Welkom (sticky)

Cartoon van Ironman LouiseOp 28 augustus 2016 volbracht ik, op mijn 50e, de Ironman van Vichy. Als je meteen daarover wilt lezen: hier staat het verhaal van die dag. Ik begon bijna twee jaar ervoor met dit weblog om te vertellen over de weg erheen, die met de nodige ups en downs is verlopen

Sinds mijn Ironman schrijf ik hier verder over mijn eigen belevenissen, vrouwensport en trainingszaken – ik ben inmiddels trainingsbegeleider geworden. En ik triathlon nog steeds! Hoofddoelen voor 2019 zijn een halve triathlon in juli en het fiets-onderdeel van de hele van Almere als trio (september).

Wees welkom, neus lekker rond op dit weblog, ik heb geprobeerd het leuk én informatief te maken. Als je wilt reageren, doe dat – vind ik leuk!  

Klazienaveen – staartjes

Hier nog wat nakomende zaken.

  1. Shit happens

Er zijn een heleboel deelnemers na zondag ziek geworden – op Facebook meldden zich tientallen, en eentje lag hier thuis gister de hele dag in bed: ook manlief was getroffen door iets buikgriep-achtigs. Bij mij is het beperkt gebleven tot wat onrust in mijn darmen, die mij niet zou zijn opgevallen zonder al die verhalen. Iets in het zwemwater? Iets met de bidonnenhygiène? Geen idee, mogelijk gewoon erg dikke pech. En ik mag in mijn handjes knijpen!

2. Nog wat foto’s

Van de vrouw van Dik die ik ken via het triathlonfoto: twee leuke loopfoto’s!

3. Het kanon

Was ik maandag vergeten te vermelden: dat we wel heel leuk weggeschoten werden bij de start. Met een heus kanon – BOEM – bediend door mensen in historische kleding. 

 

Seizoensdoel behaald!

Mijn triathlon-seizoensdoel van dit jaar was om een keer een halve triathlon in goeden doen te volbrengen: ik had nog nooit eerder een echte halve gedaan, en de drie keren in de buurt (twee maal de Mitteldistanz in Bocholt, in 2015 en 2017, en in 2016 een Ironman 70.3 run-bike-run) was er steeds wat. Gister in Klazienaveen was er niks: ik was in goeden doen, ik ben heel gebleven. Dus: seizoensdoel behaald! 

Ik dacht dat er in goeden doen een tijd van rond de 6 uur voor mij haalbaar was: ruwweg 40 minuten zwemmen, 3 uur fietsen, 10 minuten voor de beide wissels en dan hopen dat het lopen in 2u10 lukt – wat een snelle duurloop zou betekenen. Het is 6:08:32 geworden.

Het hangt er maar net van af wat je ‘rond’ de 6 uur noemt, maar eigenlijk had ik op wel wat sneller gehoopt, zeker op sneller lopen. Maar het lopen ging teleurstellend. Nouja, twee rondes lang lag ik nog op schema, maar toen passeerde ik de grens van een uur of 10 kilometer en zoals wel vaker lieten mijn benen me toen weten dat ze langer dan dat lopen niet leuk vinden. Het derde rondje was bepaald niet fijn; het vierde rook ik gelukkig de stal.

Ik heb uiteindelijk gemiddeld maar net onder de 7’/km gelopen, en dat is maar een fractie sneller dan de eerste keer in Bocholt, toen ik in de weken daarvoor amper had kunnen lopen door een blessure. En dat terwijl ik sindsdien beter ben gaan lopen. Boven het uur wil het alleen soms niet, en daar heb ik geen grip op. Ik krijg dan mijn ene been gewoon niet sneller meer voor het andere. Ik kwam behoorlijk stuk over de finish en heb vandaag ook nog zere benen. Gewoon moe overigens, niks stuk. Het is wel frustrerend, want op trainingen gaat het soms echt beter. Het wil er alleen vaak niet uitkomen.

Wel is 6:08 sneller dan ooit eerder op zo’n middenafstand. En verder was het ook geslaagd: 

  • Een leuk weekendje weg samen met manlief. We zijn pas vandaag teruggekomen, zodat we gister lekker konden uitzakken  met een biertje en met afloop herstelvoer in het hotel:

  • Opvallend weinig wedstrijdspanning. Ik had er juist wel zin in – zoals ik me had voorgenomen.
  • Fijn gezwommen in lekker water met stroming mee (in 35 minuten!).
  • Okee gefietst. Ik reed het gemiddelde vermogen dat ik wilde, 190 Watt, iets hoger dan bij de Brouwersdam90. Daarbij woei het best wel, en de wind stond ongunstig op het parcours, dus mijn gemiddelde snelheid lag 1 km/u lager dan bij Brouwersdam, terwijl dat een heel technisch parcours was – en mijn eindtijd lag boven de 3 uur omdat het ook nog eens dik 94 kilometer was. Over een iets saai parcours, maar wel heel overzichtelijk en met amper verkeer erop. 
  • Gezellig om een aantal bekenden van het Triathlonforum te zien en te spreken, de dag ervoor al, en na de finish, maar ook bij elkaar voorbij komen. Ook manlief kwam me twee keer voorbij: bij het fietsen en bij het lopen. Ik was hem voorbij gezwommen, dat had hij  wel gezien maar ik niet. Hij was 5 minuten voor me gestart. Met kleine kletspraatjes onderweg ben ik altijd wel blij. Net als met de reacties via Strava en andere sociale media.
  • Okee, het woei, maar verder was het zeldzaam koel voor half juli, en dat was lekker.
  • Vrijwel alles ging goed met de logistiek van het eten en drinken en de spullen. Ik wissel wel heel traag, dat verandert toch ook niet echt. Daar zijn wel redenen voor, zoals dat ik door de steunzolen m’n loopschoenen moeilijk aan krijg. Daar moet ik bij gaan zitten en een schoenlepel gebruiken. En verder vind ik snel wisselen ook gewoon niet zo interessant. Zelfs als ik de tijd neem, gaat er bovendien nog wel eens wat mis: mijn vizier zat niet goed op mijn helm zat toen ik vertrok, en net daar vlakbij de wisselzone stonden ze foto’s te maken:

Vizier scheef

     Ik heb later zelfs heel even een voet aan de grond moeten zetten om ’t goed te krijgen).

  • Het was prima georganiseerd, met een boel vrijwilligers die hun werk goed deden. Enige minpuntje was dat we in de aanloop verzopen in de overdosis informatie op site, app en facebook, terwijl er ook nog een paar fikse hiaten in de informatie zaten, zoals: je werd met een busje naar de start gebracht, kon je daar dan nog spullen afgeven? Of: waar moeten de tatoeages? 

Tatoeage op been

Als met al die goeie dingen dit is wat erin zit, dan is dat het dus, dan is dit wat ik kan in goeden doen op een halve triathlon. Daarmee eindig ik dan ver in de achterhoede: 220e van 231 finishers. Maar dat kan je ook anders zeggen: het was een NK, en ik eindigde in de top 10 van mijn leeftijdscategorie – als 10e namelijk, van 11.

Ik weet ook wel: het is niet dat ik zo ‘slecht’ ben, het is meer bijzonder dat ik op mijn niveau dit soort lange afstanden aandurf. Het gemiddelde niveau van zo’n wedstrijd is gewoon hoog. Manlief bijvoorbeeld, met z’n goede lopen, werd 12e en laatste in zijn categorie! 

Kan het beter? Ik kan wel een soort ideale wereld verzinnen waarin ik harder zou trainen op het lopen (maar dan raak ik misschien geblesseerd), net iets gedoseerder zou fietsen zodat ik meer overhoud (maar dan is de lol weg, en bovendien verlies ik dan mogelijk meer met fietsen dan dat ik kan winnen met lopen). Of, buiten mijn controle: een halve triathlon met  minder wind (maar dan was het misschien heet geweest), en in de aanloop helemaal niets tegenkomen (zoals nu de zere voeten en de verkoudheid – maar zoiets heb ik altijd wel). Maar dat is me rijk rekenen. Ik bedoel: dichterbij die 6 uur of zelfs eronder is misschien alleen maar een theoretische mogelijkheid. 

Dus: het viel weliswaar een beetje tegen, maar ik ben toch tevreden. Ik heb gedaan wat ik wilde doen, ik heb mijn best gedaan, en de uitkomst is dan sowieso okee. Dit is wat ik kan – wat mijn benen eruit weten te schudden. 

Ik ga maar eens luisteren naar die benen, in elk geval voor een tijdje: de komende tijd ga ik me beperken tot maximaal tien kilometer hardlopen. Dat bedacht ik gister al lopend. Zo van: wat zou ik als trainer mezelf nou aanraden met dat lopen? Nou, dat dus: doen wat ik wél goed kan en waar ik lol in heb. Korter lopen. En fietsen, zeker de komende tijd, met het oog op de 180 kilometer in Almere – het volgende doel! 

 

Wiser, kinder, stronger?

Komende zondag start ik bij de halve triatlon van Klazienaveen, mijn eerste van twee grote seizoensdoelen. Laat ik eens twee dingen toepassen die ik de afgelopen tijd geleerd heb: het proces evalueren vóór het evenement, en dat doen aan de hand van de levenskunstvragen: ben ik er wiser, kinder, stronger van geworden? Ja!

Ik heb de afgelopen maanden vooral weer veel geleerd. De highlights van wiser:

  • Van gepolariseerd trainen word ik ook een stuk sterker in het gebied dat ik dan juist oversla. Ik train al een tijdje op de fiets alleen rustige duur en hoog-intensieve intervallen (net onder omslagpunt en intensiever), en dus niet in het gebied in het midden. Sinds vorig jaar pak ik die intensieve intervallen gestructureerder aan, dankzij de vermogensmeter en dingen die ik oppikte uit The time-crunched cyclist. Vorig jaar deed ik alleen triathlons die zo kort zijn dat ik er in dat intensieve gebied in fiets. Maar een halve, dat moet in het middengebied. Hoe pakt dat uit als ik die zone nooit train? Nou, hartstikke goed. Dat weet ik al sinds ik bij de Brouwersdam90 over 80 kilometer harder fietste dan ik had verwacht – in snelheid,  maar het was ook met een lagere hartslag bij het doel-vermogen dan ik had verwacht. Ondertussen kan ik – denk ik –  een nog net iets hoger vermogen aan. Zonder dat dus specifiek getraind te hebben. Leuk!
  • Ik kan me bij zwemmen beter niet bezig houden met snelheden en interval-lengtes, en vooral met techniek aan de slag gaan – en zelfs dat niet te veel. Ik had de hele winter weinig gezwommen maar wel met veel aandacht voor techniek en was al vroeg in het seizoen weer op m’n best, qua tempo, dat verraste me al. Maar toen ging ik weer wat meer en ook wat meer op snelheid zwemmen en hop, het zakte weer weg – en zo gaat het elk seizoen. De afgelopen weken heb ik veel buiten gezwommen en binnen ter compensatie alleen maar techniek en wat sprintjes gedaan. En nu ben ik weer sneller, ook dankzij een paar nieuwe tips. Zodra ik iets anders ga doen dan een beetje relaxed en op techniek zwemmen, ga ik áchteruit. Ik kan  me er beter niet druk om maken, of om niets anders dan techniek. Ik snap het nog steeds niet precies, maar het pakt gelukkig nu wel net goed uit!
  • Met mijn langdurige bekken/heup/schouder-scheeftrek-blessure gaat het volgens mij op het moment goed dankzij een combinatie van dingen. Ik probeerde hiervoor altijd  maar één ding tegelijk uit, ook om te weten wat wel en niet werkte, maar de afgelopen tijd heb ik op meerdere fronten gestreden: steunzolen, osteopaat en een nieuwe, wat ‘mildere’, chiropractor.  En het gaat eigenlijk hartstikke goed. Als ik al eens ergens last van heb, is dat nooit lang en komt het vanzelf weer goed, of met een klein zetje van de chiropractor. Daar ben ik blij mee! Het zijn mogelijk vele kleine dingen die helpen, niet één geval van DE oplossing.  
    Het heeft wel weer veel geld en tijd gekost en de steunzolen hebben mijn enige echte twijfelpunt voor zondag veroorzaakt: gevoelige voeten. Ik voelde hele tijd pijntje hier, pijntje daar rond de bal van de ene en dan weer de andere voet. De afgelopen week heb ik er probleemloos mee kunnen hardlopen, vorige week zelfs best lang en zwaar ook nog, waarmee ik qua lopen redelijk op niveau ben. Gister een lange werkdag op nette schoenen was echter weer minder fijn. Maar ik hoop dat het zondag goed komt. 

Met Nicole na de Kadeloop zaterdag: 12 probleemloze kilometers op halve-triathlontempo

Kinder? Ja, voor mezelf. Voor mij was het een mildheidsstap om van mezelf vorige week zo’n paardenmiddel te gaan slikken tegen die luchtwegproblemen – die daarmee binnen een paar dagen opgelost waren. Of nouja, na twee nachten kon ik weer slapen zonder te hoesten; ik ben nog steeds heel licht snotterig maar dat hindert niet meer. Ik heb het van mezelf niet uit ‘moeten’ zieken omdat je van ontstekingsremmers op lange termijn niet beter wordt en prednison eigenlijk een pepmiddel is (wat goed merkbaar was overigens), enzovoort. Want zo streng kan ik wel zijn voor mezelf.

Dat het op tijd goed is gekomen, is balsem voor mijn doemdenkerige ziel. Ik ben al zo vaak net niet in goeden doen geweest op belangrijke momenten de afgelopen jaren dat ik af en toe ga vrezen dat het altijd zo gaat. Van het niet kunnen meedoen met de Cave triathlon was ik wel weer even mismoedig, moet ik zeggen. Maar het komt goed! De verkoudheid was op tijd over, scheeftrekken doe ik amper meer en de overgangshormonen houden zich, zoals ook de vorige drie zomers, rustig. En zoals ook de laatste jaren steeds komt er dan onder al het gesukkel wel een goede vorm vandaan. Kwestie van gewoon stug volhouden met dat trainen, zo lang als het gaat! 

Stronger? Als het zondag uitpakt zoals ik hoop en in principe voor mogelijk houd (binnen de 6 uur), lever ik op een langere triathlon mijn beste prestatie ooit. Ik ben er klaar voor, en ik ben hartstikke benieuwd! 

 

Elk nadeel hep z’n voordeel

In mijn vorige post had ik het over een verkoudheid die ‘niet heel erg was’. Nou… Nouja, eigenlijk is het nog steeds niet erg: ik ben niet heel ziek, maar zodra ik ga liggen, ga ik hoesten, en dat nu al vier nachten achter elkaar. Codeïne helpt niet (anders altijd wel); van slapen komt weinig. Ik ben inmiddels een soort zombie en elke nacht voelt het alsof ik mijn keel aan flarden scheur. 

Al in de tweede doorhoeste nacht besloot ik dat ik niet zou gaan starten bij de Cave triathlon gister, hoe zeer me dat ook spijt. Samen met manlief hebben we de volgende ochtend besloten helemaal niet naar Limburg af te reizen. Zodoende heb ik gelukkig niet twee nachten liggen hoesten in een hotelkamer, maar gewoon thuis, wat beter is. En zoiets zwaars als een 111 met klimmen erin was niet verstandig geweest.

Vandaag ben ik zelfs naar de huisarts gegaan en ik heb een behoorlijk paardenmiddel gekregen om de hoest de kop in te drukken: prednison. Dat is een primeur voor mij – met mijn hyperreactieve luchtwegen heb ik al het een en ander meegemaakt, maar dit nog niet eerder.  

Dus: geen Cave triathlon, helaas, en inmiddels ook wel stevige hindernissen op de weg naar Klazienaveen, want lang of zwaar trainen gaat niet – al kan dat nog wel enigszins goedkomen. Het voelt alsof ik al enorm geholpen zou zijn met één nacht echt goed slapen en daarmee uit de vicieuze cirkel komen van het kapothoesten van m’n keel.

Bovendien is het ook niet alleen maar kommer en kwel. Woensdag en donderdag voelde ik me niet eens zo heel slecht, dus woensdag heb ik – met wat twijfels – toch meegedaan aan de zeezwemtocht Kattendijke-Wemeldinge, donderdag heb ik een stukje hardgelopen, zolen uittestend en zonder voetproblemen, en gister heb ik meegedaan aan onze ‘thuiszwemtocht’: de Unltd Swim Overschie (dank buurman Olaf!): bij ons achter in de Schie, vertrek vanaf de Grote Kerk, waar ook de kleedkamer is (erg grappig). Hetzelfde nieuwe rondje om het Schie-eiland als wat we al vaker gezwommen hebben, maar nu zonder dat we op schepen hoefden te letten. Altijd erg leuk, we vonden het al jammer het te moeten missen. Maar dus niet.

De twee zwemevenementen waren een groot contrast: de Schie lag er gister rustig en warm (bijna 25 graden!) bij en dat zwom heel relaxed. De Oosterschelde was woensdag door de Noordenwind in een klotsbak veranderd; ik heb geen slag normaal kunnen maken en er 20 minuten langer over gedaan dan de vorige keer. En dat viel nog mee, want Omroep Zeeland meldde dat er deelnemers waren uitgevallen vanwege zeeziekte! 

Tot slot hebben manlief en ik vanochtend eindelijk weer eens met onze trapkano gevaren, en zo konden we het nieuwe zwemrondje eindelijk eens preciezer opmeten dan wat lukt met de zwem-GPS: 2050 meter

We konden dat doen op zomaar een maandagochtend omdat we eigenlijk pas vandaag uit Limburg terug zouden komen. Best gekke dagen zo. Om over de nachten nog maar te zwijgen…

 

Spannende tijden

Mijn eerste grote doel van dit seizoen nadert met rasse schreden: de halve triathlon van Klazienaveen is over 2,5 week. Aanstaande zondag staat een laatste zware ‘oefenwedstrijd’ gepland met een parcours waar ik naar uitkijk: de 111 van de Cave triathlon

Maar… het gaat allemaal weer eens niet zoals ik zou willen, en het is spannend wat er van die plannen terecht gaat komen. Het gaat om drie dingen:

  • Het weer. Ik mopperde hiervoor al over koud en nat, daar is eerst nog een boel bijgekomen. Ik heb onder andere onweer over me heen gekregen, wat echt eng was en ik daarna heb vermeden, ook al leidde dat tot planningsproblemen, en ik heb een keer een lange training in de zeikregen gedaan omdat er geen andere mogelijkheid was, mede door nog meer onweer en storm. Deze week werd het juist veel te snikheet – ik kan daar redelijk tegen, maar gister viel het me zwaar. Voor zondag is de voorspelling ook weer tegen de 30 graden, oef. Nouja, niks aan te doen allemaal. 
  • Voetproblemen. Ik loop sinds begin april op nieuwe steunzolen, en het lijkt erop dat daardoor mijn langdurige bekkenproblemen een heel stuk verbeterd zijn, waar ik superblij mee ben. Ik liep er ook wel lekker op, tot een maand geleden ongeveer. Toen had ik eerst wat last van m’n rechterenkel, mogelijk ook door een misstap die ik verder amper heb gemerkt. Ik kon een paar dagen niet hardlopen, maar daarna ging het wel weer. Aan het eind van een verder heel lekkere lange duurloop twee weken geleden ging m’n linkervoet wat zeuren onder de bal, en dat is nog steeds niet helemaal over. Ik ging merken dat de steunzolen m’n voeten wat naar binnen duwen, waardoor vooral die rechterenkel doorzakt en ik over de binnenkant van m’n voet afwikkel – wat niet de bedoeling is, en wat de belasting daar nogal vergoot. Gevalletje overbelasting dus. Vorige week kon ik wel voorzichtig weer wat lopen. Net daarvoor had het probleem wel een leuk loopje vergald: bij de Rottemerenloop moest ik na 5 kilometer stukjes wandelen en heel voorzichtig zijn. De steunzolen zijn maandag aangepast, hopelijk gaat het daarmee nog beter.  
  • Verkouden. Urgh, het is weer eens zo ver. Wat een jaar, op dat gebied… Het is niet heel erg maar ik ben sinds gister wel te moe om veel te kunnen doen. En mezelf kennende is het nog heel erg de vraag of ik zondag voldoende opgeknapt ben om te kunnen starten. Het pruttelt weer eens stevig in een bijholte, en dat kan zo over zijn maar ook lang aanhouden.

Op dit moment grijpt het ook allemaal in elkaar: gister stond een lange training gepland maar het was te warm om met dat moeie lijf iets te kunnen doen. Daardoor heb ik niet nog wat beter aan de hitte kunnen wennen (ik heb zo’n beetje de hele dag op de bank gehangen). Ik ben te verkouden om die aangepaste zolen hardlopend uit te proberen, als dat morgen niet kan, lukt het niet meer voor de Cave triathlon en wordt het dus spannend of  ik dan wel kan hardlopen, zeker ook nog in de hitte – als ik überhaupt kan starten.

Zo dus. 

Nouja, we zien wel, en er is niet alleen maar slecht nieuws. Hormonen houden zich opvallend koest ineens; bekken gaat goed. Er is in totaal weliswaar best wel veel niet doorgegaan de afgelopen weken, maar mijn basis is okee. Ik weet ook wel dat trainen eigenlijk nooit alleen maar van een leien dakje gaat, dat je altijd wat tegenkomt dus, en dat een paar dagen niet trainen echt geen ramp is. 

En ondanks wat snotterigheid kon ik zondag nog wel met Henk meedoen aan de Koppeltijdrit in de Hoeksche Waard:

Of dat verstandig  was, weet ik niet, maar het was wel heel leuk. Het heet koppeltijdrit maar is een ‘gentlemanskoers’ waarbij de ene fietser gangmaker is voor de andere, die telt als deelnemer. We waren, voor zover we hebben gezien, het enige ‘omgekeerde’ duo: gemengd met de vrouw als gangmaker. We reden royaal boven de 33 gemiddeld en daarmee werden we lang niet laatste: zonder bonificatie werden we 41e van de 47, met Henks leeftijdsbonificatie stegen we naar de 35e plaats. Ik ben op de Felt sowieso net iets sneller dan Henk en bovendien had die de triathlon van Oud Gastel in de benen.

Bij de Hoeksche Renners hebben we het altijd naar onze zin, we hebben elkaar dankzij een evenement van hen leren kennen. Toen hield hij mij uit de wind, en dat doet hij nog steeds, maar zondag was het dus 20 kilometer lang omgekeerd. 

Goed Bezig geweest!

Het was een idyllische, zonovergoten dag, het Goed Bezig Festival afgelopen zaterdag. Hier wat sfeerimpressies uit de tuin van Museum Oud Overschie en van op de Schie:

Hier de drie organisatoren, dus naast mij Loes en Marian:

Enige jammer was dat er niet zo veel mensen waren; er was iets niet helemaal goed gegaan met de publiciteit. Mijn workshops gingen daardoor niet door, maar de wandeling gelukkig wel:

De kwantiteit van de aanwezigen viel dan misschien wat tegen, hun kwaliteit zeker niet: ik heb fijne gesprekken gevoerd en nuttige contacten gelegd. Goed bezig dus!

 

Mentale training in cirkels

Ik had al eens vaker gehoord over ‘cirkels’ als vorm van mentale training, en in Sportlab Sedoc, waar ik met plezier naar heb gekeken overigens, ging het er ook al over. Elke keer vond ik het vaag, zo van: ja, je moet je aandacht erbij houden, dûh, of je dat nou cirkel 1 noemt of niet.

Maar omdat het kennelijk toch belangrijk is, wilde ik er wel eens meer over weten, en zodoende heb ik het boek erover gekocht: Focus, beter presteren door cirkeltraining, van  Rico Schuijers. En dat bleek een goede zet, ik vond het een prima boek!

Het boek is sowieso al erg mooi vormgegeven, met veel fullcolour foto’s – en dat voor een schappelijke prijs! Leuk is ook dat het niet alleen over sport gaat, maar bijvoorbeeld ook over de politie, musici en in het bedrijfsleven – daar wordt ook gepresteerd immers.

En die cirkeltraining, daar zit veel meer in dan ik op grond van die korte kennismakinkjes had vermoed. Voor een deel zag ik dingen terug die ik ken uit andere benaderingen van mentale training en knikte ik vaak instemmend – het is gewoon ook een goed boek daarover. Maar voor een deel waren het ook nieuwe dingen, die ik nooit op deze manier op een rijtje had gezien.

Die instemming, die had ik bijvoorbeeld bij waar het erover gaat dat flow maar een tijdelijke staat van zijn is, korte en zeldzame momenten, niet iets wat heel lang kan duren. Je hoort dat wel eens, dat topsporters wekenlang ‘in een flow’  zijn, maar dat kan helemaal niet, of althans, dat is niet de oorspronkelijke betekenis van het begrip.

Een andere heldere uiteenzetting vond ik die over verschillende soorten aandacht: intern  (‘binnen’) versus extern (‘buiten’), en globaal (‘groot’) versus detailgericht (‘klein’). Dat geeft vier verschillende combinaties, en je hebt een voorkeur voor één van die combinaties. Ik herken mezelf bijvoorbeeld in groot-binnen: Analytisch, veel gedachten en gevoelens die als een film voorbij kunnen komen en waar ik onder stress in kan blijven steken.

Okee – maar nieuw was voor mij dat je dan dus tegen kunt sturen door bewust de tegenovergestelde combinatie te kiezen, in mijn geval dus klein-buiten. Dat is goed te onthouden, makkelijk uit te voeren en het werkt als een trein. Ik heb sinds ik het boek heb gelezen al een paar keer ‘gespeeld’ met bewust kijken naar de rode dingen in mijn omgeving, en ja, dat haalt me uit mijn hoofd. (Ineens snapte ik ook waarom lezen me ontspant: lezen is ook ‘buiten’ en de wereld van de lettertjes is klein.)

Dan die cirkels. Optimaal presteren doe je in de binnenste, cirkel 1. Daar heb je optimale focus op je taak. Hoe verder naar buiten, oplopend tot cirkel 6, hoe verder je bent afgeleid daarvan. In die buitenste cirkel ben je vooral bezig met de vraag ‘wat doe ik hier eigenlijk’ – haha, heel herkenbaar. Ook cirkel 3 is dat voor mij nogal: daarin laat je je afleiden door gedachten over hoe het ‘eigenlijk’ zou moeten zijn.  

De kunst is om jezelf zo veel mogelijk naar cirkel 1 toe te coachen. Daar heb je verschillende vaardigheden voor, waaronder dat richten van je aandacht. Voor mij geldt bijvoorbeeld dat die gedachten over hoe het zou moeten zijn en wat ik eigenlijk aan het doen ben, die verstikkende film in mijn hoofd kunnen worden. Mijn aandacht dan richten op ‘klein buiten’ kan me helpen om weer meer focus te krijgen. Ga ik ook tijdens een triathlon mee aan de slag!

Andere vaardigheden zijn onder andere visualisatie en gedachtentraining, waaronder acceptatie van nare gevoelens zoals bij de ACT (*knikt weer instemmend*). Die werken trouwens ook zonder die cirkels, maar omgekeerd niet: alleen de cirkels geeft misschien inzicht, maar maakt het niet praktisch. Vandaar die dûh-gedachten van mij eerder. Maar het boek gaat dus om veel meer. In het Nederlandse taalgebied ken ik over mentale training geen beter boek dan dit.

Helm met leesbril

Ik heb sinds een dikke maand een nieuwe helm, die als het goed is sneller is (en als het snelle fietsen bij de afgelopen twee triathlons aan de helm lag, dan doet-ie z’n werk heel goed!), en in twee opzichten comfortabeler: minder herrie van de wind aan mijn hoofd en een vizier.

Dat vizier vervangt als het ware de sportbril: het biedt bescherming tegen zon, regen, vliegjes, enzovoort. Zo kun je dus fietsen zonder sportbril, en hoef je tijdens het wisselen bij de triathlon ook niet apart een sportbril op te zetten – de helm moet toch, en dat gaat zo dus in één moeite door. Dat is ook weer één kostbaar ding minder dat niet kwijt of kapot mag raken. Komt nog bij dat zo’n helm met vizier niet makkelijk over een hoofd met bril past – soms helemaal niet, bij mij alleen als ik het vizier er pas opklik als de helm al op mijn hoofd staat. Allemaal gedoe dus, een bril, en fijn als het zonder kan. 

Maar – ik heb de sportbril niet alleen voor bescherming, ik heb hem ook om scherp te zien. Tijdens de triathlon draag ik contactlenzen en heb ik vooral een bril nodig om de kleine getallen van mijn sporthorloge te kunnen aflezen. Ik heb van die typische 45+-ogen: ik kan met m’n lenzen niet zonder leesbril; in het dagelijks leven draag ik een varifocusbril.

Dus, vraag van een paar weken terug: kan er iets met dat vizier zodat ik er wél mee kan lezen? In mijn sportbril heeft de plaatselijke opticien, Moerkerken, een soort lees-plakkertjes geplakt, en dat hielp. Met deze specifiekere vraag ben ik naar een echte sportbrillendeskundige gegaan: Maarten de Kruif, van Kijk@deKruif in Reeuwijk. Maarten heeft vroeger bij Moerkerken gewerkt, zo hebben we hem leren kennen; hij heeft ons, en vooral manlief met z’n veel slechtere ogen dan de mijne, in de afgelopen jaren al regelmatig goed geholpen. 

Maarten ging op onderzoek uit. Het is namelijk niet de simpelste vraag, want de afstand tussen oog en vizier is anders dan die tussen oog en bril. Hij bedacht iets, ik ben langs gefietst om te puzzelen en te meten, en later om de bestelling op te halen. Die bestond uit een soort plakplaatje dat werkt als een vergrootglas, in twee helften geknipt, en op precies de goede plek op het vizier geplakt. En betaalbaar: € 75, veel minder dan voor een bril.

Als je in het vizier kijkt, zie je ze zitten:

Vizier met leesdeelMaar van voren of op de fiets zie je er niets van:

Het doet zijn werk prima: als ik fiets, kijk ik eroverheen en merk ik er niks van. Als ik mijn horloge wil aflezen, dan kijk ik naar beneden en zie ik ook dat scherp.

Enige wat even raar was, was dat het dus nogal vergroot, waardoor mijn armen ook heel groot lijken en mijn aerostuur dichtbij. Maar dat wende heel gauw. Ook als ik de helm opheb terwijl ik ermee rondloop is het gek, maar dat hoeft natuurlijk bijna nooit.

 Afgelopen week heb ik ook nog ondervonden dat het zelfs goed gaat als ik in plaats van mijn lenzen mijn gewone bril eronder draag, die varifocus dus. Dan is het door die leesdelen nóg groter en iets minder scherp, maar nog steeds prima leesbaar en ook geen hinder bij het fietsen zelf. 

Dus, blij mee, met Maartens oplossing: zo heb je dus een helm met vizier voor 45+-oogjes! 

(En oja, ik show hierboven ook even het gloednieuwe Sportkunstenaar-fietsshirt. Mooi hè?)

Sportkunstenaar op het Goed Bezig Festival

Op het Goed Bezig Festival op 22 juni in Overschie ga ik namens Sportkunstenaar drie dingen doen:

  • Wandeling begeleiden door de oude dorpskern van Overschie naar het nieuwe eiland dat door de bochtafsnijding is ontstaan, ongeveer 4,5 km..
  • Workshop geven ‘Sporten in de overgang’ – een try-out daarvan, ik ben erg benieuwd naar de reacties
  • Workshop ‘Maak je eigen trainingsschema’ – die is al beproefd, dus die doe ik graag opnieuw, voor hardlopers en fietsers. 

Daarnaast is er nog een boel meer te beleven. Het artikel (Havenloods, 1 mei) en de flyer (klik erop om te vergroten) geven een indruk! 

 

Het seizoen is lekker op dreef!

Afgelopen zaterdag meteen mijn tweede triathlon: de Brouwersdam90, een nieuwe voor mijn collectie afstanden, nummer 12: 1 km zwemmen, 79 fietsen, 10 lopen – al kwam ik in totaal uit op meer dan 92 kilometer.

Dit was een ‘serieuzere’ wedstrijd dan vorige week in voorbereiding op de belangrijkere doelen van dit seizoen. Althans, dat had ik van tevoren bedacht, dichterbij heb ik zelfs nog getwijfeld of ik wel zou starten, vanwege de watertemperatuur. Dat kwam net goed, ik heb vorige week twee keer buiten gezwommen, dat viel mee, en de temperatuur in de Grevelingen naderde de cruciale 15 graden. Vooruit dan maar.

Daar kwam nog bij dat ik aan Ter Huh een beetje stijve rug had overgehouden, die niet beter werd van eerst een middag fietsen (was als relaxte herstel- en bijkletstraining met Jo bedoeld, maar daarvoor was eigenlijk het te koud en winderig – wat is er toch met deze mei-maand?) en de dag erna urenlang intensief achter de computer zitten schrijven en later in de week nog wat stress. Wat bewegen, massage en een dagje sauna vrijdag verbeterden het wel weer, maar het was nog niet helemaal over en trok iets naar mijn hamstrings.

De wekker ging zaterdagochtend al om 6 uur en in m’n beweging om ‘m uit te zetten schoot er kramp in m’n ene hamstring – heb ik anders nooit, niet zo’n goed begin van de dag. Toen gingen manlief en ik onderweg en net toen we de dam opreden, ging het regenen en daalde de temperatuur naar dik onder de 10 graden. Ojee – daar had ik de kleren niet voor bij me (ik herhaal: wat is er toch met deze mei-maand?). 

Het is blijven regenen totdat we het water in gingen, dus dat was voorbereiding in een koud, nat en naargeestig parc fermé. Ze voorspelden ook nog meer regen, dus ik zag de bui (letterlijk en figuurlijk) al hangen: dat ging me veel te koud worden. Ik kon gelukkig nog mouwstukken lenen (bedankt, startnummer 827!), maar ben van de narigheid een paar dingetjes vergeten, waarvan één belangrijk: mijn sokken klaarleggen. Ik ben nog aan het wennen aan de nieuwe inlegzolen, gaat prima en bevalt goed, maar het is wat blaargevoelig bij hardlopen, en ik kan dat dus nog niet zonder sokken.

Ik moest ook heel veel moed verzamelen om al koud en nat ook nog water van 14,7 graad in te stappen, maar dat ging uiteindelijk wel, viel mee, nouja, alleen een beetje koude handen.

En… kwallen – oeps! ik heb best een kwallenfobie overgehouden aan wat nare ervaringen in mijn jeugd aan de Westerschelde, dus toen ik ze in beeld kreeg moest ik wel even op mezelf inpraten! Gelukkig zaten ze vrij diep en waren het kleine, witte, die zijn niet zo erg. Maar toch.

Het zwemmen leek lang te duren, maar uiteindelijk was het toch best goed gegaan, bleek uit mijn tijd: dik 22 minuten is sowiewso okee onder die omstandigheden, en misschien zelfs snel als ik echt de 1100 meter heb gezwommen die m’n horloge aangaf – dan ben ik iets omgezwommen, wat zou kunnen. Ik hield er opluchting dat het erop zat aan over, en een superstoer gevoel: kwallenangst overwonnen en m’n koudst-water-triathlon ooit! 

Dizzy uit het water (de kou), flink eind lopen en meteen maar door de zure appel heen gebeten en m’n tas in gedoken op zoek naar mijn sokken, onderin in een hoekje van mijn tas natuurlijk, onder alle natte zooi. Shirt aan, mouwstukken aan – de traagste wissel ooit. Nouja, niks aan te doen. Het heeft me mogelijk twee plekken in de klassering gekost, maarja.

Op de fiets duurde het ook even voordat ik lekker reed, maar daarna ging het ook wel goed. Ik wilde mijn hartslag begrenzen bij 145 en rond de 140 rijden, dat lukte niet helemaal, hij lag nog iets lager. Experiment was hoe hard ik daarbij kon rijden en welk vermogen. Ik hoopte op 30 gemiddeld, dat zou veel bevestiging geven voor de grotere doelen. Vermogen kon ik zien en dat zag er goed uit. Snelheid, geen idee, daar kijk ik onderweg niet naar, maar het voelde wel okee. 

Heel makkelijk fietsen was het niet. Eten en drinken kosten me veel aandacht omdat het lang geleden was dat ik zo’n lange afstand deed, en ook wel omdat er geen verzorging was tijdens het fietsen (en daarbuiten ook minimaal – wat mij betreft het belangrijkste verbeterpunt voor de organisatie). Het parcours was hier en daar technisch, het was druk, er stonden er veel met pech langs de kant en er waren ook nare valpartijen, en er werd veel gestayerd: ik heb hele pelotons en kop-over-kop-duo’s voorbij zien trekken. Ik was behoorlijk aan het stuivertje wisselen met een paar anderen, en het niet-stayeren heeft me ook best veel aandacht gekost.

Werd ik in m’n 3e rondje nogalliefst  ‘teruggefloten’ door de jury toen ik aan het inhalen was – moest ik m’n benen stilhouden en gingen ze me uitleggen dat ik afstand moest houden – ja, dahag! Nouja, ik heb het braaf gedaan, geen zin in straf, maar wel bijna met opgestoken middelvinger. De willekeur van de jurering… ik vind dat een van de lastige dingen van triathlon, moet ik zeggen. 

Met fietsshirt en geleende mouwstukken voldoet m’n outfit niet geheel aan de normen van de stijlpolitie, en de nieuwe helm past ook nog niet in mijn zelfbeeld, maar hij is wel heel lekker.

Wel vond ik het leuk. De zee zien, de weidsheid van de eilanden, altijd fijn. Het stuk buitenlangs de dijk voelde voor mij als een soort thuiswedstrijd, dat kan ik dromen omdat ik regelmatig van Vlissingen naar huis fiets daarover. Sowieso grappig om op één dag zes keer in Zeeland te komen (vier fiets- en twee looprondes), hahaha – ik ben twaalf keer de provinciegrens overgestoken!

Het bleef droog en werd zelfs steeds warmer en zonniger, hoera! Wel ook steeds iets meer wind, maar nog steeds wel heel weinig wind voor op die plek. Bij de doorkomsten ter hoogte van start en finish stond veel publiek, dat was wel leuk ook.

Tweede wissel traag door wc-bezoek, ik kon met de eindtijd niet meer zo zitten dus dan maar even netjes. Wel had ik snel gezien dat ik zo’n drie uur bezig was in totaal en een snelle rekensom was dat ik mijn gehoopte fietstijd vér had overtroffen. Ik heb 31,8 gemiddeld gereden. Weer zo’n huh – waar haal ik dit ineens vandaan? Veruit mijn snelste fietstijd ooit op een afstand langer dan de kwart. Wauw! 

Vervolgens sloeg bij het lopen toch de rug- en hamstringstijfheid toe, dus dat ging gewoon belabberd. Nouja, dat beschouw ik maar als gevalletje pech. Ik had erna flinke spierpijn in mijn hamstrings, dus dat had duidelijk echt niet veel sneller gekund. De ondergrond was ook nog eens flink bonkerig én er zat een steentje in m’n schoen, dat heeft ook nog even tijd gekost. 

Loop-actiefoto

Bij het keerpunt werd ik wel aangemoedigd door coachee Mirjam, die net haar eerste 1/8e triathlon had volbracht, dat vond ik erg leuk. Manlief kwam me in de tweede ronde voorbij, die was ook wel lekker bezig. Ik zag ook nog een paar andere bekenden (Linda, Olaf, Aart), altijd leuk.

Uiteindelijk finishte ik in 4 uur 10, dik tevreden met die tijd onder die omstandigheden, vooral blij met mijn fietsen en ook trots erop dat ik dat zwemmen had aangedurfd en doorstaan. Ik werd 8e van 15 D50+-vrouwen, en overall ook lang niet laatste – dat is bij zo’n langere afstand met van die fiets-kanonnen altijd maar afwachten, want dat is een relatief hoog niveau. Heel weinig vrouwen op die afstand trouwens, maar zo’n 15 %. 

Medaille

Het seizoen is lekker begonnen zo. Ik ben heel blij met de vorm die er zomaar ineens weer is – ik voel me verder ook al een tijdje gewoon goed, na maanden van gesukkel, erg fijn. Ik weet dat ik niet te hard moet hopen dat het zo blijft, maar een beetje doe ik dat toch heus wel. Nou weer een paar weken lekker trainen. Van plan dat iets bij te sturen: meer aandacht voor lopen, ten koste van fietsen. Dat waag ik er maar op, na dit geslaagde experiment.