Welkom (sticky)

Cartoon van Ironman LouiseOp 28 augustus 2016 volbracht ik, op mijn 50e, de Ironman van Vichy. Als je meteen daarover wilt lezen: hier staat het verhaal van die dag. Ik begon bijna twee jaar ervoor met dit weblog om te vertellen over de weg erheen, die met de nodige ups en downs is verlopen

Sinds mijn Ironman schrijf ik hier verder over mijn eigen belevenissen, vrouwensport en trainingszaken – ik ben inmiddels trainingsbegeleider geworden. En ik triathlon nog steeds!

Wees welkom, neus lekker rond op dit weblog, ik heb geprobeerd het leuk én informatief te maken. Als je wilt reageren, doe dat – vind ik leuk!   

Sportkunstenaar herfst 2020 (sticky)

In maart vielen de activiteiten van Sportkunstenaar plotseling stil. Inmiddels is er weer wat beweging. Zo heb ik samen met Babet Blom twee stiltewandelingen begeleid tijdens de Overschiese Sportweek. Binnenkort meer nieuws over het vervolg.

Daarnaast – het zijn nog steeds uitzonderlijke tijden, maar je kunt bij mij terecht voor advies als je wilt trainen voor wandelen, hardlopen, fietsen en aanverwanten. In het bijzonder kan ik nu helpen en ondersteunen als je tijdens of sinds de lockdown bent begonnen, en je nu een volgende stap wilt zetten.

Neem ook contact op als je rustige duursport wil inzetten voor je geestelijke welbevinden. Last van stress, angst, somberheid, concentratieproblemen? Niet gek, nu – er komt (nog steeds) veel op ons af. Wandelen, hardlopen of fietsen kan je helpen deze tijd goed te doorstaan.

Of wil je gewoon sporten met meer plezier? Beter omgaan met alle onzekerheden van nu. Kansen benutten die er liggen nu er zo weinig wedstrijden zijn. Als je daar ondersteuning of begeleiding bij zoekt, neem dan contact op.

Wat verder ook kan, is dit weblog volgen: ik blog over sporten in tijden van corona.

(bijgewerkt op 27 september)

Overschiese Sportweek (2): stiltewandelingen

In de Overschiese Sportweek heb ik niet alleen zelf geëxperimenteerd, maar ook twee stiltewandelingen begeleid, samen met Babet. We hebben woensdag– en vanochtend gewandeld in Park Zestienhoven, met twee respectievelijk zes deelnemers. Het ging goed, we hadden prima weer, de deelnemers waren enthousiast. Fijn om weer eens wat namens Sportkunstenaar te doen.

Ik vond het ook bijzonder om te ervaren dat wandelen in een stille groep anders is dan alleen in stilte wandelen. Ik was me onder andere veel bewuster van wat ik hoorde en van mijn andere zintuigen.

Woensdag gaan Babet en ik op een rijtje zetten of en hoe we dit vaker willen gaan aanbieden. Want daar was het mede voor bedoeld: peilen of er interesse is om er iets structureels van te maken. We denken van wel, dus wordt vervolgd!

Brandersdeceptie

Vanochtend vertrokken Henk en ik welgemoed naar Schiedam, om 2,7 kilometer te gaan zwemmen bij de Branderszwemtocht. We hadden er zin in. Elk evenement in deze tijd is een welkome belevenis, de zon scheen, het water zou niet al te koud zijn en dit is elk jaar een leuke tocht met een prachtig parcours (zie vorig jaar).

Ik was zelfs bijzonder in mijn nopjes omdat het gelukt was om na die karige maanden en alle afgelastingen in september elk weekend een evenement te doen, en dat nog mooi verdeeld over de sporten ook: fietstoertocht, loopje, triathlon en zwemtocht. ‘En misschien zit het er nou wel weer op, gezien de corona-ontwikkelingen,’ zei ik nog. Er staat voor volgende week nog een triathlon op het programma, maar het zou me niets verbazen als die alsnog niet doorgaat.

Enfin, wij onderweg. We fietsten op het eind een stukje langs het parcours van de lange afstand, de zes kilometer, die eerder was gestart. We zagen de zwemmers langs de historische jeneverdistilleerderijen gaan – erg leuk.

Toen kwamen we bij de wegafzetting waar een vrouw de auto’s stond tegen te houden. En slecht nieuws voor ons had: de wedstrijd was zojuist verder afgelast.

Wat?

Uit wat er is gebeurd (zie ook Rijnmond), distilleer ik als verhaal dat de zwemmers van de 6 kilometer bij hun start, mogelijk onder invloed van slecht weer (er trok net een bui over), hebben staan dringen om het water in te komen. Op dat slechte weer had de organisatie misschien onvoldoende geanticipeerd – alles was buiten, met het oog op de zo belangrijke ventilatie. Ze hebben geprobeerd de deelnemers op te roepen tot het handhaven van de 1,5 meter, maar dat had weinig effect. Nadat de hele groep gestart was, heeft iemand van de gemeente gezegd: ho eens even, zo mag dat niet, de stekker moet eruit. De 6 kilometer mocht uitzwemmen, maar verder was het over en uit.

Tsja. Daar stonden we dan – met Marcel inmiddels ook. Van alle afgelastingen was dit wel de meest abrupte.

Ik had naast teleurstelling ook wel stoom uit mijn oren, moet ik zeggen. Drie kanten op: deelnemers (bedankt hoor, voor het geen afstand houden – en zwem vooral lekker verder), organisatie (niet anticiperen op slecht weer eind september is suf) en gemeente (vast bang voor reputatieschade als van de week in Tilburg).

Nouja, dat alles in afwachting van meer helderheid – de organisatie heeft vanavond gemaild dat ze zelf ook teleurgesteld zijn, gaan evalueren en ons dan nog nader gaan inlichten.

We zijn met z’n drietjes toen maar een stukje stroomopwaarts, namelijk achter ons huis, de Schie in gesprongen voor een iets kortere afstand. Lekker gezwommen, dat wel. Marcel en ik gingen eerst nog even samen op de foto – nee, je ziet niet dubbel, we hebben hetzelfde merk en type wetsuit:

Later realiseerde ik me dat dit in het klein een boel corona-maatregelen-ellende symboliseert:

  • Het is moeilijk voor mensen om zich aan de regels te houden. (Je ziet het op de foto hierboven trouwens ook: Marcel en ik staan ook niet op 1,5 meter, ik doe mijn best maar ben ook niet heel recht in de leer.)
  • De regels zijn soms moeilijk te begrijpen. Tijdens het sporten hoeft afstand houden niet, iedereen had een gezondheidscheck ingevuld, je temperatuur zou worden gemeten, buiten en bij kort contact loop je sowieso niet zo heel veel besmettingsrisico – en dan denk je: wat maakt dan dat moment vlak voor de start nog uit? Als je in de zeikregen staat te blauwbekken – een beetje begrip heb ik ook wel, toch, hoor.
  • De logistiek klopt niet altijd – ik ben al vaker in situaties geweest waarvan ik dacht: hier was dus duidelijk niet op geanticipeerd. Of andere onhandige dingen. Bij de vorige evenementen ging het juist zo goed, en ook deze zwemtocht wekte de indruk dat alles goed was voorbereid.
  • Slecht weer maakt het allemaal nog veel moeilijker met die regels, het gedrag en de logistiek.
  • Onze bestuurders reageren inconsequent: het gaat van niks doen tot paniekreacties en ze lijken soms vooral bezig met hun eigen hachie. Ze weten het zelf ook niet, zo blijkt wel.
  • De goeden moeten onder de kwaden leiden – dat vond ik nog het allerzuurste. Kijk, hier in de verte zwemmen ze van de zes kilometer….

Foto’s Hiathlon

Het heeft even geduurd, maar hoera, er zijn nu foto’s van de Hiathlon! Ik had er zelf nog eentje gemaakt vorige week toen ik – eenmaal thuis – ontdekte dat er handige dingetjes zaten in het oranje tasje dat ik had gekregen: een flexibele drinkfles en handontsmetter:

De actiefoto op de fiets is niet zo heel flatteus, maar goed, dat kan misschien ook niet, ik was aan het geven! En ik had nog niet de tijd genomen ook om m’n pakje goed te doen. Het is in twee delen die aan de achterkant in elkaar klikken en de pijpjes kruipen op onder m’n wetsuit.

De loopfoto is leuk: hier betreed ik net het groen-groen-groen-groen-knollen-knollenland!

 

Overschiese Sportweek (1): experimenten

Deze week is het hier in de wijk sportweek. Je kunt aan allerlei activiteiten van de ‘sportaanbieders’ gratis meedoen. Voor mij valt die week in twee verschillende delen uit elkaar: ik ben zelf aanbieder en ik ben uitprobeerder.

Over de aanbied-kant later meer, want dat loopt nog: ik heb woensdag samen met Babet een stiltewandeling begeleid en zondag volgt er nog één. De uitprobeerkant zit er echter wel al op, dus daarover nu.

Ik heb twee dingen uitgeprobeerd omdat ik op zoek ben of er een alternatief is voor mijn sportschool. Die vind ik onder de corona-beperkingen niet zo prettig: de lessen zijn ingekort en gehaast en ik voel me binnen al gauw claustrofobisch en niet op mijn gemak. Spinning binnen (met al dat gehijg) vertrouw ik sowieso niet, en de logistiek vind ik niet optimaal, waardoor dichtbij andere mensen komen onvermijdelijk is.

Ik ga onder normale omstandigheden ongeveer één keer per week naar de sportschool, voor:

  • ‘Core stability’: kracht, coördinatie en balanstraining, vooral voor rug, buik en bekkenregio. Doe ik nu al jaren in de vorm van bodybalance. Kan ik thuis goed vervangen, zo is me de afgelopen maanden gebleken, met wat er op YouTube staat, maar dat is wel maar in m’n uppie.
  • Krachttraining. Kan ik deels thuis vervangen, maar niet alles en niet zo precies. Het is bijvoorbeeld veel lastiger om een kilo zand erbij te doen in de emmers waarmee ik lunges doe, veel lastiger dan dumbells van een kilo zwaarder pakken. Met m’n zwemkoord trek ik altijd aan dezelfde weerstand, anders dan met katrollen en gewichten. Leg press kan al helemaal niet.
  • Spinning, als het weer ’s winters te slecht is om buiten te fietsen, als het uitkomt in m’n trainingsplannen om eens écht heel diep te gaan, want dat kan het beste binnen, en soms ook gewoon voor de lol. Bij elkaar is dat misschien maar een keer of tien per jaar, maar ik vind het wel belangrijk. Ik kan het niet zomaar vervangen, dan zou ik moeten investeren in een betere/leukere indoor fietstrainer. Veel geld voor die tien keer per jaar. En waar laat ik ‘m?
  • Eventuele andere dingen, zoals op de crosstrainer of loopband bij blessures.

Nou goed, deze week dus wat uitgeprobeerd, namelijk een Pilates-les buiten in Park Zestienhoven van Mindful Motion en een bezoek met proefles aan Let’s Go, een nieuwe sportschool in de Spaanse Polder, boven een sanitairwinkel:

Tsja. Allebei hadden aantrekkelijke kanten én minpunten.

  • Pilates is leuk, alles klopte aan de les, en het zou goed voor me zijn dat weer wat regelmatiger te doen. Mindful Motion geef ’s zomers buiten les, en dat is heerlijk. ’s Winters is het in een grote zaal met weinig deelnemers, dus geen claustrofobie. Máár dan heb ik geen spinning, fitness of crosstrainer (e.d.) en het rooster is wel erg beperkt: alleen op zondagmorgen. Hmm. Maar zondag in het zonnetje was het wel heerlijk:

  • Let’s Go heeft virtuele spinning, ‘Live & on-demand cycling 1Rebel’. Dat doe je individueel, op een fiets met een monitor. Je kunt je aansluiten bij een klasje dat op dat moment plaatsvindt of kijken naar een opname van zoiets. Dat zag er goed uit, behalve dan dat het niet helemaal mijn soort spinning is – het is meer met ‘kunstjes’ dan echt op fietsen gericht. Zo zit er achterop de fiets een houder voor haltertjes bijvoorbeeld.
    Daar zou nog wel omheen te werken zijn, maar de sportschool is ook nogal duur voor maar één keer per week, en dan betaal ik voor een boel wat ik niet gebruik. Het is wel een prachtige sportschool met alles erop en eraan en gloednieuw – maar ik vind het echt niet kunnen om extra geld te vragen voor zo’n mager groepslesaanbod. Dat moet allemaal nog uitgebreid gaan worden, zeiden ze. Maar iets als pilates of bodybalance is er niet. En ik weet niet of dat ooit komt, want het publiek is meer voor de hippe sporten, zal ik maar zeggen, niet voor van die verantwoorde dingen voor dames van middelbare leeftijd.
    Ik voelde me woensdagavond een beetje de oma, tussen wat er op proef was (slechts één andere dame), het personeel en de andere bezoekers. Niet dat ik me daardoor tegen zou laten houden overigens. Maar ik was wel een beetje verbaasd toen de proef-groepsles bestond uit iets boks-achtigs. Zo maak je nog eens wat mee: had ik daar ineens voor het eerst in mijn leven bokshandschoenen aan!

Alles bij elkaar heb ik wel lol gehad in de experimenten. Voornemen is nu om in m’n sportschool maar eens te gaan vragen of ik in m’n eentje gebruik zou mogen maken van een spinningfiets. Als ik dan met m’n eigen telefoon spinning-lessen van YouTube ofzoiets kan volgen, heb ik een veel goedkopere vorm van virtuele spinning. Met die kortere bodybalance moet ik dan maar leren leven. Het is wel een heleboel keren per week, zowel overdag als ’s avonds – tel uit m’n winst. Daartoe inspireerde het allemaal dus wel.

Tot slot nog een knie-selfie in een Pilates-standje onder de zon van zondag:

HIAaaaaaaaaa!

Ik had er lang niet meer op durven hopen voor dit jaar, maar ik heb vandaag een echte, heuse triathlon gedaan! De 1/8e van de HIAthlon, in Hendrik-Ido-Ambacht. Pas een dag of tien geleden ingeschreven, toen ik er vertrouwen in kreeg dat het door zou kunnen gaan. Het klonk als een leuke breedtetriathlon. Ik heb inderdaad lekker buiten gespeeld vandaag!

Ik had van de week een beetje getaperd en gister nog wat yoga enzo gedaan, dus fysiek was ik er wel klaar voor, al was ik wel wat stijf – maar dat verdween precies op tijd. Gister had ik m’n fiets gepoetst, jawel, de racefiets: het fietsparcours zou vijf bochtige rondjes zijn, dan loont de triathlonfiets niet.

Een paar jaar geleden ben ik in Kopenhagen ook nog op deze fiets gestart, maar verder doe ik al meer dan vijf jaar triathlons op een andere fiets natuurlijk. Dat voelt dan toch zo als: leuk voor haar, dat ze dit nog eens mag meemaken.

Daarna m’n spullen gepakt, en net als vorige week kon ik merken dat dat lang geleden was: uh, waar is het talkpoeder voor in m’n loopschoenen, en waar de trislide om snel uit m’n wetstuit te komen – helemaal niet mee geoefend. Alles gevonden uiteindelijk. Wat een bult spullen, voor 1,5 uur sporten:

Dat was zelfs nog een tweesporenbeleid eerst, want er was kans op afgelasting van het zwemmen vanwege problemen met de waterkwaliteit. Pas later gister kwam het besluit: zwemmen mocht, maar er was wel nog een kleine kans op zwemmersjeuk, dus als je dat niet zag zitten, mocht je er een run-bike-run van maken. Ik heb even gegoogled en durfde het wel aan. Ik schrok eigenlijk meer van de watertemperatuur: 16,5 graad – oef, de Schie donderdag was nog bijna 20!

Op naar Hendrik-Ido-Ambacht, voor de start om 12 uur. Mooi zonovergoten park, met prima 1,5-meteroplossingen. Eerst een wachtplek:

En daarna veel ruimte in het parc fermé, een soort eigen territoriumpje:

Enige lastige was dat de serie ervoor uitliep en iedereen daarvan uit het parc weg moest zijn voordat wij erin mochten. Dus wij moesten op die wachtplek wachten, geen probleem. Toen we er eenmaal in mochten, was ik als één van de laatsten binnen, en ik was er amper en toen werd er omgeroepen dat we zouden gaat starten. Hallo – ik heb echt even tijd nodig om m’n spullen handig klaar te leggen én om m’n wetsuit aan te trekken.

Om me heen klonk meer gemor. Ik ben dus al wetsuit-aantrekkend naar de officials gehobbeld om te klagen. Het was een rollende start, dus wat later starten was geen probleem, maar uiteindelijk ben ik wel als laatste én overhaast gestart.

Tijdens het lopen naar het water realiseerde ik me dat ik in de haast m’n horloge niet startklaar had gezet. Het gehannes daarmee heeft me een plekje in het klassement gekost, want dat scheelt maar 4 seconden. En nog bleek ik het zwemmen niet geklokt te hebben. Nouja. De wedstrijdleider heeft na afloop nog excuses aangeboden en gezegd dat ze inderdaad wel wat gestresst waren geweest.

Zwemmen ging okee. Ik haalde er zowaar nog een paar in maar had verder alle ruimte natuurlijk, met die late start. Het water was fris maar niet te koud, geen zwemmersjeuk. Er gingen uit de eerste startserie  verhalen over glas op de ondiepe bodem, maar ook daar niets van gemerkt. Mijn zwemtijd volgens de uitslag was 13’42, voor ongeveer 550 meter zwemmen + twee kleine stukjes lopen + wat moeizaam uit de plas krabbelen + klungelen met m’n horloge – kan ik niks over zeggen, maar het voelde goed.

Fietsen ging daarna super. Klein bekend stukje – ik ken Hendrik-Ido-Ambacht alleen van erlangs fietsen. Blij dat ik op de racefiets was, niet zozeer vanwege het sturen, maar omdat het iets van 8 keer per rondje, dus 40 keer in totaal, optrekken uit de bocht was, en ik ga op de racefiets makkelijker staan daarvoor. Ik ging dat wel voelen, maar dik tevreden. Zelf heb ik 31,2 km/u geklokt en in de uitslag heb ik van alle vrouwen de 2e fietstijd! Ook weer dik voldoende ruimte, dankzij het uit elkaar getrokken en sowieso kleine startveld.

Lopen ging zo-zo – ik constateerde vorige week al dat ik niet op dreef ben na te veel alleen maar basistraining (werk aan de winkel voor de winter). Het voelde wel alsof ik het gaspedaal intrapte, maar heel hard ging ik niet en mijn hartslag bleef eigenlijk ook wat te laag. Het was bovendien een grappig maar lastig parcours: schelpenzandpaadjes en twee forse onverharde stukken, waarvan één door een bonkig weiland. Ik kreeg er ‘In een groen-groen-groen-groen-knollenknollenland’ van in mijn hoofd! 5,4 km in 32,23 (zelf geklokt) – mwah.

Op het moment dat ik finishte had ik geen idee van totaaltijd of klassering. Het was water en medaille pakken en daarna meteen wegwezen, want er volgde nog een startserie, op de korte afstand. Dat was wat abrupt, dat voelde een beetje leeg, maar goed, dat is niet anders. Wie weet is een triathlonmedaille uit 2020 straks wel een collector’s item:

Ik had nog net even tijd voor een wisselzone-selfie:

In de middag kwamen de uitslagen dan wel. Ik ben gefinisht in 1:26:59 en daarmee 7e geworden van in totaal uit de twee series (slechts) 12 vrouwen – dat waren er maar weinig, op 83 deelnemers in totaal (+ 24 voor de run-bike-run). Geen leeftijdscategorie-onderverdeling. Meer in detail:Mijn startserie vond ik voor zo’n breedtetriathlon nog best hoog niveau en goed materiaal; in de eerste serie waren meer niet-racefietsen enzo te zien geweest.

Ik was tevreden. Ik heb lekker gesport onder perfecte omstandigheden, en ik ben vooral erg blij dat ik dit seizoen toch nog een leuke triathlon heb kunnen doen. Het blijft toch gewoon leuk, de bedrijvigheid in zo’n wisselzone en de drie sporten achter elkaar. Ik heb wat kunnen ouwehoeren ook, zeker tijdens dat wachten, en na afloop nog met een vrijwilliger, dat was ook leuk. Lekker om weer mee te maken!

En wat er verder ook nog gaat gebeuren – deze pakken ze me niet meer af! Een echte heuse triathlon in het rare sportjaar 2020! HIAaaaaaa!

Nog meer gewoonheid

Ik schreef er in juni al over: de terugkeer naar gewoonheid. Nu nog een keer. Met z’n kanttekeningen.

De eerste kanttekening: naar de sportschool ga ik ondertussen alweer niet meer. Ik vond het niet leuk genoeg: de lessen zijn ingekort, ik vond ze gehaast, en ik werd licht claustrofobisch door wat ongelukkige dingetjes in de logistiek, vooral toen er in Schiedam een uitbraak was. Ik ben een van degenen die al in het nieuws waren een tijdje terug: ontdekt dat ik het ook prima thuis kan, die sportschool, op een paar details na – er zit minder variatie en opbouw in m’n krachttraining vooral. Daar ga ik na corona wel weer aan werken. Thuis heb ik de planning in eigen hand, hoef ik niet te reserveren en kort ik de bodybalance ook niet in.

De andere kanttekening is dat het qua besmettingen de verkeerde kant op gaat, en dat het gewone wel eens van korte duur kan zijn. Al lijkt het erop dat sportactiviteiten geen ‘superspreaders’ zijn. Ik hoop daarom dat ik de komende tijd weer vaker kan doen wat ik vandaag gedaan heb: een loopje. In Delft nogalliefst – live dangerously!

De Kopjesloop was weer voor het eerst en prima aangepast aan de corona-maatregelen. Zo moest je bijvoorbeeld zelf buiten je startnummer pakken:

Op dat startnummer stond je precieze starttijd geschreven (rechts op de foto hieronder), want je startte om de twintig seconden in groepjes van tien. Dat ging prima.

Op de foto is één van de twee dingen te zien waaraan ik kon merken dat ik lang niet zoiets gedaan had: m’n startnummerband had het loodje gelegd. De rek was er helemaal uit, ik kon ‘m nog net strak genoeg omdoen, en gelukkig hadden ze een schaar om de grote losse flap (onder) eraf te knippen!

Het andere waaraan ik kon merken dat ik lang niet zoiets gedaan had, was aan mezelf. Het viel me best tegen, het lopen. Trainen gaat heel lekker en dan komt het tempo ook makkelijk, maar ik had al eerder gemerkt dat het me totaal ontbreekt aan tempohardheid. Niet zo gek – m’n laatste snelle tien is 20 maanden geleden, denk ik! En m’n laatste loopje überhaupt  ook al meer dan een jaar.

Nouja, en bovendien was het warm en wat benauwd. Tegen de 7 km had ik het zo warm dat ik even heb gewandeld zelfs. Ik finishte in 57’40, nou, dat moet echt harder kunnen. Maar daarvoor moet ik het dus echt vaker doen weer, de komende tijd – laat het alsjeblief blijven mogen! Voor mijn gevoel zat er nu ook echt niet meer in, en dat zei m’n hartslag ook. Dus op dat punt dan weer wel tevreden. Het was wel weer leuk om te doen – eindelijk weer! En het gevoel van vermoeidheid nu is ook wel weer eens lekker!

Net als vorige week vond ik het leuk om die bedrijvigheid van zo’n evenement weer te hebben. Hier zit manlief achter mijn tas, net na aankomst:

Afgelopen week was ook op een ander punt weer ‘gewoon’: ik heb in totaal 3,5 uur op de stadsfiets gezeten, wat ik beschouw als ‘gemiddeld’, onder normale omstandigheden, maar ik heb dat sinds maart niet gehaald. In de lockdown waren er zelfs weken met 0 minuten stadsfiets. Ik fietste afgelopen week naar van die dingen als zwembad, twee werkafspraken, borrel en chiropractor, allemaal dingen die er in de lockdown niet waren.

Wat er nog steeds niet is, is fietsen naar het station om naar opdrachtgevers toe te gaan. Op dat punt is mijn stadsfiets- en werkende bestaan nog steeds heel afwijkend. Maar mijn sportbestaan wordt gewoner. Volgende week staat er zelfs een heuse triathlon op de planning!

 

Het eerste evenement weer!

Gister was het dan zo ver: mijn eerste sportevenement sinds de Parkrun op 7 maart. Het was de Airborne klimtoertocht. Het had nog even wat voeten in de aarde, want ik wist niet dat de A12 afgesloten was, suf, en de omweg leek eindeloos. Fietsmaatje Nancy wilde op tijd thuis zijn, en daarom besloten we de tocht van 88 km te doen.

Die route bevatte wel het leukste stuk, met de meeste klimmetjes – Strava gaf achteraf maar liefst 943 hoogtemeters! Daarvoor slinger het parcours heen en weer, de Veluwezoom op en af, met een lusje zelfs, en eenmaal terug in de bebouwde kom nog wat steile Arnhemse straatjes door. Zo dus:

Sowieso leuk om weer eens te klimmen en te dalen. Het was bovendien een prachtig parcours, met on-Nederlandse vergezichten, die vooral mooi waren door de bloeiende heide:

Net over de helft hebben we koffie gedronken bij de Carolinahoeve, waar ze – naast een heleboel wespen die verzot waren op onze appeltaart – mooi snijwerk in boomstammen hebben, zoals deze eekhoorn:

Het was uitstekend fietsweer, beschut tegen de vrij stevige wind. Goed uitgepijld, met misschien minder ravitaillering dan normaal, maar we kregen wat lekkers mee en dat is voor de paar euro die het kost (ik ben NTFU-lid) gewoon prima. Op de fiets heb je verder van de corona-maatregelen geen last. Wel was het rond de Posbank onaangenaam druk op het fietspad. Maarja, da’s niks nieuws.

Het was gezellig, en gewoon leuk om weer eens een heuse start- en finishboog te zien, na al die karige maanden:

Een fijne dag dus! Organisator RETO, bedankt, en gefeliciteerd met jullie eeuwfeest! 

Een andere maar goede sportzomer

Toen de lockdown goed en wel onderweg was en het duidelijk was dat er voor 1 september geen triathlons en dergelijke door zouden gaan, heb ik me bezonnen op mijn sportieve doelen voor de zomer. Doorlopend tot nu, ongeveer, want het is bijna 1 september en op dit moment heb ik inderdaad, zowaar, een aantal evenementen in mijn agenda voor de komende weken: een fietstoertocht, een zwemtocht, een of twee loopjes, een tijdrit en ook nog een heuse triathlon. Met alle slagen om de arm natuurlijk.

Het betekent dat ik de zomerperiode afrond en overga naar een korte meer wedstrijdgerichte periode. De hele zomer lang heb ik geen wedstrijdspecifieke training gedaan, het was allemaal ‘basis’-werk. Ik heb bijvoorbeeld nog geen koppeltraining gedaan en het ontbreekt me ten enen male aan tempohardheid bij het zwemmen en hardlopen: ik maak makkelijk snelheid, maar kan dat niet lang volhouden. Dat kon niet anders, dus dat is niet erg, maar het gaat dus wel een beetje veranderen. Een beetje maar, want om optimaal voorbereid te zijn, had ik specifieker moeten trainen. Maar daarvoor was het allemaal te onzeker, ik koos voor niet-wedstrijdgerichte doelen.

Mooi moment om de coronazomer op sportgebied te evalueren, dus op het gebied van die niet-wedstrijddoelen. Ik schreef laatst al over het bereiken van een bijzonder doel: weer eens meer dan 200 kilometer fietsen. Dat was een fraaie – die ook mooi illustreert wat ik bedoel met niet-wedstrijdspecifiek sporten, want om te trainen voor die olympische afstand in Ouderkerk hoef ik natuurlijk echt geen 215 kilometer te fietsen. Mijn andere doelen heb ik ook bereikt, op één na. Daar begin ik mee.

Niet bereikt: zwemmen weer op niveau. Vlak voor de lockdown begon, zwom ik harder dan ooit tevoren. Op 5 maart verraste ik mezelf met een snelle 400 meter als onderdeel van een intervalprogramma, dus niet eens voluit – dankzij de cursus Powerstroke van de winter Een dikke week later gingen de zwembaden dicht. (Achteraf heb ik me er trouwens nog wel eens over verbaasd dat ik me, voor zover ik me herinner, op die 5e maart totaal niet bewust was van wat ons boven het hoofd hing. Maf is dat.)
Vanaf mei ben ik terug begonnen met zwemmen in open water en half juni ook in het zwembad, sindsdien in totaal meestal zo’n twee keer per week. Dat was sowieso heel fijn en ik pikte het best snel weer op. Hoe goed precies, dat weet ik niet – ik heb al gauw in het begin van het zwembadzwemmen een 20-minutentest gedaan en dat viel me toen niet tegen, maar drie weken geleden viel het tempo in intervallen me wél tegen.
De dag daarna ontwrichtte ik m’n (hypermobiele) duim en dat gaf een dusdanige dreun tegen de pees dat ik eerst zelfs veel last had in het dagelijks leven, laat staan dat ik kon zwemmen – typisch gevalletje pech. Het gaat wat op en neer en ik heb alweer pijnvrij kunnen zwemmen, maar ik heb daarna ook alweer níet kunnen zwemmen toch weer.
In elk geval: terug op het niveau van maart ben ik niet. Dat kan misschien ook niet met maar twee keer per week zwemmen, waarvan één keer in open water. Dat is altijd wat rommelig: ik ben dan noch met techniek noch met snelheid bezig (maar het is wel fijn). Het is niet anders. Hopelijk gaat die duim snel wel echt helemaal over.
Ik bezin me nog hoe veel werk ik komende winter in het zwemmen wil gaan steken – maar daarover, dus over toekomstplannen, een andere keer.

Wel bereikt (1): plezier, genieten en goed voor mezelf zorgen. Dit was by far het belangrijkste doel van de zomer en het is hartstikke goed gelukt. Ik heb heerlijk gefietst, hardgelopen, gewandeld, gekajakt (inclusief onze eerste tweedaagse kajaktocht!), gezwommen en zelfs ook lekker m’n oefeningen gedaan (kracht, core, yoga, bodybalance), in de sportschool of thuis. Vooral het lange fietsen is altijd goed voor mijn lichaam en ziel. Het wandelen met diverse maatjes was ook sociaal belangrijk – gezellig, dus. Ik heb ook veel plezier beleefd aan de thuistriathlons die we hadden verzonnen. Ik voel me kakelfit en het sporten heeft me enorm geholpen in deze verder moeilijke en karige tijd.

In onze trapkajak

Wel bereikt (2): basisconditie voor toekomstige wedstrijden behouden. Ook prima gelukt. Ik heb mijn lopen bijvoorbeeld onderhouden voor de tien kilometer die op het programma staat in die ene triathlon. Ik heb het fietsen op wedstrijdvermogen met piepkleine stapjes opgebouwd naar de intervallengte van 4X8′, en dat is mooi voor 40 kilometer hard. Het vermogen dat ik dan haal is zelfs net wat hoger dan vorig jaar; ik ben qua fietsen in bloedvorm. Kracht en core stability heb ik probleemloos weten te onderhouden, beter dan in een seizoen met veel wedstrijden. Rug, bekken en net voelen stabiel en probleemloos. Sowieso voel ik me opvallend goed (ik schreef het al eerder, zó fijn dat het overgangsgehannes achter de rug is). Dat is mooi, voor als er inderdaad nog wat komt aan wedstrijden, en anders voor de verdere toekomst.

Wel bereikt (3): sterkere voeten kweken. Het was één van de dingen die ik al vroeg in de lockdown leerde: dat die periode een kans bood om aan zwakke plekken te werken. Waarvan akte! Ik had van de winter een voetblessure, en daar ben ik mee aan de slag gegaan.
Ik ben in maart voor de derde keer begonnen met het opbouwen van lopen op blote-voeten-schoenen. De vorige twee keer strandden in blessures, maar nu gaat het goed. Het geeft veel spierpijn, maar die kan steeds helemaal wegtrekken omdat ik maar één keer per week erop loop. Dat was wel een gok, want één keer per week zou ook te weinig kunnen zijn. Niet dus. Het ging met kleine stapjes, maar inmiddels loop ik er zo’n 40 minuten rustig op; in intervaltrainingen wat korter. Mijn kuiten zijn dus veel sterker aan het worden. Daarnaast loopt het lekker en is het goed voor mijn looptechniek.
Maar nog belangrijker: ik train er mijn voeten mee. Ik ben daarnaast oefeningen gaan doen en heb fikse progressie geboekt. Volgens mijn masseur zijn mijn voetspieren zelfs voelbaar dikker geworden. Ik sta tegenwoordig mezelf bewust uit evenwicht te brengen op één voet waarvan ik de middelste drie tegen opgetrokken houd. Het ziet er zo uit:

* * *

Al met al ben ik de sportzomer dus hartstikke goed doorgekomen. Het deed me goed te merken dat ik geen wedstrijden nodig heb om veel te sporten en goed te worden. Ik mis de reuring ervan wel, maar het is ook relaxed: met die zere duim had ik anders wel zorgen gehad en misschien zelfs niet kunnen starten op 22 augustus, de oorspronkelijke datum van TriOuderkerk. Al zou dan alles anders geweest zijn natuurlijk. 

Want anders was het, en is het, en dat is zeker nog steeds bepaald niet makkelijk of leuk. Toen het virus weer begon op te laaien, heb ik ondanks al dat fijne sporten een behoorlijk sombere periode gehad. Het is spannend hoe het verder gaat. Mijn doelen waren niet voor niets zo geformuleerd dat ik ze in eigen hand had, dat ze niet geannuleerd konden worden. De toekomst is nog steeds ongewis.