Welkom (sticky)

Cartoon van Ironman LouiseOp 28 augustus 2016 volbracht ik, op mijn 50e, de Ironman van Vichy. Als je meteen daarover wilt lezen: hier staat het verhaal van die dag. Ik begon bijna twee jaar ervoor met dit weblog om te vertellen over de weg erheen, die met de nodige ups en downs is verlopen

Sinds mijn Ironman schrijf ik hier verder over mijn eigen belevenissen, vrouwensport en trainingszaken – ik ben inmiddels trainingsbegeleider geworden. En ik triathlon nog steeds! In 2019 deed ik o.a. mijn beste halve triathlon en het fietsen als onderdeel van de trio-hele-triathlon  van Almere.

Wees welkom, neus lekker rond op dit weblog, ik heb geprobeerd het leuk én informatief te maken. Als je wilt reageren, doe dat – vind ik leuk!   

Sportkunstenaar tijdens de corona-crisis

In plaats van de agenda van workshops enzo van Sportkunstenaar hier een overzicht van wat ik wél kan doen aan sportadvies en trainingsbegeleiding.

Nouja, precies dat dus: advies voor sporten in tijden van corona en begeleiding bij het trainen, voor wandelen, hardlopen, fietsen en aanverwanten. Op afstand: het meeste digitaal (mail, videobellen) en zo nodig en als dat netjes kan, buiten, één op één.

In het bijzonder kan ik nu helpen en ondersteunen bij:

  • Gaan sporten, een nieuwe of andere sport gaan doen omdat je gewone sport niet meer kan of omdat je nu meer of juist minder tijd hebt. Dat kan sowieso, maar ik denk in het bijzonder aan beginnen met hardlopen. Als ik nu buiten om me heen kijk, ben ik bang dat er een hausse aan hardloopblessures gaat komen – en dan kan je ook nog niet eens naar de fysiotherapeut. Wil je voorzichtig en verantwoord starten met hardlopen, weet dan goed wat je doet!
  • Het gebruiken van rustige duursport voor je geestelijke welbevinden. Last van stress, angst, somberheid, concentratieproblemen? Niet gek, nu – er komt veel op ons af. Wandelen, hardlopen of fietsen kan je helpen deze tijd goed te doorstaan.
  • Het bepalen van nieuwe doelen en een nieuwe ‘sportstrategie’, nu wedstrijden afgelast worden, je beperkt bent in wat er mag of je misschien meer zorg hebt om je gezondheid. Je kunt deze periode bijvoorbeeld benutten om aan zwakke punten te werken, voor sportieve bezinning en voor het uitbreiden van je mentale vaardigheden.

Maar bovenal zou ik nu zeggen: sport met plezier. Als advies of begeleiding daaraan bij kunnen dragen, neem dan contact op. Ik heb niet direct op alle vragen een antwoord – deze tijd is voor ons allemaal onzeker. Maar ik weet wel heel wat, en we kunnen samen verder zoeken.

 

Troostfoto’s

Ik weet al lang dat ik buiten sporten nodig heb om m’n hoofd op orde te houden. Ook nu blijkt dat weer van onschatbare waarde – vooral fietsen, maar hardlopen en wandelen doen ook duiten in het zakje. Ik prijs me nog steeds gelukkig dat er in Nederland geen verbod op is (Spanje) of dat het is beperkt tot een kilometertje om je huis (Frankrijk) – ik heb hem daar wel voor geknepen.

Meer dan anders zie ik op dit moment tijdens het sporten in de omgeving zaken die me troost bieden. Ik heb daar af en toe foto’s van gemaakt, hier komen er een paar.

In de eerste week ervoer ik vooral de natuur als troostrijk: de ‘gewoonheid’ van de planten en de dieren, ook nog in dit mooie seizoen – ze hebben geen weet van wat voor crisis dan ook en zijn gewoon aan het groeien en bloeien. Ik ging op zoek naar de ganzen en de schapen langs het Spui (mooi buitendijks fietspad, aan de Puttense kant). Die kwam er niet heel geweldig op, maar ze waren er wel:

Beter lukte de foto van een fors stuk uit Schotland geïmporteerde natuur die terwijl ik mijn telefoon pakte ineens heel dichtbij kwam – oeps!:

Het was gelukkig alleen goedmoedige nieuwsgierigheid.

In de grote hoeveelheid stralende zon was het voorjaar steeds schitterend, zoals vorige week:

Deze week viel me op dat ik juist het zien doorgaan van gewoon werken troostrijk vond, zoals varen – mooi, we worden nog bevoorraad:

Vrachtschip

Zelfs het affakkelen bij Pernis had wel wat:

Daarbij was het licht ook mooi, zeker in samenspel met wolken en hoge dingen (windmolens, bomen):

Deze laatste foto is vlak bij huis, en wat ik ook leuk vond, was om daar nieuwe dingen te ontdekken. Maandag wandelden manlief en ik een ommetje over een route die we allebei vaak hardlopen, maar dan andersom, en dus trager. En dan zie je ineens nieuwe dingen – deze waterwerken (en de rommel) waren me nooit eerder opgevallen, dat gebouwtje rechts is een gemeentelijk gemaal:

Gister wandelde ik ‘m andersom, en nóg een ontdekking: er loopt een onverhard paadje langs de nieuwe waterweg, althans, zo ziet het eruit en het loopt inderdaad min-of-meer door:

Zo kun je dus op steenworp afstand van thuis nieuwe dingen ontdekken, wat troostrijk is bij gebrek aan tochten en vakanties.

 

Gas eraf = nieuw begin

Ik schreef hier eerder al dat ik vanwege het wegvallen van wedstrijden het ‘gas eraf’ moest halen en dat voor hardlopen nog lastig vond. Het heeft daarna nog een week geduurd voordat ik echt de tering naar de nering kon zetten. Inmiddels heb ik een nieuw perspectief.

Ik zat net bijna aan de maximale trainingsomvang die ik op het oog had voor een snelle tien kilometer: duurloop van net iets meer dan dat, een intervaltraining met 5X1 km net onder wedstrijdsnelheid, en een intervaltraining met 5X400m, 10X200m en 5X100m sneller dan dat. Die intervalomvang lang volhouden gaat – denk ik – averechts werken: ik ben er inmiddels wel achter dat ik voor echt goed lopen gericht moet pieken; van lang zwaar trainen word ik slechter. De intervaltrainingen stevig inkorten maakt ze als training weer zo kort. Ik wil wel af en toe flink luchten. Ze dan weer verlengen met alleen maar rustige duur is weer zo sloom en zo veel hetzelfde…

En zo realiseerde ik me: het beste haal ik er een keer hardlopen in de week af. Ik ga terug naar twee keer, het onderhoudsprogramma: een duurloop en een training met gemengde intervallen (souplessemethode), dus een training waarin zowel die kilometers (2) als de korte intervallen (3X400, 4X200, 5X100) in zitten.

Die derde keer ga ik wel lopen, maar dan kort en heel anders: ik ga opnieuw het lopen op barefootschoenen opbouwen.

Lopen op ‘minimalistische’ schoenen (zonder steun of demping en helemaal plat) heb ik twee keer eerder geprobeerd, maar allebei de pogingen strandden in een blessure, kuit en achillespees. Waarschijnlijk was ik beide keren te ongeduldig, mede vanwege aanstaande evenementen. Die zorg heb ik nu niet.

Ik ga nu aan de slag met een voorzichtig opbouwschema, en dat wel maar één keer aan de week. Ook niet per se om er helemaal op over te stappen, maar als techniekoefening en krachttraining voor voeten en kuiten. En omdat het lekker voelt. Ik zie wel hoe ver ik kom.

Ik neb nog een ander belang: op blote voeten lopen als krachttraining voor mijn voeten was me aangeraden door mijn chiropractor, vanwege de voetblessure van begin dit jaar. Die blessure is in principe over, maar de plek is toch nog steeds gevoelig. Woensdag ging ik hem weer voelen bij het fietsen – het is meer van de druk van schoenen dan van iets anders. In de minimalistische schoenen heb ik geen last van de druk en train ik mijn voetspieren.

Zo voelt een grote stap terug in m’n trainingsopbouw niet als verlies. Ik ben aan iets nieuws begonnen. Al was het de eerste keer maar met 5X1 minuut.

 

Wat er allemaal niet doorgaat

Gister zou mijn eerste wedstrijd van het seizoen geweest zijn: de zwemloop in Vlissingen. Had ik nog nooit gedaan, leek me leuk, in m’n geboorteplaats, broer als supporter – en dan een PR zwemmen op de kilometer, dat had er echt in gezeten. Ja, soms ben ik me nog bewust van een parallel bestaan, waar de dingen wel in doorgingen. Maar niet dus, en dat was op 12 maart al duidelijk. Inschrijfgeld teruggekregen – netjes.

Vorige week ging er een definitieve streep door de eerste triathlons, die van mei: Brouwersdam (50 % teruggekregen) en Ter Aar (nog niets van gehoord, vreemd). Ook mijn zwemtrainingen zijn geannuleerd. Die zouden doorlopen tot 1 juni, dus dat is over, al is nu nog niet duidelijk of er iets ingehaald of gecompenseerd gaat worden.

Daarmee begint mijn seizoen op z’n vroegst half augustus. We zouden namelijk in juni voor vijf weken op reis gaan: fietsen in Mongolië en met de Trans-Siberië-Expres terug. De reis is officieel nog niet geannuleerd maar dat gaat wel gebeuren natuurlijk, dat is een kwestie van tijd. Vanwege die reis sta ik in juni/juli  nergens voor ingeschreven. 

Vanaf half augustus heb ik me voor vier kwarttriathlons ingeschreven. Ik ga er echter van uit dat die ook allemaal zullen vervallen. Ik heb mijn oor afgelopen week te luisteren gelegd in de media en bij wat mensen die ik kundig acht, en daar werd ik niet hoopvol van. Mogelijk moeten we zelfs wachten op een vaccin. Misschien ben ik daarin te somber, maar dan gaat het meevallen.

Nu heb ik met die eerste twee annuleringen duidelijk mazzel gehad. Het officiële beleid is namelijk dat organisaties bij annulering door overmacht niets terug hoeven te betalen. Veel kosten zijn al gemaakt en het geld is nodig om organisaties, verenigingen en bonden overeind te houden.

Ik snap dat wel, maar ik heb er ook moeite mee. Ik krijg zelf niet betaald voor niet-geleverde diensten, behalve als de afzegtermijn heel kort is. Mede daardoor heb ik een grote inkomensterugval. Niets teruggeven betekent wat mij betreft dat de organisatie de schade eigenlijk afwentelt op de deelnemers – waarvan er ongetwijfeld meer in zo’n situatie zitten als ik. Ik kan me ook niet voorstellen dat je nu al álle kosten gemaakt hebt voor een evenement over een paar maanden.

Bovendien onderscheidt de sport zich dan negatief van andere gebieden. We hebben onze trip naar Londen in april kunnen annuleren en verzetten en dat was bij één hotel pure coulance, culturele dingen worden verschoven, voor de Mongolië-reis krijgen we een voucher… dat gaat allemaal heel netjes.

We weten dus ook wel naar welk hotel we gaan als we – hopelijk – volgend jaar wel naar Londen gaan (het concert van The Who is verzet naar maart 2021). Zo werkt het natuurlijk ook. Met niets compenseren maak je geen vrienden. Dat lijkt me ook in de sport een belangrijke overweging.

 

Een eerste balans

Twee weken geleden is mijn normale leven tot stilstand gecrasht – dat is het beste woord, als ik nu terugkijk. Ineens kon er van alles niet meer, op sport- en andere gebieden, en kwamen daarvoor in de plaats angst, verdriet en onzekerheid, voor mijzelf en voor de wereld om me heen. Dat is nogal een schok.

De laatste dagen heb ik al een aantal keren gezegd (in telefoon- en videoverbindingen) en geschreven (mailend en append) dat het me ‘naar omstandigheden’ goed gaat. Die omstandigheden zijn extreem en ik zou er wat voor geven om ze weg te kunnen toveren.

Dus echt goed – nee. Maar toch best wel okee dus.

De ergste acute stress is voorbij, ik voel me niet meer een konijn dat in de koplampen zit te staren, ik kan soms het nieuws een tijdje laten, ik kan me an en toe weer een beetje op andere dingen concentreren, ik word laconieker om verdere annuleringen. Een soort van ‘alles went’, zal ik maar zeggen.

En wat me ook opvalt: mijn lijf houdt zich eigenlijk best goed. Daar heeft mijn huidige leefwijze zelfs een paar voordelen voor. Ook nadelen, maar de balans is best wel okee.

Voordelen

Mijn leven is een heel stuk regelmatiger geworden. Ik hoef niet meer, zoals anders, af en toe vroeg op om om 9 uur in – bijvoorbeeld – Amsterdam te kunnen zijn. En ik ga ook niet meer, zoals anders, laat naar bed omdat ik ’s avonds iets leuks aan het doen was buitenshuis.  Voor een TV-programma hoef ik ook niet op te blijven: de volgende dag tijd zat om terug te kijken. Lang uitslapen om een zo ontstaan slaapgebrek te compenseren hoeft ook niet meer. Ergo: ik ga al meer dan twee weken om 11 uur naar bed en ik sta om ongeveer half 8 op. Voor mijn doen is dat wonderbaarlijk!

Ik eet supergezond. Ik ben me ervan bewust dat ik een beetje op moet passen voor zowel mijn weerstand (geen snelle suikers snoepen) als mijn gewicht (ik ben veel minder actief). Maar het kost me frappant weinig moeite om me te beperken tot drie goede maaltijden per dag (met dank aan manlief) en een enkel gezond tussendoortje. Ik ben namelijk al mijn gewone snaaimomenten kwijt:

  • Ik snaaide bijvoorbeeld vaak op de terugweg van werk elders – het station is echt één grote bron van verleidingen en vaak was ik ook wel flauwig van het werk, of vond ik dat ik het wel verdiend had ofzoiets. Doe ik niet meer, kom ik niet meer.
  • Ook snaaide ik vroeg op de avonden dat we na 9 uur aten omdat manlief pas dan terugkwam van z’n atletiektraining. Hoeft niet meer: manlief traint nu ook overdag, we eten ergens tussen zes en zeven, ook heel regelmatig.
  • Een ander snaaimoment was ’s avonds laat, als ik thuiskwam van iets en manlief al in bed lag. Nog even ‘chillen’ – had ik nodig om te kunnen slapen, en vaak had ik daar dan ook een beetje een trekje bij. Dat moment is ook foetsie.

Dat snaaien kon ik overigens goed hebben, met m’n stabiele gewicht. En ik snaaide ook wel noten en, uh – nou nee, niet heel veel meer gezonde dingen, moet ik bekennen, maar wel vooral hartig: kaas, crackers, chips. ik vond het nooit een probleem, maar het láten betekent wel dat ik vrij makkelijk ineens veel minder eet.

Ik vind het wel een interessante observatie ook, omdat het zo duidelijk laat zien dat het gewoonte-eten is. Andere gewoonte en weg is de behoefte. Bij mij dan. Ik heb al wel begrepen dat veel thuiszitters met het omgekeerde probleem zitten, en dat kan ik me goed voorstellen. Ik ben bovendien geen emotie-eter – als ik van stress ging eten, had ik me de afgelopen weken flink volgepropt.

Nadelen

Ik slaap matigjes. Ik ben nooit een goede slaper geweest, in de vroege overgang was het vreselijk, het is sindsdien okee maar niet meer zoals vroeger, en het is nu ook niet jofel, al gaat het redelijk.

Waar ik meestal inslaapproblemen heb, heb ik nu doorslaapproblemen: ik ben standaard een keer of vier wakker ’s nachts, wakker genoeg om op de wekker te kijken en vaak moet ik eruit om te plassen. Als ik rond zes uur wakker word, val ik daarna soms wel en soms niet meer in slaap. Te vroeg wakker worden ken ik als duidelijk stresssymptoom. Ik heb ook minder slaap nodig dan normaal, lijkt het – vanwege de regelmaat maar ook door veel minder activiteit.

Mijn bovenlichaam verstijft. Voor bovenrug, nek en schouders is het veranderde bewegingspatroon tricky, het resultaat van een optelsom:

  • Ik zit veel meer achter de computer. Wat ik nog aan werk kan doen, gaat zo, en daarbij zit ik bijvoorbeeld ineens ook achter het scherm voor mijn sociale contacten. 
  • Het gebied is gevoelig voor stress.
  • Ik zwem niet meer en al helemaal niet meer halverwege de werkdag thuis (m’n favoriete lunchuur).
  • De vervangende oefeningen voor aan het ‘zwemkoord’ komen vrij hard aan. Ik heb nu een routine waarin ik 4X50 slagen maak, dat is het equivalent van 200 meter, minder dan m’n inzwemafstand, maar daar had ik vorige week wel spierpijn van. Nouja, hopelijk betekent dat dat ik m’n spieren een beetje onderhoud inderdaad.
  • Ik fiets alleen nog maar op sportieve fietsen waarvan de houding belastender is dan de stadsfiets. Ik probeer het gebrek aan stadsfietsritjes (gemiddeld 3,5 uur per week) te compenseren met een extra lange rit op een sportfiets. 
  • Ik ben vorige week nog wel maar deze week niet meer naar m’n masseur geweest en ik kan ook niet naar de chiropractor.

Oef. Ik heb er flink last van gehad afgelopen week, sinds gister is het (tijdelijk?) beter. Leerproces: meer losmaak-oefeningen doen en mezelf van die computer wegtrekken. Ik doe op woensdag nu aan arbeidstijdverkorting: dan ga ik fietsen.

* * *

Ik weet: het is nog maar twee weken, we gaan dit met z’n allen lang moeten volhouden en er gaat nog een boel narigheid op ons afkomen. De toekomst is zeer ongewis. Het is al heel wat als je nu niet gillend gek wordt. En dat lukt dus vrij aardig.

Sport als corona-levenskunst

We zitten allemaal nog volop in de aanpassing aan een radicaal ander leven dan we gewend waren en dat we verwacht hadden – ik ook, over mijn persoonlijke dingen de volgende keer weer. Vandaag even een link naar de sport- en beweegadviezen in tijden van corona die NOC*NSF vandaag deed uitgaan.

Ik was blij verrast. Vooral omdat sport en bewegen zo duidelijk wordt gekoppeld aan kwaliteit van leven en mindset, en dus niet alleen wordt gezien als middel om lichamelijk gezond te blijven. Hèhè… sport als levenskunst, juist nu!

 

Snottergêne

Ongeveer zeven maanden per jaar heb ik een non-stop loopneus als ik buiten ben. Ik snotter als het kouder is dan een graad of 10, zeker als daarbij de luchtvochtigheid hoog is, en ik snotter ook als er veel bomenpollen in de lucht zijn. Dus samen is dat ruwweg van oktober tot en met april. Op dit moment is het heel heftig, want het is koud plús pollen.

Dat snotteren is normaal – ik heb, zoals dat heet, hyperreactieve luchtwegen: niet echt een duidelijke afwijking, ziekte of allergie, maar wel gevoelig voor een heleboel. 

In andere jaren gaat al dat gesnotter redelijk ongemerkt, maar nu geneer ik me ervoor.

Het begon een paar weken geleden al. Ik fietste een keer naar het station en kwam daar aan bij de fietsenstalling met een flinke drel uit mijn neus. Ik had zo gauw geen zakdoek bij de hand. Wat nu? Zomaar wegsnuiten kan ik toch niet maken. ik weet zelf wel dat het geen corona is, maar weten anderen dat, en bovendien: als ik zonder symptomen corona heb, zit er toch ook virus in dat snot (denk ik). Als ik snotter en snuif, zie ik mensen dan ook kijken. Ik heb besmuikt en moeizaam lopen te snifsnotteren totdat ik ergens rustig onder uit m’n tas een papieren zakdoekje kon opgraven.

Ik las ergens een advies aan fietsers om nu fietsenderweg niet je fluim weg te schieten maar om af te stappen om je neus fatsoenlijk te snuiten. Als ik dat serieus zou nemen, kom ik niet meer aan fietsen toe. Nou ben ik ook niet zo goed in die fluimen, die eindigen meestal ergens op mezelf, dus ik laat het toch altijd al maar een beetje lopen en dan poets ik het met mijn handen of handschoentjes een beetje af, en thuis beter. Dat is nu ook mijn strategie – met die handen/handschoentjes probeer ik in de openbare ruimte toch al niks aan te raken ook.

Wel zie ik af en toe een druppel op de grond belanden. Ik heb me al proberen voor te stellen hoe ik daarmee iemand zou kunnen besmetten, van die fantasieën als: de volgende fietsers rijdt eroverheen en daarna meteen lek, zit dan dus met z’n handen aan de band, en daarna met die handen aan z’n neus… nouja, hoe groot is die kans? Kleiner dan overreden worden, lijkt me.

Als het snot me echt in de weg zit, wat overigens meer bij hardlopen zo is, probeer ik het via mijn handen ergens op een discrete plek weg te werken. Als niemand kijkt.

Ik heb me nooit eerder zo’n snotneus gevoeld.

Sportschool aan huis

Ik heb eerder vanmiddag een beginnetje gemaakt met ‘sportschool aan huis’. Je moet toch wat, in tijden van corona. Ik doe vaker oefeningen thuis, maar dan is mijn repertoire toch wat beperkt, dus ik zocht naar vervanging van de sportschool-specifieke oefeningen met de apparaten en het materiaal van daar. Voor kracht en core stability. Manlief heeft helpen nadenken. Hieronder het resultaat.

Lunges gaat best met 2X6 kilo zand in gelijke emmers, dat wiebelt meer dan dumbells, dus dat is een goeie extra balans-oefening:

Ik had ook nog ergens een koord om de borstcrawl-beweging mee te simuleren, nooit veel mee gedaan en heel handig is het niet, maar het gaat wel een beetje:

Dan de abductoren, dit lijkt het meest op hoe ik het in de sportschool doe, met een dynaband:

Met die drie dingen heb ik een circuitje gedaan en dat was best pittig.

Vervolgens een bodybalanceles die op Youtube staat, gestreamd via de tv – een Nederlandstalige les van een paar jaar terug, ik herinnerde me hem vagelijk nog. De instructie is prima. De juffen zijn wel bikkels! En drie, op een podiumpje, wat een luxe!

Zo gaat het best wel. Wat nog ontbreekt, is iets voor m’n buikspieren, maar ik heb nog even tijd om daar iets voor te bedenken, want ik heb een lichte overbelasting in een schuine buikspier, dus die oefeningen sla ik een weekje over.

Ik kon wel voelen na een week met veel stress en zonder zwemmen dat het goed was om iets anders te doen dan alleen lopen en fietsen!

 

Gedachten over sporten en weerstand

In de oproepen die ik dinsdag linkte, staat ook dat het goed is om zo te trainen dat het geen grote aanslag doet op je immuunsysteem, om dat zo goed mogelijk te hebben als je besmet raakt met het corona-virus. Dat is een wijs advies, het is alleen de vraag wat het precies betekent. Ik heb begrepen dat sommige sporters het vertalen in ‘alleen kort en rustig trainen’. Ik doe dat niet: ik doe ook intensieve intervallen, zowel lopend als op de fiets. Ik fiets nog niet lang, het is nog maar maart, maar ik hoop dat wel uit te gaan breiden. Hier mijn gedachten daarover.

Waarom?

Waarom zo ‘onvoorzichtig’? Nou, de belangrijkste reden is dat ik denk dat mijn aanpak geen kwaad kan. Volgens mij gaat het om goede individuele dosering. Belangrijkste is dat ik me niet helemaal leegtrek en over mijn grenzen jaag – dat geeft zeker een immuun-dip. Helemaal als het gepaard gaat met zware omstandigheden en/of een uitputting van de koolhydraatvoorraden in mijn spieren (hongerklop).

Maar als ik doe wat ik goed kan hebben, is dat geen probleem. Ik verteer lang fietsen goed, en ik ben weliswaar gewend aan pittige intervallen, maar loodzware, lange (anaerobe) intervallen doe ik nooit (zie dit recente artikeltje over mijn manier van hardloop-intervallen). Ik kom van trainingen dan ook niet total loss of uitgeput terug. Want ik weet wel hoe dat voelt, van wedstrijden bijvoorbeeld, of loodzware tochten.

Tot zover de belangrijkste reden – hier gaat het om, zal ik maar zeggen: gezondheid voorop. De volgende redenen wegen daar dan nog extra in mee:

  • Ik wil goed blijven op de langere termijn. Mijn inschatting is dat de huidige situatie lang gaat duren. Als ik lang alleen maar kort en rustig train, raak ik veel kwijt wat ik mogelijk nooit meer terug krijg, want ik ben op de ‘use it or lose it’ leeftijd.
  • Ik heb op dit moment extra rust- en hersteltijd omdat ik verder niet zo veel te doen heb buitenshuis. Ik hoef op dit moment niet, bijvoorbeeld, om 6 uur op, om me dan door het donker en slecht weer op de fiets naar het station te haasten om in een volle spitstrein naar Amsterdam te reizen, staand met een zware tas met laptop op m’n nette schoenen, dan 8 uur lang druk in de weer om een groep schrijvende professionals wat te leren, tussendoor eten in een lawaaierige kantine, en aan het eind van middag weer door spits terug – 12 uur van huis (ik kan daar wel eens over mopperen, maar ik zou er wat voor geven nu…). Ik merk nu dat ik fysieke energie over heb aan het eind van de dag. Gelukkig kan ik sporten, en soms ook pittig ook – dan houd ik nog steeds energie over.
  • Ik heb leuk sporten nodig voor mijn hoofd, en alleen maar kort en rustig is niet leuk. Er is maar weinig leuk op het moment, dus laat me af en toe lekker knallen, vooral als er wat woede of frustratie uit moet. Na de ergerlijke woorden van minister Wiebes zondag over dat zelfstandigen er zelf voor gekozen hadden, liep ik een paar kogelharde kilometer-intervallen – heerlijk. Lange fietstochten doen wonderen voor mijn hoofd. Ik heb dat knetterhard nodig.

Niet in de hand

Er komt nog iets bij. ik weet dat de invloed die ik zelf heb op mijn weerstand maar beperkt is. Je kan ‘m helemaal niet ‘optimaliseren’, je kan alleen voorkomen dat je ‘m ondermijnt.

Bovendien: in het advies ‘houd je weerstand op peil’ zit de maakbaarheidsgedachte opgesloten. Kort door de bocht: ‘als ik maar kort en rustig train, kom ik hier wel goed doorheen’ en in de venijnige variant: ‘iemand die wel heel ziek wordt, heeft te zwaar getraind’. Zo is het gewoon niet.

We zitten in een soort loterij, dat is het akelige van het coronavirus: bij de meesten verloopt het mild, sommigen worden er erg ziek van. Voor zover ik begrepen heb, tast de medische wetenschap nog in het duister wat het verschil is tussen die twee groepen. Ja, oud zijn en al iets hebben, maar dat is niet het hele verhaal.

Ik hoop natuurlijk ook dat ik, als ik het krijg, zo’n mild geval word, en ik zie zeker het nut van het op peil houden van mijn weerstand. Maar ik weet ook dat ik het niet in de hand heb.

Nader weerstandsonderzoek

Dit alles op een rijtje zettende, realiseerde ik me dat ik natuurlijk best wel ervaringsdeskundig ben op het gebied van weerstand tegen verkoudheden. Immers, ik ben nogal eens verkouden, ik schreef daar in november 2018 over – dat was een slecht seizoen op dat gebied. Wat ik daar al schreef over wat ik zelf kan doen aan mijn weerstand, weet ik al lang:

  • Van zwaar of lang trainen word ik niet vaker verkouden.
  • Ik word zieker als ik mezelf erg vermoei als ik al iets heb, zoals verkouden op stedentrip gaan of verkouden terug komen reizen uit Australië.

Dat is dus niks nieuws.

Maar toen ging ik eens na hoe het zat met de verkoudheden van de afgelopen twee jaar. Waren er in de voorafgaande dagen weerstands-ondermijnende zaken aan te wijzen? Ja, dat was zo:

  • Drie keer heb ik in de voorafgaande dagen in een slechte airco gezeten; de laatste twee zelfs bij dezelfde opdrachtgever – ik heb daar al eens geklaagd over het binnenklimaat.
  • Vier keer had ik mezelf  ervoor – inderdaad – uitgeput. Eén keer door extreme overprikkeling, drie keer door sport: twee keer bij een loop waarbij ik tot het gaatje gegaan was (zoals mij PR op de 15 kilometer vorig jaar – de dag erna werd ik verkouden), één keer bij de heroïsch koude triathlon van Alphen – een kleine week later werd ik verkouden.
  • Het enige resterende geval, dus de enige zonder mogelijk verklarende voorafgaande omstandigheden, was sowieso afwijkend: andere symptomen waaronder koorts. Dat noem ik dan ook griep en geen verkoudheid. Mogelijk was dat gewoon een heftiger virus.

Ik weet dat ik nu het gevaar loop om in de post hoc ergo propter hoc valkuil te vallen: ik redeneer terug vanaf een verkoudheid en vind dat overeenkomsten in de voorafgaande dagen. Dat wil niet zeggen dat die omstandigheden de infectie veroorzaakt hebben. Er kwam altijd nog iets aan te pas, namelijk een virus, en ik kan talloze voorbeelden vinden van dezelfde omstandigheden zónder daarna een verkoudheid. Dus er is geen duidelijk causaal verband.

Voornemens

Maar ik leer er wel wat van. Het lijkt erop dat ik in corona-tijden vijf dingen niet moet doen:

  • Wedstrijden waarbij ik tot het gaatje ga, en al helemaal niet in de kou. Geen probleem: er zijn geen wedstrijden, en de betere tijd van het jaar breekt aan. Het kan wel nog steeds koud en nat zijn natuurlijk, daar moet ik voor oppassen.
  • In de airco gaan zitten. Ook geen probleem, want ik kom op het ogenblik nergens waar dat zo is. Ik ben vooral thuis immers, of buiten.
  • Mezelf anders uitputten, bijvoorbeeld door overprikkeling. Daar kan sporten juist bij helpen: even weg van alles.
  • Hongerklops en koolhydratenuitputting veroorzaken. Daar lette ik trouwens al goed op. Het is ook een reden waarom ik nooit nuchter train, bijvoorbeeld, ook al is dat effectief voor de vetverbranding: te groot risico voor mijn weerstand.
  • Doortrainen als ik niet fit ben. Niet dat ik dat zo fanatiek wél deed, maar in geval van twijfel ga ik nu strenger zijn voor mezelf.

En laten we er verder het beste van hopen. Voor ons allemaal.

* * *

PS Ik had deze blogpost in concept al klaar toen ik vanochtend de nieuwsbrief van Growth Equation kreeg. Steve Magness betoogt daarin iets soortgelijks als ik, en voegt er nog aan toe dat plotseling veel minder gaan doen je weerstand óók ondermijnt. Dus, zegt hij, doe niet te gek, maar blijf zeker wél in je routine!