een iets te hoge OV-fiets gereden? In elk geval: ik twijfelde toen zelfs of ik ‘m wel zou kunnen volbrengen. Uiteindelijk viel dat mee: het was inderdaad niet veel meer dan spierpijn en ik moest alleen bij het zwemmen oppassen dat ik er geen kramp in zou trekken.

Desalniettemin ging het niet eens heel erg jofel. Het ging ‘wel okee’: het zwemmen was rommelig, ik heb twee keer water binnen gekregen (hoest-hoest), het fietsen was eerst koud (er kwam net dat ene buitje van de dag over), mijn hartslag bleef steken net boven de 140 (als ik écht goed ben, is dat 10 slagen meer), ik vond het druk met auto’s en mede-fietsers en moest moeite doen om stayeren te voorkomen, en het lopen ging okee tot op 8 km maar ook niet echt top – ik blijf het gevoel houden dat ik harder zou moeten kunnen.

 

 

 

 

 

 

 

De wissels waren ook nog traag door een lang eind lopen met de fiets. Volgens mij was dat trager dan voorheen, het parcours is in de laatste jaren een paar keer aangepast.

Desalniettemin haalde ik wel degelijk een persoonlijk parcours record (2u40’43, 1 minuut sneller dan in 2014 – en hoera, op alle goeie knopjes gedrukt!) én een echte heuse podiumplek: 3e bij de 50+-vrouwen:

En dan moet je dus de voorzitter van de triathlonvereniging zoenen – Gerard heet-ie:

En je houdt er een trofeetje aan over:

Ik zat op maar 2 seconden van nummer 2, maar nummer 1 was lichtjaren van ons verwijderd (die was de snelste dame overall!), en de nummers 3 en 4 zaten mij toch aardig op de hielen. En het ging maar om zeven vrouwen in totaal, dus het is relatief, maar toch leuk (uitslagen).

‘Maar’ zeven vrouwen is niet helemaal terecht, want als ik het goed heb onthouden waren het er twee jaar geleden nul en vorig jaar één. Zitten de (langere?) triathlons in de lift in mijn categorie? Dat is alleen maar leuk natuurlijk.

Waar ik vooral verbaasd van opkeek, was dat ik dik 33 km/u gemiddeld had gereden. Zo voelde het niet, en mijn fietsen wordt dus nog steeds beter. Mogelijk heeft het ietsje hoger zetten van mijn zadel meteen effect? Dat had ik vorig jaar iets lager gezet omdat ik toen knieklachten had (zie hier, ze bleken overigens niet met mijn fiets te maken te hebben, het probleem zat in mijn bekken en is opgelost). Ik heb nu spierpijn in mijn hamstrings, misschien kunnen die nu weer hun volle bijdrage leveren.

Manlief deed ook mee, hij maakte ook de podiumfoto’s. Hij was zelf toch nog een beetje moe (goh), en hij  heeft mij dan ook nog nooit eerder pas zo laat in een triathlon ingehaald: pas tegen het eind van het lopen. Maar voor hem is Binnenmaas een thuiswedstrijd met een heleboel bekenden, dus hij kreeg wel lekker veel aandacht voor z’n Ironman.

Ik was erna behoorlijk moe, had moeite met het staan wachten op de prijsuitreiking, en viel ’s avonds op de bank al bijna in slaap. Toen dacht ik: dat gaat nog wat worden morgen…

Zondag: Ride for the Roses

Startnummer met ducttapeWant ja, ik had voor zondag ook nog wat op het programma staan: voor het eerst in misschien wel tien jaar weer eens meedoen met de Ride for the Roses. Leek me leuk, goeie training, en het was dit jaar dichtbij: Lansingerland. Althans, de gemeentegrens met Lansingerland is hier vlakbij, maar de start was toch een dikke 18 km fietsen, helemaal aan de andere kant van de gemeente. Die 18 km waren een dankbare warming-up voor mijn moeie benen, op een koude maar prachtige ochtend.

Ik was ruim vroeg genoeg om alles geregeld te krijgen, alleen waren er geen veiligheidsspelden, dus mijn startnummer zat met ducttape – alweer ducttape!

De Ride for the Roses is voor mij van grote historische betekenis. In mijn boek Afzien voor Beginners omschreef ik dat zo, na eerst verteld te hebben dat ik als vakantiefietser had ervaren hoe zeer je kunt verbeteren:

Begin 2001, op mijn 35e, besloot ik het verleggen van mijn grenzen iets systematischer aan te pakken. Aanleiding daarvoor was dat ik onder de indruk was van het levensverhaal van Lance Armstrong, die als voormalig kankerpatiënt op dat moment al twee keer de Tour de France had gewonnen. Ik hoorde dat zijn Ride for the Roses, een fietstocht om geld in te zamelen ten behoeve van kankerpatiënten, ook in Nederland werd georganiseerd. Zou ik daaraan mee kunnen doen? 100 kilometer fietsen was voor mij, inmiddels ervaren vakantiefietser, het probleem niet. Maar non-stop en bij een gemiddelde snelheid van 30 kilometer per uur, dat vond ik heftig. Ik leende een racefiets en ging trainen. Een paar maanden later reed ik de Ride moeiteloos uit: het peloton van die tocht is duizenden mensen groot en daarin werd ik bijna meegezogen. Ik ervoer toen voor het eerst het grote aerodynamische voordeel van rijden in een groep.

Ten opzichte daarvan was er gister veel anders. Over Armstrong gaat het niet meer, en ik was verrast dat er desalniettemin nog zo veel mensen (7000) op de Ride afkomen. Ikzelf ben inmiddels een doorgewinterde fietser geworden, die zelfs met brakke benen van de dag ervoor denkt ‘eitje’ bij zoiets. Ik heb immers voor veel hetere fiets-vuren gestaan.

Maar bovenal denk ik: wat heb ik sindsdien veel aan het fietsen te danken gehad. Het is ooit zo begonnen, en kijk waar het me heeft gebracht. Eén voorbeeld, nouja, misschien ook wel hét voorbeeld: ik heb manlief op de fiets leren kennen! En dit hele weblog was er zonder ‘toen’ (en dus zonder Lance Armstrong) mogelijk ook nooit gekomen.

Dat hield me allemaal meer bezig dan kanker, al wist ik ook wel: sinds mijn vorige deelname heb ik veel meer en van veel dichterbij met die ziekte te maken gehad, vooral natuurlijk doordat mijn moeder eraan is overleden. Toch is dat voor mij op zo’n dag op de achtergrond. Ook al is het dan voor een goed doel, het gaat mij eerlijk gezegd toch veel meer om de sport.

Enfin, we reden met z’n duizenden tegelijk door het Groene Hart, in een indrukwekkend lange sliert, ondertussen hier en daar een praatje makend  en heel veel shirtjes en fietsen kijkend, dat is heel erg leuk. Het was schitterend weer en een mooie route, grotendeels (maar niet helemaal) bekend – het stuk van Moordrecht naar Montfoort had ik vorige maand nog met bagage achterop gereden, dan ging dit wel heel anders!

Voor de start

Iets minder leuk vond ik dat het allemaal eindeloos duurde: ik kwam pas meer dan een half uur na het startschot in beweging en we stonden, zeker in het begin, elk ogenblik stil: het gigantische harmonica-effect van zo’n grote groep, meer dan ooit tevoren, althans, voor zover ik me herinner. En daarna reed ik dan ineens weer dik boven de 30. Dit is de snelheidsgrafiek:

Goeie intervaltraining, zal ik maar zeggen, al bleef mijn gemiddelde snelheid ergens net boven de 25 steken en mijn hartslag zat gemiddeld onder D1! Nouja, die liep ook wat moeilijk op, door de vermoeidheid van zaterdag. Al dat keiharde aanzetten was ook niet makkelijk, zeker niet omdat het soms lastig was een groepje te vinden dat niet te hard en niet te zachtjes reed. Maar het ging, het ging prima eigenlijk.

En dat springen op wielen en af en toe met m’n tong op m’n stuur naar een groep toerijden, dat is ook wel de lol van zoiets. Zo totaal anders dan de eenzame strijd bij de triathlon. Ik ben dan ook niet bepaald handiger geworden met dat spel, ik dacht regelmatig ‘oja, zo ging dat’. Maar wel heel leuk om weer eens te doen.

Ik ben in Moerkapelle afgehaakt, een paar kilometer voor de finish, omdat ik aan zag komen dat echt finishen in die enorme meute nog heel lang zou gaan duren. Ik ben in plaats daarvan op m’n gemakje naar huis gepeddeld om uit te fietsen – ik wilde ook nog Vuelta kijken namelijk. Dus geen roos, maar verder dik tevreden. En ook een mooi eindresultaat voor het KWF: bijna zeven ton.

* * *

Tot mijn verrassing was ik gisteravond minder moe dan zaterdag. Daarover ben ik dubbel tevreden: ik was zaterdag hartstikke diep gegaan én ik ben zo goed in (fiets-)vorm dat dik 130 km fietsen met heel veel jojo’en nog als hersteltraining dienst kan doen. Ik ben vandaag een klein beetje moe en heb nog steeds iets gevoelige hamstrings. Maar verder: ik kijk terug op een erg geslaagd weekend!

 

(Bron van de loop- en fietsfoto bovenaan: Hans Blom,  https://www.oypo.nl/ED02794D94CC3C7F De tweede foto is een leuke van manlief, net voor de start!)

Edit later op de maandag: manlief vond nog twee mooie fietsfoto’s van zaterdag van mij op de Facebook van Foto Laura Bal:

Wisselzone uit

Doorkomst naar 2e fietsronde (denk ik)