Welkom (sticky)

Cartoon van Ironman LouiseOp 28 augustus 2016 volbracht ik, op mijn 50e, de Ironman van Vichy. Als je meteen daarover wilt lezen: hier staat het verhaal van die dag. Ik begon bijna twee jaar ervoor met dit weblog om te vertellen over de weg erheen, die met de nodige ups en downs is verlopen

Sinds mijn Ironman blik ik hier nog af en toe terug en ik vul nog wat aan en ik schreef ondertussen ook over het seizoen erna. Op dit moment heeft het blog winterslaap tot in het voorjaar van 2018 (zie de post hieronder).

Wees welkom, neus lekker rond op dit weblog, ik heb geprobeerd het leuk én informatief te maken. Als je wilt reageren, doe dat – vind ik leuk!  

Winterslaap

De laatste twee posts zijn heel mooi om dit blog weer eens even een tijdje ‘on hold’ te zetten – een soort winterslaap. Met de post van 6 november blikte ik nog eens terug op het volbrengen van de Ironman en dat voelt als de definitieve terugblik, maar zeg nooit nooit. Met de post van 14 november blikte ik eigenlijk juist vooruit, althans, die sluit aan bij het thema dat voor mijn toekomst belangrijk wordt: zelf trainer worden. 

Plan is nu om in het voorjaar mijn eigen trainingsbegeleidingspraktijk te openen, compleet met website (ik heb al een mooie domeinnaam gereserveerd, maar die houd ik nog even voor me). Ik heb al wel ideeën, en de komende maanden ga ik benutten om die verder te doordenken.

Dit blog zal daarmee op een zachter pitje komen te staan, maar ik stop er nog niet helemaal mee. Vooral is het toch weer gaan kriebelen om misschien toch nog een keer een hele triathlon te doen. Almere 2019? Wie weet, ik ben er nog niet uit, en dat hoeft ook nog niet. Die ontwikkeling ga ik hier zeker melden. 

Ik meld me in het voorjaar weer, met verder uitgekristalliseerde plannen. Goede winter gewenst!

Bijgeschoold

Ik kwam een half jaar geleden van de hardlooptrainersopleiding met nog veel honger naar meer kennis. Ik heb sindsdien dan ook een boel gelezen (boeken, tijdschriften en via Twitter) en net de afgelopen weken heb ik aan bijscholing gedaan. Ik ben naar een workshop over blessurepreventie geweest van het ATR, een symposium over hetzelfde thema van veiligheid.nl en naar de hardlooptrainersdag van de Atletiekunie.

Ik was op zoek naar meer kennis dus, maar mijn zoektocht betrof ook het meta-niveau, zal ik maar zeggen: ik was benieuwd waar mogelijk nog interessante leermogelijkheden voor me liggen, dus wat er voor herhaling vatbaar is bijvoorbeeld.

Nou, ik heb inderdaad een boel geleerd, op beide niveaus. Te veel om hier allemaal te beschrijven. Op dat meta-niveau vond ik vooral de hardlooptrainersdag voor herhaling vatbaar en heb ik ook geleerd dat hoe specifieker de workshop, des te meer leer ik.

Ik volgde bijvoorbeeld een workshop over achillespeesblessures,  en voor de praktijk van het training geven leverde dat misschien niet zo heel veel op (twee dingen: (1) stop bij het eerste ongemak meteen met hardlopen en (2) doe de trap-oefening), maar ik hing wel aan de lippen van de drie presenteerders: een sportarts en twee fysiotherapeuten, alledrie specialisten op dat gebied. Ik vond het gaaf om iets te zien van hun manier van kijken en denken en ik vond het bijvoorbeeld ook heel erg leuk dat ze van een vrijwilliger in de groep een echo maakten van beide achillespezen, om het verschil te zien tussen een gezonde en geblesseerde pees. Daarna hebben de fysio’s ‘m helemaal geanalyseerd, ook erg interessant – al is dat specialistenwerk. 

Blessurepreventie liep als rode draad door de bijeenkomsten, en op dat punt heb ik twee belangrijke lessen geleerd:

  • Varieer! Dus doe aan crossstraining: andere sporten naast je hoofdsport. Eenzijdig trainen is blessurebevorderend en het zorgt ook voor een lager prestatieplafond. Dat geldt in het bijzonder voor jeugdigen trouwens, dat vond ik interessant, dat de jeugd enerzijds minder beweegt en anderzijds zich dan wel volledig op één sport stort, soms in de hoop om de top te bereiken. Dat is eigenlijk desastreus, zeker op de langere termijn.  
  • Zorg voor stabiliteit, dus oefen de stabiliteitsspieren. Dat is meer dan alleen core stability, het gaat bijvoorbeeld ook om de voeten, enkels en knieën. En stabiliteit trainen doe je juist niet door ‘krachtpatsen’, want dan nemen de grote krachtspieren het juist over van de kleinere, subtielere balansspieren.

Als triatleet die ook nog aan bodybalance doet ben ik zelf dus aardig op de goede weg! 

Naast leerzaam was het vaak ook gewoon leuk. Wie dit blog al langer volgt, weet dat ik ervan houd om op nieuwe plekken te komen. Dus vond ik het leuk om bijvoorbeeld voor het eerst eens in een schermzaal te zitten (Frans Otten Stadion, daar was ik sowieso voor het eerst) en op Papendal heb ik sowieso mijn ogen uitgekeken, ook daar was ik nog nooit geweest.

Er waren bovendien leuke mensen. Van de begeleiders noem ik graag Danaïd Prinsen die een workshop over wedstrijdwarming-up gaf en van wie ik benieuwd ben of ze haar droom van deelname aan de Olympisch Spelen gaat waarmaken. Van de mede-trainers vond ik zaterdag de deelnemers aan de workshop over trainen met masters inspirerend, en het was gezellig om met RA-trainer Paul samen te reizen.

Bijzonder was natuurlijk ook om Steven Rooks compleet met z’n originele bollentrui mee te maken tijdens het symposium. De foto met hemzelf is te wazig geworden (heb net een nieuwe telefoon, ben er nog een beetje onhandig mee), maar de trui staat er redelijk okee op:De originele bollentrui

Rooks is betrokken bij valpreventietraining voor wielrenners. Zo’n training zou ik best wel eens willen doen, maar dat gaat helaas alleen via verenigingen. En dat illustreert wel een van de dingen die ik ook leerde op het gebied van blessurepreventie: er zijn een boel goede bedoelingen, maar ik had af en toe wel het idee dat de deskundigen op dit gebied de mogelijkheden tot gedragsbeïnvloeding nogal overschatten. Fietsen doen veel mensen ongeorganiseerd, en die bereik je dus sowieso niet. Veel informatie op websites zetten leidt niet tot het gewenste gedrag, zoals bijvoorbeeld drie keer per week thuis een hele serie oefeningen doen. Voor mij als tekstdeskundige is dat nogal wiedes…

Nouja, eigenlijk hoef je er helemaal geen tekstdeskundige voor te zijn. Want toen ik de nieuwe website runfitcheck.nl uitprobeerde, kreeg ik zo’n advies, dus een hele trits oefeningen voor thuis. Dan denk ik ook ‘ja doei’…. 

Maar goed om te weten dat dat er is, dus runfitcheck.nl, veiligheid.nl, de versterk-je-enkel-app, een speciaal achillespeesspreekuur en noem maar op. Dat soort heel praktische, concrete informatie heb ik als een spons opgezogen!

 

Uitgesudderd: een Ironman zegt niks

Kort nadat manlief van de zomer Ironman geworden was, schreef ik dat ik daar nog meer over wilde schrijven maar dat nog even moest sudderen. Het is nu wel gaar, zal ik maar zeggen, dus hier komt het uitgesudderde resultaat.

Kort na Henks finish realiseerde ik me dat we nu weliswaar allebei Ironman zijn, maar dat niet betekent dat we ‘hetzelfde’ hebben meegemaakt. Dat is wat Maarten Ducrot altijd zo mooi weet te omschrijven over het wielerpeloton na een Tour-etappe: 180 renners, 180 verhalen over die etappe. 

Henk en ik in onze finishersshirts

Twee Ironmen, twee verschillende verhalen.

Meer in het bijzonder zat het verschil erin dat een Ironman volbrengen voor mij veel meer op het randje van mijn kunnen is dan voor Henk. Voor hem is het op die dag nooit spannend geweest of hij het zou gaan halen binnen de limiet, en ook is hij er nooit bezorgd over geweest of hij wel zou kunnen starten – waar ik een half jaar voor de mijne twee maanden lang niet kon lopen en af en toe de vertwijfeling nabij was.

Ik zoek de grenzen van mijn kunnen op, met alle risico’s van dien voor dit lijf, dat kwetsbaarder, blessuregevoeliger is dan dat van Henk. Na zijn finish dacht ik ook even: ja, jeetje, als het zo makkelijk is… Ineens kon ik me voorstellen, beter dan voorheen, dat sterke sporters op zoek gaan naar grotere uitdagingen: sneller tijden, extremere parcoursen of omstandigheden, of nóg langer. Omdat een Ironman doen ze niet in de buurt van hun grenzen brengt, terwijl dat wel lonend is. Zoals ze van @ironmantri zelf eens twitterden:

If it doesn’t challenge you, it doesn’t change you.

Tegen je grenzen aanschurken maakt zo’n sportbelevenis bijzonder. Het hele proces heeft voor mij juist daarom zo veel betekend. Omdat ik er een groot risico mee nam, en ik ervan geleerd heb om dat risico goed te hanteren. De trouwe volgers van dit weblog hebben daar veel over kunnen lezen, en zie anders deze voorbeeldpost.

De keerzijde is dat ik – sowieso al een grotere stresskip dan Henk – veel zenuwachtiger was voor de Ironman dan hij. En misschien is het wel daarom dat ik die dag niet boven mezelf uit kon stijgen, wat Henk wel deed. Ik was daar wel een beetje jaloers op: Henk had in de verste verte nog nooit zo snel gezwommen als in Kopenhagen en de rest ging ook hartstikke goed, beter dan verwacht. Ik kan dat van Vichy niet bepaald zeggen. Daarvoor was het mogelijk te groot, te beladen.

Ik heb het daar wel moeilijk mee gehad, zeker in dit voor mij ook wat kwakkelige seizoen: waarom zit het voor mij nou nooit, nouja, bijna nooit, echt eens allemaal mee? Blader door dit weblog en dan zie je dat ik nogal eens wat teleurstelling te verpruimen heb. Neem dit seizoen: één echte topprestatie, een paar aardige (voorbeeld), tegenover meerdere sterk tegenvallende prestaties (voorbeeld 1, voorbeeld 2, voorbeeld 3) en teleurstellingen (voorbeeld). Het komt bij mij niet makkelijk ik denk wel eens: ik krijg niet altijd loon naar werken. Nouja, het hangt ervanaf met wie ik mezelf vergelijk natuurlijk, er zijn zat sporters die het ongelofelijk vinden wat ik wel presteer. Jezelf met anderen vergelijken is altijd link.

Het gebrekkige loon naar werken heeft niet alleen, maar wel óók te maken met het opzoeken van die grenzen. Als ik altijd alleen maar triathlons zou doen zoals die van laatst op de Bosbaan (korte afstand, weinig competitie), zou ik mogelijk een zonniger zelfbeeld hebben, voor wat betreft mijn prestaties. Maar dat bevredigt niet genoeg: ik daag mezelf dan onvoldoende uit, leer er niet genoeg van.

deel uitslag

Zegt niks

Mijn zelfbeeld wordt niet bepaald door absolute prestaties als een PR neerzetten, mijn leeftijdscategorie winnen en de snelste fietstijd van alle vrouwen realiseren. Dat is leuk, maar het zegt eigenlijk heel weinig. Van alles gaat het daar wel het minste om.

En zo ging het me uiteindelijk dagen: een Ironman volbrengen, het is maar een prestatie. En dat zegt helemaal niks.

 

Eindelijk weer eens een leestip

MCover van het boekijn laatste boekentip is wel heel lang geleden. In de tussentijd heb ik wel wat sportboeken gelezen*, maar geen echte triathlonboeken. Nou is Redemption. From iron bars to Ironman ook maar ten dele een echt triathlonboek, maar ik vond het wel geweldig.

Het grootste gedeelte van het boek gaat niet zozeer over triathlon, maar over hoe John McAvoy, afkomstig uit een familie met wel meer beruchte boeven, gewapend overvaller en drugsdealer wordt van ‘beroep’. Dat gaat best wel goed, met een luxe-leventje tot gevolg, maar ook twee stevige gevangenisstraffen. Ik vond het interessant om zo’n inkijkje te krijgen in het criminele milieu en in hoe het eraan toegaat in de gevangenis. Vooral de vanzelfsprekendheid van het pad dat hij bewandelt viel me daarbij op. 

Tijdens de tweede periode in de gevangenis ontdekt hij dat hij een groot talent heeft: hij breekt nationale en wereldrecords op de roeiergometer. Dat speelt een rol in hoe hij besluit zijn leven te beteren. Dat gedeelte, dus zijn ‘ommekeer’, zou al gauw erg zijïg zijn, maar het boek is zo goed geschreven dat ik het geloofwaardig vond, en ook wel mooi juist. Vooral als hij zich voor het eerst realiseert dat er mensen zitten in die uniforms van het beveiligingspersoneel dat hij overvalt, en dat hij die mensen trauma’s bezorgt. Dat heeft hij zich nooit gerealiseerd, het waren altijd abstracties voor hem: hij bestal ‘het systeem’.

Er komt dan ook nog een maat van hem om tijdens een beroving, en dan realiseert hij zich wat zijn voorland is: een gewelddadige dood of een groot deel van zijn leven in de bak. Tot aan die tijd was dat rijke luxe-leven zijn idee van de toekomst en van zijn normale leven, maar hij gaat inzien dat dat niet reëel is. 

Eenmaal op proefverlof gaat hij echt roeien, maar hij is dan al te oud om de techniek nog goed genoeg onder de knie te krijgen om de top te bereiken. Daarom begint hij met triathlon, waarover hij in de gevangenis gehoord had. Al zes weken later wordt hij Ironman! Zijn eerste triathlon-belevenissen zijn mooi om te lezen, het gaat natuurlijk niet alleen maar makkelijk. Wat ik me al eerder had afgevraagd gebeurt: hij raakt heftig overtraind. Hij heeft weliswaar een heel bijzonder lichaam, maar dat kent toch ook zijn grenzen.

Ook zijn verleden is er nog. Saillant detail bijvoorbeeld vond ik dat plaatsing voor het WK Ironman in Kona hem niet zo boeit want hij kan met zijn achtergrond toch geen visum krijgen voor de VS… Aan de andere kant is zijn reclasseringswerker wel erg trots op hem: hij is een van de weinige criminelen van zijn kaliber die niet recidiveert. Mede dankzij de re-integratiemogelijkheden die ‘het systeem’ hem geboden hebben. Ook dat is interessant – en actueel.  

Inmiddels is McAvoy prof. Het boek is dus een heel hoopvol en inspirerend verhaal over hoe het wél kan, je leven beteren, zonder dat het dus te klef wordt. Een heel dikke aanrader, niet alleen voor triatleten! Ik kwam er zelf aan dankzij een tip van Maarten van het Triathlonforum – dank! 

 

*Aanraders zijn The science of running, Peak Performance (zie ook de recensie op mijn andere site) en Hoe simpel wil je het hebben

Einde seizoen (deel 2): maximaaltest gedaan en nu even inkakken

Met mijn vorige post zette ik natuurlijk al een punt achter het seizoen, en om het helemaal af te maken nog deze post. Ik heb vorige week namelijk ook nog een maximaaltest gedaan (zoals gebruikelijk bij Coen van Topvorm) om op die manier te kijken wat het seizoen me had opgebracht, dus wat trainen me aan (fiets-)conditie heeft opgeleverd, want dat is wat zo’n test meet.

Welnu, hetzelfde dubbele gezicht als waar ik vorige week over schreef. Ik sta er voor wat betreft mijn duurvermogen (lage intensiteit) ongeveer net zo goed voor als vorig jaar in mei, wat vrij goed is en beter dan dit jaar in mei, maar de hogere intensiteit is niet beter dan afgelopen mei en minder goed dan vorig jaar – al is het wel beter dan in januari vorig jaar. Op één ding na: ik kon de maximaaltest minder lang volhouden.

Als je goed puzzelt, is dat op deze grafiek allemaal te zien (korte uitleg: hoe verder naar rechts, des te beter; de meest recente test is die met de groene driehoekjes, die is te vergelijken met drie eerdere testen uit dit en vorig jaar):

Grafiekjes

Wat dat voor mij betekent, zijn dezelfde twee gezichten als het hele seizoen. Enerzijds heb ik redelijk kunnen trainen en is mijn basis prima, anderzijds is de progressie voor vijf maanden trainen nogal beperkt, helemaal voor het intensieve gebied.

De verklaring: ik heb minder intensief getraind dan voorgaande jaren. Enerzijds komt dat door wat ik in mijn wedstrijdseizoensevaluatie ook al schreef: ik ben voor het hardlopen gaan trainen volgens de souplessemethode en die is minder intensief dan wat ik voorheen deed, zeker omdat ik onvoldoende echt harde wedstrijden over vijf en tien kilometer heb gelopen. Waar ik vroeger bij hardlopen regelmatig met een hartslag boven de 150 liep, heb ik dat de afgelopen maanden amper gedaan. 

De andere kant is dat ik van die vijf maanden tussen de vorige maximaal test en nu maar twee maanden (juli en augustus) normaal en voluit heb kunnen trainen en hem dan ook regelmatig (niet eens altijd) goed raakte. De drie andere maanden heb ik vrijwel constant last gehad van overgangsgerommel en -vermoeidheid, soms met een heel directe fysiek probleem (de bloedarmoede van mei die tot mijn enige DNF van dit seizoen leidde), soms was ik zombie van slaapgebrek (zoals in Alphen), en vaak kon ik het gaspedaal niet vinden (zoals ik omschreef voor Oud Gastel).

Ik kón dus vaak niet zo intensief trainen als ik wilde. Net de laatste keer spinning bijvoorbeeld, maar een paar dagen voor de tekst. Met hangen en wurgen kwam ik toen één keer net boven mijn omslagpunt, in plaats van de twee tot drie keer royaal waar ik eigenlijk naar streef in zo’n training. De wedstrijden waren ook bedoeld als intensieve prikkel, maar mijn hartslag bleef vaak tien slagen onder mijn omslagpunt steken. Dan gingen mijn benen al te veel pijn doen.  

Eerlijk gezegd viel het me nog mee dat ik woensdag bij de maximaaltest wel en zelfs royaal boven mijn omslagpunt kon komen. Dat ik ‘m één stapje eerder dan anders afbrak, heeft volgens mij ook te maken met dat gaspedaal, met mezelf minder pijn kunnen doen dan anders – en het was woensdag dus al wel weer beter dan dat het zelfs nog maar kort daarvoor geweest is. 

Natuurlijk vind ik het niet zo fijn dat mijn training minder goed heeft gerendeerd dan anders en dat ik er in het intensieve gebied niet zo goed voorsta als had gekund. Maar aan de andere kant: voor maar twee maanden goed trainen is de progressie helemaal niet zo beperkt. De beperking is bovendien goed verklaarbaar en ook goed op te lossen: intensiever trainen. Dat kan prima bovenop deze basis.

Bovendien heb ik de hoop dat ik het volgend seizoen ook weer beter voor elkaar ga krijgen, dat intensieve sporten. Ik heb goede hoop dat de periodes van stabiliteit die ik van de zomer en ook sinds anderhalve week weer ervaar zich gaan uitbreiden. Het lijkt erop dat het einde van het hormonale geschommel in zicht komt: ik ben al een tijdje niet meer ongesteld geweest – hèhè, eindelijk. Het is nog niet constant, maar soms ervaar ik een ongekende stabiliteit. Dat ik denk: als het zo wordt, na de menopauze, wauw!  

Dus ik denk ook wel eens: als dit alles is… als ik door de overgang rol met wat gehannes en teleurstellingen maar met nog steeds een prima basis en vaak genoeg lol in het sporten, dan valt het allemaal nogal mee. 

En dan heb ik ook veel zin in wat er komt. Want voor onze grote fietsvakantie komende winter is juist die basisconditie het allerbelangrijkste, en bovendien zit er dus echt nog meer rek op mijn prestaties op de korte afstand, zoals ik de vorige keer al concludeerde. Eens kijken of ik volgend seizoen die rek kan vinden.

Ondertussen train ik voor het fietsen nog een beetje door, met het oog op onze reis. Afgelopen vrijdag heb ik me bijvoorbeeld van Vlissingen naar Rotterdam laten blazen door een stevige meewind (en helaas wat meer regen dan voorspeld). Verder ben ik wel een beetje ingekakt. Ik had nog plannen om een snelle kilometer of een CSS-test te zwemmen en/of een VIAD-test te lopen, maar dat komt er allemaal niet van. Ik ben nog een beetje moe, ik slaap veel, dat gaat gelukkig weer prima. En de drive is weg omdat ik straks vanwege onze grote reis maandenlang niet ga hardlopen en zwemmen, dus ik begin in het voorjaar toch weer bij nul. 

In plaats van trainen ben ik gister naar de sauna gegaan. Ook wel eens lekker, inkakken. Nouja, beetje strijd leveren met gedachten als ‘ojee, nou word ik lui, vadsig en dik’, maar dat lukt wel.

Belangrijkste is nu om rond Sinterklaas ontzettend veel zin te hebben in fietsen – Down Under! 

Evaluatie wedstrijdseizoen

Lang leve de korte afstanden!

Wat mij betreft is de kern van een evaluatie altijd de vooruitblik, dus hier komt-ie meteen: ik ga me volgend jaar in het triathlonseizoen concentreren op de korte afstanden, 1/8e en sprint, en stel dus de langere wedstrijden minstens een seizoen uit.

Twee redenen hiervoor:

  1. Ik heb dit seizoen de meeste lol gehad bij die kortste afstanden. Mijn beste prestaties heb ik geleverd op de 1/8e (PR in Ter Aar, op hetzelfde niveau gepresteerd in Wilhelminadorp), de sprint (PR en overwinning in mijn leeftijdscategorie bij de Bosbaantriathlon en mijn beste jaarprestatie was de sprint-run-bike-run van Triathlon 010, die dag voelde het geweldig) en op een kwart (persoonlijk parcours record, vergelijkbaar met mijn PR, bij Binnenmaas, en dat leverde een heuse podiumplek op).

    Op het podium bij de V50+ kwarttriathlon Binnenmaas



    Deels was het een beetje pech dat twee langere afstanden, Oud-Gastel en Bocholt, alsmede twee andere kwarten (Krimpen en Alphen) samenvielen met vorm-dips. Nouja, met een vrij pittige vormcrisis in het voorseizoen en met een dipje eind september.
    Maar deels zijn die korte afstanden ook gewoon goed te behappen en is het lekker om zonder voorbehoud te kunnen knallen. Bovendien zijn het de leukste, gezelligste evenementen. Ik heb ook dit seizoen weer ondervonden: het leukst zijn de kneuterige triathlons met een gemêleerd deelnemersveld. En tot slot: er zit nog rek op die PR’s. In Ter Aar heb ik helemaal niet goed gelopen door inspanningsastma en de Bosbaan was geen heel snel parcours en koud zwemmen. Wie weet, ook op mijn 52e nog op naar nieuwe PR’s?
    Dus puur en alleen voor het sportplezier vind ik de korte afstanden het leukste. Er is meer, ik wil meer, maar daarover strakjes.
  2. Ik heb nog een keer een goede trainingswinter nodig om mijn hardlopen vooruit te helpen en dan weer langere afstanden aan te durven. Ik kan geneigd zijn dit seizoen te zien als een verloren seizoen voor het hardlopen. Ik had in het voorjaar al de mislukte marathon en het gebrek aan progressie te ‘verknagen’, en in die vormcrisis in het voorjaar zakte mijn hardlopen, voor mij de moeilijkste van de drie sporten, het verste weg. Ik heb het weer genoeg uit die dip weten te trekken om de triathlons te volbrengen, maar echt goed heb ik geen één keer gelopen, hooguit in een training. En nog wel vaker was er iets waardoor ik een looptraining moest overslaan: pijntje hier of daar, moe.
    Toch ervaar ik het niet helemaal als mislukt, want ik heb wel stappen gezet op het gebied van techniek en een andere trainingsaanpak. Dat draait echter eigenlijk pas sinds eind juni weer een beetje, en dat was volop in het triathlonseizoen. Met de andere twee sporten ernaast lukte het in die korte periode niet om progressie te boeken. Dat kan alleen in de winter, als ik fietsen op een laag pitje zet en drie keer per week kan trainen en regelmatig een wedstrijd kan doen – alleen lopen dan dus, als wedstrijd, en niet lopen als sluitpost van een triathlon, dan bouw ik onvoldoende tempo-hardheid op. Maar komende winter komt dat er niet van, omdat we dan op reis gaan. Ik ga straks 3,5 maand helemaal niet lopen, daarna begin ik weer bij nul. 5 kilometer is dan voor volgend seizoen ambitieus genoeg. Een stap vooruit hoop ik dan in de winter van 2018/2019 te zetten.

Tevredener ben ik trouwens over de andere twee sporten:

  • Ik heb dit jaar harder gefietst dan ooit tevoren in triathlons, daarbij geholpen door mijn al niet eens meer zo heel nieuwe fiets waarmee ik nooit eerder echt goed in vorm korte afstanden had gedaan. Ik ben trots op een paar fietsresultaten, zoals de 2e fietstijd van de 40+-dames bij Triathlon010, de snelste fietstijd van alle vrouwen bij de Bosbaantriathlon op vrijdag, en de 33,1 km/u gemiddeld die ik bij Binnenmaas reed. Af en toe voelde het ook superlekker!
  • Ik heb ook beter gezwommen dan ooit te voren, volgende op het derde PR van dit kalenderjaar: dat op de kilometer zwemmen in januari. Ik ben al sneller geweest dan toen zelfs, het is er alleen niet van gekomen om dat ook goed te klokken. Ook met zwemmen stop ik straks 3,5 maand, maar ik kijk er nu al naar uit dat weer op te pikken volgend jaar.

Ondanks een aantal best goeie prestaties heb ik me in een wedstrijd maar één keer echt helemaal top gevoeld en er alles uitgehaald waar ik voor trainde (Triathlon 010). Deze foto is dus van het beste sportmoment van het jaar:  

2017_07_16_0155

Een paar keer zat ik ertegenaan, zoals in Wilhelminadorp en Binnenmaas, en ook op sommige trainingen heb ik me supergoed gevoeld en enorm genoten. Nouja, misschien is één zo’n piekmoment per seizoen ook al heel wat? De vorige twee seizoenen had ik dat helemaal niet gehad zelfs. 

Het was ook af en toe een moeilijk seizoen. Krimpen, Bocholt en Oud-Gastel waren eerder diepte- dan hoogtepunten, al ben ik achteraf best trots dat ik die laatste twee toch nog heb volbracht – het is dit seizoen bij één DNF gebleven gelukkig, en dat was wijs toen. Ook aan het eind ging het weer niet helemaal lekker, al ben ik uit die dip nu alweer uit de weg omhoog (geloof ik). Allebei de keren was de oorzaak duidelijk: de hormonale kermis die overgang heet. Ik had daar ook andere symptomen van, en het meest kenmerkende op sportgebied was dat ik in die vlagen het gaspedaal niet kon vinden.

Maar er is meer…

Dan de rest. Ik sport niet alleen voor de uitslagen en voor de prestatie. Ik sport ook niet alleen voor dat pure sportplezier van de korte afstanden. Ik zoek ook de uitdaging op van de langere, en ik verleg graag mijn grenzen. Het was op dat punt geen groots seizoen, maar aan het eind toch zeer bevredigend omdat ik dit jaar in kouder water heb gezwommen dan ooit tevoren. Dat is het soort grenzen-verleggen waar het me om gaat.

Wat me ook drijft, is nieuwe dingen doen. Dit jaar waren er een boel nieuwe dingen: nooit eerder deed ik zo veel wedstrijden (12), daarbij zat mijn eerste door-de-weekse triathlon en er volgden er nog twee, een nieuwe afstand in een nieuw land en ook nog eens de rommeligste triathlon ooit, mijn eerste start als onderdeel van een duo dus een triathlon met een pauze erin, mijn eerste korte run-bike-run en later mijn eerste officiële run-bike-run (dus niet als gemankeerde triathlon), andere nieuwe en voor herhaling vatbare parcoursen (Wilhelminadorp, Terneuzen, Alphen, Bosbaan). Voeg daarbij mijn nieuwe rol als trainer en als supporter van ‘Ironhenk’ en als helft van een Ironcouple:

Ironmen Henk Vermaas en Louise Cornelis

Er was een boel nieuws en goeds en grensverleggends dus en daarvan heb ik genoten en geleerd. Ook van de minder prettige kanten. Ik heb vooral door Oud Gastel ook weer stappen gezet in het leren omgaan met en het accepteren van het nu soms zo grillige lijf. Als het nu niet lekker gaat heb ik meer vertrouwen dat dat maar tijdelijk is. Bovendien zat er tussen die twee slechte vlagen een veel stabielere periode waarin ik me juist fitter en sterker dan in heel lang. Ik hoop dat dat een vooruitblik is geweest op hoe het er na de menopauze uit kan komen te zien. Ga ik dan betere jaren tegemoet?

Voor de langere termijn kriebelt er wel nog wat. Ik wil sowieso graag in 2019 in Almere starten (zeg ik nu). Dat kan dan weer, omdat dan manliefs ’project’ om van ’14-’18 de In Flanders Fields marathon te lopen afgerond is, en die is altijd in hetzelfde weekend. Maar in 2019 heb ik mijn handen weer vrij. Ik weet nog niet wat ik daar dan wil gaan doen: de halve triathlon (ik wil sowieso graag eens een halve doen in goeden doen, dat is er tot nu toe nog niet van gekomen), de hele in mijn eentje, of de hele als onderdeel van een trio of duo. Daar heb ik nog royaal de tijd voor om over na te denken.

En ja, dus toch weer gedachten over een hele? Ja, soms, een beetje. Nog steeds omdat ik denk dat het beter kan dan in Vichy en omdat het voor het zwemmen en fietsen wel te overzien is. En ook wel omdat ik afgelopen zomer heb ervaren hoe veel beter het kan zijn als de overgangshormonen zich een tijdje koest houden. En omdat ik dat grote doel toch ook wel een beetje gemist heb – hoe leuk het ook was om zo veel kleine doeletjes te hebben.

* * *

Dit seizoen laat zich niet vergelijken met het vorige, met zo’n duidelijke piek als de Ironman. Het was goed, ik kan ermee vooruit, maar het smaakt ook ergens wel nog naar meer. Niet meteen – ik ben moe, nu, ik merkte vorige week na de run-bike-run dat ik traag herstelde. Van de winter ga ik lekker op reis. Maar daarna… de toekomst kriebelt al!  

 

Hollen-rollen-hollen

‘Hollen-rollen-hollen’ bedacht manlief vanochtend onderweg in de auto naar de run-bike-run van Spijkenisse. Ik ging daar meedoen aan de recreanten-startserie over 5-20-2,5 km. Dat leek me wel een leuk einde van het seizoen: ik had vorig jaar al naar die wedstrijd zitten kijken maar toen was ik te laat met inschrijven, en zeker na mijn goede run-bike-run in juli leek het me wel wat. Dat was toen nog een gemankeerde triathlon geweest, en zo heb ik vaker hollen-rollen-hollen gedaan, maar nog niet eerder een officiële. 

‘in de auto’ schrijf ik hierboven, nou, dat zaten we nogal lang want eerst leek het erop dat de A15 afgesloten zou zijn, maar dat was geen probleem, maar in Spijkenisse was wel een grote, slecht aangegeven omleiding, en zo zagen we nogal wat van die stad… Op de terugweg was het ook raar druk trouwens. 

Eerder deze week keek ik op de startlijst en toen zag ik dat ik veruit de oudste vrouwelijke deelnemer was. Nouja, er stond nog een oudere op, Nicole, we hadden ons samen ingeschreven, maar van haar wist ik dat ze geblesseerd was. De op één na oudste dame was 14 jaar jonger dan ik – ik voelde me een beetje de oma van het gezelschap.

Age is just a number, maar net de afgelopen weken slaat mijn leeftijd me weer aardig in mijn gezicht, althans, de levensfase: ik heb een lastige vlaag van de overgangshormonen. Ik slaap alweer een tijdje wat slechter en net in de afgelopen week heb ik twee nachten van maar een uur of vier slaap achter de rug. Ik voel me af en toe raar, en heb ook voor het eerst regelmatig opvliegers, nouja, opvliegertjes, dat valt allemaal nogal mee  – het slapen is het echt vervelende. Tussen vrouwen van ver onder de 40 voelt dat toch wel als ‘you ain’t seen nothing yet’, al zou ik dat nooit zo tegen ze zeggen, want vanwaar bangmakerij en een deel van de vrouwen gaat er zonder problemen doorheen rollen, want dat kan ook. Bij mij gaat het nogal met vlagen, en dit is weer even (?) een taaie.

Dus geen idee wat het lijf wilde. Nou, voor mijn doen ging het best redelijk. Maar ‘recreanten’ bij zo’n start, dat zijn er niet zo veel, maar ze gaan wel kogelhard. Dit was het groepje:

Net voor de startAl meteen hing ik in een clubje achteraan, maar wel met de moed erin, zo blijkt uit mijn zwaai naar fotograaf-manlief:

Klein clubje achteraanNog iets later vormde ik met die ene dame in Mickey-Mouse-tenue de achterhoede:

Met z'n tweeën achteraanBij de doorkomst na één ronde van 2,5 moest ik haar laten gaan en was ik dus nummer laatst:

Op een gaatjeIk had er even een hard hoofd in….

Moeilijke blikMaar het gat met haar werd niet groter en ik wist ook wel: ik ga er op de fiets wel een paar voorbij. 

Het was zelfs al eerder: ik haalde diezelfde dame in de laatste kilometer terug in…

…wisselde er nog één voorbij en begon dus aan het fietsen met twee deelneemsters achter me. Ik heb er nog drie of vier ingehaald, en die kwamen mij niet meer voorbij, maar die ene dame is uitgestapt en misschien waren dat er nog wel meer, waardoor ik in de uitslag als op-twee-na-laatste sta, maar ik dacht dat ik er vier achter me heb gezien. Nouja, voor wat het waard is. Overigens heeft manlief die uitstap-dame nog vastgelegd – ze had kennelijk fietspech gehad en werd terug naar de wisselzone gereden met een moter:

Fietster met motor

Aan het begin van het fietsen heb ik zelf iets tijd laten liggen door te zitten rommelen met de knopjes van mijn horloge, dat dan ook niet precies geregistreerd heeft. Hier ben ik daar nog mee bezig (en ja, er lag wel een fietspad, hoor, niet te zien op de foto, maar het was geen cross)Kloten met knopje

Ik ontdekte wel, eindelijk, na een heleboel gedoe met het knoppie-drukken dit seizoen, dat ik m’n horloge tegen mijn eigen hand aan op het slotje druk, waardoor ik het niet meer kan bedienen. Met m’n dunne en mobiele pols is het lastig dat anders te doen, maar daar kan ik volgend seizoen op gaan oefenen. 

Mijn fietstijd, nog geen 30 gemiddeld, valt me een beetje tegen, was dat de tegenwind heen of de invloed van het voorafgaande lopen? Het voelde goed, maar het was wel een eenzame strijd: recht-toe-recht-aan over een dijk naar nergens, keren en weer terug, met grote gaten tussen de deelnemers. Voor het publiek was het ook niet zo aantrekkelijk, want je zag de fietsers alleen vertrekken (foto boven) en terugkomen:

Terugkomen op de fiets

Toen het laatste stukje lopen, waarbij manlief me toeriep dat ik moest blijven lachen, dus het moest een run-bike-run-smile worden, en dat is aardig gelukt. Hij riep ook dat ik ontspannen moest blijven lopen, en dat lukte ook wel aardig.

Lopen

Finishen in 1u26-nogwat is niet heel geweldig maar wel okee. Het was bijna droog gebleven en best lekker van temperatuur, dat is ook mooi meegenomen op het ogenblik (manlief had gister bij de Kustmarathon heel wat heroïscher omstandigheden getrotseerd!). Dus lekker gesport, maar geen hoogtepunt, deze wedstrijd. Het blijft toch ook zo dat de ‘bredere’ velden het gezelligst zijn…

Thuis ontdekte ik nog iets sufs: er zat een leenchip tussen mijn startspullen. Ik had me met mijn eigen chip ingeschreven en ben daarmee prima geregistreerd ook, dus dat is een foutje van hun kant. Ik had daar helemaal niet naar gekeken natuurlijk, dus hem niet gezien tussen de stickers, startnummer en foldertjes. Ik heb net een berichtje op de website gezet met de vraag hoe ik ‘m terug kan sturen. Het voelt alsof ik een verstekeling heb ontdekt: 

Witte chip

En nou zit het seizoen erop… Bij thuiskomst m’n fiets afgespoten en ingevet voor de wintermaanden. Gek gevoel. Ik ben wel toe aan een beetje rust en niet meer in een weekend de ene dag manlief en de andere dag zelf aan het sporten. Zo was het vaker de afgelopen tijd, en gister was bijvoorbeeld een lange dag in Zeeland – maar wel heel leuk ook weer. Want ik zal het ook missen, ik heb een boel lol gehad de afgelopen  maanden. Een seizoensterugblik volgt! 

 

Meer foto’s, ook van een heleboel anderen, op Henks Flickr.

Ket(h)elloop

Vandaag voor de zesde keer meegedaan aan de Kethelloop, die z’n zevende edtie beleefde. Ik was er de eerste keer bij, toen liep ik een PR op de tien kilometer, en sindsdien heb ik er ook nog een keer de derde prijs gewonnen op de vijf en de vijftien verwerkt in mijn beste 25+km duurloop – én ik heb één keer overgeslagen, vorig jaar, de dag na de Kustmarathon

Nu dus weer van de partij, en dat was voor ons (manlief was ook mee, die heeft hem nog niet zo vaak gelopen want het was vaker de dag na de Kustmarathon; dit jaar net een week eerder) voor het eerst op een nieuwe plek, en dat was wel even zoeken, ook al wonen we er eigenlijk best wel dichtbij.

Stukje google maps

De bijbehorende voetbalvereniging is namelijk verhuisd en heeft z’n velden tegenwoordig bovenop de snelweg – echt waar. Dat nieuwe stuk A4 duikt daar net de tunnel in, en bovenop de tunnelbak zijn sportvelden. Dat is wel fraai gedaan, al is dat op de foto lastig te zien:

Trap met hek van veld ernaastDe start was net aan de Vlaardingse kant, dus over die bult heen (want daar loopt de snelweg dus in), en zo zat er aan het begin en aan het eind een beetje gemeen klimmetje in over die snelweg-bak. Die paden zijn allemaal niet te zien op Googlemaps, want dat hele gebied is gloednieuw immers. Dat nieuwe stuk snelweg is eind 2015 geopend.

Ik had manlief gevraagd om te pacen op 5’/km, wat me naar een PR zou brengen, maar dat was twee dagen na een triathlon (met nog voelbaar moeie benen), niet in de allerbeste vorm én met af en toe stevige wind te hoog gegrepen. Desalniettemin goed gas gegeven en gefinisht in 26’33, een minuut boven mijn PR. Misschien probeer ik het over een week of twee nog wel een keer, maar misschien zit het er ook sowieso niet in.

In zo’n veld als dat van vandaag doe ik dan trouwens best wel van voren mee, net als vrijdag, en dat is toch ook wel eens leuk. Ik bedoel: ik denk wel eens, dat lopen van mij stelt niks voor. Maar het is echt maar net met wie ik me vergelijk (edit maandag: de uitslagen zijn er nu, en ik werd 20e van de 79 deelnemers). 

Dat leverde wel een leuke medaille op, met lopertjes op een ketel:

Medaille met lopers tegen ketel-achtergrondWat dit het weekend van de leuke medailles maakte, want die van vrijdag had ik nog niet laten zien maar die vond ik ook fraai:

Medaille met Amsterdams grachtenpandEn als ik het dan toch nog even over vrijdag heb, ik sta ook nog wel leuk op een foto van hun Facebook, net voorbij dat gevaarlijke bruggetje:

Op de fiets, bruggetje op achtergrond

Een enerverend middagje Amsterdam

Onderweg naar de Bosbaantriathlon van gister hielden me een aantal zaken al vooraf best wel bezig:

  1. De watertemperatuur. Was het vorige week in Alphen nog meegevallen, de eerste berichten voor de Bosbaan waren:
    15,5 graadBrrr! Maar later kwam er dit:
    16,5 gradenMet mijn start om half 5 en een gunstig weerbericht hoopte ik dus op die 16,5. Toch maar weer een keer wezen afharden ook, woensdag in de Schie, en dat was weer fiks koud. Verder wel prachtig, in het zonnetje, en ik nam met weemoed afscheid van het Schie-zwemmen van dit seizoen. 
    Het verschil tussen 15,5 en 16,5 graden is trouwens nog heel significant bij de triathlon: 16 graden is de grens van wetsuitverplichting. Dat maakt dan voor mij niet uit, maar voor een heleboel andere deelnemers wel.
  2. Het weer. Ineens stond er vrijdagochtend dit op de Buienradar:
    OnweerSchrik! Onweer is goed voor afgelasting, dus dat werd spannend!
  3. Mijn eigen vorm. De slechte dag van vorige week werd nog gevolgd door een dag met buikpijn. Sindsdien gaat het op zich wel beter, maar ik slaap nog steeds maar heel matigjes – voor het eerst in anderhalf jaar gaat dat weer niet helemaal goed. Met een beetje vorm zou ik een PR moeten kunnen halen, want ik realiseerde me deze week dat ik sinds 2013 geen sprint meer gedaan had. Toen finishte ik in 1:31:31, eigenlijk een te mooi getal om uit de boeken te lopen, maar dat zat er wel in, leek me.
  4. Werk – met een vrijdagse triathlon blijft het gek om ’s ochtends nog gewone dingen te doen en dan halverwege de dag om te schakelen naar het sporten – maar wel leuk ook!
  5. Of ik Edine zou treffen – ik zat donderdagavond de nieuwsbrief van de Vrouwentriathlon te plaatsen en toen zag ik dat de deelneemster van de maand een leeftijdsgenote van mij was die aan het eind zegt:

    Het smaakt zeker naar meer. Ik heb er nog twee op mijn programma staan, dit jaar.

    Het was me al opgevallen dat onze leeftijdscategorie goed vertegenwoordigd was vrijdag, en zo veel triathlons zijn er niet meer eind september. Dus gauw gekeken, en jahoor, ze stond erbij, startnummer dicht bij het mijne. Ik nam me voor haar de hand te schudden.

Nou, op naar Amsterdam dus, gistermiddag. Ruim voor de middagspits, maar parkeren was een zootje (tip voor de organisatie: geef dat beter aan, zet er een vrijwilliger bij). Desalniettemin ruim op tijd, en inderdaad Edine aangesproken en een tijdje met haar gepraat, erg leuk. Wat een kleine wereld, hè, die triathlon? Dus dat was punt 5 succesvol voltooid. Ander gevalletje van kleine wereld trouwens: ook René van de Feyenoordhanddoek (zie verslag Alphen) was er weer, dit keer als supporter. 

Volgens de apps zou het ook voorlopig nog droog blijven en niet gaan onweren, dus punt 2 zag er goed uit. Watertemperatuur was officieel 16,2, niet verkeerd, dus met punt 1 kwam het ook wel goed. Er gingen inderdaad enkele echte helden zonder wetsuit het water in.

Op naar de start. Inderdaad was het water goed te doen, warmer dan de Schie woensdag, en ik heb geen last gehad van de kou. Daarmee heb ik mijn koudste-water-triathlon ooit volbracht, en sowieso de afgelopen weken in kouder water gezwommen dan ooit tevoren. Daar kan ik dan heel bij van worden: ik heb een grens verlegd. Dat ik dan met dik 16 minuten aan de trage kant was, vind ik geen probleem. Het was ook niet heel langzaam overigens. 

Ik had een beetje moeizame wissel want ik kwam dizzy uit het water, onvaster op mijn benen dan anders, misschien is dat toch de kou. En toen kwam ik bij mijn fiets en toen lag er een gevallen fiets over mijn spullen, daar was ik niet zo happy mee. Gelukkig was er een scholier (er was ervoor een scholieren-run-bike-run geweest, ook wel grappig om te zien, die maken niet bepaald allemaal haast) die ‘m op heeft geraapt. Maar dat heeft iets tijd gekost.

Tijdens het fietsen viel er een enkel spatje, net genoeg om wat voorzichtig te moeten zijn in de bochten, zeker omdat daar herfstblaadjes lagen. Er zit ook nog een eng bruggetje in het fietsparcours waar in eerdere jaren deelnemers ernstig zijn gevallen, dus het was per ronde 5 keer in de remmen, met vier rondes was dat 20 keer, en daardoor is mijn gemiddelde achtergebleven bij hoe het voelde: 31,6 gemiddeld (zie Movescount). Met een hogere hartslag dan vorige week, maar net niet die macht van eind juni/half juli. Vorm dus wel weer okee maar niet super (punt 3).

Ik haalde veel in, werd volgens mij vooral ingehaald door de trio-fietsers uit de startserie erna, en in elk geval niet door andere vrouwen. Saillant detail: achter me kreeg iemand een blauwe kaart voor stayeren in mijn wiel, dat heb ik nog nooit eerder meegemaakt. Ik begreep trouwens dat er geruchten waren dat je mocht stayeren, omdat dat bij het WK had gemogen en sommigen dachten dat de regel was veranderd en het dus altijd mocht bij een sprint. Nou, echt niet. 

De tweede wissel ging vlot en zo ging ik lopen, vijf rondjes van een kilometer. Ik vond het tellen, eerst vier fietsrondes en daarna vijf looprondes, nog een hele uitdaging en ik hoorde omroepen dat het bij anderen mis ging, die werden dan na de finish teruggestuurd voor nog een rondje. Maar mij lukte het om tot 5 te tellen. Het lopen ging zo-zo: veel beter dan vorige week, maar het was benauwd, met een torenhoge luchtvochtigheid, en ik had daar af en toe last van.

Wel leuk om ondertussen aangemoedigd te worden door hardlooptrainersopleidingsgenote Sandra. We waren op bekend terrein want een deel van die opleiding was ook bij de Bosbaan. Sowieso heb ik daar wel sporen liggen, ook nog uit de tijd dat ik in Amsterdam woonde. Ik heb er ook op geroeid, bij gewandeld, langs gefietst, en nu dus ook in gezwommen en rond getriathlond. Misschien eens vaker een Amsterdamse triathlon doen, qua sentimental journey.

Ik was benieuwd hoe ik lag in het veld, hoorde omroepen dat de eerste dames aan het finishen waren, maar ik zat daar niet heel ver achter. In het laatste rondje alles gegeven, ook omdat ik geen idee had hoe ik bezig was ten opzichte van dat PR.

Nou, dat PR ging de boeken uit: ik finishte in 1:30:33. Dat viel me op dat moment eerlijk gezegd nog ietsje tegen ten opzichte van de tijden die ik dit seizoen op 1/8en heb gerealiseerd, maar het fietsen was niet heel snel en wel meer dan 20 kilometer, en daarbij het koude water en de trage eerste wissel en dan snap ik het wel. En toch wel leuk ook. Ook om zo dit seizoen bij de eerste en bij de laatste triathlon een PR te halen.

Nog leuker werd het toen ik thuis de uitslag zag, want ik bleek (1) de V50+-categorie gewonnen te hebben, in een veld van zeven finishers en (2) van alle vrouwen de 2e fietstijd gereden te hebben. En die snelste heeft zo te zien niet alle looprondjes gedaan, dus mogelijk heb ik de snelste fietstijd van alle officieel gefinishte vrouwen. 

deel uitslag

Nou is dat wel enigszins geflatteerd. Want niet alleen had ik meteen al gezien dat je het niet eens echt een ‘breedte-triathlon’ kon noemen: zo op het oog was het denk ik het minst competitieve veld waar ik ooit in ben gestart. Ik zag bijvoorbeeld amper andere triathlonfietsen. Dat betekende trouwens ook dat het weer heel relaxed en gezellig was in het parc fermé – het zijn toch echt de leukste triathlons. 

Maar de wedstrijd is bovendien gehalveerd geraakt door wat er naderhand gebeurde: een paar minuten na mijn finish ging het regenen, en dat ging steeds harder en harder, mét onweer – ja, dus toch (punt 2). Op het moment dat ik door een complete hoosbui naar de auto liep, verbaasde het me dat de volgende startserie nog door mocht blijven gaan; eenmaal thuis begreep ik dat hij heel kort daarna inderdaad is stilgelegd. Dus een deel van de uitslagen zijn de ‘DNF’s van die startgolf, en zelfs als hij niet was stilgelegd kun je bij die omstandigheden amper fietsen en kun je die tijden dus niet vergelijken. En enorme pech voor die deelnemers, ook nog van een speciale start voor een goed doel.

‘Eenmaal thuis’ schrijf ik, maar dat had ook nog wat voeten in de aarde want ik heb in de auto even afgewacht totdat het iets minder hard ging regenen. De straat was toen een rivier en ik zat in onderbroek in de auto omdat ik compleet doorweekt was – en al m’n spullen ook. Ik reed om zeven uur weg en wat ik niet meer had verwacht: lange file op de A4. Het contrast tussen ’s middags in de warmte lekker met sporten bezig zijn (associaties: zomer, weekend/vakantie, ontspannen) en in het donker in de regen in de file staan (associaties: winter, werk, stress, zie ook punt 4) was heel groot. Ik kwam dan ook niet helemaal ontspannen thuis.

Daar alle zooi, ook die ik niet aan had gehad, hups de wasmachine in, en zelf onder de douche. Eten en toen was het ineens al kwart voor 10 – ook gek, na een triathlon ineens al bijna bedtijd.

Nu zit ik nog wel met een klein probleempje. Die Amsterdammers, die zijn zo chauvinistisch dat ze overal hun wapen en kleuren op hebben. De zwemboeien waren drijvende amsterdammertjes, en ik moet de stickers echt wel van m’n fiets en helm af halen om me er hier in de omgeving mee te kunnen vertonen:

Amsterdamse sticker op helm

En die badmuts, daar heb je dubbel niks aan hier: zwart is de minst geschikte kleur voor openwaterzwemmen, en met zo’n opdruk kun je je er in een Rotterdams zwembad echt niet mee vertonen:

Zwarte badmuts met Amsterdamse opdruk

Maar ik heb wél een zwikje Amsterdamsen achter me gelaten in de uitslag, en ik woon inmiddels lang genoeg in Rotterdam om dat leuk te vinden – Rotterdam boven in 020!