Ambivalent Alphen

Afgelopen zondag ben ik begonnen aan het ‘toetje’ van het triathlonseizoen: vier wedstrijden, waarvan twee triathlons, later dan ooit voor mij en dus allebei nieuw. Andere jaren zat mijn seizoen er eind augustus/begin september wel op, nu ga ik door tot de run-bike-run in Spijkenisse op 8 oktober, ook nieuw. Alleen de Kethelloop komende zondag deed ik eerder. 

De eerste gang van het toetje was de kwart triathlon van Alphen aan den Rijn. Die had voor mij twee kanten. Eerst maar over de slechtere kant: ik had totaal mijn dag niet. Ten opzichte van drie weken geleden bij Binnenmaas ging alles slechter en finishte ik uiteindelijk bijna een kwartier langzamer (zie Movescount, uitslag), terwijl de omstandigheden zo waren dat het eigenlijk beter had kunnen gaan.

  • Over het zwemmen deed ik net zo lang als daar, terwijl de afstand dit keer waarschijnlijk beter klopte en het dankzij de aparte start voor vrouwen en trio’s rustiger was.

    De start voor vrouwen (rood) en trio’s (geel)


    Ik heb lekker gezwommen, maar het ging niet zo hard. Hier kom ik aan, te herkennen aan m’n witte horloge:
    Pols met wit horlogeDe watertemperatuur viel ook erg mee, dankzij het mooie weer van de dagen ervoor. Het eerste bericht op de website repte van 16,1 graad, het tweede was dit en er kwam zelfs nog een tiende bij – goed te doen, zeker na het ‘afharden‘ van mezelf in de Schie:

    17,7 graden

    Water uit, knoppie-druk. Ging allemaal goed dit keer.

  • Bij fietsen merkte ik dat ik bij een te lage hartslag al zere benen kreeg. Ik ben uitgekomen op een gemiddelde hartslag die hetzelfde was als in Binnenmaas (139), maar een gemiddelde snelheid die 1,7 km/u lager lag dan toen. Terwijl het parcours snel was (een technisch aanloopje en daarna drie recht-toe-recht-ane rondes) en de omstandigheden gunstiger: minder wind en geen hinder van de andere weggebruikers.
    Ik op de fiets, me duidelijk inspannend.
    Ik zag mijn gemiddelde pas na afloop en eigenlijk viel dat me nog tegen, want ik had op de fiets nog wel een redelijk goed gevoel dankzij het vele inhalen. Met zo’n vrouwenstart haal ik altijd een heleboel vrouwen in, want ik kan sowieso beter fietsen dan zwemmen maar ten opzichte van veel vrouwen is dat nog schever.

    Op inhaaljacht. Die roze dame had ik even later te pakken.


    Ik ben maar door twee vrouwen ingehaald, waarvan eentje duidelijk harder fietste dan ik, en de andere lekker achter een groepje mannen aan stayerde… De mannen waren 10 minuten na ons gestart en die haalden ons dus in. Eén dame kon die verleiding kennelijk niet weerstaan…
    Maar goed, ik had dus voor mijn gevoel de vaart er aardig in, maar het was toch een prestatie ver beneden mijn huidige maat. Terwijl mijn laatste trainingen op de fiets juist heel lekker waren gegaan, ik had gehoopt te kunnen knallen. Maar mijn lijf dacht daar duidelijk anders over.
  • Het lopen was gewoon ronduit slecht en naar, op de manier die ik ook in het voorseizoen heb ervaren, zoals in Oud-Gastel. Ik loop dan amper harder dan op duurlooptempo en zelfs dat voelt uiterst moeizaam, met last van mijn darmen (misschien is kool de dag voor een triathlon niet slim) en hamstrings. En dan doe ik er dus meer dan een uur over, over 10 kilometer, pffff….
    Toch ben ik wel blijven hardlopen (nouja, hard…), op één heel klein stukje na, een bruggetje op. En net daar stond manlief te fotograferen, want die vond dat bruggetje wel pittoresk…
    Ik aan het wandelenIk voelde me een beetje betrapt. Nou, gauw het gas er maar weer op dan:
    Ik kijk op en loop weer hard

Ik had deze bui al een heel klein beetje voelen hangen, want ik had in de vorige week drie keer slecht geslapen. Vrijdagavond en zaterdag was ik bek-af, en ik had weliswaar de laatste nacht bijna 10 uur geslapen, maar één goede nacht is dan niet genoeg om weer helemaal bij te komen.

Bovendien duidt het slechte slapen én het onderpresteren op hormonale onrust. Ik heb na een voorseizoen dat daardoor grotendeels in het water viel een heel stabiele en goede periode gehad, maar sinds een maand ongeveer voel ik het weer meer ‘wiebelen’. Het is niet anders, en gemiddeld wordt het volgens mij wel stabieler. We houden de moed er maar in… 

En dan de andere, leuke kant: het was wel een heel erg leuke triathlon, zeker voor herhaling vatbaar. Met een soort dorpspleintje naast het parc fermé met picnicbanken en kraampjes met koek en zopie en sportspulletjes. Niet te groot en niet te klein en een gemêleerd deelnemersveld. Met een prachtige zwemplas waar je ook omheen loopt. En dus een snel fietsparcours en een aparte vrouwenstart op de kwart. Op twee plekken langs het parcours live muziek:

Muziek langs het fietsparcoursEen boel toeschouwers, en voor de supporters een bootje om van de start en het zwemmen naar de doorkomst van de fietsrondes te gaan. Manlief heeft daar dankbaar gebruik van gemaakt.

Bovendien was het zondag schitterend weer: stralend zonnig, wat pittoreske mistflarden nog onderweg erheen, bijna geen wind, aangename temperatuur. Heerlijk!

En verder was het in het parc fermé weer erg gezellig. Heel frappant: ineens zag ik naast me diezelfde Feyenoord-handdoek verschijnen die ik bij Triathlon 010 dankbaar als oriëntatiepunt had gebruikt – en ook over had geschreven, die ‘aardige buurman’. Ik keek van de handdoek omhoog, recht in zijn grijnzende gezicht: hij stond al te wachten op mijn reactie, want hij had mij al herkend. En dat is echt puur toeval, want (bijvoorbeeld) zijn achternaam begint met een H (René heet hij, weet ik nu). We hebben er hartelijk om gelachen en het nog even gehad over Feyenoord, want na zaterdagavond pontificaal je Feyenoord-handdoek uitspreiden, dan heb je wel lef natuurlijk. Dit keer kon ik de handdoek beter op de foto zetten, maar René zelf was toen net even weg:

Feyenoord-handdoek

Hij had ook nog met talkpoeder een markering gemaakt om z’n plek snel te kunnen vinden, die zie je links op de foto.

En er waren meer aanknopingspunten in het parc fermé. Als je goed kijkt, zie je rechts boven nog net een hoekje van een zwarte tas met wat groens. Zo’n tas heeft manlief ook: het is de tas van de Ironman van Kopenhagen.

Een moment van echte verwarring had ik toen ik van het fietsen terugkwam, op zoek naar mijn plekje. Ineens lag daar een bekende handdoek: die van Kattendijke-Wemeldinge. Die neem ik zelf ook regelmatig mee naar triathlons en zo veel zijn er niet van – het is een klein evenement – dus even dacht ik: huh? Want de spullen eromheen leken toch niet op de mijne. Onee, ik moet nog twee plekkies verder zijn, bij de blauwe handdoek van de Heinenoordtunnelloop. Dat heb ik de eigenaar ervan na afloop verteld, en ook dat was weer een leuk praatje natuurlijk:

Ik aan het ouwehoren in het parc fermé

Verder waren er nog wat bekenden van de Vrouwentriathlon, waaronder Hilda, de dame die daarbij in Utrecht al twee keer de 50+-categorie heeft gewonnen en die ik dus al twee keer heb geïnterviewd. Dit keer was ze ook de snelste 50+-dame. En verder was manlief mee voor de gezelligheid, het support en een heleboel foto’s!  

* * *

Op naar de laatste triathlon van het seizoen, morgen al! En al ging het zondag niet zo geweldig, ik weet inmiddels van het wisselvallige presteren van dit seizoen dat ik niet ‘laat maar zitten verder’ hoef te denken. Het kan zomaar ook weer beter gaan. En anders hoop ik dat het gewoon weer opnieuw heel leuk wordt!

 

Ironcouple-Procyclingtrump

Ik was vorig jaar heel erg in mijn nopjes met de ProCyclingTrump die ik van manlief kreeg en die onder andere te zien is in de permanente sticky bovenaan dit weblog – maar die ook boven mijn bureau hangt (zie hier) en mijn Twitter-profielplaatje is. Ik kon niet achterblijven, en Henk heeft er nu ook één:

Henk Vermaas IronmanSterker nog, we staan er ook samen op:

Ironmen Henk Vermaas en Louise CornelisZijn we niet schattig, in onze hansopjes/trisuitjes?

De print van het ‘Ironcouple’ gaat een mooi plekje krijgen in ons huis!

 

 

Afharden

Ik heb nog twee triathlons op het programma staan, die van Alphen en de Bosbaan, en vanwege het slechte weer van de afgelopen tijd zat ik met een dilemma. De watertemperatuur is namelijk dusdanig gedaald (zeg maar: ingestort) dat die onder de voor mij acceptabele grens van 18 graden is gekomen – er is in twee weken tijd bijna vier graden af, van rond de 20 naar rond de 16. Brrr! Ik had twee opties: niet starten, of proberen het zwemmen te overleven.

Ik wil toch wel ontzettend graag starten nog, vooral omdat ik qua fietsen in een bloedvorm steek en het jammer vind om daar (bijna) niks mee te doen, zeker niet nu het weer zich wat herstelt. Dus inmiddels ben ik aan het insteken op het zwemmen overleven. Ik heb mezelf daartoe op een afhardprogramma gezet: ik doe deze week bijna elke dag een duik in de Schie, opbouwend in lengte naar ongeveer 20 minuten.

Zo maak ik weliswaar niet eens zo heel veel zwemmeters deze week, want ik ga niet ook nog eens naar het zwembad, maar het lijkt me wel de beste wedstrijdvoorbereiding, beter dan nog een laatste tempo- of techniektraining in water van een graad of 27.

Fijn vind ik  het niet en ik moet steeds over een aardige drempel om te gaan. Die drempel is nog eens extra hoog omdat mijn vaste zwemwater op het ogenblik barst van het kroos. Dit was gister het stuk vanaf de plek waar ik altijd in het water ga recht naar de overkant:

GroenMaar gelukkig was het in de lengterichting iets minder erg, daar zag je zowaar wat water:

Kroos met waterEn ik moet toch eerst een stukje schoolslag zwemmen om mezelf te laten wennen aan de kou. Dat gaat beter dan borstcrawlen. Borstcrawlen door zo veel kroos en dan heb je je portie groente voor de dag wel weer binnen, zal ik maar zeggen.

Nou goed, niet heel aanlokkelijk, maar het doel heiligt de middelen, het weer werkt inmiddels een beetje beter mee, en zowaar: het gaat! Het gaat beter dan verwacht! De meeste ervaring met koud water heb ik aan het begin  van het seizoen, en dan krijg ik onder de 18 graden steevast ademhalingsproblemen, dan trekken mijn luchtwegen zich samen. Maar dat is ofwel mede vanwege de hooikoortspollen in die tijd, ofwel omdat ik dan ook nog überhaupt moet wennen aan het zwemmen in het open water – of allebei. Alledrie dan dus, met de kou erbij. Alleen kou, zoals nu, voelt niet fijn, maar ik kan blijven ademhalen, en dan overleef ik dus het zwemmen wel.

Wel krijg ik acuut witte vingers en soms een beetje oorpijn, ik word een beetje stijf en schreeuwt mijn lijf dat het niet aangenaam is. Ik moet mezelf dapper toespreken om door te gaan, zeker aan het begin.

Maar het went wel, het went best wel goed eigenlijk. De prikkelende frisheid aan mijn gezicht is dan juist ook wel lekker. Ik kan ook met witte vingers zwemmen, dat weet ik sowieso wel. Mijn lijf blijft wel op temperatuur dankzij het wetsuit. En dan kan ik dus de kou voelen zonder er last van te krijgen. Naderhand warm ik bovendien vrij snel weer op ook, en dan voel ik me lekker. 

Dus eigenlijk gaat het prima, en wie weet is het nog goed voor mijn weerstand ook? Ik zwom tenslotte vroeger ook graag in zee zo lang het ging. Nouja, ‘zwemmen’, het was meer een duik snel erin en eruit.

En nu voel ik me in de Schie ontzéttend stoer. Triathlon is al een stoere sport, borstcrawlen in open water het stoerste onderdeel ervan, en bij water van maar een dikke 16 graden, mezelf overwinnend, is voor mij wel het toppunt van stoerigheid!

Voor mijn wetsuit duurt het seizoen trouwens ook erg lang nu. Het sleept zich met een heleboel Black Witch naar het einde; het scheurt aan alle kanten. Ik heb er vier seizoenen mee gedaan, het  was geen heel dure, dus kennelijk is het nu op. Hieronder fotootjes van op de heup en onder de oksel – het blijft hopelijk nog nét een dikke week aan elkaar hangen allemaal:

heup met scheuronder oksel met plakspul

Volgend jaar trakteer ik mezelf op een nieuwe!

Triathlon kijken

Iedereen die de sport volgt, weet het al: afgelopen weekend was het WK triathlon hier in de stad. Ik had er nog niet veel van gemerkt totdat ik vrijdag zelf ging zwemmen in het Van Maanenbad. Ik mocht binnen wél zwemmen, gelukkig:

Triathlon training prohibited

Ik zag groepjes triatleten uit Oostenrijk en Jordanië, en wat er in het buitenbad zwom zag er wel opvallend goed uit, in vergelijking met binnen.

(Sterker nog: ik hield het binnen niet lang uit. Ik was lang niet in het Van Maanenbad geweest en was vergeten hoe druk het daar kan zijn, met allemaal potige kerels met armen die alle kanten op maaien, dus ik werd vier keer geraakt, waarvan één keer vrij hard boven water tegen mijn pols vanuit de baan ernaast, en toen heb ik het voor gezien gehouden. Ik ga dat zwembad maar schrappen van m’n lijstje aan mogelijke zwemplekken: het is te vaak te druk en ik ben er bovendien een paar keer met iets allergisch vandaan gekomen).

Manlief had al meer van het (naderende) WK gezien, onder andere trainende atleten die woensdag, de dag van de storm, met dichte wielen op de Erasmusbrug reden… en hij is vrijdag bij de paratriathlon wezen kijken.

Zaterdag zijn we samen naar de elite-mannen geweest, manlief met camera in de aanslag (alle foto’s van die dag staan hier). Een geweldig gezicht, vooral de start van het zwemmen, wat een geweld, alsof ze 100 meter in plaats van 1500 gaan zwemmen!

DuikenOok de landgang/Australian exit was heel fraai, allemaal zwemmertjes die ploep-ploep-ploep na elkaar weer terug het water in doken:

Ze springen er weer in (1)Ze springen er weer in (2)Daarna zijn we naar het fietsparcours gegaan. We hadden ons niet heel goed voorbereid, dus we dachten dat dat hetzelfde zou zijn als vorig jaar, maar dat was niet zo: de elite rijdt een boel rondjes op een klein gebiedje. We vonden het wel snel, waarbij ons opviel dat de stad weliswaar dáár afgesloten was, maar dat eromheen het verkeer aan alle kanten langsronkte, wat voor het zich verplaatsende publiek niet heel makkelijk of vriendelijk was en tot fietsers-opstoppingen leidde.

Het fietsen was gaaf om te zien, mede door de vele bochten. Op deze foto is de latere winnaar goed te zien:Luis op de fiets

Waar het lopen was, wisten we ook niet precies, maar dat bleek al gauw: op hetzelfde parcours, en ook weer rondjes, dus ook veel te zien. Hier komt de kopgroep ‘aangezweefd’ – wat liepen ze mooi allemaal!Kopgroep lopen

Anders dan op tv zie je veel meer van de rest van het veld, waarin ook stevig wordt geleden – de koppies aan het eind stonden niet meer zo heroïsch, ik vond sommigen er meer uitzien als gewone stervelingen en soms ook nog heel jonge (‘zo’n kind geef je toch een Fanta’) jochies dan als de mannelijke helden van het tv-scherm.

De Mexicanen hadden daarbij het mooiste tenue:Bloemetjestenue van MexicaanOp de foto’s is te zien dat het druilerig was, en het was fris ook (erg jammer voor het wk trouwens, het weer), dus we zijn hierna naar huis gegaan en we hebben de vrouwenwedstrijd op tv gezien. De wedstrijd was saaier, maar ik denk ook dat het op tv saaier is dan in het echt, zeker het fietsen.

Ook was op tv te zien dat de belangstelling voor de vrouwen veel kleiner was dan voor de mannen, maar daar kan ik moeilijk wat van zeggen, want ook wij maakten precies die keuze. Mij viel langs het parcours nog op dat de toeschouwers een aardige toren van Babel vormden, oftewel: volgens mij waren het veel deelnemers en aanhang, en was de plaatselijke belangstelling zeer beperkt. Ik heb er verder ook niemand over gehoord hier in de buurt.

Zondag was het wk voor ‘age groups’. Ik had me daar vorig jaar ook voor kunnen kwalificeren, want er mochten er 15 per groep meedoen en mijn groep is zo klein dat zo’n beetje iedereen zich kon ‘kwalificeren’. Ik had dat bij voorbaat al niet gehoeven omdat ik weet dat dat niks voorstelt dan, ik ken echt mijn plek wel – die winnares bij Binnenmaas laatst, die was 27 minuten sneller dan ik.

En dat was nog voordat ik hoorde dat deelname iets van 350 euro zou gaan kosten… Nee, voor de eer van pelotonvulling-melkkoe bedank ik. Zeker ook omdat ik eigenlijk liever kleine, kneuterige evenementen doe dan grote, statusrijke. Om diezelfde reden heb ik me ook niet aangemeld als vrijwilliger, dat doe ik dan liever voor armlastige evenementen.

Er kwam voor gister ook nog een open inschrijving bij, maar ook die kostte iets van 100 euro, en dat dus voor een fietsparcours dat weliswaar prachtig was, maar ook een kermisattractie. Want ja, zondag was dus wel hetzelfde parcours als vorig jaar. Nou, laat maar. Die open wedstrijd is later ook nog afgelast trouwens. 

Er deden echter wel bekenden mee, en manlief is wezen kijken en hij heeft bijna 1000 foto’s gemaakt, van het lopen in Het Park, ongeveer tussen 10 en 12 uur. Gebruiken mag, maar hij vindt het fijn als je dan z’n naam erbij zet. Hij vond vooral de ‘oude knarren’ erg leuk om te zien! 

Ikzelf wilde gister trainen, het was met al dat sport kijken een druk weekend, met dat wk in eigen stad, maar ook nog het wk ploegentijdrit op tv. Kwestie van keuzes maken. Wel kwam ook ik nog fietsende triatleten in landstenue tegen, waarvan eentje vlak voor ons huis, uit Hongarije denk ik. Dat bleef dus wel grappig, ineens zo veel internationale sportgenoten in de stad!

Ik ben op de fiets trouwens naar de punt van de landtong van Rozenburg gereden, één van mijn favoriete routes. Op die punt maakte ik deze foto; de buien bleven toen nog een tijdje boven zee  hangen, dus ik reed droog en – soms – zonnig:

Mijn coachees

Ik moet nog steeds een beetje wennen aan het woord maar ik weet geen beter: coachees. Als term voor de mensen van wie ik trainingsbegeleider ben, dus voor wie ik schema’s schrijf, aan wie ik advies geef, die ik train. Dat is allemaal nog nieuw voor mij – en het woord ook.

Over twee van mijn ‘coachees’ heb ik het hier recentelijk gehad. Het betreft mijzelf (zie hier, en mijn prestatie bij Binnenmaas sindsdien was op PR-niveau, dus het gaat echt wel lekker, zo op mijn eigen schema’s) en manlief, die met z’n Ironman-tijd van onder de 12 uur zijn eigen verwachtingen overtrof. Ik heb hem laatst nog eens gevraagd wat ik nou precies heb toegevoegd wat hij zelf als ervaren sporter niet had kunnen bedenken, en dat was vooral: structuur aanbrengen. Dus de ideeën in de brij in zijn hoofd ordenen tot een trainingsschema waar hij op terug kon vallen. En met succes dus!

(Ik heb hem trouwens afgelopen zondag ook weer heel letterlijk begeleid, maar dat was toch meer als echtgenote/supporter dan als trainer: ik heb weer met hem meegefietst tijdens de In Flanders Fields marathon:

Henk loopt, ik fiets ernaastAls trainer zou ik hem trouwens hebben afgeraden om 3 weken na een Ironman een marathon te lopen. Maarja, hij wil de historische jaren ’14-’18 volmaken daar en daar is ook wel wat voor te zeggen natuurlijk. En het ging naar omstandigheden goed – zie zijn verhaal erover. Bron foto: Facebook Kurt Lowie).

Verder begeleid ik Marcel. Hem ken ik al jaren als vakgenoot/collega, en we praatten ook wel eens over lopen. Marcel heeft halve marathons binnen de 2 uur gelopen, maar het lukte ook wel eens niet, en hij heeft een historie met een aardige verzameling overbelastingsblessures. En toen brak hij vorig jaar door een val van zijn fiets zijn heup. Hij was net uitgerevalideerd in de tijd dat ik voor mijn opleiding een jaarplanning en trainingsschema voor iemand moest masken, en dat heb ik toen voor hem gedaan om in ongeveer een jaar weer terug op niveau te zijn om een succesvolle halve marathon te lopen, in die 2 uur weer.

Marcel traint dus sinds begin maart met mijn schema’s, ik heb hem vorige maand ook nog een keer ‘live’ zien lopen zodat ik wat techniek-advies kon geven, enne: hij gaat als een trein! Hij maakt wekelijks progressie en voor hem was het een mooie mijlpaal om een jaar na zijn val voor het eerst weer aan een prestatieloop mee te doen: hij liep bij de Vlietloop 5 km in 28’15 (netto). En heel belangrijk ook: zonder blessure. Of in zijn eigen woorden:

Ben erg blij met je schema’s en je coaching van laatst. Als ik het zelf zou hebben uitgedokterd, zat ik nu waarschijnlijk met een blessure!

Kern van Marcels schema is doseren: hij moest van mij een verschil leren maken tussen rustige duurlopen enerzijds en snelle intervallen anderzijds – in plaats van alles even hard lopen. Dat is wat veel lopers doen: alle trainingen lekker hard lopen. Maar daar word je op een gegeven ogenblik niet meer beter van en het blessurerisico is wel vrij groot. Marcel heeft eerst vooral aan duur gewerkt en is nu stevig in de weer met intervallen. Ik ben heel benieuwd waar hij uit gaat komen – volgens mij kan hij op de halve marathon sneller dan die twee uur!

Dan ben ik verder ook aan de slag gegaan als trainer van een groep wedstrijdgerichte senioren en masters in Reeuwijk. Het is een leuke groep van vrij hoog niveau (ik zou zelf helemaal achterin lopen), maar wel met veel blessureleed. Iemand anders (Aad, die ik ken van RA) schrijft het programma en mijn rol is dus vooral die van het begeleiden van de training en het verzorgen van het techniekonderdeel. Dat doe ik ‘anders’ dan ze gewend zijn, wat vooral komt door mijn andere (niet-Atletiekunie-)opleiding en de meesten vinden het volgens mij interessant en leerzaam, net als de individuele techniek-feedback die ik geef.

Voor mijzelf is het ook leerzaam: echt voor de groep, een grote groep soms ook wel (rond de 20), veel vragen krijgen waarop ik soms wel maar soms ook geen antwoord weet (vooral over die blessures), en van die situaties moeten oplossen als afgelopen maandag in extreem slecht weer. Ik had een heleboel kleren bij me, maar uiteindelijk moest de training zelfs voortijdig beëindigd worden omdat het ging onweren!

Verder heb ik nog twee vrouwen geïnterviewd en en passant trainingsadvies gegeven. Eentje is gaan hardlopen als vervolg op ‘Beweeg je fit’, de ander zoekt naar mogelijkheden om te bewegen ondanks chronisch vermoeidheidssyndroom. Oja, en ik schreef ook nog een stukje over omgaan met wedstrijdspanning.

Maar nu dwaal ik af, dat zijn geen coachees meer, maar meer andere activiteiten als trainer/sportadviseur. Daar ben ik sowieso mee bezig: nadenken over wat ik voor wie wil gaan betekenen. Dit zijn mijn eerste schreden; als het aan mij ligt, komt er meer! 

 

Heftig weekend!

Vandaag is typisch zo’n maandag om even bij te komen van het weekend….

Zaterdag: kwart triathlon Binnenmaas

De triathlon van Binnenmaas heb ik hier al eerder omschreven als ‘de moeder aller triathlons’, zie vorig jaar, toen ik er als vrijwilliger was, en twee jaar geleden, toen ik ook de kwart deed. Dit was mijn vierde kwart daar, mijn vijfde deelname in totaal – er is ook geen enkele triathlon die ik zo vaak gedaan heb.

In de aanloop dacht ik dat een persoonlijk parcours record er wellicht in zou zitten, zeker toen ik zag dat de omstandigheden gunstig zouden zijn. Het kan in de Hoeksche Waard enorm spoken, met de wind, de blubber van 2015 maar het kan er ook snikheet zijn: bij mijn eerste kwart ooit was het er 35 graden ofzoiets. Nu zag het er prima uit. 

Vrijdagmiddag kreeg ik echter, een beetje uit het niets, last van mijn rechterkuit. Mogelijk heb ik donderdag te lang op een iets te hoge OV-fiets gereden? In elk geval: ik twijfelde toen zelfs of ik ‘m wel zou kunnen volbrengen. Uiteindelijk viel dat mee: het was inderdaad niet veel meer dan spierpijn en ik moest alleen bij het zwemmen oppassen dat ik er geen kramp in zou trekken.

Desalniettemin ging het niet eens heel erg jofel. Het ging ‘wel okee’: het zwemmen was rommelig, ik heb twee keer water binnen gekregen (hoest-hoest), het fietsen was eerst koud (er kwam net dat ene buitje van de dag over), mijn hartslag bleef steken net boven de 140 (als ik écht goed ben, is dat 10 slagen meer), ik vond het druk met auto’s en mede-fietsers en moest moeite doen om stayeren te voorkomen, en het lopen ging okee tot op 8 km maar ook niet echt top – ik blijf het gevoel houden dat ik harder zou moeten kunnen.

 

 

 

 

 

 

 

De wissels waren ook nog traag door een lang eind lopen met de fiets. Volgens mij was dat trager dan voorheen, het parcours is in de laatste jaren een paar keer aangepast.

Desalniettemin haalde ik wel degelijk een persoonlijk parcours record (2u40’43, 1 minuut sneller dan in 2014 – en hoera, op alle goeie knopjes gedrukt!) én een echte heuse podiumplek: 3e bij de 50+-vrouwen:

En dan moet je dus de voorzitter van de triathlonvereniging zoenen – Gerard heet-ie:

En je houdt er een trofeetje aan over:

Ik zat op maar 2 seconden van nummer 2, maar nummer 1 was lichtjaren van ons verwijderd (die was de snelste dame overall!), en de nummers 3 en 4 zaten mij toch aardig op de hielen. En het ging maar om zeven vrouwen in totaal, dus het is relatief, maar toch leuk (uitslagen).

‘Maar’ zeven vrouwen is niet helemaal terecht, want als ik het goed heb onthouden waren het er twee jaar geleden nul en vorig jaar één. Zitten de (langere?) triathlons in de lift in mijn categorie? Dat is alleen maar leuk natuurlijk.

Waar ik vooral verbaasd van opkeek, was dat ik dik 33 km/u gemiddeld had gereden. Zo voelde het niet, en mijn fietsen wordt dus nog steeds beter. Mogelijk heeft het ietsje hoger zetten van mijn zadel meteen effect? Dat had ik vorig jaar iets lager gezet omdat ik toen knieklachten had (zie hier, ze bleken overigens niet met mijn fiets te maken te hebben, het probleem zat in mijn bekken en is opgelost). Ik heb nu spierpijn in mijn hamstrings, misschien kunnen die nu weer hun volle bijdrage leveren.

Manlief deed ook mee, hij maakte ook de podiumfoto’s. Hij was zelf toch nog een beetje moe (goh), en hij  heeft mij dan ook nog nooit eerder pas zo laat in een triathlon ingehaald: pas tegen het eind van het lopen. Maar voor hem is Binnenmaas een thuiswedstrijd met een heleboel bekenden, dus hij kreeg wel lekker veel aandacht voor z’n Ironman.

Ik was erna behoorlijk moe, had moeite met het staan wachten op de prijsuitreiking, en viel ’s avonds op de bank al bijna in slaap. Toen dacht ik: dat gaat nog wat worden morgen…

Zondag: Ride for the Roses

Startnummer met ducttapeWant ja, ik had voor zondag ook nog wat op het programma staan: voor het eerst in misschien wel tien jaar weer eens meedoen met de Ride for the Roses. Leek me leuk, goeie training, en het was dit jaar dichtbij: Lansingerland. Althans, de gemeentegrens met Lansingerland is hier vlakbij, maar de start was toch een dikke 18 km fietsen, helemaal aan de andere kant van de gemeente. Die 18 km waren een dankbare warming-up voor mijn moeie benen, op een koude maar prachtige ochtend.

Ik was ruim vroeg genoeg om alles geregeld te krijgen, alleen waren er geen veiligheidsspelden, dus mijn startnummer zat met ducttape – alweer ducttape!

De Ride for the Roses is voor mij van grote historische betekenis. In mijn boek Afzien voor Beginners omschreef ik dat zo, na eerst verteld te hebben dat ik als vakantiefietser had ervaren hoe zeer je kunt verbeteren:

Begin 2001, op mijn 35e, besloot ik het verleggen van mijn grenzen iets systematischer aan te pakken. Aanleiding daarvoor was dat ik onder de indruk was van het levensverhaal van Lance Armstrong, die als voormalig kankerpatiënt op dat moment al twee keer de Tour de France had gewonnen. Ik hoorde dat zijn Ride for the Roses, een fietstocht om geld in te zamelen ten behoeve van kankerpatiënten, ook in Nederland werd georganiseerd. Zou ik daaraan mee kunnen doen? 100 kilometer fietsen was voor mij, inmiddels ervaren vakantiefietser, het probleem niet. Maar non-stop en bij een gemiddelde snelheid van 30 kilometer per uur, dat vond ik heftig. Ik leende een racefiets en ging trainen. Een paar maanden later reed ik de Ride moeiteloos uit: het peloton van die tocht is duizenden mensen groot en daarin werd ik bijna meegezogen. Ik ervoer toen voor het eerst het grote aerodynamische voordeel van rijden in een groep.

Ten opzichte daarvan was er gister veel anders. Over Armstrong gaat het niet meer, en ik was verrast dat er desalniettemin nog zo veel mensen (7000) op de Ride afkomen. Ikzelf ben inmiddels een doorgewinterde fietser geworden, die zelfs met brakke benen van de dag ervoor denkt ‘eitje’ bij zoiets. Ik heb immers voor veel hetere fiets-vuren gestaan.

Maar bovenal denk ik: wat heb ik sindsdien veel aan het fietsen te danken gehad. Het is ooit zo begonnen, en kijk waar het me heeft gebracht. Eén voorbeeld, nouja, misschien ook wel hét voorbeeld: ik heb manlief op de fiets leren kennen! En dit hele weblog was er zonder ‘toen’ (en dus zonder Lance Armstrong) mogelijk ook nooit gekomen.

Dat hield me allemaal meer bezig dan kanker, al wist ik ook wel: sinds mijn vorige deelname heb ik veel meer en van veel dichterbij met die ziekte te maken gehad, vooral natuurlijk doordat mijn moeder eraan is overleden. Toch is dat voor mij op zo’n dag op de achtergrond. Ook al is het dan voor een goed doel, het gaat mij eerlijk gezegd toch veel meer om de sport.

Enfin, we reden met z’n duizenden tegelijk door het Groene Hart, in een indrukwekkend lange sliert, ondertussen hier en daar een praatje makend  en heel veel shirtjes en fietsen kijkend, dat is heel erg leuk. Het was schitterend weer en een mooie route, grotendeels (maar niet helemaal) bekend – het stuk van Moordrecht naar Montfoort had ik vorige maand nog met bagage achterop gereden, dan ging dit wel heel anders!

Voor de start

Iets minder leuk vond ik dat het allemaal eindeloos duurde: ik kwam pas meer dan een half uur na het startschot in beweging en we stonden, zeker in het begin, elk ogenblik stil: het gigantische harmonica-effect van zo’n grote groep, meer dan ooit tevoren, althans, voor zover ik me herinner. En daarna reed ik dan ineens weer dik boven de 30. Dit is de snelheidsgrafiek:

Goeie intervaltraining, zal ik maar zeggen, al bleef mijn gemiddelde snelheid ergens net boven de 25 steken en mijn hartslag zat gemiddeld onder D1! Nouja, die liep ook wat moeilijk op, door de vermoeidheid van zaterdag. Al dat keiharde aanzetten was ook niet makkelijk, zeker niet omdat het soms lastig was een groepje te vinden dat niet te hard en niet te zachtjes reed. Maar het ging, het ging prima eigenlijk.

En dat springen op wielen en af en toe met m’n tong op m’n stuur naar een groep toerijden, dat is ook wel de lol van zoiets. Zo totaal anders dan de eenzame strijd bij de triathlon. Ik ben dan ook niet bepaald handiger geworden met dat spel, ik dacht regelmatig ‘oja, zo ging dat’. Maar wel heel leuk om weer eens te doen.

Ik ben in Moerkapelle afgehaakt, een paar kilometer voor de finish, omdat ik aan zag komen dat echt finishen in die enorme meute nog heel lang zou gaan duren. Ik ben in plaats daarvan op m’n gemakje naar huis gepeddeld om uit te fietsen – ik wilde ook nog Vuelta kijken namelijk. Dus geen roos, maar verder dik tevreden. En ook een mooi eindresultaat voor het KWF: bijna zeven ton.

* * *

Tot mijn verrassing was ik gisteravond minder moe dan zaterdag. Daarover ben ik dubbel tevreden: ik was zaterdag hartstikke diep gegaan én ik ben zo goed in (fiets-)vorm dat dik 130 km fietsen met heel veel jojo’en nog als hersteltraining dienst kan doen. Ik ben vandaag een klein beetje moe en heb nog steeds iets gevoelige hamstrings. Maar verder: ik kijk terug op een erg geslaagd weekend!

 

(Bron van de loop- en fietsfoto bovenaan: Hans Blom,  https://www.oypo.nl/ED02794D94CC3C7F De tweede foto is een leuke van manlief, net voor de start!)

Edit later op de maandag: manlief vond nog twee mooie fietsfoto’s van zaterdag van mij op de Facebook van Foto Laura Bal:

Wisselzone uit

Doorkomst naar 2e fietsronde (denk ik)

 

En we gaan weer verder

Over het trainen op weg naar het naseizoen

Ik schreef in juli dat er zeven wedstrijdloze trainingsweken zouden volgen, en daarna de rest van het seizoen.  Helemaal kloppen deed dat niet, want ik heb toch nog een wedstrijdje gedaan, maar dat wist ik toen nog niet.

Desalniettemin stond het trainen centraal. Met fietsen ging dat goed; ik heb hier al verslag gedaan van de 7 en 3,5 uur fietsen naar en van Buitenkunst, het trainingsritje in Limburg en de parcoursverkenning in Denemarken. Dat was allemaal op andere fietsen dan de triathlonfiets, daar had ik 6,5 week niet op gereden. Dus die heb ik eergister ‘proefgedraaid’ en wat is het toch een lekker fietsgevoel, zo’n strakke, snelle fiets!

Zwemmen was even lastig bij Buitenkunst en in Denemarken, maar het buitenwater is nog lekker en ik heb de afgelopen week veel kunnen zwemmen. Ik ben niet wezenlijk langzamer geworden gelukkig.

Met lopen hield ik een aardige regelmaat. Ik train sinds m’n marathontraining-zonder-progressie op heel eigenwijze wijze, namelijk volgens de souplessemethode. Het gaat nog een beetje op en neer, maar mijn indruk is dat de snelheid steeds makkelijker komt, en ik ben benieuwd wat dat gaat opleveren bij de komende wedstrijden. Het is een experiment, en ten opzichte van hoe ik eerder trainde bij de atletiekvereniging is dit veel minder zwaar. Misschien werkt dat beter voor me?

(Details: één keer in de week doe ik een intervalloop van ongeveer 10 km met daarin 2X1 km in halve-marathontempo (Zoladz-zone 3; 5’30/km), 3X400 meter rond de anaerobe drempel (zone 4, 5’/km), 4X200 meter nog harder (zone 5 dus) en 5X100m lekker hard, puur op techniek/souplesse. Dat alles met veel rust ertussenin, zodat je de intervallen technisch netjes (soepel) kunt lopen. De tempo’s tussen haakjes waren mijn beginsnelheden, inmiddels is dat alweer wat conservatief en loop ik ze dus iets harder. De andere training is een wedstrijd of een duurloop van 7-10 km, op gevoel, in zone 1 à 2 (6′-6’30/km), soms met halverwege of aan het eind ook nog enkele van die souplesse-100-metertjes. Dat is, zo ongeveer, het advies van die methode voor de 10 kilometer als je maar twee keer per week traint.)

Daarnaast heb ik volgens mij voor het lopen ook baat bij de opfriscursus Chi-running die ik begin juli deed bij Annemarie van Energia. Ik werd me ervan bewust dat ik, vermoedelijk mede onder invloed van de hardlooptrainersopleiding, te veel mijn best was gaan doen op ‘goed’ lopen (een oude bekende van me: te hard mijn best doen), waardoor ik dat bijvoorbeeld met te veel spierspanning was gaan doen. Bovenrug te strak recht, onderbenen te hoog opzwaaien naar achter, dat soort dingen. Ik ben nu dus aan het zoeken naar ontspannener lopen en meer gebruik maken van botten en pezen dan van spieren. Dat is nog steeds lastig als ik hard wil lopen, maar ik boek wel vooruitgang. Annemarie vatte mijn verhaal over moeite met lang lopen samen als ‘lopen put je uit’ en ik dacht ‘bingo’. Dus: ik ben deze zomer op zoek naar minder uitputtend lopen!

Fitness/spinning ging wel als ik thuis was, maar bodybalance heb ik ook een paar weken niet kunnen doen omdat ik weg was of het zomerrooster niet uitkwam. Mijn oefeningen ben ik wel trouw blijven doen, ik had naar Denemarken mijn eigen matje bij me:

Upward facing Deense døg

Downward facing Deense døg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat ook nog leuk was, was dat we afgelopen zondag een trainingsdag hadden van de Vrouwentriathlon: openwaterclinic, zwemloopje en fietstocht, verzorgd door Sione van Siosport en de Vrouwentriathlon (en onlangs de eerste Nederlandse bij de Ironman van Maastricht, 4e dame overall, 1e in haar agegroup en dus nu bezig met Kona-voorbereidingen!).

Het zwemloopje was het meest memorabel, eerst door mijn slechtste wissel ooit. Ik had nog nooit eerder een zwemloop gedaan, en zo kon ik dus ervaren dat het aantrekken van loopschoenen direct na het zwemmen anders is dan na fietsen, over die natte voeten. De tong van m’n schoenen propte op naar binnen toe, waardoor ik één schoen zelfs weer helemaal uit moest trekken. Hier (rechts) sta ik te prutsen (foto van Siosport):

Ik voorovergebogen naar schoen, twee andere deelneemsters op achtergrond

Weer wat geleerd, en desalniettemin werd ik 3e van de (ik geloof) 11 deelneemsters, ik haalde er tot mijn verbazing 3 in bij het lopen (kleine 3 km)!

Dat lopen voelde ook erg lekker. Helaas had ik weer een probleem met m’n horloge, nouja, ik heb het ongetwijfeld weer zelf gedaan, op ‘lock’ drukken, en daardoor heb ik het lopen niet precies geregistreerd, dus ik weet helaas niet hoe hard ik precies liep. Het is wel het seizoen van op-de-foute-knopjes-drukken, zeg!

Daarnaast was ook de fietstocht erg mooi: schitterend weer + landschap (Betuwe, vanuit Beusichem). Op de onderste foto in het verslag op de Vrouwentriathlon-site zie je mij op de rug. Ik was daar samen met Yolanda ‘achterwacht’ van het pelotonnetje; wij fietsten het allebei heel makkelijk (45 km, 25 km/u gemiddeld). Tijd om uitgebreid te kletsen, net zoals vooraf en tijdens de lunch: het was erg gezellig.

  * * *

En nou eens kijken wat al dat trainen oplevert. Het naseizoen begint morgen, met nog vijf wedstrijden op het programma: Binnenmaas, Alphen (beide een kwart), Bosbaan (sprint) als echte triathlons, dan een run-bike-run in Spijkenisse (korte afstand, want die van Triathlon 010 smaakte naar meer) en de Kethelloop (5 of 10 km). Ik voel me goed en fit, ik heb er zin in!

 

 

Eén jaar geleden

Vandaag is het precies een jaar geleden dat ik in Vichy de Ironman volbracht. Voor mijn eigen gevoel heb ik vorige week in Kopenhagen teruggeblikt door het daar als het ware allemaal nog een keer mee te maken, maar dan van de andere kant: als supporter. Ik heb daar nog wel wat over te schrijven, maar aangezien het vandaag voor mij ook de eerste werkdag na de vakantie is, stel ik dat nog even uit – even sudderen is daarvoor ook wel goed.

Maar het is vandaag wel een mooie dag om dat allermooiste shirt van de hele wereld van vorig jaar nog eens te showen. Het heeft immers vorige week hier in huis een maatje gekregen: andere kleur, deels net iets andere lettertjes erop, man erin – maar met dezelfde strekking. Hier zijn we als Ironcouple:

Henk en ik in onze finishersshirtsNouja, en vorig jaar om deze tijd zat ik dus op de fiets. Dat zit toch wel een beetje in mijn hoofd.

Now he is an Ironman, too!

Zondagavond om ongeveer kwart voor 8 was het zover, in Kopenhagen:
 

Henk Vermaas, you are an Ironman!

Dat was 11 uur, 55 minuten en 17 seconden na zijn start. Hijzelf hield een tijd onder de 12 uur vooraf zo’n beetje voor onmogelijk, maar ik dacht wel dat dat erin zat, als het mee zou zitten – en dat deed het grotendeels. Ik kan dubbel trots zijn: als echtgenote en als trainingsbegeleider. En een beetje jaloers natuurlijk ook, op zo’n tijd en (relatief) gemak.
 
Hij is zelf nog bezig met zijn blog, houd dat in de gaten voor zijn eigen stoere verhaal, hier komt het vanuit mijn perspectief. Korte samenvatting: ik heb een bijzondere, intensieve en leuke dag gehad!
 
De wekker ging om half 5, oef. Nouja, we waren vroeg naar bed gegaan en we hadden goed geslapen. Alles stond klaar voor snelle ochtendrituelen, zoals hier onze afgedekte ontbijtpap:
 
Potjes op hun kop
Dus op tijd de deur uit en over eerst nog heel lege wegen naar Kopenhagen gereden. Het werd toen al licht, de zon komt vroeg op zo ver naar het oosten.
 
Ik heb Henk afgezet bij de start en ben toen de auto in de buurt van de finish gaan parkeren, in de binnenstad, zo’n 7 km verderop. Daar was, om 7 uur ’s ochtends, nog alle ruimte om te parkeren en op zondag is dat nogalliefst gratis. Een aardige hondenuitlater heeft geholpen om de logge stadsfiets (te leen van de airbnb) van het dak af te halen, en daarmee ben ik teruggereden naar de start.
 
Het fietsje bij de auto
Ik fietste nog langs de restanten van de night before: er zwalkte nog wat uitgaansvolk door de stad. Dat is op zondagochtend wel eens vaker, dat vroege sporters late uitgaanders tegenkomen – blijft maf.
 
Al meteen toen ik bij de strandlagune kwam, trof me hoe mooi het zwemparcours was: met een sliert zwemmers in de stralende ochtendzon.
 
zwemmers in de vroege zon
Even gekeken, geconstateerd dat de nummer 1 heel ver los lag en heel mooi zwom. Op de foto, genomen vanaf het bruggetje het verst van de start, is ze al zo’n beetje uit zicht op de terugweg, terwijl de nummer twee nog onderdoor moet komen! Links de voorhoede van de grote sliert van 3000 deelnemers op de heenweg.
 
Toen gauw doorgereden naar de start, waar Henk nog aan wal stond, want die startte in de laatste groep en uiteindelijk zelfs zo’n beetje als allerlaatste, om 7u52. Ik heb dus een praatje met hem gemaakt, hem zien starten, nagekeken en ben daarna een rondje om de lagune gaan lopen. Op elk bruggetje heb ik staan kijken of ik hem zag en foto’s gemaakt.
 
Henk zwemt
Hij zag mij vaak al eerder, want ik was wat herkenbaarder dan ‘iemand in wetsuit met paarse badmuts’, want daar waren er meer van aan het zwemmen 😉  Zijn fiets- en loopkleren had hij trouwens wel mede met het oog op zicht- en herkenbaarheid uitgekozen.
 
Het zwemmen bleef een heel mooi gezicht, en ik zag ook dat Henk lekker ging. Absoluut (hij heeft nog nooit zo snel gezwommen) maar ook relatief, want om hem heen werd nogal geploeterd terwijl zijn schoolslag er goed uit bleef zien. Het zwemmen is zichtbaar een zware dobber voor veel deelnemers. Henk haalde bijvoorbeeld best veel zwemmers in uit de eerdere, naar eigen inschatting snellere, startgroep, herkenbaar aan een andere kleur badmuts (de ‘groentjes’):
 
Tussen 'groentjes'
Na de laatste brug heb ik me strategisch opgesteld bij de uitgang van de wisselzone, voor de ‘fietsvertrekfoto’, maar toen zat hij achter iemand anders verscholen en zag ik vooral zijn rug, en hij mij niet:
 
Henk op de fiets op z'n rug gezien
Daarna heb ik de laatste zwemfinishers afgewacht. Er kwam er één 5 seconden voor de limiet (2u20) binnen, en minstens twee hebben het niet gehaald (een is er te zien op de foto hieronder). Ondertussen begon het grote puinruimen al, van onder andere een boel achtergelaten slippers:
 
Zooi en mensen op het strandje
Toen ben ik weer op de stadsfiets gestapt, en ben ik helemaal naar de andere kant van de stad gefietst, zo’n 15 km naar het noorden, waar de doorkomst van de eerste naar de tweede fietsronde was. Ik crosste lekker, voelde me helemaal geïntegreerd op m’n Deense fietsje door de fietsvriendelijke stad! Ik werd ook een paar keer in het Deens aangesproken, leuk zo’n land waar je niet als buitenlander opvalt.
 
Ik was ruim op tijd bij de doorkomst, zag onder andere de kop van de wedstrijd nog voorbijkomen, die gingen al richting het centrum van de stad om daar te gaan wisselen naar het lopen (nieuwsbericht profwedstrijd). Ik had daar een prima plekje, kon even zitten op een bankje bij een makelaarskantoor, totdat de bezemwagen voor mijn neus parkeerde:
 
De bezemwagen
Henk kwam precies op het verwachte/gehoopte moment langs (na 3 uur fietsen), maar ondertussen was het begonnen te regenen en ik moest paraplu en fototoestel tegelijk bedienen, samen met zwaaien en roepen en proberen de camera en mezelf droog te houden. Dat was een aardige multitaskuitdaging waar inzoomen bij inschoot:
 
Henk komt aangefietst in de nattigheid
Direct daarna veranderde de regen in een gigantische hoosbui, echt een wolkbreuk. Ik heb een tijdje in een portiek geklemd gestaan, met een boel medelijden met de triatleten (vooral met die ene)! Het duurde een minuut of 10, genoeg om aardig verkleumd te raken. Ik warmde eerst alweer op door terug naar de stad te fietsen, en ik vond een leuk tentje voor thee met wat lekkers en met wifi, zodat ik Henk later kon toeroepen dat Feyenoord gewonnen had. Hierbij droogde en warmde ik verder op:
 
Thee met iets met maanzaad
Fiets definitief geparkeerd; na naar schatting een kleine 35 km hadden mijn knieën het daar wel mee gehad. Hij heeft aan het eind wel nog dienst gedaan als pakezel toen we met al Henks spullen naar de auto liepen.
 
Toen was het alweer tijd om te gaan kijken hoe Henk binnen kwam fietsen, na 6 uur fietsen dus alweer keurig op tijd. Hier neemt hij de laatste bocht voordat hij de parkeergarage indook – de wisselzone was ondergronds: 
 
Nog één bocht te gaan
Het was daar op straat erg druk, met naast toeschouwers ook een heleboel gewone toeristen. Het viel me op dat de parcourswachters ook wel erg relaxed waren en regelmatig aan de late kant met overstekers tegenhouden en fietsers de weg wijzen. Ik hoorde later van iemand anders dan ook dat die daar een triatleet had zien vallen omdat er nog mensen aan het oversteken waren. Henk had daar gelukkig geen last van gehad.
 
Daarna heb ik me opgesteld langs het loopparcours, maar daar heb ik Henk in zijn eerste ronde niet gezien. Ik vond toen weer een plekje om te gaan zitten met goed uitzicht, en toen dacht ik: hier blijf ik zitten totdat ik hem zie. Dat duurde toen nog best lang, ik ging me zelfs een beetje zorgen maken. Ik begrijp ook nog steeds niet hoe ik hem gemist kan hebben in zijn eerste ronde. Maar alles onder controle toen hij voorbij kwam. Nouja, wat zere benen na/door die bui, zei hij, maar verder ging het goed.
 
Henk komt aangelopen
 Daarna ben ik doorgelopen voor het obligate plaatje van Kopenhagen:
 
De zeemeermin
Henk liep er vlak langs maar had haar niet gezien, wat niet zo gek is – ze zit nogal laag en er staat een meute toeristen omheen.
 
Op diezelfde plek zag Henk mij even later echter ook niet, maar ik hem wel:
 
Daar loopt-ie weer
Daarna ben ik weer een stuk opgeschoven en zo zag ik hem nog een paar keer voorbijkomen. Ondertussen had ik af en toe wat tijd over en ik bracht onder andere een bezoek aan het zoveelste openbare toilet van Kopenhagen, ik stopte nog een boterham in mijn mond (echt avondeten schoot erbij in) of ik maakte nog eens een toeristenkiekje:
 

Nyhavn

Dan moest ik steeds weer klaar staan voor de volgende passage + foto. Soms mislukte er iets, hier had-ie echt even harder moeten lopen 😉 :
 
Henk amper in beeld
Aan het eind van Henks derde loopronde zei ik tegen hem dat ik naar de finish zou gaan en dat ik hem daar over ongeveer een uur verwachtte, wat hem op dat moment nog wat te optimistisch leek. De minuten kropen weg, ik zat de hele tijd op mijn horloge te kijken – en het regende weer. Al veel te vroeg zat ik paraat op een plek waar ik hem kon zien aankomen, wel nog met een leuk praatje met de moeder van een deelneemster uit Man.
 
En toen zag ik in mijn ooghoeken ineens al iets wit-roods aan komen lopen, dik binnen dat uur! En in totaal binnen de 12 uur (zie hier voor de details van de getallen)! Wauw!
 
Bij de finish was het erg druk en hij is nauwelijks te zien op deze foto, maar hij loopt er echt, als je goed kijkt zie je iets wit-roods tussen de middelste Ironman- en KMD-vlag, dat is zijn rug en achterhoofd. En het is ook echt zijn naam in die rode lettertjes op dat ‘scorebord’ in het midden, met zijn geweldige tijd erop:
 
Meute
Dat was voor mij ook nog een lastig multitaskmoment, met ook nog proberen een geluidsopname te maken van het ‘you are an Ironman’ – wat ze net niet zeiden, maar wel duidelijk zijn naam en iets met ‘raise your hands up in the air’ en ‘Rotterdam shirt’.
En toen gauw kijken of ik ‘m kon vinden. Net als in Vichy vorig jaar zat er eerst een hek en afstand tussen ons:
 
In aluminiumfolie
Ik kon hem pas knuffelen toen hij met al z’n spullen werd ‘losgelaten’ op straat – ondertussen kwam er nóg zo’n plensbui over. Een Deen zei iets tegen mij dat ik niet precies verstond maar het klonk als ‘piesweer’ en dat heb ik maar beaamd.
 
We waren vlot bij de auto, maar met de auto de stad uitkomen in het donker en met nog een boel wegafzettingen was lastig. Gelukkig was het niet heel druk. Om een uur of 10 waren we terug in Øm en kon de kersverse Ironman eindelijk aan het bier + chips, in zijn nieuwe shirt:
 
Tegen middernacht lagen we in bed. Zodra ik mijn ogen dicht deed, zag ik weer eindeloze drommen hardlopers voorbij trekken. Ik had urenlang intensief naar sporters getuurd; ik ging sommige andere deelnemers ook herkennen (de zwemmer zonder zwembrilletje, die kerel met dat kleurrijke shirt, die dame met net zo’n trisuit als ik, die ene uit China, de Ier met mijn geboortejaar als startnummer, enzovoort). Het was voor mij ook een lange, intensieve en prikkelrijke dag geweest. Desalniettemin heb ik goed geslapen – en Henk helemaal!
 
Om het hele verhaal nog even af te maken: maandag hadden we een luie day after, waarop we in Roskilde smørrebrød hebben gegeten…
 

Smorrebrod

….terwijl Henks spullen uit hingen te wapperen:

Was aan de lijn

Ik heb nog een rondje gelopen, onder andere langs het kerkdorpje Glim – ook weer met een bui, in de wind en echt warm was het ook niet. 

Dinsdag hebben we de airbnb vaarwel gezegd en de lange autorit naar huis gemaakt, dit keer via het veer van Rødby naar Puttgarden (op de heenweg waren we door Jutland en over de Grote Beltbrug gegaan) 

En daarnet is de inhoud van Henks transitietassen linea recta de wasmachine in gegaan – we zijn weer thuis!

Voor wie meer wil zien: alle foto’s staan op Henks Flickr.

Triathløn

Nee, ook in het Deens is het gewoon triathlon, zonder streepje door de o, maar ik word altijd een beetje melig van die taal, zeker nu we verblijven in het plaatsje Øm. We zijn daar dinsdag aangekomen, met als hoofddoel manliefs Ironman van Kopenhagen, morgen. Maar gister heb ik ook zelf getriathlond, op precies dezelfde plek. Ik ontdekte maandag dat dat kon, heb me snel ingeschreven, en gister een 4:18:4 volbracht. Deze blogpost gaat vooral daarover, want manlief heeft zelf uitvoerig geblogd over zijn laatste voorbereidingen, met een leuke fotopagina en het verhaal over zijn en onze belevenissen deze week.

Nouja, heel even dan: voor mij is het inderdaad leuk om alles zo nog eens opnieuw mee te maken, maar dan zonder eigen wedstrijdspanning. Een deel lijkt wel op vorig jaar, van het commerciële Ironman-circus….

…. tot het piepkleine en rustige dorpje waar we in een Airb&b zitten (zie Henks foto’s) en veel ons gemak houden, want ja, Henk moest rusten. Ik voel me een beetje een cultuurbarbaar, al hebben we nog wel thee gedronken in het voormalig woonhuis van Karen Blixen en een hunebed bezocht (op een wandelingetje).

Maar er zijn ook verschillen, sommige frappant. Het is logistiek ingewikkelder hier: de twee wisselzones en de aanmeldplek (plus beurs) liggen kilometers uit elkaar, in een serieus grotere stad (met bijbehorende verkeers- en parkeerproblemen) dan Vichy. Het lijkt relaxter, minder opgefokt (minder überhip geklede deelnemers, minder compressiekousen), maar het is ook rommeliger: Henk moest gister lang in diverse rijen staan, wat ik niet vind passen bij het vele geld dat je voor zo’n evenement betaalt. 

Lange rij voor de inschrijfbalie

Echt een domper was dat woensdag het fietsparcours niet stond uitgepijld, wat we wel verwacht hadden na vorig jaar en na onlangs Limburg. Met het simpele printje dat we hadden konden we het niet vinden, dus onze verkenning liep heel anders dan verwacht. Henk nam dat vrij laconiek op, ik zelf zou er erg van in de stress geschoten zijn (maar mogelijk was het mij niet overkomen en zou ik het beter hebben voorbereid – dat is een typerend verschil tussen ons; hij heeft zo in de aanloop beduidend minder stress dan ik).

Maar goed, verder alles onder controle, en zodoende kon ik me gister richten op mijn triathlon. Triathlonnetje: mijn kortste afstand ooit, 400 meter zwemmen, 18 kilometer fietsen, 4 kilometer hardlopen. In tijdsduur dus ook de kortste: 1u13:45. Met de laatste starttijd ooit: 18u52.

Leuk kleurrijk startnummer!

Én het was de rommeligste triathlon die ik ooit gedaan heb. Manlief vond het daarom wel heel vermakelijk om naar te kijken!

De rommeligheid zat hem ten eerste in het parc fermé, nouja, dat was dus niet fermé, er liepen gewoon toeschouwers door, en de deelnemers van één startserie zaten door het hele parc verspreid, dus de een kon nog aan het inrichten zijn en dan kwam de buurman al wisselen, dus dat liep elkaar enorm in de weg.  

En ten tweede zat het in het fietsen. Het was zo’n echte laagdrempelige breedte-triathlon, met deelnemers op fietsen met boodschappenmandjes en kinderzitjes enzo, en die reden soms nog geen 20, terwijl er ook snelle mannen op triathlonfietsen langszoefden (alles te zien op de foto hieronder, ik rijd in het midden). Dat alles met een paar honderd tegelijk op twee rondjes van 9 km, één weg heen en weer zonder afscheiding. Dat was knetterdruk, niet-stayeren was onmogelijk (werd ook niet op gecontroleerd, en ik zag er elkaar duwen).

Ik temidden van de fietschaos

Daarbij zaten er per rondje twee 180-graden-bochten in, waarvan één heel smalle, en net daarvoor nog twee krappe bochten, op nat wegdek – het had net ervoor een beetje geregend. Ik heb er één zien vallen en ze waren ergens bij twee ambulances bezig, dus heel erg op mijn gemak zat ik niet. 

Het enorme niveauverschil was verder ook wel te merken: bij het verlaten van de eerste wisselzone ging er een dame doodleuk op haar kont op de weg zitten om daar haar schoenen aan te trekken, lekker in de weg voor alles achter haar. En bij binnenkomst voor de tweede wissel liep er voor mij een kerel op z’n dooie gemak en daar kon ik niet voorbij. Nouja, maar heel hard om lachen ook.

Verder was het wel leuk. Het zwemmen vond ik super. De temperatuur viel me mee: 18,6 graden, hoorde ik. Dat zou voor mij koud zijn voor 3,8 km, maar voor 400 meter zeker niet. Het water in de (kustmatige) strandlagune is kraakhelder, geweldig, je ziet alles! En het is brak (Oostzeewater). Het ging in overzichtelijke plukjes tegelijk, om de vijf minuten, en het maakte niet zo veel uit in welke start je precies ging (chipregistratie).

Het fietsen ging afgezien van de samengeknepen billen prima, al viel m’n gemiddelde wel wat tegen (30,5), maarja, je komt op een kleine 18 km vier keer tot bijna-stilstand door die 180-graden-bochten. Daartussenin kon ik wel stukken doorknallen. Op de gewone racefiets, want die was mee naar Denemarken vanwege de parcoursverkenning.

Lopen ging minder, ik kreeg wat buikkramp (milt? darmen?). Dat heb ik anders nooit, maar misschien speelde de gekke starttijd (onder etenstijd) een rol; we hadden tussen de middag al warm gegeten. Het parcours was wel leuk, om die lagune heen, over een bruggetje en dan de terugweg slingerend door mini-duintjes.

Ik loop door de duintjes

De wissels waren traag want de wisselzone was die van de Ironman en dus eigenlijk veel te groot, ik heb bij de eerst wissel 430 meter gelopen! De zwemstart en -finish waren ook die van de Ironman, maar die fietsen dan helemaal weg; hun tweede wisselzone is elders, in het centrum van de stad. Alles stond al klaar voor zondag; we zwommen om hun eerste en laatste boei heen. Wel grappig, zo ‘parasiteren’ op een ander parcours.

Zo finishte ik dus, ongetwijfeld best wel aardig in het veld. Uitslagen zijn er nog niet, want vandaag is er nog een start (donderdag ook al), en alle uitslagen komen bij elkaar. In totaal gaat het om 6000 atleten, 2000 per dag, maar ik had de indruk dat het er gister minder waren. En bijna allemaal Denen, dat was ook wel grappig, ik heb bijna geen woord Engels gehoord. Ik had zelfs ook al google translate nodig gehad om me in te schrijven, want ook dat ging in het Deens.

Voor de rommeligheid en het ‘tweedehands’ parcours vond ik het wel duur (60 euro), en het zakte net een beetje onder wat ik organisatorisch acceptabel vind, vooral door die open wisselzone, waar toch heel wat spullen zomaar liggen. Gelukkig kon ik mijn portemonnee en paspoort nog aan manlief geven. Maar qua heel diverse en laagdrempelige breedte-triathlon was het erg leuk natuurlijk, en daar ben ik helemaal voor. En ik heb er onder andere een bidon, medaille en finishers-t-shirt aan overgehouden.

Ik met bidon-shirt-medaille

En nou nog één nachtje slapen voor manlief. Alles onder controle: hij is fit, heeft goed kunnen trainen, geen gekke dingen en de aanloop deze week was relaxed. Ik ben benieuwd hoe hij het gaat doen. Dat is heel anders dan eigen wedstrijdspanning, al is morgen ook de evaluatie van het trainingsschema dat ik voor hem had geschreven en de adviezen die ik hem had gegeven, als trainer en ervaringsdeskundige. Duimen jullie voor hem, vanaf 7u45 tot…???