Welkom (sticky)

Cartoon van Ironman LouiseOp 28 augustus 2016 volbracht ik, op mijn 50e, de Ironman van Vichy. Als je meteen daarover wilt lezen: hier staat het verhaal van die dag. Ik begon bijna twee jaar ervoor met dit weblog om te vertellen over de weg erheen, die met de nodige ups en downs is verlopen

Sinds mijn Ironman schrijf ik hier verder over mijn eigen belevenissen, vrouwensport en trainingszaken – ik ben inmiddels trainingsbegeleider geworden. En ik triathlon nog steeds!

Wees welkom, neus lekker rond op dit weblog, ik heb geprobeerd het leuk én informatief te maken. Als je wilt reageren, doe dat – vind ik leuk!   

Doorfietsen

ik wil deze winter wat meer trainen op de fiets dan de afgelopen jaren. Al een hele tijd lag de focus in de winter op hardlopen, en als dan tussendoor fietsen ook nog eens uitkwam, was dat mooi meegenomen. Mijn fietsconditie onderhield ik ook wel door de stadsfietsritjes. Dit jaar wil ik er meer werk van maken, maar ik was vergeten hoe moeilijk dat is.

Eén ding is makkelijk: spinning. Daarvoor ga ik wekelijks naar de sportschool en ik train ermee op hoge intensiteit, kracht en techniek. Dat is eigenlijk alles wat er nu nodig is, op rustige duur na: ritjes van twee uur of meer. Dat is toch echt een stuk lastiger, om vier redenen die elkaar versterken:

  • Het weer is slechter. Ik ben best bereid een beetje kou te lijden of regen te weerstaan, maar er zijn grenzen. Het is gelukkig tot nu toe een heel milde herfst.
  • De tijd is veel beperkter, om twee redenen: de dagen zijn korter en ik heb het drukker met werk en andere dingen. Dit probleem versterkt het vorige: als ik maar weinig tijd heb, ‘moet’ het net dan fatsoenlijk weer zijn.
  • Ik kan het niet altijd opbrengen om ook nog ‘voor de lol’ te gaan fietsen. Dat hangt samen met de vorige twee punten: ik fiets voor de drukte al veel op de stadsfiets, soms onder slechte omstandigheden. As ik in een week al een paar keer ben natgeregend of tegen de wind in heb gebeukt, dan heb ik niet meer zo veel zin om in die paar uur net iets acceptabeler weer in het weekend nóg eens op de fiets te stappen. Dat gevoel was ik de afgelopen jaren kwijtgeraakt, deels door het hardlopen, maar deels ook door de corona-beperkingen, waardoor ik veel minder op de stadsfiets reed dan gewoonlijk en dan – gelukkig – nu weer.
  • Ik fiets niet binnen, niet anders dan dat uurtje spinning in de sportschool. Ik gebruik geen Tacx, zit niet op Zwift e.d. Natuurlijk zou dat de problemen van donker en weer ondervangen, maar toch: ik moet er niet aan denken. Ik ga naar buiten of ik ga niet.

Maar tot nu toe lukt het buiten eigenlijk best wel. Wat ik veel doe is het stadsfietsen uitbreiden, met van die ‘randgevallen’ tussen vervoer en trainen in: heen en weer naar werk in Den Haag bijvoorbeeld. Dat is twee uur fietsen op een dag en dat is een mooie rustige duurtraining, alleen zit er een werkdag tussen. Nouja, vooruit dan maar. Vorige week fietste ik zo bijna 5,5 uur bij elkaar, met ook nog bijna een uur kortere stadsfietsritjes erbij. En zag ik bijvoorbeeld dit begin van de dag:

De week ervoor heb ik gemountainbiket, ook een aardige verzoening met de toen winterse omstandigheden:

Kortom: doorfietsen is uitdagend maar tot nu toe gaat het hartstikke goed!

 

 

 

Sportkunstenaar in bedrijf: Asset health management

Ik heb donderdagmiddag als Sportkunstenaar een ‘intermezzo’ verzorgd van een half uur tijdens een afscheidssymposium ter gelegenheid van de pensionering van een bevlogen hardloper. Nouja, niet alleen hardloper en dat is ook niet zijn pensioen: het ging om iemand die zich in zijn werkende leven bezig heeft gehouden met asset management in de infrastructuur: het beheer van buizen, gericht op het verlengen van de levensduur daarvan. De andere praatjes gingen dan ook onder andere daarover.

Het was zijn collega’s opgevallen dat wat zij als asset managers doen eigenlijk best wel lijkt op wat sporters doen, of meer in het algemeen: asset management lijkt op wat je met een lichaam doet om het gezond te houden – fit for purpose. Je wilt dan bijvoorbeeld faalmechanismen opsporen en voorkomen. Dingen die kunnen scheuren of breken bijvoorbeeld, door een plotselinge grotere impact of door herhaalde kleinere. De conditie  wordt door allerlei factoren bepaald, waaronder het materiaal, de omgeving en de bedrijfsvoering. Dat materiaal degradeert, het wordt brosser, en gaat uiteindelijk, na een bepaalde levensduur en afhankelijk van de belasting, onherroepelijk stuk. Die time to failure duurt natuurlijk liefst zo lang mogelijk.

Dit soort ‘haakjes’ tussen asset management en fitheid vormden de aanleiding voor mijn onderdeel, om zo een brug te slaan tussen het werkende leven en de sport van de afscheidnemer. Ik werd er al een tijd geleden voor gevraagd en ik moest even wennen aan het idee, maar ik werd al gauw enthousiast, want inderdaad: het lijkt eigenlijk frappant veel op elkaar. 

Zo is het in beide gevallen moeilijk om er precies achter te komen hoe het er met de fitheid voorstaat: van de asset health index weet je niet alles wat je zou willen weten. Ik heb gister aan het begin van mijn praatje laten zien dat daar geen vastomlijnde definitie van is en dat de criteria ervoor die je wel vindt op internet nogal willekeurig zijn.

Er is bijvoorbeeld een lijst van criteria die zegt dat je als veertiger met gestrekte benen met je handen je tenen moet kunnen aanraken. De willekeur daarvan heeft deze vijftiger gedemonstreerd door haar handen plat op de grond te leggen, zoals op de foto hiernaast.

Ben ik zo fit? Welnee, ik heb de daarvoor benodigde lenigheid van mijn vader geërfd – dat is mijn materiaal. 

Aan je materiaal en je omgeving kun je niet zo veel doen, maar aan je bedrijfsvoering wel. Dat heb ik de ongeveer honderd aanwezigen dus laten nagaan: hoe staat het eigenlijk met jouw bedrijfsvoering, als beïnvloedbaar onderdeel van je asset health management? Ik had daarvoor in overleg met twee asset managers een scoreformulier met vragen bedacht en een oefening. Die deden het hartstikke goed: ik hoorde lekker gedruis – sommige vragen riepen duidelijk veel op, ik zag fraaie uitvoeringen van de oefening én er werd gelachen.

Dat lachen was zeker mijn bedoeling, en daarnaast wilde ik de aanwezigen aanzetten tot nadenken over wat ‘fit’ voor henzelf betekent en in hoeverre ze aan hun eigen norm daarvoor voldoen. Ik heb het zelf met veel plezier gedaan, het was verder ook een interessante en gezellige middag.

Sportkunstenaar in bedrijf, hopelijk wordt dat vervolgd!

 

Looptrainersdag: nuttig en aangenaam

Gister ben ik voor de derde keer naar de looptrainersdag van de Atletiekunie gegaan, dat wordt een goede traditie. Het was weer leuk, sterker nog: het was interessanter dan de vorige editie. Mijn workshops waren leerzamer, althans 2,5 van de 3, en ze werden voorafgegaan door een geweldig plenair verhaal. 

Eerst over dat verhaal. Dat was van Mark Tuitert. Ik kende zijn verhaal op hoofdlijnen, herken de filosofie die hij hanteert, en ik zou jeuk kunnen krijgen omdat het best wel een simplistisch maakbaarheidsverhaal is, zo van: held overwon diverse tegenslagen en eindigde glorieus aan de top (namelijk: met goud in Vancouver). Maar ik hing juist aan zijn lippen, en dat deed de hele zaal. Dat had er alles mee te maken dat hij een geweldige spreker is. Wat vooral opviel, was hoe veel hij van zichzelf blootgaf, bijvoorbeeld over hoe hij de vechtscheiding van zijn ouders ervoer (ik laat het bij een voorbeeld om niet te veel te spoilen). Daar zaten herkenbare dingen bij en ik voelde zowel kippenvel als het prikken van tranen achter mijn ogen. Als een spreker dat voor elkaar krijgt – wauw. Ik heb in lang niet zo ademloos naar iemand geluisterd.

Het enige wat ik heb opgeschreven is ‘verandering is een constante’. Tuitert doelde daarmee op de beste zijn, als topsporter – dat ben je altijd maar tijdelijk. Hij was rond de eeuwwisseling misschien de beste, of op weg dat te worden, maar toen braken eerst Shani Davies en daarna Sven Kramer door, en lagen de kaarten totaal anders geschud. Maar het geldt op andere vlakken net zo zeer. In je leven bijvoorbeeld, met het ouder worden.

Als er uit Tuiterts verhaal nog meer lessen te trekken zijn, volgen die hier later, want ik kocht in de lunchpauze zijn boek en hij signeerde het en ik zal het gaan lezen en er dan hier over schrijven.

Na die opening liep ik onder een heerlijk zonnetje naar de andere kant van het terrein van Papendal voor mijn eerste workshop, over fascia (bindweefsel) van Rita Zwiers. Daar had ik wel eens wat over gehoord, maar ik had geen samenhangend beeld. De gaten in mijn kennis werden opgevuld en we deden nuttige en aangename oefeningen, yoga-achtig:

Ik vond het als trainer nuttige extra kennis, bijvoorbeeld om rekening mee te houden bij blessures. Ik wist bijvoorbeeld niet dat fascia een belangrijke rol spelen in je balans, omdat er receptoren in zitten. Mijn beeld dat rekken op de yoga-manier goed en belangrijk is, zeker voor de lange termijn, is bevestigd. Voor mezelf neem ik me voor meer te gaan doen met verende oefeningen. En ik wil er eigenlijk ook nog wel meer over weten, eens kijken hoe dat kan.

De tweede workshop was buiten, van Andrea Hofsté: powerwalking. Ik was benieuwd in hoeverre dat een alternatief is voor mensen die tijdelijk of helemaal niet meer kunnen hardlopen. Dat is het inderdaad. De eye opener qua techniek voor mij was dat als je bij het wandelen je armen eigenlijk in de hardlooppositie houdt, dus met je ellebogen in een hoek van 90 graden recht naar voor en achter zwaaiend, je beter rechtop loopt en met je armzwaai je pasfrequentie kunt verhogen, zodat je sneller kunt lopen zonder dat je passen groter worden.

Het was lekker om op Papendal te wandelen. Bij powerwalking doe je ook krachtoefeningen, aangepast aan de natuurlijke omgeving – en daarvan had ik gister spierpijn!

Bij mijn keuze voor workshop 2 en 3 speelde in mijn achterhoofd dat ik me via mijn aanstaande boek specialiseer in coaching en training van ouderen, vandaar dat ik na de lunch een workshop deed over orthopedische hulpmiddelen, door mensen van Livit –  Die workshop was in twee helften:

  • De eerste helft ging over blades en dat is weliswaar ver van mijn bed, maar ik vond het wel heel gaaf om een keer zo’n blade van dichtbij te zien, compleet met illustratie van hoe die aan en uit gaat, want er was een para-atleet bij. Hij kon dus ook vertellen hoe het was om erop te (leren) lopen.
  • De tweede helft van de workshop ging over steunzolen, en daar heb ik eigenlijk niets nieuws gehoord en zeker geen antwoord op de voor mij meest brandende vraag daarover: wanneer is een steunzool de beste oplossing, en wanneer kun je iemand beter doorverwijzen naar, zeg, een fysiotherapeut, sportarts of nog een heel andere deskundige? Bovendien was het aangekondigde onderwerp ‘steunkousen’ kennelijk vervallen – jammer.

Net als vorig jaar vond ik dat na de lunch één workshop wat mager was, de middag ging zo wel heel snel voorbij. De lunch had wat mij betreft korter gekund, en dan had ik graag nog een vierde workshop gedaan. Dat is op zich een goed teken, lijkt me: de dag maakte leergierig.

Heen en weer rijdend met trainer Paul van Rotterdam Atletiek (van de groep van manlief) en tussendoor zo hier en daar wat babbelend met andere trainers (het waren er meer dan 1100 – een record!) was het ook een gezellige dag. Volgend jaar weer!

 

Vinkjes zetten

Toen ik gister om een uur of 4 onder de douche stond na een korte hardlooptraining, voelde ik ineens enorme opluchting: aaaah, ik hoef straks niks! De voorafgaande vijf weken was het steeds zo gegaan dat ik eerst de ‘moetens’ van m’n agenda en to-do-lijst afwerkte, en als ik dan nog enige puf over had, besteedde die ik aan de extra redactieronde van mijn boek. En anders lag ik voor pampus.

Vandaag realiseerde ik me dat het gek is dat ik dat gevoel van opluchting kreeg na het sporten. Hoezo, sporten ‘moet’ toch niet, in deze overgangsperiode? Mijn ‘vrije tijd’ was toch al vóór het hardlopen begonnen?

Nouja, inderdaad al wel, of althans: ik was vooraf eigenlijk van plan geweest om tussen de middag hardlopend naar het zwembad te gaan. Dat had ik laten schieten uit een vaag gevoel van ‘geen zin’, voortkomend uit net lekker op dreef zijn met werk. Dat was rond drie uur klaar, en toen had ik meer zin. In alleen lopen, zwemmen kan vandaag ook nog en dat komt ook best goed uit. Dus in dat opzicht had ik die dag zeker niet ‘gemoeten’: ik had m’n plannetje laten schieten en naar behoefte het sporten ingevuld.

Aan de andere kant hoort sporten toch wel degelijk bij de af te vinken dingen, in zo’n maand als oktober. In de zin van: best wel hoog op de prioriteitenlijst, hoger zelfs dan met het boek bezig zijn. Omdat ik weet: als ik het niet doe, is dat slecht voor mijn lichaam en geest. Dan  houdt het met het boek ook wel een keer op.

En omdat sporten niet is in te halen – je kan niet de hele week doorschuiven naar één mega-lange sessie op zondag ofzoiets. Nouja, dat kan wel, maar dat is dan toch echt iets wezenlijk anders dan regelmatig korter sporten, qua trainingsprikkel, maar ook op het gebied van luchten en ontspanning tussen het werken door.

Het is een nauwe balans: te veel ‘moeten’ op sportgebied is niet goed, dat is sportverslaving, maar enige discipline en er hoge prioriteit aan geven is juist goed. Ik moest na gister even wat gewetensonderzoek doen, om tot de conclusie te komen dat die balans de afgelopen maand bij mij toch wel klopte. In totaal was het allemaal weliswaar te druk en te veeleisend, maar de rol van sporten daarin was positief: het sporten was fijn en ik ging er flexibel mee om. Nee, ik ben niet sportverslaafd 😉

Het boek is weer naar de uitgever, werk wordt iets overzichtelijker, en zodoende had ik gisteravond inderdaad zomaar tijd over, voor het eerst in vijf weken. Ik wist bijna niet meer wat daarmee te doen. Die weken hebben veel opgeleverd: een beter boek en veel omzet (voordeel van eigen baas zijn: dat je hard werken terugziet op je bankrekening). Maar fijn dat er nu wat meer rust komt.

 

Een bijzondere oktobermaand

Met de triathlon van Hengstdijk vorige maand kwam er een einde aan mijn triathlonseizoen en begon wat in trainingstermen een overgangsperiode genoemd wordt: een tussentijd om goed uit te rusten en weer gretig te worden, voordat de opbouw naar nieuwe doelen begint. Het is een periode om wel te mogen maar niks te moeten. In de zin van: geen schema, binnen m’n grenzen blijven (= niet opbouwen), makkelijk een keertje overslaan als dat beter uitkomt, sporten naar behoefte.

Dat kwam gelegen, want ik wist van tevoren al: ik zou een knetterdrukke werkmaand ingaan. Die werd nog drukker dan verwacht, en ondertussen vraagt ook Henks situatie nog steeds aandacht. Hij heeft ondertussen de tweede staaroperatie gehad dus wordt het met zijn ogen wat overzichtelijker, maar het is nog steeds behelpen voor hem. Voor mij is het wennen aan een nieuwe thuissituatie, die overigens ook zo z’n voordelen heeft: waarschijnlijk gaat zijn lange periode van arbeidsongeschiktheid naadloos over in zijn vervroegde pensionering.

Ik heb dus weinig tijd gehad om te sporten. Een paar keer schoot er wat bij in vanwege drukte of te moe, en dat was eigenlijk wel goed. Sport diende de broodnodige ontspanning. Vooral het wandelen was daar fijn voor.

Zo zakt m’n conditie wel wat in, maar dat is niet erg. Dat is juist de bedoeling: om te kunnen pieken, moeten er ook dalen zijn. Regelmaat houd ik er toch wel in, daarvoor vind ik sporten veel te fijn.

Op het ‘niks moeten’ maakte ik een uitzondering: elke week een keer in het open water zwemmen. Ik weet: als ik dat in oktober niet meteen doorzet, lukt het niet meer. Zo ging het de afgelopen twee jaar, waarin ik vage voornemens om langer door te zwemmen niet concretiseerde. Met de ervaring van de koud-water-workshop erbij is dat concretiseren wel gelukt, althans: tot nu toe, en dat is voor het eerst. Belangrijkste wat ik toen leerde is dat de kunst is om kou te verdragen. Dat klinkt simpel, maar het was toch een eye opener: dat doorzwemmers de kou ook heus voelen, maar zich er niet door laten tegenhouden. Kou voelen is het probleem niet – wat is nou eventjes kou verdragen, niks toch?

Het is nu nog helemaal niet zo koud natuurlijk, het water is zelfs al wekenlang niet eens kouder geworden, maar zo kan ik wennen. Ik heb de afstand iets kunnen uitbouwen zelfs, maar het hoeft niet lang – tien minuten is al genoeg, gister zwom ik het dubbele. Het bevalt uitstekend. Ik ben benieuwd hoe lang ik het ga volhouden. Zo lang mogelijk, in principe, maar ik stop als het me te gek wordt.

Nou was het natuurlijk wel een makkelijke maand voor dat zwemmen, en een heerlijke maand om toch lekker naar buiten te gaan. Het is zorgelijk qua klimaatverandering, zo’n warme oktober, maar ik vind het voor mezelf wel heel lekker. Naast warm en zonnig is het ook prachtig. Ik heb bij wandelen, hardlopen en fietsen volop genoten van het licht, de herfstkleuren….

Zonsopgang op de fiets onderweg naar een opdrachtgever in Leiden (28e). Als je goed kijkt, zie je op het weiland de schapen in mistflarden staan.

…en de vele prachtige paddenstoelen, vooral op de houtstapels in Park Zestienhoven:

Ook dat zwemmen met de herfstzon was gaaf, dat maak ik voor het eerst mee. Deze foto met streep zonlicht maakte manlief gisteren:

Iets minder fraai is dat ik, ondanks relatief weinig sporten, een paar pijntjes heb opgelopen. Dat is niet toevallig natuurlijk – het valt me eigenlijk nog mee hoe goed mijn lijf het heeft gehouden de afgelopen maand. Het meest opvallende van de gebreken is een bult op mijn pols die er mogelijk al langer zit: ganglion, een onschuldige cyste. Hij laat zich moeilijk op de foto zetten, maar dit geeft een indruk (dit is dus m’n linkerpols):

Wat oorzaak en gevolg is, weet ik niet, maar ik heb meer pijntjes in die pols en hand. Ik heb er niet veel last van, moet wel yoga aanpassen want er volop op steunen gaat niet.

Het is me wel duidelijk dat de manier van leven van afgelopen maand niet goed voor me is en dus ook niet lang vol te houden. Dat hoeft ook niet: de drukte wordt minder, en mede vanwege de pijntjes zet ik de overgangsperiode nog even voort; november komt er ook nog bij.

Ik ben wel al in één opzicht naar het volgende seizoen aan het gluren: ik heb spinning weer opgepakt. Dat had ik sinds februari 2020 niet meer gedaan. Ik had er weer zin in en het blijkt ook leuk om weer te doen. Bovendien heb ik snode plannen met het fietsen. Daarover later meer.

 

€ 35

Mijn podiumplek in Hengstdijk had nog een leuk gevolg: afgelopen week kreeg ik € 35 op mijn bankrekening gestort. Prijzengeld – mijn eerste ooit!  Ze hadden het gezegd, maar ik kon het eerst nog amper geloven, vandaar dat ik er in mijn blogpost niks over had gemeld. Het bleek echt waar. En die podiumplek is nog steeds heel relatief. Maar toch erg leuk!

Wat ik zeker níet wil wegrelativeren, en waar ik helemaal superblij mee ben, is die goede vorm van toen. Die is bevestigd: ik heb een paar dagen later een FTP-veldtest gedaan, en kwam uit op een vermogen bij omslagpunt van net boven de 230. Dat is ongeveer* gelijk aan vorig jaar, met minder fietsen. Toen was ik daar zeer mee in mijn nopjes, nu nog meer eigenlijk.

Want de dag erna heb ik ook nog mijn op-een-na-snelste vijf kilometer ooit gelopen. in 25:21. En dat is heel anders dan vorig jaar, want toen had ik bij die FTP-test al weken niet hardgelopen. Ik heb dit jaar bovendien veel gewandeld en met yoga m’n core stability en kracht onderhouden, meer dan vorig jaar in de nazomer. Allround ben ik veel beter in vorm dus.

In september heb ik ook meer gezwommen dan vorig jaar, maar veel was dat niet. Zwemmen heeft deze zomer in het gedrang gezeten. Het is – opnieuw – niet zo goed geworden als voor de eerste lockdown, ondanks een veelbelovende start en veel aandacht voor techniek in het voorseizoen. Het blijft heel moeilijk om de drie sporten tegelijk op hoog niveau te krijgen, dat blijkt wel weer. Ik heb wel veel zwemplezier gehad – uiteindelijk het allerbelangrijkste!

Waar die goede vorm ineens vandaan komt, ik weet het niet. Ik had eerder in de zomer het gevoel: het gaat best lekker, maar net niet helemaal top. Dat leek me een gevolg van enerzijds het gekwakkel met verkoudheid en covid in mei en juni en daarna met ‘inhaalacties’ trainingsachterstanden wegwerken, en anderzijds veel met andere dingen bezig zijn, meer dan in andere zomers. Met een boek dat af moest, om maar wat te noemen. En met een man met staar en een fragiele vader.

De hele zomer had ik wat heimwee naar vorig jaar, toen ik me vanaf augustus een tijdlang supersterk voelde en onder andere een PR op de 5 kilometer liep. Misschien was dat eenmalig, dacht ik, misschien een gekke ‘uitschieter’ van de laatste ups en downs van de overgang. Dat vond ik jammer – het was toen zo fijn.

En ineens was het dit jaar weer net zo fijn. Het was niet eenmalig, het kan nog steeds. Het was waarschijnlijk inderdaad wat vertraagd door het gerommel in mei en juni. Maar ik kan me duidelijk nog steeds helemaal supertop voelen! Dat gevoel, die benen die alles willen, dat is veel mooier dan welk prijzengeld dan ook. 

Maar én die benen én prijzengeld, op een mooie zondag in Hengstdijk, dat is helemaal geweldig natuurlijk!

 

(*De getallen zijn niet 1-op-1 te vergelijken, want ik heb wat zitten rommelen met cranklengte. Mijn FTP was vorig jaar uiteindelijk net iets hoger, maar het was nu hoger dan vóór de echte piektrainingen vorig jaar. Dat echte pieken heb ik nu niet gedaan, dat had mogelijk nog wel een procent of vijf opgeleverd en dan was ik boven de waarden van vorig jaar uitgekomen.)

De fotograaf ❤️

Van mijn triathlons in Bodegraven en Hengstdijk had ik veel meer foto’s dan gebruikelijk,  en dat was in beide gevallen omdat manlief wel meekwam, maar niet meedeed en in plaats daarvan foto’s maakte.

Dat was natuurlijk fijn, voor mij en anderen (hij deelt de foto’s graag) en hij had er zelf zeker ook lol in. Maar het was niet alleen maar leuk: hij heeft best een lastige zomer.

  • Zijn 90-jarige vader leeft al een paar maanden langer dan verwacht, en dat is heel mooi, maar het is ook zeer precair en Henk doet veel voor hem – met liefde overigens.
  • Henk heeft eind augustus zijn eerste staaroperatie gehad, en dat was op zich niet zo ingrijpend, nouja, hij mocht een tijdje een paar dingen niet, waaronder vier weken niet zwemmen en ‘een tijdje liever niet’ hardlopen. Maar pas acht weken na de tweede operatie kan hij een definitieve nieuwe bril aangemeten krijgen. De tijdelijke bril is behelpen en bovendien is nu het verschil tussen zijn ogen zo groot dat hij bijvoorbeeld niet goed op een beeldscherm kan kijken, en dus arbeidsongeschikt is. Wanneer de tweede operatie zal zijn – geen idee. De planner in het ziekenhuis is ziek, zo gaat dat tegenwoordig… Uiteindelijk komt dit helemaal goed en dan ziet Henk beter dan ooit, maar deze tussenfase is echt lastig. Dat heeft ons nogal overvallen, moet ik zeggen (wat me vanuit mijn vak ook interesseert, want daar gaat dus ook in de communicatie en voorlichting wat mis – breek me de bek niet open…).
  • Henk had in de zomer een achillespees- en kuitblessure die een beetje aangesukkeld heeft (niet zo gek, gezien die vorige twee omstandigheden, al is Henk bijna nooit geblesseerd). Het begon waarschijnlijk met overbelasting door de Trail des Fantômes die hij gelopen heeft – vond-ie erg leuk, maar ook bere-zwaar. Het is nu weer in orde, maar hij moet wel weer opbouwen.

Dus het was niet bepaald zijn beste zomer. We zijn allebei blij dat onze vakanties wel door zijn kunnen gaan, ook dat was lang onzeker. Henk heeft het ook gewoon naar zijn zin gehad, ondanks de kippigheid, en ondanks altijd de telefoon paraat voor Pa. Een biertje smaakt nog altijd even lekker:

En het leverde dus wel een boel foto’s op. Dank je wel!

 

Kwart triathlon Hengstdijk 👍

Afgelopen weekend was het slot van zowel mijn triathlonseizoen (begonnen in mei) als mijn vakantie. Die vakantie was op 1 september begonnen en leidde via Bodegraven, de Brabantse Wal en de abdij van Mount Saint Bernard naar… Hengstdijk. Ik heb jaren geleden bedacht dat het me leuk leek om alle Zeeuwse triathlons te doen, en daar, in Zeeuws-Vlaanderen was er zondag een.

Nouja, Zeeuwse triathlon… het is er een die onder Belgische organisatie valt, zo zeer zelfs dat het inschrijven met een Nederlandse licentie met een omweg moest. Ik had er ook alleen maar van gehoord dankzij Lennart73 van het Triathlonforum, in de Nederlandse communicatiekanalen gaat het er niet over. Ik heb het dan ook geheel als Belgische enclave in Nederland ervaren, met als hoogtepunt dat ik bij de doorkomst na mijn eerste loopronde werd omgeroepen als ‘een deelneemster uit Nederland’ 🤣 In de uitslag ligt het er ook dik bovenop:

Maar ik loop op de zaken vooruit. De Kwart triathlon Hengstdijk vindt plaats op een camping, De Vogel. Toen we donderdag op zoek gingen naar accommodatie, bleek daar nog een sta-caravan te huur. Dat was sowieso al leuk, maar we wisten helemaal niet wat we zagen toen we zaterdagmiddag aankwamen: onze caravan stond klem naast de wisselzone! Dichterbij kon niet!

Ze waren het parc fermé nog aan het opbouwen. Aan de andere kant, een meter of tien lopen… de zwemstart!

Voor mij betekende het vooral een superrelaxte aanloop. Ik kon op m’n dooie akkertje m’n voorbereidingen treffen, ondertussen nog de ontknoping van het WK wielrennen kijkend. Wetsuit aantrekken kon vlak van tevoren voor onze eigen deur.

Zo ontspannen waren de uren voor een triathlonstart nooit eerder! Ik had ook nog eens als een blok geslapen, dus ik voelde me kakelvers.

Desalniettemin: ik had geen idee wat ik qua prestatie kon verwachten. Een wandel- en een fietsvakantie zijn niet de beste voorbereiding voor een wedstrijd, ik had me in Engeland okee maar niet altijd super gevoeld en ik had vrijdag nog wat restanten fietsvermoeidheid gemerkt, samen met een stijve rug. Gezwommen heb ik in de vakantieweken weinig, en al heel lang niet in wetsuit en zeker niet in koud water – dat is razendsnel afgekoeld immers, de laatste keer in de Schie kon nog zonder wetsuit. In België is het triathlonniveau hoog, dus ik dacht nog: als ik maar niet laatste word.

Het was inderdaad even schrikken in het koude (en brakke) water van de kreek en wat hannesen met m’n wetsuit uittrekken, maar verder heb ik lekker gezwommen. Ik kon zowaar op mijn techniek letten, dat is zeldzaam tijdens een triathlon!

Ik had ook al meteen in de gaten dat ik me over dat laatste worden geen zorgen hoefde te maken. Vooraan ging het razendsnel, maar ik haalde al heel gauw zwemmers uit de eerste twee starts (twee en vier minuten voor ons gestart) in.

Het waren twee rondjes, inclusief landstart en Australian exit (landgang tussen de rondes):

Ik deed er dik 22 minuten over (ik heb geen Strava-link want mijn GPS heeft het niet goed gedaan).

Okee dan, altijd fijn als het zwemmen erop zit. Want toen kon ik na de wissel… 

lekker gaan fietsen.

Het fietsparcours was drie weken geleden veranderd, en dat vond ik jammer. Het zou namelijk naar het noorden voeren, naar de oever van de Schelde, en dat leek me super. In plaats daarvan werden het vier bochtige rondjes door de polder. Het was inderdaad geen sinecure: bochtig en smal én het was bietencampagne, dus blubber, steentjes en andere zooi op de weg.

Geen makkelijk parcours, wel lieflijk landschap op een prachtige zondagochtend – wat een mazzel met het weer hadden we!

En tot mijn verbazing wilden mijn benen álles wel. Ze hebben zelden zo goed gevoeld in een triathlon. Was ik al heel erg blij  met Bodegraven, dit ging nog veel beter. Nouja, gemiddeld niet harder, daar was het het parcours dus niet naar. Ik heb precies 32 gereden, oftewel 1:24:40 over de 45 kilometer, met een vermogen dat in de buurt komt van de losse tijdrit van vorig jaar. Huh?

Het voelde super. Wat ik nog nooit heb gehad: ik had af en toe het idee dat ik iets concentratie verloor of even iets minder doortrapte, en dan keek ik met de verwachting dat m’n gemiddelde vermogen wel gezakt zou zijn. Maar dat was dan steeds niet zo. Mijn benen leken het wel vanzelf te doen!

Iets minder was dat er een ambulance me voorbij kwam die even verderop stopte. Dat is altijd schrikken. Ik heb alleen vaag een schim in de berm zien zitten, Henk had gehoord dat er iemand onwel was geworden. Ik kwam gelukkig veilig binnen, op weg naar de tweede wissel:

Ik was benieuwd wat er nog in zou zitten voor het lopen en ook dat viel mee.

De vier rondjes hardlopen over de camping voelden goed en ze waren gezellig, met de deelnemers en de toeschouwers, en omdat manlief elk ogenblik opdook met zijn camera in de aanslag. Van hem moet ik dan lachen:

Maar dat lukt niet altijd:

Henk heeft mij een heleboel keren op de foto gezet, en anderen ook: in totaal meer dan 1500 foto’s! Waaronder deze leuke van de drankpost op het loopparcours: 

Ik moest erom lachen dat er bordjes stonden met maximumsnelheid 10, vanwege spelende kinderen.

Waren wij nou die spelende kinderen, uh, volwassenen, of gingen we allemaal te hard?

Ik heb in 55’48 gelopen, wat voor mij een dijk van een tijd is, maar het parcours was wel wat te kort. Gemiddeld heb ik een fractie langzamer gelopen dan bij m’n PR in mei. Met al wekenlang veel minder en rommeliger training. Ook daar ben ik blij mee. Aan het eind had ik nog net wat over om te sprinten:

Ik finishte in 2:50:20. Supertevreden: ik vind dit mijn beste prestatie van het hele seizoen, een van mijn beste ooit. Ik was gister in uitzonderlijk goede doen. Fijn om dat weer te hebben! Bovendien was het een leuke, goed georganiseerde triathlon.

Na de finish kregen we een tegel en foto’s, die ter plekke razendsnel waren afgedrukt, een leuk extraatje.

Ik heb ook nog even staan praten met de man met wie ik op de fiets steeds had stuivertje gewisseld:

Heel kort daarna zat ik op ons balkonnetje nog wat uit te puffen en met m’n Strava in de weer enzo….

… en toen hoorde ik ineens mijn naam omgeroepen – bleek ik nog tweede te zijn geworden bij de D50+ ook! Wat grappig – dit hele seizoen heb ik wedstrijden gedaan waarbij helemaal geen leeftijdscategorieën werden onderscheiden, of alleen 40+. Bij de enige 50+ val ik meteen in de prijzen! Dat is zeer relatief, want (voor zover ik kan zien in de uitslag) waren we maar met z’n drieën en de winnares was zelfs al 60+. Maar toch leuk. Ik ben snel naar het podium gehold en kreeg daar een trofee en een flesje bier:

Nog wat later hebben we even gekeken bij de starts van de middagwedstrijden (divisies) en toen hebben we wel gemaakt dat we wegkwamen, want er stond een speaker naast onze caravan en we raakten de harde, slechte muziek beu. We zijn naar Hulst gereden voor een mooie stadswandeling en daarna hebben we in Vogelwaarde mosselen gegeten. Het was zodoende ook een ontdekkingsreis Zeeuws-Vlaanderen. De dag eindigde met op de bank van ons huisje voetbal kijken. Nacht twee in de caravan ook weer heerlijk geslapen. Vanochtend was het koud in de caravan door het takkeweer – maar toen zat het er ook op.

Seizoen en vakantie zijn zo geëindigd met een klapper. Ik ga nu de overgangsperiode in,  zoals dat heet (moet ik, 3,5 jaar na de menopauze, nog steeds een beetje om grinniken, om dat woord): uitrusten en freewheelen (en ook vrij stevig aan de bak qua werk, de komende weken). Ik ben al bezig met nieuwe plannen, daarover later meer natuurlijk en dan komt ook nog wel een keer een seizoensterugblik. Ik ga in elk geval met een goed gevoel het seizoen uit! 

Onze tiende Trappist

In 2013 fietsten manlief en ik vanuit huis langs alle acht toenmalige Trappistenkloosters met brouwerij: Achel, Rochefort, Orval, Chimay, Mont des Cats, Westvleteren, Westmalle en La Trappe (Koningshoeven). Dat was toen een prachtige fietsvakantie van drie weken, vol met lekker bier en andere belevenissen – hoogtepunt was dat we in Westvleteren een pintje dronken met een broeder.

Sindsdien zijn er kloosters bijgekomen, en zodoende fietsten we in 2014 in een weekend op en neer naar Zundert, voor de Pinkstermis en hun bier. Er bleven toen nog een paar kloosters over, maar die waren allemaal wat lastiger te befietsen. Toch zat een vervolg nog steeds in ons hoofd.

Dit jaar zijn we een beetje beperkt in hoe lang en hoe ver we weg kunnen. We waren al wezen wandelen, en een weekje Engeland, dat kon ook nog net, en daarin was hun Trappist haalbaar, daar hadden we al eens naar gekeken. Dus dat werd ons doel: de Mount Saint Bernard Abbey, nabij Coalville, 25 kilometer ten noordwesten van Leicester.

We zijn vanuit huis vertrokken. Heen met de boot van Europoort naar Hull. In twee lange dagen via Sutton-on-Trent naar Leicester gefietst, daar twee overnachtingen. Op zaterdag eerst de Parkrun gedaan daar, wat een belevenis, zo groot en divers!

Daarna heen en weer naar de – prachtig gelegen – abdij, voor hun Tynt Meadow bier.

Daarna in drie dagen via Stilton en Thurlow naar Harwich, nachtboot naar Hoek van Holland. Op de laatste dag, gister, hebben we nog een ‘gaatje’ dichtgereden van vorig jaar, toen we op ons rondje langs de randjes van Nederland niet van de Maasvlakte konden overvaren. Nu wel. Meer details en foto’s op onze Polarsteps.

Opnieuw was het een geweldige fietsvakantie. Engeland blijft een heerlijk land, ook al hebben ze fietsen nog niet helemaal begrepen. Ik had er meer dan 20 jaar niet gefietst en sindsdien zijn er fietspaden en dergelijke bijgekomen, maar die zijn niet allemaal gelukkig: ze houden ineens op, lopen dan ineens aan de andere kant van de weg verder, soms maar voor 50 meter, ze zijn vergeven van de hekjes (lastig met onze bagage)…

…en als je braaf oversteekt, sta je eindeloos stil, standaard twee keer op een drukke weg: voor beide weghelften. Vooral in de grote, drukke stad (Hull, Leicester) werden we er gek van. We hadden ook nog een keer een rampzalig slecht stuk klem langs de snelweg.

Maar soms ging het ineens wel goed: tussen St. Ives en Cambridge reden we over een superstrak fietspad langs een geleide (‘guided’) busbaan waar Nederland nog wat van kan leren:

We lieten ons leiden door Komoot, en dat ging beter als we ‘m op racefiets instelden, niet op toerfiets. Dat was wel vaker over de weg dan. Gelukkig zijn de automobilisten netjes en geduldig, dat viel echt op.

Niet veranderd waren de steile klimmetjes en dito afdalingen, maar dat is deel van de lol.

Net als heerlijk overnachten in oeroude inns of oubollige B&B’s, pints met slap bier drinken en ontbijten met ei, tomaat en bonen, hier (in The Bell Inn in Stilton) onder andere aangevuld met spinazie en vegetarische worstjes.

We hebben in acht dagen ongeveer 575 kilometer gefietst en die waren best pittig. Ik had na Leicester wat zadelpijn, voor mij ongebruikelijk – ik heb een nieuw zadel op mijn vakantiefiets en dat heeft los gezeten en mogelijk scheef gestaan, misschien was dat het. Even verder mee experimenteren. Maandag had ik het er zwaar mee; verder heb ik wel lekker gefietst.

Die maandag zal me ook wel bijbleven: fietsen door een stil Engeland, terwijl hun koningin begraven wordt. We zagen sowieso veel eerbetonen en alle vlaggen halfstok – we reden door een land in rouw. Dit duo op een brievenbus vond ik superschattig:

We hebben geen spat regen gehad, de wind mee, en zon; hooguit was het soms wat kil. We hebben erg genoten van het landschap en het vele buiten zijn.

We hebben kunnen doen wat we wilden doen. Het is een eind fietsen voor een biertje, maar het was natuurlijk een duidelijk voorbeeld van dat de reis belangrijker was dan het doel.

Ondertussen is ook een plan voor de lange termijn ontstaan. In de abdij hoorden we dat de Amerikaanse trappist ermee gestopt is. Dat betekent dat we fietsend de verzameling compleet kunnen maken. Alleen wordt dat wel een serieuze fietsreis: naar Oostenrijk en Italië (Rome). Het kriebelt…

 

Streekpad Brabantse Wal ✅

Afgelopen week hebben manlief en ik het Streekpad Brabantse Wal gelopen, in vijf dagen (ongeveer zoals in het routeboekje). Hier is de route als Henks GPS-track:

We deden het met de auto en vanuit een standplaats: hotel Old Dutch in Bergen op Zoom. Dat ligt perfect om met de bus naar de start- en eindpunten te reizen. Dat lukte echter maar twee dagen helemaal zoals gepland, want daarna staakten de bussen en moesten we dus  improviseren, en toen alles op zaterdag weer reed, bleken er in het weekend nooit bussen naar Huijbergen te rijden (:shock:), dus dat werd een taxi. Maar het is gelukkig wel allemaal gelukt.

Dat de Brabantse Wal mooi en interessant is, was een ontdekking van vorig jaar; we wilden het gebied wel beter leren kennen. De route maakte de verwachting waar: zeer afwisselend en fraai landschap (heide, bos, diverse soorten polders, akkers, zandplaat, havens, dijken, vergezichten, grenspalen, watertjes en een enkel klimmetje), meestal rustige en fijne paden (alleen dag 2 was veel asfalt), historisch interessant, de twee steden (Bergen op Zoom en Steenbergen) verrassend en tussendoor leuke plekken voor koffie met iets lekkers.

Met het weer hadden we veel geluk. Er is in die dagen een enorme zwik regen gevallen en het is zelfs noodweer geweest, met omgewaaide bomen en afgerukte takken. Maar dat was allemaal ’s nachts. Alleen op de laatste ochtend hebben we een tijdje in de regen gelopen. De eerste dag was het zelfs nog echt warm. Afgerond was het perfect wandelweer.

Door de standplaats-opzet liepen we met alleen een klein rugzakje, maar met 120 kilometer, gemiddeld 24 per dag dus (kleine 5 uur lopen), was het toch best pittig. Ik ging mijn benen elke dag steeds behoorlijk voelen. Als we dan na aankomst even hadden gezeten, was ik zo stijf als een hark. Elke keer herstelde ik vervolgens net genoeg om er de volgende dag weer tegenaan te kunnen. Ik voel nog steeds wat stijfheid aan de voorkant van m’n onderbenen, maar ik heb net ook alweer gefietst en dat ging superlekker.

De routemarkeringen waren niet goed onderhouden en het boekje is tien jaar oud, maar we konden er bijna altijd goed uitkomen. Zo veel is er kennelijk niet veranderd. Frappant: het grootste probleem, de enige keer echt zoeken, zat zaterdag in de allerlaatste kilometer! Daar was gelukkig een aardige meneer die ons het karrenspoor wees. Zoals er eerder al een aardige mevrouw was die ons een lift gaf naar Wouw. Leuke lui, die Brabanders!

Net als eerder in coronatijd bleek een vakantie dichtbij huis super. Ik heb genoten van de route, ik ervoer het wandelen als heerlijk voor mijn hoofd, en met de avonden in het hotel en een lekker hapje eten in de binnenstad van Bergen op Zoom erbij was het voluit vakantie. De opzet van zo’n streekpad wandelen vanuit een centrale plaats vonden we voor herhaling vatbaar.

Voor geïnteresseerden: op onze Polarsteps staan een boel foto’s en een uitgebreider reisverslag.