Welkom (sticky)

Cartoon van Ironman LouiseOp 28 augustus 2016 volbracht ik, op mijn 50e, de Ironman van Vichy. Als je meteen daarover wilt lezen: hier staat het verhaal van die dag. Ik begon bijna twee jaar ervoor met dit weblog om te vertellen over de weg erheen, die met de nodige ups en downs is verlopen

Sinds mijn Ironman schrijf ik hier verder over mijn eigen belevenissen, vrouwensport en trainingszaken – ik ben inmiddels trainingsbegeleider geworden. En ik triathlon nog steeds!

Wees welkom, neus lekker rond op dit weblog, ik heb geprobeerd het leuk én informatief te maken. Als je wilt reageren, doe dat – vind ik leuk!   

Waarom toch die herrie?

In de coronatijd leek/lijkt het een beetje een luxeprobleem, want ik ben blij met alles wat doorgaat, maar toch: het is mij al jaren een doorn in het oog hoe veel herrie er is bij sportevenementen. Hier de drie meest pregnante herinneringen:

  • In Klazienaveen was mijn plekje in het parc fermé recht voor een speaker. Als daar muziek doorheen kwam, deed het pijn aan mijn trommelvliezen om met m’n spulletjes bezig te zijn – echt van dat hoofdpijnvolume.
  • Bij de Rottemerenloop, een verder leuk en kneuterig loopje in Zevenhuizen, stond na de finish een DJ te draaien. Voor een leeg plein. Alle lopers waren uitgeweken, want die wilden met elkaar ouwehoeren, en dat kon niet op dat pleintje: veel te hard. Iedereen had een plekje in de ‘luwte’ gezocht.
  • Bij een cross in de bossen bij Bergen op Zoom denderde de muziek over het terrein. Ook weer zo hard dat met elkaar praten moeilijk was. Bij een cross. In een bos. Daar komen toch natuurliefhebbers, lijkt me?

Ik vind het af en toe moeilijk te begrijpen. Wie doe je daar een plezier mee? Als je naar harde muziek wil luisteren, ga je toch (onder normale omstandigheden) naar een concert of festival of iets dergelijks, niet naar een loopje of een triathlon? Ik ben redelijk geluidsgevoelig – herrie kan bijdragen aan de overprikkeling die ik in drukte en bij vermoeidheid wel kan ervaren (zoals toen ik onlangs om die reden maar wegvluchtte van Tri Almere). Daarin ben ik echter bepaald niet de enige en ik ben zéker niet de enige die met andere sporters wil kunnen ouwehoeren zonder mezelf te hoeven overschreeuwen.

In Leiderdorp maakte ik onlangs deze foto van de speakers, op het zwemwater gericht.

Dat leek me niet zo fijn voor de bewoners aan de overkant, maar het voordeel was dat ze dus afgekeerd stonden van het parc fermé. Daarin was het goed te doen: omroep verstaanbaar zonder doof te worden. Dichterbij start en finish was het veel harder. Ik was ooit al eens eerder in Leiderdorp geweest, als vrijwilliger, en toen was ik veel meer in de buurt van de herrie en ik vond dat toen slopend en mede daarom niet voor herhaling vatbaar.

Bij de Parkrun is geen herrie. Misschien is het juist daarom wel zo gezellig? Ik herinner me ook nog dat er bij de koppeltijdrit van de Hoeksche Renners geen herrie was, helemaal geen muziek zelfs, en ook daarbij was de nazit reuze-gezellig. Manlief en ik hebben daarover nog expliciet een compliment gegeven aan de organisatie.

Feedback geven, dat is wat ik eraan kan doen. Soms vragen organisaties erom, zoals Leiderdorp laatst. Dat waardeer ik zeer!

 

Vaarbewijs gehaald!

Het heeft zijdelings met sporten te maken, vandaar dat ik het wel leuk vindt om hier te vermelden: ik heb vorige maand Klein Vaarbewijs 1 gehaald. Al sinds we regelmatig kajakken, dus sinds we de Hobie hebben (16 jaar), speelde dat wel eens door mijn hoofd. Het is er niet verplicht voor, maar het leek me wel leuk om wat beter te weten hoe het gaat op het water.

In onze Hobie trapkajak (vorig jaar)

Dit jaar was het dan eindelijk zo ver: ik heb begin augustus een examendatum geboekt en ben gaan leren. Ik had al een boek in huis, een oudere editie hiervan, en ik zag een mooie Groupon-aanbieding voor een e-learning, die heb ik ook gedaan. Ik had ergens zien staan dat het zo’n tien uur studeren zou vergen en elders boden ze een live cursus aan van een dag, ‘met slaaggarantie’. Ik ben een makkelijke leerder, dus ik dacht: dat doe ik wel even.

Nou, dat viel tegen. Er zaten dingen bij die me weinig interesseerden, zoals over de werking van de motor, en al die lichten en tekens en borden en geluidssignalen… Het kostte me al moeite om door de stof heen te ploeteren, en daarna zakte ik faliekant voor het eerste proefexamen. Toen nog maar tien proefexamens erbij gekocht en aan de hand daarvan gaan herhalen en stampen.

Het heeft me echt wel het dubbele van die tien uur gekost, In de zomer kan dat, dan heb ik het niet zo druk met werk, al had ik ook dat een beetje onderschat: augustus was drukker dan anders. Wat fijn is voor mijn portemonnee. Maar wel – haha – schipperen met mijn tijd dus. Het moest wel leuk blijven. Daarom stond het leren laag op de prioriteitenlijst, dus na werk, sport en bijna alle andere leuke dingen. Ook omdat het niet ‘moest’ dus – halen is leuk, zakken is alleen maar pech.

Wat er lastig aan was, ik had dat ook al gelezen, is dat er eigenlijk geen een methode echt helemaal goed is. Er zitten hiaten in boeken en cursussen, er staan overbodige dingen in, ze zijn niet up-to-date of strijdig, en ze zijn slecht geschreven. In proefexamens kwam ik dingen tegen waarvan ik dacht: huh, niks over gelezen, moet ik dat weten? En ik had vragen fout terwijl mijn antwoorden volgens mijn materialen echt wel klopten. Enzovoort. Dat lag dus niet aan mij, dat gaat zo. Maar het maakte het niet makkelijker.

Ik heb natuurlijk ook weinig vaarervaring anders dan met roeien (vroeger) en kajakken, dus hoe je manoevreert en aanlegt enzo met een motorboot, dat moest ik echt uit het boekje leren. Dat scheelt ook. En er zaten wel degelijk ook leuke dingen in, zoals het berekenen van doorvaarthoogtes en dieptes: sommetjes maken.

Gaandeweg ging het wel beter en dacht ik dat ik het net wel moest kunnen gaan halen. En anders: jammer dan.

Ook op het examen kreeg ik nog een paar vragen waarvan ik dacht ‘hun, niks over gelezen, niks van gezien in een proefexamen’. De meeste daarvan kon ik gelukkig gokken.

En zo is het dus wel gelukt, en dat is toch fijn! Ik vind het ook leuk dat ik nu wel degelijk meer zie op het water. Het was me nooit eerder opgevallen bijvoorbeeld dat je vanaf ons gezien bij de Brug van Cyrene hier vlakbij links moet houden, te zien aan die rood-witte rechthoekjes – beetje onlogische doorvaartplek, rechts is meer ruimte en zit zo op het oog ook het hoogste stuk van de brug, maar goed:

Ga ik in het vervolg bij het kajakken braaf doen!

 

Nog even doorreflecteren over doseerkunst

Het ene antwoord roept de volgende vraag op, want ik schreef laatst als antwoord op de vraag hoe PR’s op m’n 55e mogelijk zijn dat ik in mijn elfde seizoen triathlon nog steeds bijleer over de dosering tussen het fietsen en het hardlopen. Ik vroeg me toen zelf af: had ik dat niet al lang onder de knie moeten hebben, als triatleet en als trainer?

Eerst weer iets in het algemeen: in de topsport en door veel trainers wordt een beeld geschetst van totale controleerbaarheid en programmeerbaarheid. Bij het wielrennen hoor je het bijvoorbeeld best vaak: ze zitten alleen maar op hun vermogensmeters te koekeloeren. Alsof een wedstrijd winnen een kwestie is van precies het juiste getalletje treffen. Dat is (a) een eenzijdig beeld: een bepaalde framing die past in het tijdsgewricht van maakbaarheid van prestaties dankzij vooral technologische beheersing en (b) voor zover er een kern van waarheid in zit, is precisie in getalletjes treffen een kwestie van ervaringskennis. Als je, om bij wielrennen te blijven, als prof al een aantal grote rondes hebt gereden, weet je ongeveer wat je nog aan vermogen kunt trappen in de derde week.

Als je een aantal sprinttriathlons gedaan hebt, weet je dus ook steeds beter hoe je moet fietsen Dat is het eerste waar het hem in zit bij mij: zo heel veel korte afstanden (t/m OD) heb ik de laatste jaren niet gedaan, en zeker net op het scherp van de snede. Ik schreef het over het hardlopen al: ik ben een deel van die afgelopen elf seizoenen bezig geweest met het onder de knie krijgen van langere afstanden (1/3 en meer). Er waren ook wel korte bij, maar die waren soms een opwarmertje voor het seizoen, of het werd een run-bike-run, of ik had een pijntje waardoor ik het lopen toch niet heel serieus hoefde te nemen, of een lolletje, het doseren gebeurde toevallig vanwege het vermijden van stayeren en/of een glad parcours (elke link is een voorbeeld).

Het tweede wat precisie in getalletjes vraagt, is een enigszins betrouwbaar lichaam, dus een niet al te grote onvoorspelbare variatie in de vorm van de dag. Dat is het tweede waar het mij al jaren aan ontbreekt: door de overgang had ik die onvoorspelbare fluctuaties de hele tijd, tot wel -10% of meer, een jaar of acht. Het heeft me jaren gekost om daarmee om te leren gaan (sleutelervaring). Daar heb ik veel van geleerd: het accepteren van de vorm van de dag, van de vormdips; het nemen zoals het komt, het dan nog steeds leuk blijven vinden en kunnen genieten, mezelf okee blijven vinden, vertrouwen te houden. Lessen met een relevantie ver buiten de triathlon. Achteraf ben ik bovendien heel blij dat ik heb doorgezet. Ik was af en toe de vertwijfeling nabij, maar ik pluk nu de vruchten van al dat toegewijde trainen. Mede daardoor ben ik nu zo goed in vorm.

Ze worden steeds zeldzamer met de menopauze achter de rug, maar in Almere had ik toch nog weer zo’n anders onverklaarbare fluctuatie, al was het geen 10 %. Ik reed toen met een vermogen en een hartslag waarbij ik normaal gesproken genoeg over zou houden om te lopen. Maar mijn benen vertelden me eigenlijk al dat ik toch te diep ging, dat ze meer pijn hadden dan normaal bij die getallen. Mijn benen vertelden me: je hebt een slechte dag.

Ondanks al die oefening ermee vond ik dat toen toch moeilijk om te accepteren. Ik wilde niet luisteren naar die benen. Wat daar een rol in speelde, is dat me inhouden op de fiets vraagt om dat wat ik het liefste doe, op te offeren voor iets ongewis in de toekomst (het lopen). Dat is denk ik voor iedereen moeilijk, en echt een kwestie van discipline, van hoofd over gevoel. Dat kan ik wel, en dat is ook precies het kunstje van triathlon natuurlijk: de spreiding over de drie disciplines. Maar op zo’n slechte dag is het een worsteling. Op een slechte dag is ook mijn discipline niet op z’n best immers.

Wat me in Leiderdorp hielp bij het doseren is dat ik toen een veel beter gevoel had over mijn benen, dus al veel tevredener was op driekwart van het fietsen. Dan is het makkelijker om het fietsen los te laten en me te gaan richten op het lopen. Bovendien had ik meer in mijn hoofd dat er ook nog een keer alleen maar fietsen gaat volgen: een tijdrit, begin oktober. Dat ik dus dan die goede fietsvorm echt helemaal onbeperkt uit mag leven. Dat hielp ook.

Dus ja, ook na elf seizoenen triathlon is het zoeken. Maar precies dat is sportkunstenaarschap! Sowieso, en zeker ook om wat ik hierboven schreef: dat dat zoeken gepaard gaat met inzichten die voor veel meer relevant zijn dan alleen voor een snelle sprinttriathlon. Daarom vind ik het ook nuttig om erover door te denken. Waarvan acte!

 

Hoe kom ik op m’n 55e nog aan PR’s?

Die vraag uit de titel kreeg ik naar aanleiding van mijn PR op de sprint van laatst in Leiderdorp en sindsdien ben ik ook nog een PR op de 5 kilometer verder:  waar heb ik dat toch aan te danken? Interessante vraag, met best wel veel kanten.

Ten eerste, over m’n leeftijd: ik ben op sportgebied sowieso een laatbloeier: met triathlon begonnen op mijn 45e, hardlopen een paar jaar daarvoor. Beetje stokpaardje dan: op je 55e ben je helemaal nog niet zo heel veel slechter als op je 45e, als je tenminste toegewijd blijft trainen. Veroudering gaat zo langzaam dat er nog een heleboel dingen het effect ervan teniet kunnen doen. Over die dingen gaat het hieronder.

Wat géén verklaring is voor het triathlon-PR, is sneller wisselen. Daar heb ik juist nog een boel op te winnen. Ik heb daar dit en vorig seizoen geen aandacht aan besteed, vanwege de grote onzekerheid van de wedstrijden en echt leuk of belangrijk vind ik het niet. Ik was zelfs zondag nog een beetje aan het klungelen met m’n schoenen – soit. Misschien iets voor volgend jaar. Of niet. Ik vind het gewoon niet zo interessant.

Dan waar het wél in zit, ik kan vijf dingen bedenken:

1. De externe zaken moeten een beetje meezitten. Daarmee bedoel ik vooral het parcours en het weer. Mijn PR op de kwart triathlon bijvoorbeeld stamt uit 2014, gevestigd op het razendsnelle parcours van Ter Aar, onder ideale omstandigheden. Sindsdien ben ik echt wel beter geweest al op de kwart, maar dat was dan steeds onder minder gunstige omstandigheden. Zo heel veel sprinttriathlons heb ik ook niet gedaan, in die elf seizoenen, dus dan is elk resultaat ook nog een toevalstreffer. Mijn PR op de 1/8e staat veel scherper (ook in Ter Huh).
Bij de snelle Parkrun speelde een rol dat de temperatuur ideaal was (in de zin van: koud voor de tijd van het jaar) en dat je door de bomen van het Kralingse Bos geen last had van de wind. Ik ken het parcours ondertussen natuurlijk ook op mijn duimpje, dat helpt ook.

(Vanwege de grote variatie in parcoursen is het spreken in termen van PR’s bij triathlon eigenlijk een beetje quatsch trouwens. Zo heel belangrijk vind ik het dan ook niet. In Leiderdorp was vooral fijn dat er voor mijn gevoel heel erg uitkwam wat ik er met trainen in had gestopt. Wat dat dan voor tijd of plaats wordt, heb ik niet in de hand, dus dat zal dan wel.)

2. De interne omstandigheden moeten ook meezitten: de vorm van de dag en langer dan dat. In Almere had ik nog een beetje een dipje, maar ik ben in het algemeen nu in goede doen, beter dan in de afgelopen jaren. Dat de overgang erop zit en ik nu dik twee jaar na de menopauze ben, heeft daar heel veel mee te maken – ah, wat lekker, die grotere stabiliteit en al m’n bloed voor mezelf mogen houden. Het is iets waar ik weinig over lees. De meeste dingen over sporten na de menopauze zijn problematiserend, zo van: je verliest spierkracht en botdichtheid en het wordt allemaal moeilijker (voorbeeld). Dat het na de overgang juist weer beter gaat, heb ik sporadisch van andere vrouwen gehoord, bij kleedkamergesprekjes zeg maar. Mag wel meer aandacht voor zijn!

3. Ik ben al lang zo goed als heel: nauwelijks blessureleed, niet ziek geweest, niet eens verkouden. Daarbij speelt het vorige punt ook ene rol, maar corona ook, in elk geval qua verkoudheden. Misschien heb ik ook wel profijt van het regelmatigere en rustigere leven, wie weet. En de vele yoga helpt denk ik ook. Ik kan in elk geval al heel lang goed trainen. 

4. Bij elk van de drie sporten zijn er afzonderlijke verklaringen voor mijn huidige niveau:

Zwemmen – gaat nog steeds met kleine stapjes beter, vooral door techniek. Ik zwom vorig jaar net voor de eerste lockdown op m’n hardst ooit, en dat niveau heb ik nu bijna weer helemaal terug, dankzij goeie trainingsmaanden sinds zwemmen weer kan.

Fietsen – de triathlonfiets en de aero-helm maken me bij dezelfde vorm sneller dan voordat ik die had, respectievelijk sinds zes en twee jaar. Sinds corona doe ik mijn intensieve trainingen allemaal op de triathlonfiets en niet meer binnen, bij spinning. Dat lijkt ook z’n vruchten af te werpen. Dat ik ook al anderhalf jaar veel minder stadsfietskilometers afleg, lijkt niet te deren. Ik geniet erg van het fietsen in coronatijd, beter worden gaat dan bijna vanzelf.

Hardlopen – ik krijg steeds beter onder de knie hoe ik dat moet aanpakken, vooral qua trainen (doseren!), maar ook qua techniek, ondersteunende oefeningen (voeten, heupen, core) en schoenen (halve drop). Ik heb bovendien een aantal jaar ‘verbruikt’ aan het onder de knie krijgen van de langere afstanden, daar schoot de snelheid op de 5 en 10 kilometer wat bij in. Bovendien is dit de sport die het meest te lijden heeft (gehad?) van de vormschommelingen en het blessureleed van de afgelopen jaren, en die dus misschien ook wel het meest profiteert van de grotere stabiliteit. Helemaal stabiel is het nog steeds niet, getuige Almere, maar het wordt wel steeds beter. Als ik 25’03 kan lopen op de 5 kilometer, zit er misschien nog wel meer in, ik ben benieuwd.

5. Leereffect. Ik teer inmiddels op elf seizoenen triathlonervaring en ik leer steeds beter hoe ik hardlooptraining moet aanpakken (steeds gedoseerder!) en hoe ik me op een wedstrijd moet voorbereiden. Van dit en vorig seizoen, allebei zo heel anders dan normaal, is een wijze les voor mij dat ik helemaal niet zo doelgericht te werk hoef te gaan om goed te worden – het gaat met een kleinere plek voor prestatiedoelen ook, en misschien zelfs beter. Onder de coronaomstandigheden geniet ik bovendien van alles wat wél doorgaat, en de rest maakt me eigenlijk niet zo veel uit. Dat reduceert de wedstrijdspanning en dat helpt ook – bij beide recente PR’s was daar geen spoor van en was ik wel gefocust, maar optimaal ontspannen. Voor Leiderdorp geldt ook nog dat ik van de twee eerdere triathlons van dit jaar had geleerd en die lessen kon ik toepassen. Me inhouden op de fiets vind ik best moeilijk namelijk. Zo leer ik wel ook nog steeds bij, ook na elf jaar nog. Ik kijk alweer uit naar het volgende seizoen!

 

Parkrun is terug (en hoe)!

Het was sneu vorig jaar dat de Parkrun in Nederland er al na twee edities mee op moest houden vanwege corona. Maar het goede nieuws is: de Parkrun is terug! 31 juli was de eerste editie weer, naast Rotterdam (Kralingse Bos) in een paar andere steden. Nog niet in allemaal, maar het groeit en er zijn ook nieuwe initiatieven.

De Parkrun is elke week op zaterdag om 9 uur, precies 5 kilometer. Je kunt hem hardlopend of wandelend doen, en dat kan zelfs met kinderwagen en/of hond. Het is helemaal gratis, het vraagt alleen eenmalige registratie, zodat je finish geregistreerd kan worden met een barcode. Dan kom je ook in een uitslag. Niks geen QR-code-gedoe ofzo en reserveren hoeft ook niet, op 1,5 meter blijven is genoeg.

Het is hartstikke leuk om te doen. Ik heb sinds ‘m de herstart eerst twee keer als trainingsloop gelopen, onderweg naar de triathlons. Bij de finish maakte manlief beide keren zulke amechtige foto’s van me dat het bijna lijkt alsof het helemaal niet leuk is, maar schijn bedriegt:

Ik had allebei de keren echt best wel mijn best gedaan, en van de tweede keer herinner ik me dat de kaasfondue van de gezellig avond ervoor een beetje in de weg zat nog. Ik loop trouwens steeds in m’n triathlonbroekje, onderste deel van tweedelig trisuit, met zeempje, omdat de start 9 km enkele reis fietsen is en er geen kleedkamers zijn (wel tasbewaking).

De derde keer was ik als vrijwilliger aanwezig en ook dat was leuk om te doen. Ik was de barcode-scanner bij de finish:

Ik moest ook leren hoe dat ging natuurlijk en was onder de indruk van hoe laagdrempelig ook dat is: je doet het gewoon met je eigen telefoon, met een simpele app. Dus niks geavanceerde apparatuur. Op die manier blijven de kosten laag.

De vierde keer, afgelopen zaterdag, wilde ik ‘m echt helemaal voluit lopen. Dat kon na een week van vooral rust sinds Leiderdorp. Daar was het lopen goed gegaan, dus ik hoopte op een mooie tijd, zo rond de 26’. Onderweg ging het wel lekker, dacht ik, al had ik het rond de 4 kilometer erg zwaar en ik wist niet precies hoe hard het ging, want door de bomen van het Kralingse Bos is de GPS niet precies.

Toen ik de finish in zicht kreeg, zag ik dat ik op weg was naar een dijk van een tijd, dus dat sprintte lekker uit. Het werd 25’03, een dik PR, echt serieus mijn snelste 5 kilometer ooit, bijna 30″ sneller dan het oude – iets wat ik nooit had verwacht! Dit dus, uit de uitslag:

Ik heb daar sinds zaterdag een paar keer naar gekeken of het wel echt waar was! het PB slaat op m’n snelste Parkruntijd, die uitslagensite weet niet dat het sowieso m’n snelste 5 km ooit was. Maar dat was het dus zeer zeker ook! Leuke actiefoto van de Flickr van Parkrun Kralingse Bos (de foto hierboven komt daar ook vandaan):

IMG_2735 2

Grappig trouwens: zaterdag was precies vijf jaar na m’n Ironman. Ik vier dus het eerste lustrum daarvan met een daverend PR! De dag erna deed het wel overal pijn. Ik had ook nog gezellig gekajakt ’s middags, dus ik zo ongeveer alleen in m’n buikspieren geen spierpijn. Dat is wel het soort pijn waarvoor ‘pijn is fijn’ opgaat!!

* * *

Er waren de laatste weken bij de Parkrun steeds een dikke 50 deelnemers. Dat mogen er best meer worden! Dus voor wie dit leest: kom ook een keer meedoen!

 

Vervolg leuke dingen

In het kader van: mijn triathlonseizoen zit erop maar er zijn nog een boel andere leuke dingen…. afgelopen donderdag heb ik meegedaan met een zwem-prestatietocht (2 km) van ZwemAnalyse. Het was in de Maarsseveense Plassen en de weergoden waren ons gunstig gezind, samen maakte dat fantastisch mooi zwemwater! Ik heb dus heerlijk gezwommen en vond het ook gezellig en uitstekend georganiseerd. Ik zag net dat er ook nog twee gave actiefoto’s van me zijn gemaakt, door fotograaf Gitte Groeneveld:

 

Trendbreuken in Leiderdorp

Gister bij de Triathlon Leiderdorp brak ik met een heel aantal trends van de laatste tijd.

De eerste was dat ik nou niet twijfelde of het wel door zou gaan vanwege corona, maar vanwege het weer. Ze voorspelden onweer immers, en mijn inschatting was dat uitstel van de start in dat geval lastig zou zijn, want ’s middags was er een NK. Uiteindelijk viel het mee: het bleef zo goed als droog tot tijdens het lopen, en toen was de miezer wel lekker eigenlijk, qua koeling. Direct na mijn finish gingen de hemelsluizen wel open, dus alles was alsnog doorweekt, maar goed, daar had ik rekening mee gehouden, o.a. met een droog setje kleren in de auto. Op de terugweg moest ik even stapvoets rijden in een nog grotere hoosbui – dus we zijn goed weggekomen! Er hangt nu nog van alles te drogen, hopelijk schiet dat vandaag een beetje op.

De tweede trendbreuk was het resultaat. De afgelopen jaren heb ik bij elke sprint die ik deed steeds een paar seconden van mijn PR afgesnoept, om in juli voor het eerst net onder 1,5 uur uit te komen. Ik zou gister blij geweest zijn met weer een paar seconden eraf, maar ik had geen idee of dat reëel was, want ik wist niet of het parcours dat mogelijk zou maken. In juli was het lopen bijvoorbeeld te kort, dat scheelt. Voor de start twijfelde ik nog, want de wisselzone in Leiderdorp is lang en dat kost nogal wat tijd.

Desalniettemin heb ik mezelf verrast met meer dan 2,5 minuut eraf: ik finishte in 01:27:21(uitslag, zonder leeftijdscategorieën). Alles ging gewoon goed. Het zwemmen in de Zijl was behoorlijk rommelig, maar daar heb ik me bijna letterlijk doorheen geslagen – ik heb halverwege de terugweg nog iemand een duw gegeven omdat ik last van hem/haar had. Zo oogde het zwemparcours voor de start:

Het fietsen ging goed, met uiteindelijk een even hoog gemiddelde als in Rotterdam maar een hoger vermogen (213 om 200 Watt NP) – het woei harder. Bovendien heb ik aan het eind bewust getemporiseerd met de herinnering aan vorige week in m’n hoofd: genoeg over houden om te lopen! En ja, dat wilden mijn benen dit keer wel. Ik voelde het meteen toen ik van de fiets kwam, wat een verschil! Met 27:29 heb ik voor mijn doen een heel behoorlijke 5 kilometer gelopen zelfs. Hoera!

De derde trendbreuk was dat ik na drie triathlons van TriHard nu weer een ‘gewone’ deed. Na vorige week dacht ik al: ik heb het wel even gehad met TriHard. Dat werd gister sterk bevestigd: Leiderdorp was (1) goedkoper (2) beter georganiseerd en (3) gezelliger. Met de ervaring van vorige week in het achterhoofd was ik ruim op tijd van huis gegaan. Maar ik kon nu best dichtbij parkeren, ik kon bij coronacheck, inschrijfbalie en fietscheck zó doorlopen en ik was dus meer dan een uur voor de start al op m’n plekkie. De wisselzone is een beetje complex doordat de verschillende afstanden andere looplijnen hebben en hij is dus lang, maar dat gaat allemaal zonder dat je elkaar wezenlijk in de weg loopt. Verder was alles eigenlijk ook gewoon goed georganiseerd. De dropjes, spekkies, bananen, watermeloen en ontbijtkoek na de finish maakten het helemaal af. Vorige week was er alleen water en sportdrank – op zich geen probleem, maar dit was wel lekker!

Klein detail: er lag wel tapijt, waar je in Almere met je blote voeten over het grove asfalt moest. Net te zien links achter op deze foto, die ik maakte als sfeerbeeld: de triathlon is bij een groot winkel- en bedrijventerrein, de Baanderij:

En het was gewoon gezelliger. TriHard trekt door het geld en misschien ook door naam en merkpositionering een net iets ander slag mensen dan zo’n meer plaatselijke triathlon, is /mijn indruk. Ik heb nu weer lekker staan ouwehoeren, bijvoorbeeld nog een tijdje nagekletst met de dame die op het terug-stuk hardlopen mijn haas was. Ik heb haar niet in kunnen halen maar het motiveerde wel, en daarvoor heb ik haar dus maar even bedankt. Ze bleek mij ook in de gaten te hebben gehad, dus we hadden elkaar naar een goede looptijd opgejaagd.

Eén dingetje moet ik TriHard trouwens wel nog even nageven: ze hebben de toegezegde medaille en beker (door de 3e plek in mijn leeftijdscategorie) van Rotterdam wel nagestuurd:

De vierde en misschien wel belangrijkste trendbreuk was dat ik me veel ontspannener en lekkerder voelde. Vorige week was buiten het sporten (dat alleen bestond uit wat herstelwerk en één taper-hardlooptraining) bepaald niet rimpelloos, integendeel, maar de wolk om mijn hoofd die er in Almere hing, was weg. Dat maakt alles anders en leuker. Ik heb daar zelf wel wat voor gedaan, maar toch had het ook iets ongrijpbaars.

Een vijfde trendbreukje moest ik zelf even thuis voor elkaar krijgen: in één klap omschakelen van sporter naar supporter, want manlief was hier direct achter in de Schie bezig met dik 4 kilometer zwemmen bij de Unltd Swim Overschie – hier komt-ie voorbij, met het veerhuis op de achtergrond: 

Het is zo niet te zien, maar het was best druk en al die zwemmertjes in de Schie was een gaaf gezicht! Als ik me niet al voor Leiderdorp ingeschreven had, had ik zelf ook meegedaan natuurlijk – hopelijk volgend jaar weer, en dan zoals altijd gewoon in juni hopelijk.

* * *

Mijn triathlonseizoen zit erop – gek, oorspronkelijk was Leiderdorp bedoeld als opwarmertje voor een halve triathlon volgende week, maar die werd geannuleerd. Nu werd het beslist het hoogtepunt van mijn seizoen. Ik heb nog wel zat andere leuke plannen, dus wordt vervolgd!

 

Afzien en opkikkeren in Almere

Gister de OD (olympische afstand: 1500 meter zwemmen, 40 fietsen, 10 lopen) gedaan bij de Duin TriAlmere. In deze tijden is alles wat doorgaat hartstikke gaaf, ik keek ernaar uit en heb plezier gehad, maar het was toch ook niet helemaal wat ik ervan verwachtte. Deels lag dat aan mij, deels aan de triathlon.

Eerst over mij. Waar ik een paar weken lang het gevoel heb gehad fysiek de hele wereld aan te kunnen, was dat net de laatste paar dagen wat anders. Diverse oorzaken: werkstress, misschien net wat te vroeg gepiekt, niet helemaal lekker kunnen taperen door te veel andere dingen (ook leuke gelukkig, zoals een uitje met vriendin Beatrijs naar Zoutelande, inclusief zaterdagochtend een duik in zee) en ook een component ‘onverklaarbaar’ en/of dus misschien toch weer een hormonaal oprispinkje, met wat opvliegers en hartkloppingen ook. Dat is nog steeds af en toe zo, met die overgangsdingen, maar steeds minder vaak en minder erg. Zaterdagavond voelde ik me daardoor wel wat brak, en de nacht van zaterdag op zondag heb ik er slecht door geslapen.

Wat wedstrijdspanning toen ook, nouja, niet zozeer voor de wedstrijd, maar ik vond om kwart over zes opstaan en dan met alle spullen gaan rijden naar een onbekende bestemming waar ik om half 10 moest starten ook een beetje stresserig. Ik zou altijd wel een beetje spanning daarvoor hebben, denk ik, maar merk wel meer dat ik door het gedepriveerde leven van de afgelopen anderhalf jaar weer moet wennen aan zulke prikkelrijke en uitdagende bezigheden. Wel goed om te doen dus.

Die hele onderneming in m’n uppie, want publiek was niet welkom. Volgens mij is dat sowieso gewoon nog verboden qua coronamaatregelen, maar in de deelnemersinformatie stond het wat omfloerster: ‘toeschouwers worden verzocht thuis te blijven’. Met manlief heb ik het er dus verder niet eens over gehad.

Het ging allemaal goed. De ’10 minuten lopen’ uit de deelnemersinformatie, van parkeerplek naar de locatie, leken me wel fors naar beneden afgerond, de rijen voor corona-check, aanmelden en bike-check waren lang en mij viel op dat je je bij de corona-check niet hoefde te legitimeren, zodat je dus eigenlijk met de telefoon van een ander naar binnen kon – bij TriRotterdam was dat strenger.

Maar goed, toch op tijd in het parc fermé, paar ouwehoertjes tussendoor waar ik altijd wel van houd, en m’n spulletjes klaar kunnen zetten:

De zwemstart was lastig omdat er stenen in het water lagen. Die last was er vier keer: start, tussentijdse landgang uit en in, en bij de finish. Tussendoor heb ik okee gezwommen. Beetje rommelig in het eerste heenrak van de twee heen-en-weertjes, maar dat is altijd wel. Lekker water, dat IJmeer: warm genoeg voor de shorty. Beetje golfslag van de bries, maar geen hinder. 32 minuten over gedaan, dat is gebruikelijk, zou ik zeggen, en het voelde goed.

Probleemloze wissel naar de fiets, wel ver lopen daarmee. Toen vier heen-en-weertjes op de dijk, in het polderlandschap waar ik graag kom en waaraan ik dierbare fietsherinneringen heb van twee jaar geleden. Die bries was zeer duidelijk voelbaar: ik kon in de tegenwind de snelheid net boven de 30 houden, met wind mee liep-ie op tot bijna 40. Niet dat ik daarop heb gelet, ik keek naar m’n vermogen, en zag dat dat een beetje tegenviel. Achteraf gezien is ook mijn hartslag gek laag gebleven: duidelijk teken van een matige dag, het gaspedaal niet kunnen vinden. Niet die wonderbenen van de afgelopen tijd, zelfs niet die verrassende benen van TriRotterdam.

Desalniettemin heb ik nog 32,6 gemiddeld gereden (196 Watt NP) en aardig wat mensen ingehaald. Manlief vond er vanochtend op Facebook deze gave actiefoto van, met dank aan Evert:

Het maakt me nieuwsgierig, met het verhaal van zaterdag in m’n achterhoofd: wat kan ik eigenlijk op het ogenblik op de fiets op een goeie dag?

Misschien heb ik op de fiets iets te veel gegeven, want na de opnieuw probleemloze wissel bleken mijn benen totaal geen puf meer te hebben om te lopen. Dat viel gigantisch tegen. Wat erbij kwam, was dat het warm was, en qua warmte ben ik helemaal niets gewend natuurlijk in deze prutzomer. Ik geloof niet dat ik me de afgelopen tijd bij boven de 20 graden veel heb ingespannen. Dan is 25 graden ineens heet.

Ik had er echt last van, wat me ook tegenviel, want ik vind warmte vaak wel lekker juist. Misschien is dat ook nog een overgangsverschijnsel, ik heb daarover gelezen: dat je in de overgang en na de menopauze minder goed tegen hitte kan. Ik heb voor mezelf nog onvoldoende gegevens om dat echt te kunnen bepalen, maar de moeite die mijn lijf gister had was wel gek. Op een gegeven moment was ik zelfs wat rillerig, als soort paradoxale reactie op hitte.

Het parcours vond ik ook nog eens lastig, met in elk van de vier rondjes een stuk vals plat, deels over bouwterrein zonder bestrating, gevolgd door een zo steile afdaling op van dat puntige beton dat je die voorzichtig moest nemen, daarna een stukje over gras. Best wel grappig, door zo’n nieuwbouwwijk en bosjes, maar zwaar. Daarbij drukte: het was niet afgesloten en dus fietsten en wandelden er mensen overheen, met honden, kinder- en invalidewagens zelfs, en er was toch best wel veel publiek, waardoor ik ging denken dat ik de enige was die het ‘liever geen publiek’ serieus had genomen.

Ik liep zo moeizaam dat de vertwijfeling toesloeg, zo van: waarom train ik hier eigenlijk voor, als ik dan zó niet vooruit te branden ben? Lopen heeft dat bij mij soms zo, dat het kan voelen alsof de zin van mijn sportende bestaan verdwijnt. Ik heb halverwege overwogen uit te stappen, maar dacht: nouja, eventueel maar wandelen. Daarna trok het juist wat bij, alsof mijn benen zich toen enigszins neerlegden bij het hardlopen.

Met een sukkelgangetje en wat wandelen af en toe sleepte ik me naar de finish. In het derde rondje moest ik bij de waterpost zelfs helemaal stoppen en wachten, want er stond geen water klaar. Dat duurde gelukkig niet lang. In het laatste rondje zag ik om me heen wat meer lopers met moeite en haalde ik zelfs nog een paar mensen in. Uiteindelijk viel mijn gemiddelde tempo me nog mee: 6’45 zelf geklokt, de officiële registratie maakt daar zelfs 6’21 van – sneller dan mijn duurlooptempo, nou, zo voelde het niet!

Ik probeerde het laatste stukje ook nog uit te sprinten, maar kon toen voelen dat er echt helemaal niets meer in m’n benen zat.

Bij de finish zag ik dat ik die in 2:52:06 had bereikt, wat meeviel: zowel het fietsen als het lopen was eigenlijk iets te kort. Bovendien zag ik dat ik tweede was van de D50+, dat viel ook niet tegen. Eenmaal thuis zag ik in de uitslag dat ik ook laatste was in die leeftijdscategorie, hahaha, we waren maar met twee! Bovendien geen D60+, dus misschien was ik wel de oudste deelneemster overall. Dan niet laatste worden is toch mooi!

Na de finish vond ik de verzorging wat teleurstellend: alleen water en sportdrank. Bij TriRotterdam was er meer, dat schept dan verwachtingen. Gelukkig waren de medailles dit keer niet op:

Direct daarna vond ik het overal veel te druk. Net als bij TriRotterdam kruisten de vertrekkende sporters degenen die bezig waren, zowel in het parc fermé als daarbuiten, niet handig. Waar ik ’s ochtends mijn wachttijd al vrij lang had gevonden, stonden er nu enorme rijen sporters voor de middagseries overal te wachten. Direct buiten het afgesloten gebied krioelde het bovendien inmiddels van de toeschouwers. Nog wat herrie erbij van muziek en omroeper… zelfs zonder corona zou voor mijn vermoeide zelf de overprikkeling dreigen, nu ben ik maar zo snel mogelijk weggevlucht. Zo anders weer dan bij TriRotterdam en de twee triathlons van vorig jaar, waar ik de hele tijd overal ruimte heb ervaren.

Dat hele stuk terug naar de auto liep ik achter een deelneemster aan die lekker liep te kletsen met de drie toeschouwers die ze bij zich had. Leuk voor haar, maar uh… Om er toch ook voor mijzelf nog wat sociaals van te maken ben ik bij Renée, mijn vriendin uit Almere, langsgegaan en dat was hartstikke gezellig.

Frappant genoeg voelde ik me de rest van de dag en ook vandaag eigenlijk beter dan zaterdag en gisterochtend. Wel een iets gevoelige rechtervoetzool van die stenen in het water en moe van de inspanning, maar ook weer opgekikkerd. Het voelt alsof mijn energieniveau precies het goede zetje heeft gekregen. In die zin was het natuurlijk toch een fijne, zonnige ochtend buitenspelen!

 

Mannelijke waarden

Ik schreef woensdag dat ik bij het fietsen hoge vermogens zie. Dat komt natuurlijk niet alleen maar door de yoga. Het komt ook niet doordat ik nou zo keihard heb getraind. Helemaal zeker weet ik het niet natuurlijk, maar het lijkt erop dat ik in een bepaald opzicht beter in vorm ben dan ooit: ik word een beetje mannelijk, in twee opzichten:

  • Mijn Hb is hoger dan ooit en is boven wat normaal is voor een vrouw. Het is nu ruim twee jaar geleden dat ik voor het laatst ongesteld was en sindsdien heb ik het bij mijn bezoekjes aan de bloedbank zien stijgen en stijgen. De laatste keer was de waarde 9,9, waar bij vrouwen 10 als bovenste grens voor ‘normaal’ gezien wordt. Ik heb er daarom medisch advies over gevraagd, maar het is gelukkig niet iets om me te zorgen over te maken. Pas als ik de mannen-grens van 11 ga benaderen gaat dat anders liggen. Het stijgen is niet zo gek natuurlijk: ik houd ineens al m’n bloed voor mezelf. Ik heb altijd al een relatief hoog Hb gehad, alleen maar minder tijdens de overgang. Dat hoge Hb is voor duursport gunstig, want mijn bloed kan meer zuurstof naar de spieren vervoeren. ‘Andere sporters moeten ervoor aan de EPO’, zei de dokter.
  • Mijn rusthartslag is lager dan ooit. Die heb in de laatste jaren alleen maar zien zakken, en de laatste maanden best wel hard – meer dan verklaarbaar is door m’n mate van getraindheid. Twee jaar geleden was ik veel getrainder, in de aanloop naar Almere, maar mijn rustpols is nu een stuk lager. Vorige week lag-ie voor het eerst zelfs net onder de 40, op een moment dat ik flauw was van de trek, dan is-ie op z’n laagst. Normaler is nu ergens rond de 45, een slag of 5 lager dan een paar jaar geleden. Mannen hebben een lagere rusthartslag dan vrouwen, dus ook deze verandering is in mannelijke richting.
    Ik heb geen idee hoe het komt. Ik dacht eerst dat het hogere Hb er een rol in speelde, maar dat schijnt fysiologisch niet zo te zijn, dus dat er samenhang is tussen een hoog Hb en een lage rusthartslag. Menopauze en lagere rusthartslag? Geen idee. Misschien is er een relatie met de ontspanning en het ademhalen bij de yoga? Hoe dan ook: ook hierbij heb ik baat natuurlijk, want mijn hartslagbereik, tussen rusthartslag en maximaal, is groter geworden, en dat bereik is de ‘ruimte’  die ik heb om te sporten. Het is bovendien een goed teken van mijn fitheid in het algemeen.

En ja, ik voel me dus hartstikke fit. Dat zie ik aan de vermogensmeter en het gemak waarmee ik fiets. Bij de technische sporten zwemmen en hardlopen merk ik geen effect op mijn prestaties, maar die gaan wel ook lekker en ik heb het gevoel dat ik ook daarbij een soort gemak of ruimte ervaar als ik bezig ben. Ik herstel ook opvallend snel. 

Het voelt allemaal hartstikke lekker en ik heb er eigenlijk niks voor gedaan, althans, niet gericht. Ik heb gewoon getraind, niks bijzonders, zeker niet meer dan anders, maar het lijkt beter aan te komen dan in de jaren hiervoor. Wat een cadeautje!

Het voelt alsof ik zwaarder zou kunnen trainen, al zijn mijn spieren niet ineens sterker of mijn pezen en gewrichten belastbaarder natuurlijk. Ik ben wel ook helemaal heel, blessurevrij, al een poosje, ook lekker. Morgen doe ik m’n langste wedstrijd van dit seizoen: de OD van TriAlmere. Ik ben benieuwd!

 

Wekelijkse yoga-routine zorgt voor balans

In de zwemloze periode afgelopen winter heb ik 148 dagen achter elkaar yoga with Adriene gedaan. Sinds ik weer zwem, heb ik een nieuwe yoga-routine uitgedokterd die me goed bevalt. Die vervangt bijna alles wat ik ooit op de sportschool deed, en doet nog meer ook. Mijn indruk is dat mijn schouders en de stabiliserende spieren van mijn romp (‘core stability’: buik, rug, heupen) sterker en veelzijdiger zijn dan ooit. Bovendien geeft het me plezier, ontspanning, toenemend lichaamsbewustzijn en wijsheid.

Mijn wekelijkse routine kent vier onderdelen die ik combineer tot twee of drie sessies, van in totaal minimaal een dik uur en meestal anderhalf tot twee. De week kent vier onderdelen:

  • Het filmpje ‘upper back love‘ waarmee ik Adriene leerde kennen en dat precies doet wat mijn bovenrug nodig heeft: rekken en het laag en naar elkaar toe houden van m’n schouderbladen. Ik heb een beetje de neiging tot een bocheltje, in het sporten, maar zeker ook in het dagelijks leven (‘schoolbankruggetje’ noemde een huisarts het ooit), dus deze sessie van 23 minuten is een belangrijke. Ik doe hem dan ook vrijwel elke week, alleen niet als ik m’n bovenrug al zwaar heb belast met iets anders, dan is er ook nog een soort verkorte versie met vooral rekken. 
  • Een half uur voor buik en core, waarin ik een selectie maak uit tien filmpjes die ik in de loop van de 148 dagen heb leren kennen. Ik doe er dan een waarin de buikspieren centraal staan en de ander meer allround core stability, wat vooral betekent dat het breder is, meer coördinatie vergt en ook wat met mijn schouders doet, bijvoorbeeld door veel planken:


    Ik doe dan bijvoorbeeld eerst ‘core power wake-up‘, een zware, met erna nog de quickie voor de buikspieren. Ik wissel de filmpjes af en dat geeft die veelzijdigheid. De zware gaan ook nog steeds merkbaar beter.

  • Rekken heupopeners, een kort filmpje dat een zwak punt van me aanpakt: souplesse rond mijn heupen. Helpt me bij het lopen. Daar zit ook m’n geliefte extended child’s pose in:
    Dit onderdeel is ook vaste prik, tenzij er al veel rekken zit in onderdeel nummer vier…
  • Vrije keuze. Zo van: ‘doe ook nog iets anders’, naar zin en behoefte. Ik heb een lijstje gemaakt van filmpjes die me in de 148 dagen goed zijn bevallen, en daar maak ik een keuze uit. De laatste tijd, waarin ik stevig trainde, was dat vaak één van de sport-specifieke in Adriene’s repertoire: voor zwemmen, fietsen of hardlopen, alledrie tegen de eenzijdigheid van die sporten, met veel rekken en de eerste twee daarnaast met wat stabilisatie-krachtoefeningen. Of het is een allround sessie, zoals de ‘full body flow‘. Ook lekker ter ontspanning: alleen maar ademhalen. Ik kan ook een probleem aanpakken, zoals een keer gut health toen ik last had van m’n darmen of hamstring-stijfheidsbestrijding.

Zo’n opsomming klinkt net wat gerichter dan het is. Elk van de sessies is en blijft yoga, niet alleen maar buikspieroefeningen of rekken. Het is altijd een full body experience met aandacht voor ademhaling, lichaamsbewustzijn (zoals: tijdens een buikspieroefening je gezicht ontspannen en je voeten actief houden) en hoe je over je lichaam denkt (‘work with the body, not on it’), en ook voorzien van counterposes voor de goede balans in de sessie. Daar leer ik nog steeds veel van en ik ben dus nooit zomaar wat aan het krachtpatsen.

Het enige wat ik mis van de sportschool is dat krachtpatsen, voor m’n benen: legpress, squats en lunges. Gericht op het ontwikkelen van de duwkracht van het fietsen. Lunges deed ik vorig jaar nog wel met zand in emmers, dat wil ik weer gaan oppakken. Maar eigenlijk merk ik op de fiets niet dat ik minder kracht heb, integendeel. Ik doe zowel bij het lopen als op de fiets kracht-intervallen (brug en tunnel repeats). Het lijkt erop dat die meer zoden aan de dijk te zetten dan de sportschool.

Bij die tunnel repeats, waarin ik zo hard mogelijk de Beneluxtunnel uit rag, trap ik op het ogenblik de hoogste vermogens die ik ooit gezien heb, in vier seizoenen dus. Sowieso ben ik in blinkende fietsvorm – ook het veel mindere stadsfietsen van de afgelopen anderhalf jaar deert niet.

Dat van die goeie fietsvorm zit ‘m natuurlijk niet alleen in de yoga. Maar ik heb wel het idee dat die werkt. Dat zit ‘m dan vooral in de totale sportbalans. Misschien moet ik wel niet te veel krachtpatsen, is af en toe alleen maar ademhalen veel beter voor me!

(de foto’s zijn van m’n 100-dagen-post uit maart, zie daar voor meer)