In de rouw

IMG_4130

Total loss. Dat is het verdict over mijn vakantiefiets. Op de laatste echte fietsdag op Tasmanië, begin maart, viel de standaard eraf en onder de bevestigingsplekken daarvan kwamen bovenstaande gaten te voorschijn (je ziet de achtervork daar van onder; de fiets staat op z’n kop). Ik schrok me een hoedje – zou dat nog te repareren zijn? Nee dus. Sterker nog: ik mag van geluk spreken dat ik er de vakantie mee ben doorgekomen. Het frame staat op het punt van doorbreken.

En sindsdien ben ik in de rouw. Ik hecht sowieso veel aan mijn fietsen en met deze heb ik zo veel avonturen beleefd – we zijn samen op vier continenten geweest. Ik heb hem 13 jaar geleden gekocht en toen dacht ik dat dat voor de rest van mijn leven was – een goed stalen frame moet minstens 30 jaar meegaan. Ik kan me bijna niet voorstellen dat ik er nooit meer op zal fietsen. 

Dat hij roestte, dat had ik vorig jaar gesignaleerd. Ik heb toen aan twee fietsenmakers gevraagd wat ik daarmee moest en of ik me er zorgen over moest maken. Dat viel wel mee: beetje bijwerken met Hammerite, beetje smeerspul ook in het frame spuiten. Dat het onder de standaard zo erg was, heb ik toen niet gezien – dat zat verstopt.

Het frame is van binnenuit gaan roesten, doordat er water in kon blijven staan. Op het onderste punt, onder de trapas, zit een gaatje waardoor dat eruit zou moeten kunnen lopen, maar daar zit een schroefje op. Net iets hoger zitten in de onderbuis twee gaten voor een extra bidonhouder, en juist die staan wagenwijd open. Manlief heeft zo’n zelfde fiets, en daarbij is dat precies omgekeerd. Bovendien heb ik nooit eerder gehoord dat ik dat schroefje open zou moeten zetten na een rit in de regen, of hoe ik hem anders beter had moeten onderhouden. Mogelijk is ook het frame abnormaal roestgevoelig – want het roest dus op meer plekken.

Tsja, en nu? Zo’n fiets als deze, ik zal niet zeggen dat ik hem nodig heb want zo is het niet, maar het maakt mijn fietsende leven wel veel makkelijker, voor trainen en vervoer: een fiets waar ik enerzijds heel lang op kan rijden en anderzijds bagage op kan meenemen. Ik ben in afwachting van een (tweede) coulance-bod van Snel om misschien de goede onderdelen over te zetten op een nieuw frame (hun eerste voorstel viel me tegen). Het is een onverwachte grote kostenpost, zo kort na een lange reis (veel uitgegeven, niks verdiend), ook dat is lastig eraan.

Ik ben óók boos, teleurgesteld, mijn vertrouwen in fietsenmakers is geschonden en ik ben met terugwerkende kracht geschrokken van het risico dat ik heb gelopen door met een fiets in deze staat kogelhard bergen af te dalen, mét bagage achterop (wist ik veel). Maar het ergste is toch dat ik al een paar weken verdriet heb om het verlies van een dierbare fiets. Ik wilde nog twee continenten aan onze avonturen toevoegen. Maar ook erop naar Den Haag rijden als ik daar een werkafspraak heb. En hij rijdt zo lekker…

Ik mis ‘m.

 

Interessant boek, maar waar is de lol?

Cover RoarVorige week stond in de nieuwsbrief van de triathlonbond een tip voor Roar, een boek met adviezen voor vrouwelijke (duur-)sporters. Ik dacht meteen: dat moet ik hebben. In de standaard sportboeken, trainingsadviezen e.d zijn mannen immers de norm, en over, bijvoorbeeld, de invloed van de hormonale cyclus op trainen en presteren gaat het (afgerond) nooit.

Dus gauw besteld, e-boek, dus meteen binnen en zo’n beetje in één ruk uitgelezen. Dat zat hem er vooral in dat ik het super interessant vond om de stukken over de vrouwelijke fysiologie te lezen. Dat gaat dan vooral om de invloed van oestrogeen en progesteron op een aantal andere regelmechanismen, en dus hoe dat verschilt in de loop van je cyclus en van je leven.

Dat heeft me wel inzicht gegeven. Oestrogeen en progesteron werken bijvoorbeeld ook in op je gevoeligheid voor koolhydraten. Dat is een van de oorzaken van minder presteren in de tweede helft van je cyclus (iets wat ik wel herken – in die fase stonden de meeste  ‘nvtb’s’ in mijn logboek, ‘niet vooruit te branden’ – en die verleden tijd is omdat dat onder invloed van de overgang veel diffuser is geworden). Mogelijk zijn ook de twee periodes vorig jaar dat ik het gaspedaal maar niet kon vinden daaraan gerelateerd, doordat de overgangshormonen maakten dat ik niet de hogere koolhydratenverbranding kon bereiken. Ik ga het boek nog eens napluizen op wat ik daaraan zou kunnen doen (het is op het ogenblik prima trouwens).

Het boek bestrijdt daarbij ook een aantal ideeën die vrouwen kunnen belemmeren bij sportbeoefening, zoals de angst om dik te worden (c.q. te weinig eten), angst voor koolhydraten, angst voor het kweken van dikke spieren bij krachttraining, de neiging te veel te drinken, of bij het sporten juist te veel koolhydraten binnen te krijgen (gel+sportdrank). Een deel van die ‘myth busters’ is ook relevant voor mannen overigens.

Toch was ik niet helemaal overtuigd. Ik heb de indruk dat het boek de verschillen tussen mannen en vrouwen uitvergroot, of zich op gemiddeldes baseert, terwijl er tussen vrouwen heel grote individuele verschillen zijn. Het duidelijkste voorbeeld vond ik dat vrouwen volgens het boek onder invloed van hun hormonen slechter zijn dan mannen in hun hitte kwijt kunnen, dus minder goed presteren in de hitte dan mannen. Kan gemiddeld best zo zijn, maar ik kan veel beter tegen hitte dan manlief.

Dat maakt het moeilijk om de rest op waarde te schatten. Is de invloed van de geslachtshormonen echt zo groot? Als ik om me heen kijk, is toch ook daar heel veel individuele variatie. Bijvoorbeeld in hoe veel last vrouwen hebben van ongesteld worden, en in mijn levensfase in hoe de overgang verloopt. Dus het kan zo zijn als in het boek staat, maar het hoeft niet. Maar die relativering ontbreekt, en daarmee ook de noodzaak tot individueel maatwerk. 

Van het hoofdstuk over sportpsychologische zaken kreeg ik zelfs helemaal jeuk, zulke algemeenheden en stereotyperingen staan daarin. Dat hoofdstuk is ook nogal kort en summier, duidelijk niet het favoriete onderwerp van de schrijfster. Het boek is sowieso niet helemaal in balans, want tegenover heel ver uitgewerkte voedingsadviezen staat een lachwekkende halve pagina over het bepalen van je trainingszones.

Ik krijg daardoor ook niet helemaal scherp voor wat type sporters het boek is, want sommige adviezen gaan zo ver dat dat echt alleen voor topsportsters reëel is, maar andere onderdelen zijn dus wel heel globaal. Het tendeert wel meer naar de topsport, lijkt me, als je alles wil finetunen voor je prestatie.

En dan is het heel Amerikaans met dat je eigenlijk alles kunt bereiken als je… en dan komen er stapels heel specifieke en gedetailleerde ‘voorschriften’ voor je voeding (met torenhoog veel eiwitten, viel me op, plus wat al te vaak bepaalde merknamen), inclusief recepten (want je maakt natuurlijk alles zelf, ‘all natural’ en afgestemd op je hormonen), en voor oefeningen voor je core en om spierverlies tegen te gaan, en voor van alles wat je moet meten (dagelijkse urinestrips!) en bijhouden enzo.

Ik kreeg het er benauwd van. Vrouwen ‘moeten’ al zo veel. Om maar twee moetens te noemen: (1) werk en zorg combineren en dan is het al heel wat als je ook nog wil sporten, en (2) aan het schoonheidsideaal voldoen – zie de coverfoto van hierboven, oempf! Lekker, daar krijgen we weer zo’n onhaalbaar ideaalbeeld voorgehouden, alsof er daar nog niet genoeg van zijn… 

Enne – waar is de lol? Waarom is die altijd zo uit beeld als het gaat om vrouwen en sport?

Hoogtepunten van onze Down-Under-reis

We krijgen regelmatig de vraag wat het hoogtepunt was van onze reis ‘Down Under’.  Welnu, er is niet één hoogtepunt, daarvoor had de reis te veel verschillende kanten. Er waren dus meerdere hoogtepunten. Hier komen ze, en het is een heel lang verhaal geworden, wat wel laat zien hoe geweldig de reis geweest is:

Landschap: De westkust van het Zuidereiland, tussen Haast en Okarito. We daalden daarnaar af in de regen, wat toen niet zo fijn was, maar achteraf wel heel typerend: al dat water, overal. Daarna ging de zon schijnen en toen reden we door al dat groen van het regenwoud. In Fox Glacier verstopten de bergen zich eerst (opnieuw regen), maar toen het grijze gordijn openging, keken we ineens naar de eeuwige sneeuw. In Okarito kon je naar 3724 meter hoogte kijken (Mount Cook) met de zee rond je voeten. En daartussenin nog meer groen-groen-groen (met kiwi’s erin!):

IMG_0680

Over dat groen: meer in het algemeen vonden we de oerbossen erg indrukwekkend. We zagen ze op alledrie de eilanden: regenwoud op het Zuidereiland en Tasmanië, de kauri-bossen op het Noordereiland. We zagen ook hoe ze onder druk staan, en hoe natuurbeschermingsorganisaties zich inspannen om ze te behouden. Dat maakte ons ervan bewust dat we in Europa ons oerbos al heel erg lang kwijt zijn, en dat we op ons continent dus geen benul meer hebben van hoe de wereld eruitzag voordat de mens er kwam. En dat vinden we doodgewoon. Het mooiste fietsen vonden we dan ook door die bossen: het regenwoud tussen Haast en Okarito noemden we hierboven al, de dag van Trounson Kauri Park naar Opononi op het Noordereiland (1e foto hieronder), de westkust van Tasmanië (helaas alleen bij minder goed weer) en het stuk tussen de Weldboroughpas en Scottsdale in het oosten van dat eiland (2e foto):

IMG_2333

IMG_3865

Landschappelijk het mooiste ene moment was misschien wel de middag in Ohakune (Noordereiland), toen ineens de vulkaan van achter de wolken vandaan was gekomen. Als we niet net daarvoor hadden gehoord dat onze geplande bootreis niet doorging, hadden we daar misschien nog meer van genoten, maar we waren toen een tikje van slag.

2018 januari

De reis heeft ons er nog meer van doordrongen hoe geweldig fietsen is om een land te leren kennen. De drie eilanden zijn alledrie fantastische fietsbestemmingen, vanwege het zo vaak veranderende landschap, dat je op de fiets niet alleen ziet, maar ook voelt (aan je huid en in je benen), ruikt en hoort. Beste voorbeeld van het veranderende landschap was de dag dat we afdaalden van het kille regenwoud rond Derwent Bridge naar de dorre en veel warmere velden rond Hamilton, Tasmanie. Wat een contrast!

IMG_3303

En zelfs ook de in eerste instantie moeilijke dagen (de afdaling van de Haastpas op het Zuidereiland in de stromende regen, de kou van de Tasmaanse westkust) zijn achteraf heel erg de moeite waard geweest: goed dat we toen gewoon zijn doorgegaan.

IMG_0549

Over fietsen ook nog: in gesprek met andere toeristen ging ons opvallen dat die vooral praten in termen van ‘Zijn jullie al naar X geweest?/Hebben jullie Y al gezien’ waarbij X en Y staan voor bijvoorbeeld een bijzondere stad, natuurgebied e.d. Voor ons waren niet die letters het hoofddoel van onze reis, maar het onderweg daarnaartoe zijn. Onze dagen vulden zich met fietsen, en af en toe naar een stad of park. Dat is een andere beleving van een land, eentje die ons goed bevalt. Die kent ook wel zijn grenzen: we hebben een heleboel níet gezien. Maar grenzen zijn er altijd, keuzes moet je altijd maken – en wij kozen voor het fietsen.

IMG_0130

In Nieuw-Zeeland maakten de trails ons er ook wel van bewust dat fietsen voor ons betekent: in vrijheid rondzwerven, je eigen route uitstippelend om een land te ontdekken. De trails zijn door andere mensen bedachte routes die je mag volgen, en waar je met een auto heen en vandaan rijdt. Dat is niet hoe wij willen fietsen. Fietsen gaat dan bijna lijken op, zeg, naar het zwembad, de sportschool of de ijsbaan gaan, om daar je stukje fietsbeweging te doen. Dat is juist onvrij, en ook wat betuttelend: ‘hier mag je fietsen’.

Die vrijheid was ook één groot hoogtepunt, waarbij we regelmatig vergeleken met de Tour d’Afrique van tien jaar geleden. Dat was een georganiseerde groepsreis die van dag tot dag vooraf gepland was en waar niet van was af te wijken. We hadden het nu helemaal in eigen hand, en dat vonden we heerlijk. Louise vond het plannen ook leuk, en we vonden allebei deze groep ook erg geslaagd (;

IMG_3491

Beste trail: de trails in Nieuw-Zeeland vonden we bepaald geen onverdeeld genoegen – er was met allemaal wel wat geks – en we waren er maar over één echt helemaal enthousiast: de Central Otago Rail Trail (Zuidereiland).

IMG_0275

Vooral voor Louise was een niet-fiets hoogtepunt om in Alice Springs te zijn. We hebben daar niet iets heel bijzonders meegemaakt of gedaan, maar het was voor haar toch iets van een droom die werkelijkheid werd. Zoals dat wel vaker in de reis gold (fietsen in Nieuw-Zeeland, koala’s zien, Uluru – allemaal dingen die al járen ergens als wens dobberden), en dat is voor haar veelbetekenend: het kán. Dromen kunnen werkelijkheid worden.

IMG_4920

Cultureel had de reis één heel duidelijk hoogtepunt: het MONA in Hobart. Achteraf gezien vonden we dat eigenlijk nog bijzonderder, want later op het vasteland van Australië realiseerden we ons pas goed hoe ‘achtergebleven’ Tasmanië is: zo veel armer, en in de rest van het land bijvoorbeeld het mikpunt van lullige grappen over inteelt. En dan zó’n museum, wauw!

Qua ontmoetingen met mensen is het lastig kiezen. Ons verblijf bij Richard en Mary thuis in Aongatete (Noordereiland) was een absoluut hoogtepunt en zeker het hoogtepunt qua gastvrijheid (we zijn bijna geneigd te zeggen: niet alleen van deze reis, maar van ons léven).

IMG_1821

We vonden het bij het Nederlands-Australische gezin van Marjoleine, Tony en kinderen in Melbourne supergezellig, en de ‘gang’ van vier krasse Tasmaanse knarren op de fiets zullen we ook niet gauw vergeten! Ook het moment dat mede-fietser Dean het in Ahipara ineens over z’n ‘tribe’ kreeg is blijven hangen. We hebbeen daar in Australië nog een paar keer over verteld, omdat het voor ons symbool stond voor het verschil in de relatie met de oorspronkelijke bewoners tussen de beide landen: in Nieuw-Zeeland is zeker niet alles koek en ei, maar het land doet wel z’n best om bi-cultureel te zijn. De (of: sommige/veel?) Maori’s zijn er veel meer een gewoon onderdeel van de bevolking, althans, op het Noordereiland. Daardoor vonden we dat gebied in dat opzicht het interessantste van de reis. Het recht-voor-z’n-rape, rauwe en pretentieloze van Tasmanië heeft ons overigens ook aangesproken.

Bier hoort er natuurlijk ook bij. Het bijzonderste bier was de Beautiful Ugly van de Bruni Island Brewery dat we in Launceston (Tasmanië) dronken. Maar het lékkerste bijzonderste bier was eerder Vulcanic van Croucher, uit Rotorua.

IMG_1760

De Dam Buster van de Little Rivers Brewery (Tasmanië) hoort erbij voor de sterkste smaak bij een laag alcoholpercentage (3,5 %) – wat we het meest opvallende vonden van de bieren van Down Under, dat ze dankzij de bijzondere hop bij weinig alcohol veel smaak hebben. Dat gold voor de Tassiehops maar ook voor de Nieuwzeelandse.

Qua brouwerijbezoek was er wel weer duidelijk één hoogtepunt: de Boogie Van Brewery op Waiheke Island (Nieuw-Zeeland, bij Auckland). Meer ‘micro’ kun je het niet krijgen, en we hadden de volle aandacht van brouwer-eigenaar!

IMG_2044

Dat Beautiful Ugly dronken we in St Johns, dat zijn status als leukste ‘craft beer pub’ moet delen met The Free House in Nelson (Zuidereiland), kroeg in een voormalige kerk. Dat gebouw was leuker dan St Johns, maar we vonden St Johns gezelliger, al waren we op beide plekken op onvergelijkbare dagen: St Johns door de week, The Free House op Oudejaarsavond.

Dan verder culinair. De beste koffie hebben we niet precies bijgehouden, de slechtste koffie (ook wat waard) dronken we in Gretna, Tasmanië, onderweg naar Hobart. De lekkerste pastry was de cheese cake in de Dairy Factory onderweg naar Weldborough (Tasmanië). Het eet-hoogtepunt waren de groene mosselen in Havelock, de groene-mosselhoofdstad van Nieuw-Zeeland. We hebben ze later ook nog lekker gegeten, maar daar voor het eerst én op diverse manieren toebereid.

IMG_1149

Voor Henks eigen camping-koken was de hele reis een hoogtepunt, dankzij die fijne campingkeukens.

Bijzonderste wildlife: BZ, de kiwi in Okarito. Maar dat was niet helemaal spontaan en misschien ook net niet helemaal wild, met hun transponders om – en hun eieren die van ze worden weggehaald, uitgebroed in een machine, de jongen naar een onbewoond eiland gebracht en pas terug naar Okarito als ze volgroeid zijn – wat hun overlevingskans van 5 naar 90 % verhoogt. Helemaal wild was wel de heremietkreeft op Maria Island (Tasmanië).

IMG_3579

En de echidna, een paar dagen later, maar die zag alleen Louise. Qua hoeveelheid wildlife was Maria Island (Tasmanië) onovertroffen, we struikelden daar bijna over de wombats.

IMG_3654

Mooiste strand – lastig. De Ninety Mile Beach (Noordereiland) was het lekkerste zwemstrand….

IMG_2440

…maar de strandjes van Maria Island waren wel heel idyllisch, zeker het eerste, dat hadden we voor onszelf. Maria Island en Waiheke waren de twee kleine eilanden die we bezochten, en die beide dagen waren prachtig, mede dankzij stralend weer. Die dag op Waiheke zal Louise bovendien nooit meer vergeten: haar enige verjaardag ooit waarop ze in zee zwom én 12 uur lang tegelijk met haar broer jarig was.

Over de leukste stad twijfelen we een beetje. Launceston (Tasmanië) komt wel in aanmerking, mede vanwege die geweldige gorge pal naast het centrum, maar je gaat niet voor de steden naar Down Under. We zijn in Europa verwend op dat gebied, ook al vonden we bijvoorbeeld ook de twee echt grote steden, Auckland (foto hieronder) en Melbourne, helemaal niet verkeerd. Auckland hebben we het beste leren kennen.

IMG_2009

Beste overnachtingsplek: meest memorabele en verrassende was wel het hemelbed in Dunback!

IMG_0192

Qua campings hebben we geen duidelijke uitschieter, maar wel is Nieuw-Zeeland (inderdaad) een kampeerparadijs en was de stacaravan in Queenstown (Tasmanië) de beste prijs-kwaliteitverhouding qua vaste accommodatie.

Leukste vaartocht: We hebben 16 keer gevaren, wat sowieso heel leuk was, en daarvan waren een boel tochtjes memorabel: van het kanoën in het Abel Tasman Park (Zuidereiland) via de twee schattige kleine veerbootjes (in de Great Taste Trail van het Zuidereiland en die over de haven van Devonport, Tasmanië), de leuke en mooie overtochten van het Wakatipu-meer bij Queenstown (Zuidereiland; heen met een schipper met kerstmuts, terug op een oud schip met de fietsen in het museum) tot de gezellige overvaart van Tasmanië naar Melbourne op een joekel van een veerboot!

Beste vliegreis: de vlucht van Auckland naar Sydney met Air New Zealand was voor zo’n noodzakelijk kwaad wel opvallend aangenaam. Met de lege stoel tussen ons in (voor een schappelijke prijs), de grappige veiligheidsinstructie, het babbeltje met steward en stewardess én te vroeg aankomen.

* * *

Tot slot: we hebben Polarsteps bijhouden en elke ochtend kijken hoe het zat met de likes en de comments ook heel erg leuk gevonden. Dank aan onze volgers! En om af te ronden gebruiken we het woord dat ons gevoel op dit moment het beste samenvat: we zijn voldaan.

 

Ik ben er weer!

In mijn vorige post had ik mezelf in winterslaap gemeld. Dat was om niet luid en duidelijk voor iedereen hier neer te zetten dat ik lang weg zou zijn. Want dat was ik: helemaal niet in winterslaap, ik heb de winter zelfs overgeslagen – door naar de andere kant van de wereld te gaan! De afgelopen 3,5 maand hebben manlief en ik een geweldige reis gemaakt, met fietsen in Nieuw-Zeeland en op Tasmanië, en daarna nog even rondkijken op het vasteland van Australië. 4779 kilometer in totaal, met heel veel hoogtemeters! 

We hielden een dagelijks journaal bij op de mooie app Polarsteps. Dat is nu openbaar.

Hier een paar actiefoto’s, om te beginnen ik als miertje op één van de heftigste klimmen van Tasmanië, wegrijdend uit Queenstown:

Klim

In wat op mij misschien wel de meeste indruk heeft gemaakt: de oerbossen, hier tussen de grote, oude kauri-bomen van het Noordereiland van Nieuw-Zeeland:

Tussen grote bomen

De andere twee triathlonsporten schoten erbij in: ik heb wel wat gewandeld maar niet hardgelopen, en zwemmen bleef beperkt tot een recreatieve duik. Hier bereid ik me voor op een heerlijke golf op het lekkerste én grootste zwemstrand, de 90 mile beach (Noordereiland – overigens lang geen 90 mijl lang):

ik kijk om naar golfOok heel leuk was mijn bezoek aan de bakermat van de bodybalance: de eerste LesMills sportschool in Auckland:

Spiegel-selfieBodybalancen bleef beperkt tot die ene keer, maar ik heb wel mijn oefeningen volgehouden, zelfs op de boot van Tasmanië naar Melbourne:

Buikspieroefening aan dek

Op diezelfde boot, toen het grote fietsen erop zat, schreef ik deze terugblik:

Nu het grote fietsen erop zit, kunnen we concluderen dat dat ons goed is vergaan. In vergelijking met die vorige grote fietsreis, de Tour d’Afrique, hebben we half zo veel kilometers gemaakt, maar wel met bepakking en véél meer klimmen. Vooral Louise voelt zich nu veel fitter, minder vermoeid dan toen en het is ons allebei veel beter bevallen: we hadden het nu in eigen hand. Daardoor was de balans met rust beter – als het nodig of fijn was, namen we extra rust. Hygiëne was geen probleem en eten ging ook prima, dankzij kok Henk en de campingkeukens. Daardoor herstelden we goed.
Of we echt sterker zijn geworden gaandeweg kunnen we zonder vermogensmeter niet bepalen. Klimmen blijft zwaar immers, en een lange dag blijft taai. Maar we denken van wel. Louise merkte dat ze steeds sneller of beter herstelde. Het snelheidsverschil met Henk nam wel toe maar sinds ze vorig jaar diens progressie analyseerde voor de hardlooptrainersopleiding weet ze dat hij de uitzondering is, niet zij: hij viel buiten alle tabellen. Plus dat testosteron een handig stofje is als je bergen op wilt fietsen, handiger dan Louises nog steeds rommelige (maar verder niet hinderlijke) overgangshormonen.
Louise is er trots op dat ze haar oefeningen is blijven doen voor rug en bekken: elke dag (bijna toch) rekken en souplesse, op rustdagen ook kracht. Zelfs op de boot vandaag nog (foto’s, het wiebelde)! Rug ging dus ook prima en een paar keer naar de chiropractor is normaal. Voor haar lijf is een winter overslaan ook erg fijn, al is het alleen al voor de verkoudheidsvirussen!
Kortom: zo veel buiten zijn, bewegen, genieten, het heeft ons goed gedaan! Henk gaat straks thuis zijn fietsbenen in loopbenen omzetten voor de marathon van Rotterdam, 3 weken na onze thuiskomst, en Louise gaat het zwemmen en hardlopen rustig terug opbouwen voor een paar korte triathlons. Daarvoor is wat meer snelheid ook wel fijn, maar dat moet bovenop deze kracht- en duurbasis wel kunnen lukken.

Het verkoudheidsvirus heeft me uiteindelijk in Australië toch weten te vinden en het werd er door de terugreis (20 uur vliegen, 30 uur reizen, 48 uur niet slapen) niet beter op. Dus dat  opbouwen wacht nog even, maar dat kan nooit heel lang duren.

En ja, plannen om zelf trainer te worden heb ik ook nog steeds. Dus: wordt vervolgd! 

Winterslaap

De laatste twee posts zijn heel mooi om dit blog weer eens even een tijdje ‘on hold’ te zetten – een soort winterslaap. Met de post van 6 november blikte ik nog eens terug op het volbrengen van de Ironman en dat voelt als de definitieve terugblik, maar zeg nooit nooit. Met de post van 14 november blikte ik eigenlijk juist vooruit, althans, die sluit aan bij het thema dat voor mijn toekomst belangrijk wordt: zelf trainer worden. 

Plan is nu om in het voorjaar mijn eigen trainingsbegeleidingspraktijk te openen, compleet met website (ik heb al een mooie domeinnaam gereserveerd, maar die houd ik nog even voor me). Ik heb al wel ideeën, en de komende maanden ga ik benutten om die verder te doordenken.

Dit blog zal daarmee op een zachter pitje komen te staan, maar ik stop er nog niet helemaal mee. Vooral is het toch weer gaan kriebelen om misschien toch nog een keer een hele triathlon te doen. Almere 2019? Wie weet, ik ben er nog niet uit, en dat hoeft ook nog niet. Die ontwikkeling ga ik hier zeker melden. 

Ik meld me in het voorjaar weer, met verder uitgekristalliseerde plannen. Goede winter gewenst!

Bijgeschoold

Ik kwam een half jaar geleden van de hardlooptrainersopleiding met nog veel honger naar meer kennis. Ik heb sindsdien dan ook een boel gelezen (boeken, tijdschriften en via Twitter) en net de afgelopen weken heb ik aan bijscholing gedaan. Ik ben naar een workshop over blessurepreventie geweest van het ATR, een symposium over hetzelfde thema van veiligheid.nl en naar de hardlooptrainersdag van de Atletiekunie.

Ik was op zoek naar meer kennis dus, maar mijn zoektocht betrof ook het meta-niveau, zal ik maar zeggen: ik was benieuwd waar mogelijk nog interessante leermogelijkheden voor me liggen, dus wat er voor herhaling vatbaar is bijvoorbeeld.

Nou, ik heb inderdaad een boel geleerd, op beide niveaus. Te veel om hier allemaal te beschrijven. Op dat meta-niveau vond ik vooral de hardlooptrainersdag voor herhaling vatbaar en heb ik ook geleerd dat hoe specifieker de workshop, des te meer leer ik.

Ik volgde bijvoorbeeld een workshop over achillespeesblessures,  en voor de praktijk van het training geven leverde dat misschien niet zo heel veel op (twee dingen: (1) stop bij het eerste ongemak meteen met hardlopen en (2) doe de trap-oefening), maar ik hing wel aan de lippen van de drie presenteerders: een sportarts en twee fysiotherapeuten, alledrie specialisten op dat gebied. Ik vond het gaaf om iets te zien van hun manier van kijken en denken en ik vond het bijvoorbeeld ook heel erg leuk dat ze van een vrijwilliger in de groep een echo maakten van beide achillespezen, om het verschil te zien tussen een gezonde en geblesseerde pees. Daarna hebben de fysio’s ‘m helemaal geanalyseerd, ook erg interessant – al is dat specialistenwerk. 

Blessurepreventie liep als rode draad door de bijeenkomsten, en op dat punt heb ik twee belangrijke lessen geleerd:

  • Varieer! Dus doe aan crossstraining: andere sporten naast je hoofdsport. Eenzijdig trainen is blessurebevorderend en het zorgt ook voor een lager prestatieplafond. Dat geldt in het bijzonder voor jeugdigen trouwens, dat vond ik interessant, dat de jeugd enerzijds minder beweegt en anderzijds zich dan wel volledig op één sport stort, soms in de hoop om de top te bereiken. Dat is eigenlijk desastreus, zeker op de langere termijn.  
  • Zorg voor stabiliteit, dus oefen de stabiliteitsspieren. Dat is meer dan alleen core stability, het gaat bijvoorbeeld ook om de voeten, enkels en knieën. En stabiliteit trainen doe je juist niet door ‘krachtpatsen’, want dan nemen de grote krachtspieren het juist over van de kleinere, subtielere balansspieren.

Als triatleet die ook nog aan bodybalance doet ben ik zelf dus aardig op de goede weg! 

Naast leerzaam was het vaak ook gewoon leuk. Wie dit blog al langer volgt, weet dat ik ervan houd om op nieuwe plekken te komen. Dus vond ik het leuk om bijvoorbeeld voor het eerst eens in een schermzaal te zitten (Frans Otten Stadion, daar was ik sowieso voor het eerst) en op Papendal heb ik sowieso mijn ogen uitgekeken, ook daar was ik nog nooit geweest.

Er waren bovendien leuke mensen. Van de begeleiders noem ik graag Danaïd Prinsen die een workshop over wedstrijdwarming-up gaf en van wie ik benieuwd ben of ze haar droom van deelname aan de Olympisch Spelen gaat waarmaken. Van de mede-trainers vond ik zaterdag de deelnemers aan de workshop over trainen met masters inspirerend, en het was gezellig om met RA-trainer Paul samen te reizen.

Bijzonder was natuurlijk ook om Steven Rooks compleet met z’n originele bollentrui mee te maken tijdens het symposium. De foto met hemzelf is te wazig geworden (heb net een nieuwe telefoon, ben er nog een beetje onhandig mee), maar de trui staat er redelijk okee op:De originele bollentrui

Rooks is betrokken bij valpreventietraining voor wielrenners. Zo’n training zou ik best wel eens willen doen, maar dat gaat helaas alleen via verenigingen. En dat illustreert wel een van de dingen die ik ook leerde op het gebied van blessurepreventie: er zijn een boel goede bedoelingen, maar ik had af en toe wel het idee dat de deskundigen op dit gebied de mogelijkheden tot gedragsbeïnvloeding nogal overschatten. Fietsen doen veel mensen ongeorganiseerd, en die bereik je dus sowieso niet. Veel informatie op websites zetten leidt niet tot het gewenste gedrag, zoals bijvoorbeeld drie keer per week thuis een hele serie oefeningen doen. Voor mij als tekstdeskundige is dat nogal wiedes…

Nouja, eigenlijk hoef je er helemaal geen tekstdeskundige voor te zijn. Want toen ik de nieuwe website runfitcheck.nl uitprobeerde, kreeg ik zo’n advies, dus een hele trits oefeningen voor thuis. Dan denk ik ook ‘ja doei’…. 

Maar goed om te weten dat dat er is, dus runfitcheck.nl, veiligheid.nl, de versterk-je-enkel-app, een speciaal achillespeesspreekuur en noem maar op. Dat soort heel praktische, concrete informatie heb ik als een spons opgezogen!

 

Uitgesudderd: een Ironman zegt niks

Kort nadat manlief van de zomer Ironman geworden was, schreef ik dat ik daar nog meer over wilde schrijven maar dat nog even moest sudderen. Het is nu wel gaar, zal ik maar zeggen, dus hier komt het uitgesudderde resultaat.

Kort na Henks finish realiseerde ik me dat we nu weliswaar allebei Ironman zijn, maar dat niet betekent dat we ‘hetzelfde’ hebben meegemaakt. Dat is wat Maarten Ducrot altijd zo mooi weet te omschrijven over het wielerpeloton na een Tour-etappe: 180 renners, 180 verhalen over die etappe. 

Henk en ik in onze finishersshirts

Twee Ironmen, twee verschillende verhalen.

Meer in het bijzonder zat het verschil erin dat een Ironman volbrengen voor mij veel meer op het randje van mijn kunnen is dan voor Henk. Voor hem is het op die dag nooit spannend geweest of hij het zou gaan halen binnen de limiet, en ook is hij er nooit bezorgd over geweest of hij wel zou kunnen starten – waar ik een half jaar voor de mijne twee maanden lang niet kon lopen en af en toe de vertwijfeling nabij was.

Ik zoek de grenzen van mijn kunnen op, met alle risico’s van dien voor dit lijf, dat kwetsbaarder, blessuregevoeliger is dan dat van Henk. Na zijn finish dacht ik ook even: ja, jeetje, als het zo makkelijk is… Ineens kon ik me voorstellen, beter dan voorheen, dat sterke sporters op zoek gaan naar grotere uitdagingen: sneller tijden, extremere parcoursen of omstandigheden, of nóg langer. Omdat een Ironman doen ze niet in de buurt van hun grenzen brengt, terwijl dat wel lonend is. Zoals ze van @ironmantri zelf eens twitterden:

If it doesn’t challenge you, it doesn’t change you.

Tegen je grenzen aanschurken maakt zo’n sportbelevenis bijzonder. Het hele proces heeft voor mij juist daarom zo veel betekend. Omdat ik er een groot risico mee nam, en ik ervan geleerd heb om dat risico goed te hanteren. De trouwe volgers van dit weblog hebben daar veel over kunnen lezen, en zie anders deze voorbeeldpost.

De keerzijde is dat ik – sowieso al een grotere stresskip dan Henk – veel zenuwachtiger was voor de Ironman dan hij. En misschien is het wel daarom dat ik die dag niet boven mezelf uit kon stijgen, wat Henk wel deed. Ik was daar wel een beetje jaloers op: Henk had in de verste verte nog nooit zo snel gezwommen als in Kopenhagen en de rest ging ook hartstikke goed, beter dan verwacht. Ik kan dat van Vichy niet bepaald zeggen. Daarvoor was het mogelijk te groot, te beladen.

Ik heb het daar wel moeilijk mee gehad, zeker in dit voor mij ook wat kwakkelige seizoen: waarom zit het voor mij nou nooit, nouja, bijna nooit, echt eens allemaal mee? Blader door dit weblog en dan zie je dat ik nogal eens wat teleurstelling te verpruimen heb. Neem dit seizoen: één echte topprestatie, een paar aardige (voorbeeld), tegenover meerdere sterk tegenvallende prestaties (voorbeeld 1, voorbeeld 2, voorbeeld 3) en teleurstellingen (voorbeeld). Het komt bij mij niet makkelijk ik denk wel eens: ik krijg niet altijd loon naar werken. Nouja, het hangt ervanaf met wie ik mezelf vergelijk natuurlijk, er zijn zat sporters die het ongelofelijk vinden wat ik wel presteer. Jezelf met anderen vergelijken is altijd link.

Het gebrekkige loon naar werken heeft niet alleen, maar wel óók te maken met het opzoeken van die grenzen. Als ik altijd alleen maar triathlons zou doen zoals die van laatst op de Bosbaan (korte afstand, weinig competitie), zou ik mogelijk een zonniger zelfbeeld hebben, voor wat betreft mijn prestaties. Maar dat bevredigt niet genoeg: ik daag mezelf dan onvoldoende uit, leer er niet genoeg van.

deel uitslag

Zegt niks

Mijn zelfbeeld wordt niet bepaald door absolute prestaties als een PR neerzetten, mijn leeftijdscategorie winnen en de snelste fietstijd van alle vrouwen realiseren. Dat is leuk, maar het zegt eigenlijk heel weinig. Van alles gaat het daar wel het minste om.

En zo ging het me uiteindelijk dagen: een Ironman volbrengen, het is maar een prestatie. En dat zegt helemaal niks.

 

Eindelijk weer eens een leestip

MCover van het boekijn laatste boekentip is wel heel lang geleden. In de tussentijd heb ik wel wat sportboeken gelezen*, maar geen echte triathlonboeken. Nou is Redemption. From iron bars to Ironman ook maar ten dele een echt triathlonboek, maar ik vond het wel geweldig.

Het grootste gedeelte van het boek gaat niet zozeer over triathlon, maar over hoe John McAvoy, afkomstig uit een familie met wel meer beruchte boeven, gewapend overvaller en drugsdealer wordt van ‘beroep’. Dat gaat best wel goed, met een luxe-leventje tot gevolg, maar ook twee stevige gevangenisstraffen. Ik vond het interessant om zo’n inkijkje te krijgen in het criminele milieu en in hoe het eraan toegaat in de gevangenis. Vooral de vanzelfsprekendheid van het pad dat hij bewandelt viel me daarbij op. 

Tijdens de tweede periode in de gevangenis ontdekt hij dat hij een groot talent heeft: hij breekt nationale en wereldrecords op de roeiergometer. Dat speelt een rol in hoe hij besluit zijn leven te beteren. Dat gedeelte, dus zijn ‘ommekeer’, zou al gauw erg zijïg zijn, maar het boek is zo goed geschreven dat ik het geloofwaardig vond, en ook wel mooi juist. Vooral als hij zich voor het eerst realiseert dat er mensen zitten in die uniforms van het beveiligingspersoneel dat hij overvalt, en dat hij die mensen trauma’s bezorgt. Dat heeft hij zich nooit gerealiseerd, het waren altijd abstracties voor hem: hij bestal ‘het systeem’.

Er komt dan ook nog een maat van hem om tijdens een beroving, en dan realiseert hij zich wat zijn voorland is: een gewelddadige dood of een groot deel van zijn leven in de bak. Tot aan die tijd was dat rijke luxe-leven zijn idee van de toekomst en van zijn normale leven, maar hij gaat inzien dat dat niet reëel is. 

Eenmaal op proefverlof gaat hij echt roeien, maar hij is dan al te oud om de techniek nog goed genoeg onder de knie te krijgen om de top te bereiken. Daarom begint hij met triathlon, waarover hij in de gevangenis gehoord had. Al zes weken later wordt hij Ironman! Zijn eerste triathlon-belevenissen zijn mooi om te lezen, het gaat natuurlijk niet alleen maar makkelijk. Wat ik me al eerder had afgevraagd gebeurt: hij raakt heftig overtraind. Hij heeft weliswaar een heel bijzonder lichaam, maar dat kent toch ook zijn grenzen.

Ook zijn verleden is er nog. Saillant detail bijvoorbeeld vond ik dat plaatsing voor het WK Ironman in Kona hem niet zo boeit want hij kan met zijn achtergrond toch geen visum krijgen voor de VS… Aan de andere kant is zijn reclasseringswerker wel erg trots op hem: hij is een van de weinige criminelen van zijn kaliber die niet recidiveert. Mede dankzij de re-integratiemogelijkheden die ‘het systeem’ hem geboden hebben. Ook dat is interessant – en actueel.  

Inmiddels is McAvoy prof. Het boek is dus een heel hoopvol en inspirerend verhaal over hoe het wél kan, je leven beteren, zonder dat het dus te klef wordt. Een heel dikke aanrader, niet alleen voor triatleten! Ik kwam er zelf aan dankzij een tip van Maarten van het Triathlonforum – dank! 

 

*Aanraders zijn The science of running, Peak Performance (zie ook de recensie op mijn andere site) en Hoe simpel wil je het hebben

Einde seizoen (deel 2): maximaaltest gedaan en nu even inkakken

Met mijn vorige post zette ik natuurlijk al een punt achter het seizoen, en om het helemaal af te maken nog deze post. Ik heb vorige week namelijk ook nog een maximaaltest gedaan (zoals gebruikelijk bij Coen van Topvorm) om op die manier te kijken wat het seizoen me had opgebracht, dus wat trainen me aan (fiets-)conditie heeft opgeleverd, want dat is wat zo’n test meet.

Welnu, hetzelfde dubbele gezicht als waar ik vorige week over schreef. Ik sta er voor wat betreft mijn duurvermogen (lage intensiteit) ongeveer net zo goed voor als vorig jaar in mei, wat vrij goed is en beter dan dit jaar in mei, maar de hogere intensiteit is niet beter dan afgelopen mei en minder goed dan vorig jaar – al is het wel beter dan in januari vorig jaar. Op één ding na: ik kon de maximaaltest minder lang volhouden.

Als je goed puzzelt, is dat op deze grafiek allemaal te zien (korte uitleg: hoe verder naar rechts, des te beter; de meest recente test is die met de groene driehoekjes, die is te vergelijken met drie eerdere testen uit dit en vorig jaar):

Grafiekjes

Wat dat voor mij betekent, zijn dezelfde twee gezichten als het hele seizoen. Enerzijds heb ik redelijk kunnen trainen en is mijn basis prima, anderzijds is de progressie voor vijf maanden trainen nogal beperkt, helemaal voor het intensieve gebied.

De verklaring: ik heb minder intensief getraind dan voorgaande jaren. Enerzijds komt dat door wat ik in mijn wedstrijdseizoensevaluatie ook al schreef: ik ben voor het hardlopen gaan trainen volgens de souplessemethode en die is minder intensief dan wat ik voorheen deed, zeker omdat ik onvoldoende echt harde wedstrijden over vijf en tien kilometer heb gelopen. Waar ik vroeger bij hardlopen regelmatig met een hartslag boven de 150 liep, heb ik dat de afgelopen maanden amper gedaan. 

De andere kant is dat ik van die vijf maanden tussen de vorige maximaal test en nu maar twee maanden (juli en augustus) normaal en voluit heb kunnen trainen en hem dan ook regelmatig (niet eens altijd) goed raakte. De drie andere maanden heb ik vrijwel constant last gehad van overgangsgerommel en -vermoeidheid, soms met een heel directe fysiek probleem (de bloedarmoede van mei die tot mijn enige DNF van dit seizoen leidde), soms was ik zombie van slaapgebrek (zoals in Alphen), en vaak kon ik het gaspedaal niet vinden (zoals ik omschreef voor Oud Gastel).

Ik kón dus vaak niet zo intensief trainen als ik wilde. Net de laatste keer spinning bijvoorbeeld, maar een paar dagen voor de tekst. Met hangen en wurgen kwam ik toen één keer net boven mijn omslagpunt, in plaats van de twee tot drie keer royaal waar ik eigenlijk naar streef in zo’n training. De wedstrijden waren ook bedoeld als intensieve prikkel, maar mijn hartslag bleef vaak tien slagen onder mijn omslagpunt steken. Dan gingen mijn benen al te veel pijn doen.  

Eerlijk gezegd viel het me nog mee dat ik woensdag bij de maximaaltest wel en zelfs royaal boven mijn omslagpunt kon komen. Dat ik ‘m één stapje eerder dan anders afbrak, heeft volgens mij ook te maken met dat gaspedaal, met mezelf minder pijn kunnen doen dan anders – en het was woensdag dus al wel weer beter dan dat het zelfs nog maar kort daarvoor geweest is. 

Natuurlijk vind ik het niet zo fijn dat mijn training minder goed heeft gerendeerd dan anders en dat ik er in het intensieve gebied niet zo goed voorsta als had gekund. Maar aan de andere kant: voor maar twee maanden goed trainen is de progressie helemaal niet zo beperkt. De beperking is bovendien goed verklaarbaar en ook goed op te lossen: intensiever trainen. Dat kan prima bovenop deze basis.

Bovendien heb ik de hoop dat ik het volgend seizoen ook weer beter voor elkaar ga krijgen, dat intensieve sporten. Ik heb goede hoop dat de periodes van stabiliteit die ik van de zomer en ook sinds anderhalve week weer ervaar zich gaan uitbreiden. Het lijkt erop dat het einde van het hormonale geschommel in zicht komt: ik ben al een tijdje niet meer ongesteld geweest – hèhè, eindelijk. Het is nog niet constant, maar soms ervaar ik een ongekende stabiliteit. Dat ik denk: als het zo wordt, na de menopauze, wauw!  

Dus ik denk ook wel eens: als dit alles is… als ik door de overgang rol met wat gehannes en teleurstellingen maar met nog steeds een prima basis en vaak genoeg lol in het sporten, dan valt het allemaal nogal mee. 

En dan heb ik ook veel zin in wat er komt. Want voor onze grote fietsvakantie komende winter is juist die basisconditie het allerbelangrijkste, en bovendien zit er dus echt nog meer rek op mijn prestaties op de korte afstand, zoals ik de vorige keer al concludeerde. Eens kijken of ik volgend seizoen die rek kan vinden.

Ondertussen train ik voor het fietsen nog een beetje door, met het oog op onze reis. Afgelopen vrijdag heb ik me bijvoorbeeld van Vlissingen naar Rotterdam laten blazen door een stevige meewind (en helaas wat meer regen dan voorspeld). Verder ben ik wel een beetje ingekakt. Ik had nog plannen om een snelle kilometer of een CSS-test te zwemmen en/of een VIAD-test te lopen, maar dat komt er allemaal niet van. Ik ben nog een beetje moe, ik slaap veel, dat gaat gelukkig weer prima. En de drive is weg omdat ik straks vanwege onze grote reis maandenlang niet ga hardlopen en zwemmen, dus ik begin in het voorjaar toch weer bij nul. 

In plaats van trainen ben ik gister naar de sauna gegaan. Ook wel eens lekker, inkakken. Nouja, beetje strijd leveren met gedachten als ‘ojee, nou word ik lui, vadsig en dik’, maar dat lukt wel.

Belangrijkste is nu om rond Sinterklaas ontzettend veel zin te hebben in fietsen – Down Under! 

Evaluatie wedstrijdseizoen

Lang leve de korte afstanden!

Wat mij betreft is de kern van een evaluatie altijd de vooruitblik, dus hier komt-ie meteen: ik ga me volgend jaar in het triathlonseizoen concentreren op de korte afstanden, 1/8e en sprint, en stel dus de langere wedstrijden minstens een seizoen uit.

Twee redenen hiervoor:

  1. Ik heb dit seizoen de meeste lol gehad bij die kortste afstanden. Mijn beste prestaties heb ik geleverd op de 1/8e (PR in Ter Aar, op hetzelfde niveau gepresteerd in Wilhelminadorp), de sprint (PR en overwinning in mijn leeftijdscategorie bij de Bosbaantriathlon en mijn beste jaarprestatie was de sprint-run-bike-run van Triathlon 010, die dag voelde het geweldig) en op een kwart (persoonlijk parcours record, vergelijkbaar met mijn PR, bij Binnenmaas, en dat leverde een heuse podiumplek op).

    Op het podium bij de V50+ kwarttriathlon Binnenmaas



    Deels was het een beetje pech dat twee langere afstanden, Oud-Gastel en Bocholt, alsmede twee andere kwarten (Krimpen en Alphen) samenvielen met vorm-dips. Nouja, met een vrij pittige vormcrisis in het voorseizoen en met een dipje eind september.
    Maar deels zijn die korte afstanden ook gewoon goed te behappen en is het lekker om zonder voorbehoud te kunnen knallen. Bovendien zijn het de leukste, gezelligste evenementen. Ik heb ook dit seizoen weer ondervonden: het leukst zijn de kneuterige triathlons met een gemêleerd deelnemersveld. En tot slot: er zit nog rek op die PR’s. In Ter Aar heb ik helemaal niet goed gelopen door inspanningsastma en de Bosbaan was geen heel snel parcours en koud zwemmen. Wie weet, ook op mijn 52e nog op naar nieuwe PR’s?
    Dus puur en alleen voor het sportplezier vind ik de korte afstanden het leukste. Er is meer, ik wil meer, maar daarover strakjes.
  2. Ik heb nog een keer een goede trainingswinter nodig om mijn hardlopen vooruit te helpen en dan weer langere afstanden aan te durven. Ik kan geneigd zijn dit seizoen te zien als een verloren seizoen voor het hardlopen. Ik had in het voorjaar al de mislukte marathon en het gebrek aan progressie te ‘verknagen’, en in die vormcrisis in het voorjaar zakte mijn hardlopen, voor mij de moeilijkste van de drie sporten, het verste weg. Ik heb het weer genoeg uit die dip weten te trekken om de triathlons te volbrengen, maar echt goed heb ik geen één keer gelopen, hooguit in een training. En nog wel vaker was er iets waardoor ik een looptraining moest overslaan: pijntje hier of daar, moe.
    Toch ervaar ik het niet helemaal als mislukt, want ik heb wel stappen gezet op het gebied van techniek en een andere trainingsaanpak. Dat draait echter eigenlijk pas sinds eind juni weer een beetje, en dat was volop in het triathlonseizoen. Met de andere twee sporten ernaast lukte het in die korte periode niet om progressie te boeken. Dat kan alleen in de winter, als ik fietsen op een laag pitje zet en drie keer per week kan trainen en regelmatig een wedstrijd kan doen – alleen lopen dan dus, als wedstrijd, en niet lopen als sluitpost van een triathlon, dan bouw ik onvoldoende tempo-hardheid op. Maar komende winter komt dat er niet van, omdat we dan op reis gaan. Ik ga straks 3,5 maand helemaal niet lopen, daarna begin ik weer bij nul. 5 kilometer is dan voor volgend seizoen ambitieus genoeg. Een stap vooruit hoop ik dan in de winter van 2018/2019 te zetten.

Tevredener ben ik trouwens over de andere twee sporten:

  • Ik heb dit jaar harder gefietst dan ooit tevoren in triathlons, daarbij geholpen door mijn al niet eens meer zo heel nieuwe fiets waarmee ik nooit eerder echt goed in vorm korte afstanden had gedaan. Ik ben trots op een paar fietsresultaten, zoals de 2e fietstijd van de 40+-dames bij Triathlon010, de snelste fietstijd van alle vrouwen bij de Bosbaantriathlon op vrijdag, en de 33,1 km/u gemiddeld die ik bij Binnenmaas reed. Af en toe voelde het ook superlekker!
  • Ik heb ook beter gezwommen dan ooit te voren, volgende op het derde PR van dit kalenderjaar: dat op de kilometer zwemmen in januari. Ik ben al sneller geweest dan toen zelfs, het is er alleen niet van gekomen om dat ook goed te klokken. Ook met zwemmen stop ik straks 3,5 maand, maar ik kijk er nu al naar uit dat weer op te pikken volgend jaar.

Ondanks een aantal best goeie prestaties heb ik me in een wedstrijd maar één keer echt helemaal top gevoeld en er alles uitgehaald waar ik voor trainde (Triathlon 010). Deze foto is dus van het beste sportmoment van het jaar:  

2017_07_16_0155

Een paar keer zat ik ertegenaan, zoals in Wilhelminadorp en Binnenmaas, en ook op sommige trainingen heb ik me supergoed gevoeld en enorm genoten. Nouja, misschien is één zo’n piekmoment per seizoen ook al heel wat? De vorige twee seizoenen had ik dat helemaal niet gehad zelfs. 

Het was ook af en toe een moeilijk seizoen. Krimpen, Bocholt en Oud-Gastel waren eerder diepte- dan hoogtepunten, al ben ik achteraf best trots dat ik die laatste twee toch nog heb volbracht – het is dit seizoen bij één DNF gebleven gelukkig, en dat was wijs toen. Ook aan het eind ging het weer niet helemaal lekker, al ben ik uit die dip nu alweer uit de weg omhoog (geloof ik). Allebei de keren was de oorzaak duidelijk: de hormonale kermis die overgang heet. Ik had daar ook andere symptomen van, en het meest kenmerkende op sportgebied was dat ik in die vlagen het gaspedaal niet kon vinden.

Maar er is meer…

Dan de rest. Ik sport niet alleen voor de uitslagen en voor de prestatie. Ik sport ook niet alleen voor dat pure sportplezier van de korte afstanden. Ik zoek ook de uitdaging op van de langere, en ik verleg graag mijn grenzen. Het was op dat punt geen groots seizoen, maar aan het eind toch zeer bevredigend omdat ik dit jaar in kouder water heb gezwommen dan ooit tevoren. Dat is het soort grenzen-verleggen waar het me om gaat.

Wat me ook drijft, is nieuwe dingen doen. Dit jaar waren er een boel nieuwe dingen: nooit eerder deed ik zo veel wedstrijden (12), daarbij zat mijn eerste door-de-weekse triathlon en er volgden er nog twee, een nieuwe afstand in een nieuw land en ook nog eens de rommeligste triathlon ooit, mijn eerste start als onderdeel van een duo dus een triathlon met een pauze erin, mijn eerste korte run-bike-run en later mijn eerste officiële run-bike-run (dus niet als gemankeerde triathlon), andere nieuwe en voor herhaling vatbare parcoursen (Wilhelminadorp, Terneuzen, Alphen, Bosbaan). Voeg daarbij mijn nieuwe rol als trainer en als supporter van ‘Ironhenk’ en als helft van een Ironcouple:

Ironmen Henk Vermaas en Louise Cornelis

Er was een boel nieuws en goeds en grensverleggends dus en daarvan heb ik genoten en geleerd. Ook van de minder prettige kanten. Ik heb vooral door Oud Gastel ook weer stappen gezet in het leren omgaan met en het accepteren van het nu soms zo grillige lijf. Als het nu niet lekker gaat heb ik meer vertrouwen dat dat maar tijdelijk is. Bovendien zat er tussen die twee slechte vlagen een veel stabielere periode waarin ik me juist fitter en sterker dan in heel lang. Ik hoop dat dat een vooruitblik is geweest op hoe het er na de menopauze uit kan komen te zien. Ga ik dan betere jaren tegemoet?

Voor de langere termijn kriebelt er wel nog wat. Ik wil sowieso graag in 2019 in Almere starten (zeg ik nu). Dat kan dan weer, omdat dan manliefs ’project’ om van ’14-’18 de In Flanders Fields marathon te lopen afgerond is, en die is altijd in hetzelfde weekend. Maar in 2019 heb ik mijn handen weer vrij. Ik weet nog niet wat ik daar dan wil gaan doen: de halve triathlon (ik wil sowieso graag eens een halve doen in goeden doen, dat is er tot nu toe nog niet van gekomen), de hele in mijn eentje, of de hele als onderdeel van een trio of duo. Daar heb ik nog royaal de tijd voor om over na te denken.

En ja, dus toch weer gedachten over een hele? Ja, soms, een beetje. Nog steeds omdat ik denk dat het beter kan dan in Vichy en omdat het voor het zwemmen en fietsen wel te overzien is. En ook wel omdat ik afgelopen zomer heb ervaren hoe veel beter het kan zijn als de overgangshormonen zich een tijdje koest houden. En omdat ik dat grote doel toch ook wel een beetje gemist heb – hoe leuk het ook was om zo veel kleine doeletjes te hebben.

* * *

Dit seizoen laat zich niet vergelijken met het vorige, met zo’n duidelijke piek als de Ironman. Het was goed, ik kan ermee vooruit, maar het smaakt ook ergens wel nog naar meer. Niet meteen – ik ben moe, nu, ik merkte vorige week na de run-bike-run dat ik traag herstelde. Van de winter ga ik lekker op reis. Maar daarna… de toekomst kriebelt al!