Welkom (sticky)

Cartoon van Ironman LouiseOp 28 augustus 2016 volbracht ik, op mijn 50e, de Ironman van Vichy. Als je meteen daarover wilt lezen: hier staat het verhaal van die dag. Ik begon bijna twee jaar ervoor met dit weblog om te vertellen over de weg erheen, die met de nodige ups en downs is verlopen

Sinds mijn Ironman blik ik hier nog af en toe terug en ik vul nog wat aan en ik schreef ondertussen ook over het seizoen erna (2017) en sindsdien: ik ben een prachtige reis verder en trainingsbegeleider geworden. En ik triathlon nog steeds!

Wees welkom, neus lekker rond op dit weblog, ik heb geprobeerd het leuk én informatief te maken. Als je wilt reageren, doe dat – vind ik leuk!  

Weer eens actiefoto’s

Ik stond er afgelopen week twee keer leuk op. Allereerst bij het Nationale Coach Congres van NLCoach waar ik vrijdag was, hier op de eerste rij tijdens de beste van de workshops waar ik bij was, van Kelly Dekker over ACT in de sport:

In zaaltje met andere deelnemers met tennisbal op muur achtergrond

Ik heb op het congres trouwens niet zo veel nieuws gehoord waar ik zelf wat mee kan voor Sportkunstenaar, maar het was wel een leuke dag, voor een groot deel door het spotten van beroemdheden. Ik reed bijvoorbeeld achter Ronald Koeman de parkeerplaats op en moest nog speciaal stoppen zodat hij rustig kon inparkeren op z’n VIP-plek. 

Zondag heb ik een beetje moeizame tien kilometer gelopen in de dikke mist en restanten sneeuw in Spijkenisse – wel een leuke loop trouwens. Hier doe ik druk-knoppie op de finish, in een okee tijd maar die had wel veel moeite gekost:

Lopen, atletiekbaan, mist en de klok staat op 55:52

(en die haklanding en dat gestrekte been, hopelijk heb ik dat de andere 9999 stapjes niet gedaan!)

Er is hardloophoop

Ik wist van tevoren dat ik dit jaar het hardlopen vanaf 0 zou moeten opbouwen – na 3,5 maand fietsen immers. Dat zag ik als een kans: ik had ruim te tijd erover na te denken hoe ik dat zou gaan doen.

Want ik bleef maar het gevoel houden dat het met dat lopen van mij beter zou moeten kunnen. Beter dan de afgelopen bijna vier jaar. In het voorjaar van 2015 liep ik een PR op de halve marathon en op de 5 kilometer. Daarna ‘moest’ ik het vizier richten op de lange afstand vanwege de Ironman en deed ik een paar eigenlijk mislukte pogingen tot het lopen van een marathon, had ik wat blessure- en ander kwakkelleed en uiteindelijk na die laatste mislukte marathon ook een aardige hardloop-motivatiedip. Het waren dus maar matige hardloopjaren. Een nieuwe start – nieuwe kansen?

Ik wist ook dat het tot de winter zou duren eer ik echt weer een stap kon zetten, want kort na terugkomst dit voorjaar brak het triathlonseizoen aan en dan moet ik mijn aandacht verdelen over drie sporten. Die andere twee kunnen in de winter wel in de onderhoudsstand, dus op dit moment is het vol gas vooruit met hardlopen.

Tot nu toe gaat het lekker en ik ga vooruit. Het moet zich allemaal in februari gaan bewijzen. Dan hoop ik een halve marathon op minstens oud niveau te lopen, dus in 2 uur, en als het heel goed gaat, zit er dan misschien ook nog wel een PR in, maar dat hoeft niet. En dat is dan ook weer een tussenstap op weg naar een goeie halve triathlon in de zomer.

Zonnig winters uitzicht over de Maas in Rotterdam vanaf de Erasmusbrug

Ik heb twee dingen gedaan sinds maart: ik ben anders gaan trainen en ik heb geïnvesteerd in techniek.

Techniek bijleren
Toen ik toch vanaf 0 moest beginnen met opbouwen, heb ik dat gedaan op blote-voeten-schoenen. Dat strandde in juli in een achillespeesblessure: lopen op zulke minimalistische schoenen is toch wel heel erg zwaar voor mijn kuiten. Of anders gezegd: dat zou wel engelengeduld vergen om op te bouwen. Ik ben weer teruggegaan naar traditionele hardloopschoenen en half-hoge voor het korte werk, en ik ga kijken wat daarvan komt. Toch heb ik wel wat overgehouden aan die maanden op de dunne schoentjes: ik land beter onder mijn zwaartepunt en maak kortere stapjes, waardoor ik meer op mijn hele voet land dan alleen op mijn hak. Dat is winst!

Daarnaast heb ik vanaf augustus een vervolgcursus Chi-running gedaan. Die zit er net op, in de tussentijd hadden we zeven lessen en een video-analyse. Dat is heel nuttig geweest  – en leuk ook steeds, in een klein groepje in het Kralingse Bos. Twee grote leerpunten:

  • Ik kan nu voelen wanneer ik rechtop blijf door mijn botten goed op elkaar te stapelen, in plaats van door mezelf met spierkracht recht te trekken. Door de vele ‘loop rechtop’-boodschappen van trainers (bij mijn oude atletiekvereniging en in de hardlooptrainersopleiding) liep ik met te veel spierspanning in mijn bovenlijf – gevalletje hypercorrectie en te hard werken. Rechtop lopen blijft lastig voor me – dat ik het kan voelen wil nog niet zeggen dat ik het altijd doe. Nog steeds werk aan de winkel, maar ik weet wel beter waar ik het zoeken moet.   
  • Ik loop met steeds meer ontspanning in mijn benen. Tot mijn verrassing loop ik dan vanzelf harder! Dat was een echte eye opener, tijdens de tweede les waarin we ons concentreerden op ontspannen knieën. Kennelijk liep ik altijd iets tegen te houden. Soms voelt het nu bijna als flap-flap-flap! Als dat samenkomt met het eerste punt, loop ik lekkerder en makkelijker dan ooit tevoren.

Lichter trainen
Ik heb lang de tijd gehad om na te denken over welke trainingsaanpak voor mij zou werken (motto: wees je eigen trainingsbegeleider). Uiteindelijk heb ik een programma samengesteld, geïnspireerd op de souplessemethode, met vier elementen:

  • Eén lange duurtraining in de week, opbouwend met een kilometer per week naar zo’n 18 kilometer, ongeveer twee uur. Bovenstaande foto maakte ik op de meest recente duurloop, vanaf de Erasmusbrug. Ik liep toen in totaal zo’n 17 kilometer al, maar met pauzes. Zonder pauze is de volgende stap 16 km. En het gaat goed! 
    Die duurloop loop ik niet op tempo of hartslag, maar op gevoel voor ontspanning en techniek: ik loop zo rustig mogelijk als technisch goed gaat. En dat wordt nog steeds langzamer, deels vanwege de langere afstanden en deels ook vanwege steeds meer ontspanning en steeds beter rustig kunnen lopen zonder verlies van techniek, dus zonder te gaan sjokken. Dus trager lopen is in dit geval een goed teken! 

    Hoe je het ook wendt of keert: lange duurlopen blijven zwaar voor me. Ergens boven de 12 kilometer betreden mijn benen een ander hardloopuniversum, en dat blijft pittig. Dat betekent dat ik de andere trainingen niet te zwaar mag maken, om de totale belasting niet te groot te maken.
    Want dat heb ik wel onder ogen moeten zien toen ik de afgelopen jaren evalueerde: ik heb mogelijk te zwaar getraind. Vaak liep ik naast een lange duurloop nog twee keer in de week bij de atletiekvereniging en dat waren zware trainingen. Achteraf denk ik: ik kon en wilde het niet geloven, maar ik ben misschien toch wel een beetje overtraind geweest, bijvoorbeeld in de aanloop naar Istanbul. Daarom dacht ik nu: laat ik de rest eens licht houden. Dus….

  • De tweede training zijn intervallen van één kilometer op het beoogde halve-marathon-tempo dat me naar een klein PR zou brengen: 5’30. De rusttijd tussen de intervallen is lang: zo’n 800 meter, of minstens ook die 5’30. Dat betekent dat ik goed herstel tussendoor en de kilometers op souplesse kan lopen. Het idee van dit type intervallen is dat ik mijn lichaam leer om het wedstrijdtempo vanuit ontspanning aan te kunnen. Dat gaat tot nu toe prima – ik ben op 1 begonnen, zit nu op 5 van die intervallen, in een loop van in totaal ongeveer tien kilometer. Om de drie weken komt er een kilometer bij. Het tempo komt makkelijk, het is lekker en leuk lopen. 
  • De derde training is helemaal niet zwaar of hard, het voelt zelfs amper als trainen. Ik doe dan korte, felle maar soepele intervallen, van 100, 200 en 400 meter. Ik zit nu op in totaal nog geen 5 km met 1500 meter aan intervallen, het bouwt op tot zo’n 7 km met 2500 meter intervallen. Ook op souplesse, dus met relatief veel rust tussendoor. Deels is dat snelheidstraining, maar vooral is het techniektraining: mijn benen leren snel te lopen. Dat lijken ze op dit moment aardig op te pakken: vanmiddag liep ik één van mijn snelste 200 meters ooit, in 48 seconden-nogwat – nog steeds snotterend trouwens, want de verkoudheid sukkelt toch nog steeds maar door. Deze training is nuttig zonder zwaar te zijn en heeft daardoor iets speels – ik doe ‘m met veel plezier.
  • Tot slot: de tempohardheid – het ‘bijten’, zeg maar. Dat zit niet in het wekelijkse programma; het is de bedoeling om regelmatig aan een loop mee te doen. Ik heb een paar 5 kilometers gelopen, de eerste keer 10 moest wijken omdat ik te verkouden was, komende zondag staat er een 10 op het programma die ik wil lopen op halve-marathontempo. In januari volgen nog een 10 die sneller mag, en een 15 weer op 5’30/km. Plus een georganiseerde intensieve duurloop van 20 km op 6’/km in de ‘Road to Rotterdam’. Die trainingswedstrijden mogen wel een beetje pijn doen; in ruil daarvoor train ik die week dan maar twee in plaats van drie keer.

Alles op een rijtje is dit ook een gepolariseerde vorm van trainen die lijkt op hoe ik afgelopen zomer het fietsen aanpakte, wat me bepaald geen windeieren legde: lange rustige duur, medium-lange intervallen op wedstrijdsnelheid en korte intervallen flink harder dan dat. Grootste verschil is dat die wedstrijdsnelheid bij hardlopen voor mij op iets lagere intensiteit ligt dan bij fietsen. Bij fietsen kruipt mijn hartslag tot vlak onder mijn omslagpunt, waardoor die training beslist in de ‘sweet spot’ zit. Bij hardlopen zit mijn hartslag iets daaronder. Ook de intensieve intervallen zijn bij fietsen wat zwaarder – daarbij zie ik echt het snot voor de ogen, zeg maar. Maar zo hard moet ik dus met hardlopen niet gaan, dat wordt veel te belastend.

Dat heb ik dus echt moeten leren: dat ik beter loop bij minder belasting. Nouja, dat moet zich in februari dus gaan bewijzen. Tot nu toe gaat het prima, wat betekent dat ik in elk geval lekker train!

 

Update uit de lappenmand

Hoera, ik ben grotendeels uit de lappenmand:

  • Vandaag durf ik voor het eerst te zeggen dat de verkoudheid nou echt over is. Nouja, zo goed als. Vorige week maandag dacht ik ook dat het bijna over was, maar toen kwam er nog eerst een paar dagen keelpijn links, toen keelpijn rechts, en gister nog een dag met een enorme kikker in mijn keel. Maar die is vandaag weg, hèhè. Het heeft precies een maand geduurd, pfff….
  • De gekneusde rib gaat goed vooruit. Ik kan alles weer, geen echte pijn meer maar nog wel wat trekkerig en stijf gevoel soms. Zwemmen bleek vandaag nog het lastigste. Op zich interessant om te leren dat bij zwemmen de ‘trekkracht’ dus voor een groot deel via je ribbenkast loopt. Verder is nu lekker veel bewegen prima om die laatste restjes in orde te krijgen. Dan is het redelijk meegevallen qua herstelduur: het gebeurde twee weken geleden.
  • Een al wat langer lopend gevalletje-lappenmand: mijn ijzer is weer helemaal dik in orde. Sterker nog: mijn HB is nog nooit zo hoog geweest, voor zover ik weet (8,8). Dat dacht ik van de zomer al te voelen, toen dacht ik nog: ik heb geen bloedarmoede gehad, maar ik ervaar nu wel bloedrijkdom! De pillen hebben dus geholpen, maar zeker ook dat ik sinds juni niet meer echt ongesteld ben geweest (over hèhè gesproken…).
  • Niet meer echt ongesteld en een stuk stabieler qua hormonen… maar de overgang roert zich af en toe nog wel: net de afgelopen dagen had ik twee keer een wat langer vlaagje hartkloppingen. Die gaan trouwens over als m’n hartslag stijgt, dus laatst heb ik een keer in het holst van de nacht beneden staan burpee-en en jumping-jack’en enzo – dat hielp! Vervelend is het ’s nachts wel. Maar meer dan dat ook niet.

Mijn loopconditie heeft weinig geleden en lopen gaat eigenlijk heel lekker op het ogenblik. Zwemmen, fietsen en m’n buikspieren is andere koek, maar dat is niet zo erg op dit moment. Ik ga weer lekker verder!

 

De wonderbaarlijke avonturen van een Ironmantas

Vanmiddag ben ik, op het politiebureau van Schiedam, herenigd met mijn Ironmantas! 

Ik met Ironmantas

Zoals ik hier eerder had verteld, was die rugtas bij de inbraak afgelopen zomer gestolen. Voor mij was het het meest onvervangbare ding van alles wat er gestolen was. Ik was blij dat ik van de Ironman-organisatie een vervangende tas kreeg, ook al was die heel anders. Ik dacht dat ik er verder naar kon fluiten – die tas zou al lang wel op de bodem van de plomp liggen of op een vuilnisbelt, zo dacht ik. De marktwaarde ervan is immers nihil. Maar de tas is niet gewoon te koop. De enige manier waarop je er een kunt krijgen is door mee te doen aan een Ironman, en dus hadden we bij de aangifte de waarde gezet op het inschrijvingsbedrag daarvan: zo’n 500 euro. 

Een paar weken geleden werden we opgebeld door de politie. De dag ervoor was een inbreker gepakt, dankzij een snelle actie van medewerkers van een energiebedrijf (het verhaal staat op Rijnmond). Bij die inbreker was aangetroffen…. een tas van de Ironman van Vichy! Dat was opgevallen, want dat was dus een dure tas, wist de politie. Of we er een foto van hadden – jawel, en jahoor, dat was ‘m!  

Het was niet het enige spoor dat naar ons leidde, dus we kunnen wel concluderen: ‘onze’ inbreker is gepakt. Nouja, dat is aan de rechter natuurlijk, maar het lijkt er sterk op. Inmiddels hebben we ook al formulieren ingevuld voor het OM en zijn we benieuwd naar de verdere afhandeling. 

En ondertussen kon ik mijn tas terugkrijgen. Wel even gek, hoor, na vier maanden zo’n verloren gewaande bekende weerzien. Maar erg fijn! Hij moet wel even in de was. Als-ie kon praten, had hij vast een hoop te vertellen! 

Tot slot: alle hulde voor het politiewerk! Zowel voor het pakken van de dief (toch voor ons een ‘we’ve got him’-momentje) als voor de manier waarop wij op de hoogte zijn gehouden. 

Staartje

De verkoudheid waar ik dinsdag over schreef, krijgt nog een staartje: ik heb woensdag in een hoestbui een rib gekneusd. Ofzoiets, in elk geval: het doet sinds woensdag best wel pijn rond een zwevende rib aan de linkerkant, en sinds gister nog erger. In de nacht van donderdag op vrijdag gaf hoesten nog een keer een flinke steek, en gister, in de laatste 500 meter van een duurloop, helemaal.

Sindsdien heb ik dus meer pijn. Vooral als ik hoest of nies of hik ofzoiets, en bij sommige bewegingen, maar ik voel het eigenlijk zo’n beetje de hele tijd.

Zo lang ik nog hoest, wordt het eerder slechter dan beter dus, maar dat hoesten moet er toch binnen een paar dagen wel op zitten, hoop ik: het wordt, zoals ik had verwacht, langzaam-maar-zeker minder (maar o, wat duurt dat lang). Daarna kan de rib gaan herstellen. Maar dat duurt dan ook nog wel even, begrijp ik als ik google. Urgh.

Ik heb het nooit eerder gehad, een gekneusde rib, dus zeker ook niet door hoesten. Maak ik dat ook eens mee. Maf dat het juist gebeurt als het ergste hoesten erop zit. Vorige week dacht ik af en toe dat ik mezelf binnenstebuiten zou hoesten, maar zo erg is het niet meer. Ik zat woensdag op de stadsfiets, niks aan de hand verder. Nouja, hoesten dus, maar niet bijzonder hard. Kennelijk toch net een rare beweging gemaakt.

Ik kan me gelukkig wel redelijk bewegen, dus ik kan ook trainen. Bodybalance en core oefeningen sla ik maar even over, maar lopen en fietsen gaat, met wat pijn, maarja, pijn doet het sowieso. Zwemmen ga ik van de week proberen, dat kan ik lastig inschatten. Maar dat staat sowieso in de winterstand, dus er is geen man overboord als dat even niet gaat. 

Zucht. Echt weer zo’n typische lappenmand-periode, dit.

Omdat het er nauwelijks over is gegaan #verkouden

Op zalikwel-zalikniet van vorige week volgde nog dagenlang zalikniet: de verkoudheid was naar m’n bronchiën gezakt (ofzoiets), ik was kortademig en hoestte me een ongeluk. Het gaat nu goed vooruit dus ik hoop de draad van het trainen weer op te pakken, maar over is het nog niet. Sterker nog: volgens een strenge nek-check zou ik nog niet mogen sporten, want mijn hoest komt van vrij diep van binnen. Maar het gaat nog wel twee weken duren voor die helemaal gesleten is, en daar ga ik niet op wachten.*  

Daarmee wordt de totale duur van deze verkoudheid dus mogelijk zo’n vier weken. In maart had ik er ook al zo een, die brak zelfs snotrecords, eind september had ik nog iets kleins, en zo ben ik strakjes in 2018 in totaal twee maanden verkouden geweest. Zijn mijn leven en trainen dit jaar twee maanden door verkoudheid beïnvloed geweest dus. Da’s best veel.

Daarmee is dit een ‘ouderwets’ jaar. Ik noem de zware, langdurige en frequente verkoudheden op gezondheidsgebied wel ‘the story of my life’ maar de afgelopen jaren waren wezenlijk anders. Ga maar na: op dit hele weblog is het nauwelijks over verkoudheid gegaan. 

Al mijn hele leven heb ik heftige verkoudheden: langdurig, frequent en zwaar, waaronder ik versta: me flink beroerd voelen, een dagje verhoging, even niet kunnen werken, en vooral heel veel snot produceren en/of hoesten, vaak door secundaire infecties aan holtes of bronchiën. Het zit in de familie: als we tegelijk verkouden waren vroeger thuis, grapte mijn moeder over de extra wassen die ze moest draaien voor alle zakdoeken van mijn vader, broer en mij, en zij zelf had om de haverklap bijholte-ontstekingen. 

Eind jaren ’90 heb ik er met de hulp van een natuurgeneeskundig arts wat een proberen te doen. In die tijd kwam ik wel mensen tegen die aan me vroegen of ik weer of nog steeds verkouden was, en dat wist ik dan zelf ook niet meer. Er liep een voorhoofdholteontsteking uit de hand: die duurde twee jaar. Daar zat toen een burnout achter, en van die stressgerelateerde luchtwegproblemen ben ik sindsdien wel af. Vroeger werd ik bijvoorbeeld standaard verkouden na een deadline. In de tijd van mijn proefschrift (winter 1996/1997) bijvoorbeeld drie keer achter elkaar: na het afleveren van de conceptversie, na de leescommissieversie en na de definitieve versie. Maar dat heb ik dus niet meer. Dus beter is het sindsdien zeker. Maar niet over.

In de jaren daarna ging het, met wat ups en downs, steeds nog ietsje beter. Ik was minder vaak verkouden en minder lang en heftig, en meestal was er een duidelijke aanleiding als ik weer wel eens serieus voor de bijl ging. Zoals die keer in 2013 dat ik al verkouden op stedentripje naar Rome ging, en het daar zonde vond om me in acht te nemen. Op de dag van de terugreis had ik koorts. Maar dat snap ik dan dus wel: ik had mezelf volledig afgeragd en daar had ik geen spijt van in die prachtige stad.

Het record was de periode tussen februari 2017 en maart 2018: meer dan een jaar was ik niet verkouden. Dat mocht wel in de krant! Ik moet bekennen: ik dacht dat ik eroverheen aan het groeien was. Zelfs na de verkoudheid van maart kon ik dat nog geloven. Die was immers zo zwaar kunnen worden onder extreme omstandigheden: de terugreis uit Australië. Met een verkouden kop 2X10 uur vliegen, 48 uur niet slapen en hier aankomen in grauwe ijskou – ja, ik snap wel dat mijn luchtwegen daar niet tegen kunnen.

Maar de huidige is wat mij betreft onverklaarbaar. Een ‘ouderwetse’ verkoudheid dus. Enige positieve wat ik erover kan zeggen is dat mijn energieniveau redelijk overeind is gebleven. Ik heb me wel eens uit-de-zak-geschudder gevoeld na twee weken snotteren.

Toch vraag ik me af waar ik dit slechte kalenderjaar aan verdiend heb. Mensen in mijn omgeving hebben al gevraagd of ik niet ‘te scherp’ stond of te zwaar aan het trainen was. Ik stond juist net niet scherp meer: ik had net geconstateerd dat ik op wintergewicht was: twee kilo zwaarder dan ’s zomers. Die twee kilo zijn nou weer weg, als gevolg, niet als oorzaak van de ziekte (frappant trouwens, bij zo veel minder actief en bij een boel honingdrop).

En als ik één conclusie kan trekken uit de goede voorbije jaren, dan is het wel dat ik van zwaar trainen niet vaker of erger verkouden word. Ik heb niet vaak zo zwaar getraind als in 2015/2016 en dat waren voor mijn luchtwegen juist prima jaren. Dat is mooi – daar ligt het dus niet aan, eerder omgekeerd.

De huidige verkoudheid is dus pech: gewoon tegen een rotvirus aangelopen. Ik hoor er meer mensen over, waaronder sportmaatje Nicole. Of het heeft iets te maken met de vrij pittige osteopathie-behandeling van twee weken geleden. Ik ben een hernieuwde poging aan het wagen om van dat ‘scheeftrekken’ van linkerbekken en –schouder af te komen en de eerste resultaten daarvan zijn zeer hoopvol, maar de behandeling kwam wel aan, zal ik maar zeggen, ook in mijn buik, en ik weet dat darmen belangrijk zijn voor de weerstand.

Of wat ook nog mogelijk is: dat de overgang jarenlang de verkoudheden heeft onderdrukt. Geen idee of dat zo zou kunnen werken, maar het valt me wel op dat ik precies in de jaren dat ik de meeste last had van de rommelige hormonen het minst verkouden was. Ik heb me daar wel over verbaasd: ik was in de ergste periodes van slecht slapen totaal uitgeput, maar verkouden werd ik niet. 

Of nog iets anders, wie weet. Ik heb ook wel moeten leren me niet al te druk te maken over mijn verkoudheden. Ja, het is vervelend, maar het is ook ‘maar’ verkoudheid. Als dat op je 52e je grootste gezondheidsprobleem is, valt het nogal mee allemaal.

 

*Ik hanteer die nek-check sowieso vrij losjes, als hulpmiddel, niet als wet. Mijn energieniveau is doorslaggevender, en ook of de verkoudheid nog aan het verergeren is (dan ben ik heel voorzichtig, motto: redden wat er nog te redden is) of alweer aan het verbeteren (dan kan ik wel een gokje wagen). Achteraf gezien was vorige week maandag hardlopen mogelijk geen goed idee. De symptomen waren op dat moment nog boven m’n nek, maar de verkoudheid is daarna nog naar eronder gezakt. Hij was nog niet ‘uit-ontwikkeld’, dat had ik verkeerd ingeschat. Nouja.

Zin

Ik sta in Zin, het tijdschrift voor na je 50e, in de rubriek ‘ik sport’ (p. 77, nr.13), met mijn verhaal over het volbrengen van een hele triathlon op m’n 50e. Ik was daarvoor benaderd door de journaliste op basis van dit blog, altijd leuk natuurlijk.

Ik ben er ook wel blij mee, vind het een hele eer, alleen wel jammer dat mijn commentaar op de tekst niet is doorgevoerd. Ik had ‘m toegestuurd gekregen en daarop gereageerd, maar dat zie ik niet terug. Daardoor staan er een paar ietsje eigenaardige dingen in*, en de kop herken ik helaas niet als mijn woorden – dat zou ik nooit zo zeggen, misschien alleen in een heel specifieke context (toen ik halverwege het lopen was, heb ik wel zoiets gedacht, toen, in Vichy, zo van: en nu móet het ook gaan lukken, nu pakken ze het me niet meer af – maar verder zou ik het niet weten).

Dus: ietsje gemengde gevoelens, maar toch wel leuk natuurlijk, dik twee jaar na dato!


(*Je moet ook weten wat een/de Ironman is, anders wordt dat niet duidelijk; het ritme van zo veel trainen vind je niet ‘vanzelf’, en ik ben niet eerder getrouwd geweest, hoor, gezien dat huidige, ik heb mogelijk iets gezegd als ‘toenmalige vriend, huidige man’. Dat soort dingen.)

Zalikwel-zalikniet

Sinds vorige week heb ik een verkoudheidsvirus te pakken. Het stelde eerst niks voor, maar ergens tussen donderdag en vrijdag ging het los in mijn strottenhoofd waardoor ik mijn stem kwijtraakte en vrijdagmiddag zelfs ietsje koorts kreeg. Ondertussen ben ik aan de beterende hand, maar ik snotter, hoest en proest nog en dat gaat ongetwijfeld nog wel even duren. 

Zoals dat altijd gaat, vind ik het best lastig om in de ‘grijszone’ te bepalen of ik kan trainen of niet. Dus dan krijg ik het dilemma van ‘zal ik wel of zal ik niet’. Voorzichtig zijn is goed, rust is noodzakelijk voor herstel, maar te voorzichtig zijn is zinloos, dat leidt alleeen maar tot onnodig conditieverlies – en tot een vrij acuut bewegingsgebrek. 

Vorige week begon heel simpel. Ik snotterde weliswaar wat, maar mijn energieniveau was normaal en niets stond trainen dus in de weg. Zo kon ik een unicum noteren: bij mijn weten had ik niet eerder in november in korte broek gefietst. Dinsdag kon het, heen en weer naar een werkafspraak rond lunchtijd in Den Haag. Ik maakte een blote-benen-in-november-selfie:

Blote benen en stukjes fiets vanuit selfie-perspectief

Woensdagavond voelde ik me voor het eerst wat minder fit dan normaal. M’n duurloop van 13 kilometer was hard aangekomen, dacht ik. Manlief en ik fietsten naar de stad en ik had moeite hem bij te houden, en ik was daarbij wat kortademig ook. In de bioscoop viel ik bijna in slaap, maar dat lag zeker ook aan de atmosfeer in de bioscoop en/of aan de film – een paar rijen voor ons klonk gesnurk. 

Donderdag had ik geen tijd om te trainen, wel voor in totaal zo’n twee uur stadsfiets, ook iets amechtig. Dit keer zat daarbij een heen-en-weertje naar Vlaardingen voor Van der Laan en Woe, en die hielden me dan weer probleemloos wakker. Eerder op de dag voelde het wel alsof ik bij het praten met mijn stembanden aan het gewichtheffen was – een raar, zwaar gevoel. Dat baarde me wel zorgen.

Vrijdag ging het in één keer naar ‘ik zal zeker niet’: geen haar op mijn hoofd die aan sporten moest denken. Ik vond naar de supermarkt scharrelen voor honingdrop al een opgave. Nouja, met koorts is sporten sowieso onverstandig. Naar Amsterdam gaan om daar een training te geven zat er ook niet in: ik produceerde alleen maar rasperige geluiden. Gelukkig was ook dat heel duidelijk – blijft lastig, hoor, als eigen baas, werk afzeggen.

Wel grappig trouwens: ik was de hele week niet aan zwemmen toegekomen, en op het moment dat ik vrijdagochtend vroeg mijn werk af-SMS’te (bellen ging niet) en terug kroop in bed, dacht ik dat ik door die vrijgekomen tijd misschien alsnog kon gaan zwemmen. Ik had duidelijk nog niet in de gaten hoe het er werkelijk voor stond in mijn lijf. Zwemmen? No way!

Zaterdag was ook nog duidelijk ‘ik zal niet’. Helaas kostte dat me mijn deelname aan de looptrainersdag – een lange dag op Papendal, nee, dat zat er echt niet in. Jammer, want vorig jaar was dat erg leuk. Een half uurtje wandelen dicht bij huis en wat mooie herfstkleuren zien was lekker maar ook genoeg. Verder hing ik op de bank, onder andere naar rugby en veldrijden kijkend. En ik heb de zaterdagkrant van voor naar achter gelezen. 

Gister begon het zalikwel-zalikniet. Uiteindelijk voor ‘wel’ besloten en op de fiets naar de chi-runningcursus gegaan. Dat ging allemaal best, al vond ik het wel heel wat, en het ging gepaard met gehoest, genies, een soms wat pap-achtig gevoel in mijn benen, een heel slome terugtocht op de fiets en het afslaan van een uitnodiging om ook nog even koffie te drinken – met het oog op mijn stem. Maar buiten zijn was lekker, de cursus weer leuk en leerzaam en het deed me goed om mijn van het hoesten en bankhangen stijve ribbenkast uit de kreukels te halen.

Vanmiddag de volgende zalikwel-zalikniet – hardlopen, met vier intervallen van 1 km op halvemarathontempo, de training die eigenlijk ook voor vrijdag gepland stond. Qua luchtwegen zou het wel kunnen, dacht ik, maar ik voelde me licht in mijn hoofd en dat deed me twijfelen. Ik ben gegaan vanwege de herinnering aan hoe lekker ik het gister en eergister vond om buiten te zijn, en aan de eerdere keren verkouden waarvan ik geleerd heb dat ik geneigd ben het dan allemaal onnodig somber in te zien, dus dat het best wel eens mee zou kunnen vallen. En dat deed het: ik heb lekker gelopen. Met wat gesnotter en gerochel en heel slome pauzes tussen de intervallen. Maar het voelde verder goed en sindsdien voel ik me ook weer beter. 

Zal ik dan morgen dus gaan zwemmen? Maar dan wil ik wel ’s avonds eigenlijk weg – heb ik daar dan energie genoeg voor? En geef ik mezelf wel voldoende rust om zo gauw mogelijk écht helemaal beter te worden? Dilemma’s, dilemma’s….

 

‘Dat was lang geleden!’

De titel van dit blog heb ik de laatste tijd opvallend vaak gedacht: ik doe allerlei dingen voor het eerst sinds lang weer eens. Deze week was het drie keer.

Gister was ik naar de sauna, en dat was een jaar geleden. Zo lang heeft er sinds ik naar de sauna ga (al meer dan 30 jaar) nog niet eerder tussen gezeten. Dat grote gat is wel makkelijk verklaarbaar uit twee omstandigheden: dat ik vorig jaar 3,5 maand weg ben geweest en dat afgelopen zomer zo extreem mooi was. In een ‘echte’ zomer heb ik geen behoefte aan sauna. Bovendien heb ik het vrij druk gehad met werk: ondanks die reis ben ik op weg naar een normale jaaromzet. De sauna mocht dus ook wel weer eens een keer – ik had het deze week zomaar ineens tussendoor even rustig.

‘Omstandigheden’ verklaren ook één kant van het dat-was-lang-geleden-gevoel van afgelopen woensdag, toen ik ‘om de oost’ naar Amsterdam fietste: de route over Ter Aar en Uithoorn en dan langs de Amstel de stad in.

‘Memory lane’

Ik was al lang niet naar Amsterdam gefietst, en de laatste paar keren was ‘om de west’ geweest, via de Ringdijk van de Haarlemmermeerpolder. Dat had er gewoon mee te maken dat het niet zo vaak uitkwam om naar Amsterdam te fietsen en áls, dan moest ik in het westen van de stad zijn. Nu was mijn eindpunt het Centraal Station, dan is deze route het handigste. Fiets daar in de stalling, fietstas in een (peperdure) kluis, avondje met vriendin en theater, met de trein terug naar huis.

‘Dat is lang geleden’ sloeg woensdag ook op alle herinneringen die er langs die route liggen. Drie triathlonparcoursen: 010, Alphen (die heroïsche van laatst! Het is nu veel lekkerder weer) en Ter Aar (m’n PR’s op de 1/8e en kwart! Gaat-ie volgend jaar nog door? Zou er dan nog een snellere tijd in zitten? Kan wel….). Al die keren dat ik die route fietste in de jaren dat manlief en ik nog niet samenwoonden en dit de kortste route was tussen onze huizen. (toen die keer dat het keihard hagelde op het fietspad langs de Gouwe, en ik vond dat ik door moest fietsen want ik was in training voor de 150 km van de Amstel Gold Race – maar in Wadddinxveen heb ik Henk toen toch gebeld om me met de auto op te komen halen. Wanneer was dat precies? Het was de dag voor Henks marathon. Maar welk jaar? 2004 denk ik.

Nog dichter bij Amsterdam kom ik op terrein dat vroeger ‘thuis’ was. Waar ik veel sporen heb liggen en de omgeving dus de ene na de andere herinnering oproept, fragmentjes uit de afgelopen dertig jaar. Van dingen die mijn leven hebben bepaald (aan de overkant is de Ronde Hoep – daar ontdekte ik in de tijd van mijn burnout hoe veel beter ik me ging voelen van fietsen. Fietsen deed ik al graag, maar daar en toen kwam er nog wel wat bij) tot vrij triviale dingen (onder de brug van de A10, waar we als roeitraining in de winter een circuitje deden. Zo heette dat doen, nu zou het bootcamp heten).

En zo huppelt er van alles mijn hoofd binnen. Ik kijk mijn ogen uit op wat zo heel erg hetzelfde is (het landschap van het Groene Hart), en wat er is veranderd (die muur van KPMG-gebouw in Amstelveen, de hoge gebouwen van de Omval). 

Ik rijd dan in een gebied dat voor mijn gevoel is gekrompen. Toen ik in mijn studententijd op Uilenstede woonde, vond ik fietsen naar Uithoorn best een eind, en nu denk ik bij Uithoorn ‘ik ben er bijna’. Of dat volgens mij de Grote Bocht* nu dichter bij uitspanning ’t Kalfje ligt dan vroeger. Mijn actieradius is veel groter geworden, zo realiseer ik me dan. 

Die actieradius verklaart ook een andere categorie ‘dat is lang geleden’. Voor het eerst in meer dan een jaar ben ik weer flink wat kilometers aan het maken in mijn duurlopen. Dinsdag liep ik bijvoorbeeld 12 kilometer en dan kan het rondje met het schelpenzandpaadje langs de Zweth weer. Daar was ik lang niet geweest. Het is een leuk paadje, al was het dinsdag een en al plas en blub!

Langs de Zweth

Ik zou nu trouwens dat GoogleMaps het over ‘bedrijventererein Schieveen’ heeft – nou, dat is alleen maar weiland, hoor. Nog steeds wel. Maar misschien als ik hier over dertig jaar ook nog eens langs memory lane kom lopen of fietsen…

 

*Wij van de nette burgerroeivereniging Poseidon noemden dat de Grote Bocht – bij de andere verenigingen heette die de Hoerenbocht

Terug- en vooruitblik

In actie in AlphenDit triathlonseizoen eindigde voor mij vier weken geleden op het hoogtepunt, met de heroïsche triathlon van Alphen (actiefotootje rechts). Het sudderde nog een beetje voort met twee zonovergoten fietstochten, in Limburg en terug uit Vlissingen. Verder ging het vizier op volgend jaar: doelen bepalen en de weg ernaartoe uitstippelen:

  • De twee belangrijkste doelen zijn een goede halve triathlon in het voorseizoen (eind juni/begin juli) en in september in Almere als onderdeel van een trio bij de hele afstand het fietsen (180 km) voor mijn rekening nemen. Bedoeling is dat allebei binnen de zes uur te klaren. Welke halve triathlon het wordt, weet ik nog niet: de kalender is nog erg onvolledig. Op het ogenblik is Klazienaveen de beste kandidaat. 
  • Sub- en tussendoelen: ik ben al voorzichtigjes en heel geleidelijk aan het opbouwen naar wat in februari moet resulteren in een fatsoenlijke halve marathon. Onderweg daarnaartoe staan loopjes over 5, 10 en 15 km op het programma. 
    Daarnaast is de eerste inschrijving voor een B-wedstrijd (minder belangrijk dan die twee A-wedstrijden van de eerste bullet) een feit: de Cave 111 – lijkt me een gaaf parcours! Een andere B-wedstrijd wordt de Brouwersdam90. Verder wilde ik eigenlijk nog (samen met Nicole) Ter Aar weer eens doen, maar het schijnt dat die ge33,9stopt is – erg jammer. Binnenmaas staat wel op de planning, ook met Nicole. Hopelijk gaat die wel door, de editie van dit jaar was nogal tumultueus, met aanrijdingen, ongelukken, een hartstilstand en fietsers die een ronde te weinig reden. Ik reed er wel een dik fiets-PR (foto)! 
  • Trainingsplannen: op het ogenblik ben ik dus bezig voor die halve marathon, volgens de souplessemethode. Ik heb het boek er weer eens bijgepakt en mij vielen er nu allerlei dingen sterk positief aan op – ik ben er enthousiaster over dan toen ik het hier 2,5 jaar geleden besprak. Ik ben sindsdien een stuk wijzer geworden, zal ik maar zeggen, door de hardloCover boekoptrainersopleiding, veel lezen en door eigen ervaringen. Gek genoeg vind ik het nu juist opvallen hoe veel oog Klaas Lok juist heeft voor individuele verschillen en dus ook voor de mindere goden. Enfin, het is nog even afwachten hoe het voor mij uit gaat pakken, maar wordt vervolgd dan, hier op het blog, met mijn eigen souplesse-ervaringen. 
    Tot en met februari heeft het lopen prioriteit. Zwemmen en fietsen staan dus in de onderhoudsstand:

    • Bij zwemmen heb ik dit jaar ontdekt dat ik steeds na een maand of vier trainen op mijn best ben, en dat ik wat ik dan kan, niet vast kan houden. Dat frustreerde me – weer was ik op een nikserig moment (een maandag midden in de zomervakantie) op m’n snelst (snelste 400 meter ooit, in 7’35 ongeveer) en daarna weer stukken langzamer. Totdat ik me realiseerde dat het glas halfvol is: ik hoef maar vier maanden te trainen om te pieken, en dat piekje wordt nog elke keer hoger! Dus dat zwemmen, dat pak ik na die halve marathon wel op.
    • Fietsen ook, dat komt sowieso wel goed. Zeker met de trainingsweek in maart onder de Spaanse zon die Jo en ik in gedachten hebben. Niet vanuit Ontspanje, wat we eerst in gedachten hadden: Marcel en Mariska stoppen en komen terug naar Nederland.

Als ik m’n stuk over die week bij Ontspanje herlees, dan kan ik concluderen dat ik nu, meer dan twee jaar na m’n Ironman, voor het eerst weer echt helemaal zin heb om opnieuw m’n grenzen op te zoeken en er volle bak tegenaan te gaan.  Dit seizoen heeft me daar zin in gegeven (ik wil wel weer naar het langere werk), en ook het vertrouwen dat dat goed zal gaan. Ik heb me de afgelopen maanden stukken stabieler gevoeld dan in heel lang. Ik moet nog voorzichtig zijn, maar het lijkt erop dat de ergste overgangskermis voorbij is – er passeert af en toe en opvliegertje, maar daar heb ik weinig last van.
Ik heb bovendien met trainen stappen gezet waar ik mee verder kan. Dit was een experimenteer-seizoen, en dat is nuttig geweest: intensiever trainen op de fiets (met m’n nieuwe vermogensmeter! fotootje), betere looptechniek, beter weten hoe ik met zwemmen op mijn best ben op het moment dat het erom gaat. Ik ben benieuwd wat dat me op kan leveren volgend jaar. 

Dus: ertegenaan! Dat schrijf ik, en ondertussen denk ik: ik heb in twee jaar of misschien wel langer niet zo licht getraind als op het ogenblik. Het voelt af en toe alsof ik bijna niks doe. Dat lopen, dat bouw ik met heel kleine stapjes op. Dus het is op dit moment ook Op de fiets op Tasmaniëduidelijk ‘off season’ en dat is helemaal prima. Was ook wel eens nodig misschien. Dit triathlonseizoen werd immers vooraf gegaan door een (overigens geweldig) fietsseizoen Down Under (fotootje rechts, Tasmanië). 

(Oja, zo’n relatieve rustperiode na het seizoen, dat heet in de trainingsleer ook wel ‘overgangsperiode’. Maar daar doe ik niet aan, hoor, daar ben ik toch juist vanaf, hoop ik?!)