Welkom (sticky)

Cartoon van Ironman LouiseOp 28 augustus 2016 volbracht ik, op mijn 50e, de Ironman van Vichy. Als je meteen daarover wilt lezen: hier staat het verhaal van die dag. Ik begon bijna twee jaar ervoor met dit weblog om te vertellen over de weg erheen, die met de nodige ups en downs is verlopen

Sinds mijn Ironman blik ik hier nog af en toe terug en ik vul nog wat aan en ik schreef ondertussen ook over het seizoen erna (2017) en sindsdien: ik ben een prachtige reis verder en trainingsbegeleider aan het worden. En ik triathlon nog steeds!

Wees welkom, neus lekker rond op dit weblog, ik heb geprobeerd het leuk én informatief te maken. Als je wilt reageren, doe dat – vind ik leuk!  

Uit de gevangenis: vrouw & fit

Cover boekJaren geleden hoorde ik in de sportschool een vrouw iets zeggen wat diepe indruk op me heeft gemaakt. Het was er één van een groepje vrouwen van ongeveer mijn leeftijd, die na het sporten in de kleedkamer zaten uit te puffen – en te klagen. Ze hadden het over hoe naar het is om altijd maar te moeten diëten en te moeten sporten, om de kilo’s in bedwang te houden. Er viel een stilte, en daarna zei er een: “Ach ja, we hebben levenslang”.

Het was geen grapje, dat kon ik merken aan de reactie van de andere vrouwen. Ik stond aan de grond genageld.

Ik denk dat er heel veel vrouwen zijn die datzelfde levenslang hebben. En wat zou ik graag willen dat die vrouwen uit die gevangenis bevrijd worden. Dat ze zichzelf uit die gevangenis bevrijden. Dat ze de stap kunnen zetten naar vertrouwen op en genieten van wat hun lijf allemaal doet en kan, in plaats van het te veroordelen om hoe het eruit ziet.

Samantha Brennan en Tracy Isaacs hebben die stap gezet, en ze schreven er een boek over: Fit at mid-life. Dat vind ik nog niet zo aansprekende titel, maar de ondertitel wel: a feminist fitness journey. Feminisme en fitheid, ja, sinds die levenslang-opmerking weet ik zeker dat sport een feministisch onderwerp is.

Via-via belandde ik op het weblog dat ten grondslag aan het boek, ‘Fit is a feminist issue‘ (daarin echoot een feministische klassieker), en toen werd ik nog enthousiaster: de schrijfsters namen zich op hun 48e samen voor om op hun 50e de fitste versie van zichzelf te zijn. Zo van: weg met diëten en sporten voor de slanke lijn, het gaat om fitheid.

En om lol, dat ook – jemig, kan dat, schrijven over sport en vrouwen vanuit het perspectief van plezier? Dat is echt zeldzaam!

Oja, en Brennan en Isaacs zijn ook nog eens filosofen en actief op het gebied van vrouwenstudies. Nou…

Met torenhoge verwachtingen ging ik het boek lezen. Het beschaamde die niet, het werd zelfs eigenlijk nog leuker dan ik had verwacht toen bleek dat Isaacs die fitste versie van zichzelf realiseert in de vorm van… triathlon! Ze maakt kennis met die sport bij een vrouwentriathlon en dat evenement betekent veel voor haar: zo kan het dus ook, sporten. Ze volbrengt een jaar later op haar 50e een Olympische afstand.

Een boel herkenning dus, en soms is het ineens ook heel anders, zoals haar worsteling met het fietsen, haar slechtste onderdeel. Brennan en Isaacs zijn Canadezen, ja, dan kan fietsen een exotische bezigheid zijn.

Het boek gaat trouwens niet alleen over triathlon, er komen een boel verschillende sporten aan bod, waaronder ook aikido, cross-fit en yoga.

Ik schrijf niet in mijn boeken, maar anders had ik regelmatig ‘ja!’ in de kantlijn geschreven. Met instemming las ik over allerlei thema’s die mij ook al jaren bezighouden, maar waar het weinig over gaat. Over hoe sport bij vrouwen altijd in verband gebracht wordt met de slanke lijn, calorieën verbranden en het uiterlijk, en niet met presteren of plezier. Over hoe vrouwen leren om door de ogen van een buitenstaander naar hun lichaam te kijken, in plaats van het te ervaren. Over hoe treurig het is dat de relatie van vrouwen met hun lichaam vooral gekenmerkt wordt door schaamte en haat (vanwege gewicht en uiterlijk), en hoe zeer dat hun kracht en plezier ondermijnt. Over dat voldoen aan het schoonheidsideaal niet wil zeggen dat je dan gezond bent (want: vaak te mager en ondervoed). Over hoe beeldvorming van vrouwen in de sport hun kracht subtiel ondermijnt, al is het maar omdat ze er óók altijd goed of schattig uit moeten zien (roze, rokjes, blote buiken). Over hoe moeilijk voor veel vrouwen presteren en competitie is, terwijl daar juist veel kracht en lol uit te halen is – als het niet zozeer gaat om winnen maar om zelf beter worden.

Nouja, en noem maar op.

De hoofdstukken in het boek wisselen af tussen beschouwing en persoonlijk verslag. Zo lezen we dus over hoe het de auteurs vergaat in de twee jaar van hun streven. Dat is niet alleen maar rozegeur en maneschijn – het gaat ook over blessures, verdrietige familieomstandigheden, schipperen met tijd, gezin en werk, en moeilijke keuzes, want je kan niet alles. De meer beschouwende stukken houden het midden tussen een feministisch betoog en praktische adviezen: hoe word je fit? Het is goed leesbaar allemaal.

Twee inzichten vond ik in het bijzonder interessant:

  • De beide vrouwen konden de stap van sporten voor de slanke lijn naar sporten voor fitheid en plezier zetten door te accepteren dat diëten een heilloze weg is (p. 74: ‘The Difficult Truth: Diets Don’t Work’). Ze moesten dus onder ogen zien dat nog een dieet en nog een sport- en eetaanpak waarin vetpercentage centraal staat geen zin had. Het deed mij denken aan de A van ACT: volledige acceptatie dat wat je tot nu toe gedaan hebt, je niet helpt – je levenslang geeft. Eerst is dat heel ongewis, daarna komt er ruimte voor iets anders; dat breekt de gevangenisdeuren open.
  • Het boek gaat in op het verschil tussen compartimentaliseren en integreren. Dat zit hem in de plaats die sport inneemt in je leven: is die apart, of een onderdeel van de dagelijkse gang van zaken? Compartimentalisten gaan met de auto naar de sportschool om daar op een hometrainer te gaan zitten. Sport is voor hen iets met een aparte plek en bijvoorbeeld ook aparte kleren. Integrationisten zeggen niet aan sport te doen, maar ondertussen doen ze alles op de fiets of te voet en zijn ze daardoor zo fit als een hoentje. Moderne maatschappijen maken het integrationisten niet zo makkelijk: bewegen is steeds meer naar de uithoeken van ons leven verdrongen. Maar om voldoende te bewegen, is integreren essentieel. Alleen een uurtje sportschool af en toe, en verder alleen maar zitten, is nog steeds maar heel weinig beweging.

Het boek smaakt naar meer in de zin dat het bij mij vragen oproept waarover ik graag in discussie zou gaan. Ik ga die vragen in het Engels vertalen en dan aan de auteurs toesturen, wie weet wat dat nog oplevert. Dit zijn ze:

  • Moet je niet oppassen dat je vrouwen weer een nieuw ideaalmodel voorspiegelt? Eerst ‘moesten’ ze sporten om slank te blijven, nu ‘moeten’ ze sporten om fit te zijn en te blijven, tot op hoge leeftijd? Weer een nieuwe norm?
    Ik vind fitheid als ideaal weliswaar nastrevenswaardiger dan een op het uiterlijk gericht ideaal: als je fit bent en blijft, kun je langer het leven lijden dat je wilt lijden. Maar ik vind toch ook dat het pure plezier nog onvoldoende aandacht krijgt in het boek. Of je wel fit blijft, is nogal ongewis: ja, sporten maakt fitter, maar je kan nog steeds volgende week omvallen. Er zou wat mij betreft meer nadruk mogen liggen op korte-termijnplezier, zoals bijvoorbeeld hoe lekker je kan denken tijdens het sporten, hoe leuk het is om progressie te boeken, en hoe zeer je wijden aan een trainingsregime je leven structureert.
  • In het verlengde van het vorige punt: legt het boek de lat niet te hoog? Zo zullen veel vrouwen het ervaren. Niet zozeer qua prestatie, die vind ik nogal meevallen – Isaacs is een uur langzamer dan ik op de Olympische afstand. Maar wel qua tijd die ze aan sporten besteden. Beide vrouwen geven overzichten van wat ze doe in een week, zonder uren erbij, wel vaak met twee sportmomenten op een dag. Ik schrik daar niet van, zeker niet omdat ze ‘wandelen met de hond’ en ‘naar het werk fietsen’ ook meetellen, maar voor veel vrouwen ziet dat er ongetwijfeld onrealistisch en onhaalbaar uit. Net zo onrealistisch en onhaalbaar als de platte buik, zal ik maar zeggen. Weer iets om moedeloos van te worden? 
  • Het boek gaat gezien de leeftijd van de auteurs frappant weinig over de overgang. Het gaat er twee keer over: in het kader van gewichtsbeheersing (over dat veel vrouwen in die jaren aankomen), en Isaacs wordt precies voor aanvang van een triathlon ongesteld, nadat ze dat al anderhalf jaar niet meer was geweest (zoiets heb ik vaker gehoord, en ook ik heb de ervaring dat het frappant vaak op onhandige sportmomenten begint). Het gaat niet over de hormonale kermis, toenemende blessuregevoeligheid en last van spieren en gewrichten, slecht slapen, een schommelend prestatieniveau, of over hoe je je er zo beroerd van kan voelen dat je niet meer kunt sporten. Het gaat al helemaal niet over hoe er in sommige overgangskringen wordt gepleit tégen sporten in de overgang (zie hier, maar ook de overgansconsulentes die ik raadpleegde vonden prestatiegericht sporten maar niks). Want, zo gaat de redenering, sporten is stress en als je nou tegen één ding niet kunt in deze levensfase, is het stress, dus: niet sporten. Speelt dat minder in Canada? Slikken ze daar meer hormonen? Is de overgang nog meer taboe?
  • Wat als je sporten nou echt niet leuk vindt? Ik vind dat de auteurs daar te makkelijk overheen stappen. Hun redenatie is: “Écht niet? Heb je echt al van alles geprobeerd?” Volgens hen zit er altijd wel wat tussen wat iemand wél leuk vindt. Dat grondig nagaa is inderdaad een goede eerste stap, want te veel vrouwen denken bij sporten alleen aan de sportschool en misschien nog aan hardlopen, maar er is veel meer.
    Maar toch… ik geloof dat bewegen een diep ingebakken behoefte is van elk menselijk lichaam. Maar ik denk ook dat die behoefte bij sommige vrouwen zo ver weggestopt is dat die onbereikbaar geworden is, onder andere door die zelf- en lichaamshaat en te veel alleen maar ‘moeten’ sporten. Of misschien door andere trauma’s – zoals ik aan gym op school heb overgehouden dat ik nooit meer zal volleyballen en ik ook iemand ken die heel veel beweegt maar afhaakt zodra er iets gemeten word (tijd of afstand). Voor haar en voor mij zijn er nog genoeg alternatieven, maar het kan verder zijn gegaan en dan blijft er op een gegeven ogenblik niks meer over wat leuk is. Nouja, niet zomaar – het zou therapie vergen om oud zeer op te ruimen en daaronder de beweeg-lol weer terug te vinden.

Nou, een heel verhaal – dit boek is zo veel aandacht beslist waard! Het heeft mij scherper gemaakt: ik las het al even geleden en het is me sindsdien al een paar keer opgevallen hoe de omroeper bij een loop of triathlon anders praat over vrouwen dan over mannen. Een hardloopster werd door eentje een ‘charmante verschijning’ genoemd. Dat zijn dus die ondermijnende dingen, hè: je mag wel lopen, als vrouw, als je maar een charmante verschijning blijft. Mannen hoeven dat niet. Die mogen gewoon presteren. Fit is definitely een feminist issue.

 

Nieuw speeltje: vermogensmeter

Ik heb vanmiddag voor het eerst gefietst met een vermogensmeter! Ik heb ‘m gister gekocht, ik wilde dat al een hele tijd, maar het is een fikse uitgave en ik had die eerst uitgesteld tot na onze reis van afgelopen winter – die betekende immers vier maanden niets verdienen en wel veel uitgeven. De kosten waren meegevallen, maar toen kwam er nog het akkefietje bij de van de total-loss-fiets, en het vervangen daarvan had prioriteit. Maar de zaken liepen de afgelopen maanden zo goed dat ik twee weken terug dacht: vooruit, ik doe het!

Dus ben ik gister naar TriPro gegaan, heb daar een Powertap PS1 S vermogensmeter gekocht (enkelzijdig – het linkerpedaal meet en vermenigvuldigt dat met twee), in een aardige aanbieding. Vanmiddag heb ik ‘m geïnstalleerd; je moet goed kijken om te zien dat het geen gewoon pedaal is:

Er horen ook nieuwe plaatjes bij, en daarvoor was ik helemaal naar Hilversum (nouja, ik was al in Amsterdam hoor), want die moesten op de goede plek terechtkomen, inclusief het ene wigje dat mijn scheve knie in het gareel houdt, ooit geadviseerd door Jeroen van TriRun en een succes (het groene dingetje):

Vanmiddag heb ik alles probleemloos geïnstalleerd: de nieuwe pedalen gemonteerd en de vermogensmeter gekoppeld aan m’n Suunto. Het was wel even een kippenvelmomentje toen die ineens pwr en w aangaf – dat blijkt-ie ook zomaar te kunnen:

Horloge met 'pwr' in beeldDaar staan nog streepjes, maar toen ik ging fietsen, jawel hoor, getallen! Verrassend: hogere dan ik verwacht had op basis van mijn maximaaltesten. En nu kijken hoe die zich gaan ontwikkelen. 

Het nut van een vermogensmeter is dat je op de fiets zo precies kunt zien wat je ‘output’ is. Ik trainde altijd op ‘input’: hartslag. Die met nogal wat vertraging registreert (als je op enig moment maximaal gas geeft, bereikt je hartslag pas na verloop van tijd het bijbehorende maximum) en afhankelijk is van allerlei interne en externe variabelen, zoals vermoeidheid en kou. Op vermogen kun je preciezer trainen, en op een andere manier (uitleg) – die overigens niet zaligmakend is, want het zijn ook getalletjes waar je je te zeer op kunt blindstaren, maar dat terzijde. 

Ik train al sinds 2001 gericht voor het fietsen, en in het begin waren er nog helemaal geen vermogensmeters. Ik heb me altijd kunnen redden zonder en vond het dus ook eerst niet zo nodig ervoor zo diep in de buidel te tasten. Maar gezien mijn activiteiten als trainingsbegeleider vond ik vorig jaar al dat ik de theoretische kennis die ik heb over trainen op vermogen moest combineren met eigen ervaringen ermee. Dat is nog steeds een belangrijke reden om het nu toch te willen.

Daar is bijgekomen dat ik dit voorjaar een mislukte maximaaltest heb gedaan, waaruit ik alleen maar kon concluderen dat ik net die dag m’n dag niet had – zo’n verder onverklaarbare -10%-dag waarvan ik de overgangshormonen al een paar jaar de schuld geef. Ik realiseerde me daardoor dat ik beter zelf de vinger aan de pols wil kunnen houden van mijn progressie (of het ontbreken daarvan). Dat kan nauwelijks zonder vermogensmeter. Snelheid is immers bij fietsen te afhankelijk van externe factoren als wind, wegdek, kleding e.d. Door testjes te rijden en daarvan een vergelijking te maken van hartslag met geleverd vermogen kan ik nu zelf kijken hoe het daarmee gaat – progressie wil zeggen dat je bij dezelfde hartslag een hoger vermogen kan trappen, of hetzelfde vermogen bij een lagere hartslag. 

Er kwamen nog twee andere dingen bij:

  • Ik moest sowieso nieuwe pedalen. Ik reed nog op stokoude klassieke Look-pedalen. Die zijn al jaren uit de handel, dus voor mijn triathlonfiets heb ik al een beroep moeten doen op de tweedehands markt. Maar nu kan ik ook de schoenplaatjes niet meer vinden, en mijn laatste paar was behoorlijk afgetrapt. De vermogensmeterplaatjes zijn compatibel met Look Keo, en dus heb ik daar ook een paar van gekocht voor op de racefiets. Nu heb ik dus twee paar nutteloze oude pedalen, links de ‘originele’ uit 2002 – en nieuwe:
  • Ik ben net begonnen met een wat andere trainingsaanpak. De afgelopen jaren trainde ik voor het fietsen maar twee keer per week, gepolariseerd: één lange, rustige duurtraining en één keer spinning, op hartslag, met als doel een paar keer boven mijn omslagpunt komen. Ik ben spinning echter een beetje zat, zeker het binnen fietsen in deze goddelijke zomer, dus ik wil buiten en gerichter intensief trainen. Dat moet ik nog een beetje leren: ik krijg mijn hartslag nog niet hoog genoeg. Dit seizoen is daar echter een prima leerschoolperiode voor, en een vermogensmeter kan me helpen, vooral ook gezien die af en toe nogal wisselende vorm. 
    Dit seizoen is sowieso wat experimenteel. Mijn triathlonambities worden beperkt doordat ik het lopen rustig aan het opbouwen ben (gaat prima), en reiken niet verder dan straks in september nog twee keer een kwart. Ik heb nu acht qua triathlon wedstrijdloze weken waarin ik veel tijd heb om te trainen (werk is zomer-rustig), en dat maakt experimenteren mogelijk. Ik heb een ambitieus trainingsplan geschreven waar het zwemmen nog ingevuld gaat worden – dinsdag heb ik daarvoor afgesproken met Roy van Zwemanalyse. Met een schuin oog kijk ik namelijk alweer naar volgend seizoen – dan wil ik één of twee halve doen. Deze zomer gebruik ik om te onderzoeken hoe ik dat het beste aan kan pakken: hetzelfde als de vorige keer of kan het beter? 

Voor nu is het ook gewoon leuk om te zien wat de wattages doen, naar boven en beneden, in mee- en tegenwind, als ik schakel, enzovoort. Wanneer mag ik er weer mee spelen?

 

IJzer anders

Ik heb nog wat moeite het in mijn zelfbeeld in te passen, maarre… sinds vandaag slik ik op doktersrecept ijzer bij:

Verpakking ijzersupplementHoe zit dat? Ik heb altijd een prima Hb gehad, ondanks dat ik al heel lang drie dingen combineerde die niet direct heel gunstig zijn voor je ijzerhuishouding:

  • Ik eet vegetarisch – mijn voeding is prima trouwens, nouja, er kunnen altijd wat puntjes op de i, maar ik eet royaal van de plantaardige leveranciers van ijzer, zoals groene bladgroentes, noten, peulvruchten en volkoren granen.
  • Ik ben bloeddonor. Daardoor weet ik ook dat mijn Hb eigenlijk altijd prima is. Voordat ik zo veel duursport ging doen, was het zelfs opvallend hoog, begreep ik. 
  • Ik ben duursporter – wat precies de oorzaak ervan is dat duursporters een lager Hb hebben dan anderen, schijnt nog niet helemaal duidelijk te zijn, maar het is wel zo, en vooral veel vrouwelijke duursporters hebben daarom problemen met het op niveau houden van hun ijzer. 

De laatste jaren is daar nog bij gekomen dat ik eerst, toen de hormonale veranderingen begonnen, een paar jaar heel heftig ongesteld ben geweest. Fysiek had ik er geen last van, onhandig was het wel. Het is nu alweer een tijdje gelukkig wat minder heftig, maar sinds november was de duur van m’n langste cyclus precies 4 weken, en meestal was het korter: 3 weken, één keer zelfs maar 2. Ook niet heel veel last van, maar onhandig is het wel weer, en ik vind het zo langzamerhand wel eens welletjes geweest – ik ben al boven de gemiddelde menopauze-leeftijd, maar het einde is nog niet in zicht.

Dus de afgelopen jaren was ik eerst heel heftig ongesteld, en sinds de herfst vooral heel vaak. En daardoor wordt het toch wat penibeler met dat ijzer. Vorig jaar had ik dat al even gemerkt, toen zat er een keer maar een paar dagen tussen twee menstruaties en toen had ik korte tijd wat symptomen van bloedarmoede – wat leidde tot m’n DNF bij de triathlon in Krimpen toen.

Zulke symptomen heb ik nu niet, ik voel me prima, maar ik heb ook sinds vorig voorjaar af en toe iets anders geks: hartkloppingen. Daarvoor ging ik nu eens naar de dokter.

Ik had vorig jaar natuurlijk gegoogled en begrepen dat hartkloppingen vaker voorkomen in de overgang en dat het niks ernstigs is als je je er verder niet slecht (benauwd, pijn) bij voelt. Ook niet als het tijdens het sporten gebeurt – ik heb een enkele keer zo’n kloppinkje kunnen betrappen met m’n hartslagmeter, zoals hier tijdens een spinningles (die andere twee piekjes gaan tot net boven  m’n omslagpunt – 167 is op zich geen extreem hoge hartslag, maar voor mij dus wel):

UitschieterIk maakte me er dus niet zo’n zorgen over, maar ik heb ondertussen wel twee keer gehad dat mijn hartslag urenlang onregelmatig was, en daarbij voelde ik me wel moe en futloos. De eerste keer was eind januari in Nieuw-Zeeland, en toen ik het een paar weken terug weer een keer had, ben ik toch maar eens naar de dokter gegaan. 

Die vond het ook niet heel alarmerend, en ik heb afgesproken dat ik me meld voor een hartfilmpje als het nog een keer zo aanhoudt (en ik de praktijk of iets vergelijkbaars kan bereiken). Plus bloedonderzoek, en daar kwam ook niets alarmerends uit, maar wel bleek mijn ijzer aan de lage kant: 

  • Hb is met 7,3 aan de lage kant van normaal (minimum is 7,2) en voor mij is dat zelfs toch wel abnormaal laag: gewoon is voor mij boven de 8. Dat kan misschien de hartkloppingen verklaren – maar misschien ook niet. 
  • De indicatoren voor de ijzervoorraad in mijn lichaam zijn wel echt te laag. Ferritine is bijvoorbeeld 8, waar die minstens 13 moet zijn. Ik heb de voorraden kennelijk de afgelopen jaren geplunderd. Vandaar dat ijzer bijslikken wel verstandig is, kijken hoe het zich daarmee ontwikkelt.

Verder is er geen reden tot nader onderzoek – een vriendin van ons had vorig jaar ook een laag Hb en buikpijn en dat werd op haar dieet en de overgang geschoven, maar die bleek wel degelijk darmkanker te hebben (het gaat naar omstandigheden goed met haar nu). Dus ik heb de dokter nadrukkelijk gevraagd of mijn waarden aanleiding zijn voor darmonderzoek, maar hij vond van niet: Hb is niet extreem laag, mijn andere bloedwaarden zijn goed, en vegetariër + bloeddoner + duursporter + die menstruaties lijken afdoende verklaring voor wat er aan de hand is. Wel na een paar maanden checken.

Het is eigenlijk zelfs meer een mirakel dat ik nooit eerder ijzerproblemen heb gehad. Om mij heen wemelt het van de vrouwen met structureel problemen met hun Hb, en ik was juist altijd probleemloos bloeddonor zelfs. Vandaar ook dat ijzer bijslikken niet helemaal in mijn zelfbeeld past. Maar vooruit dan maar.

Ten opzichte van het volbrengen van een Ironman is het ijzer anders, zal ik maar zeggen.  

Mijn collectie afstanden uitgebreid tot 11

Vanochtend heb ik bij de Vrouwentriathlon de 1/16e aan mijn collectie verschillende triathlon-afstanden toegevoegd. Die bestaat nu uit 11 stuks:

Mede op basis van deze collectie heb ik voor volgend jaar inmiddels een echte halve als één van mijn doelen, mogelijk de nieuwe Ironman 70.3 in Noord-Holland en/of de – ook nieuwe – halve op de Brouwersdam. In Stein is nog een 1-60-10, dat is misschien ook wel eens leuk en dat zou afstand nummer 12 zijn in mijn verzameling. 

De 1/16e vanochtend ging trouwens erg goed. De Vrouwentriathlon blijft een geweldig evenement, en voor het eerst dit jaar was ik helemaal op dreef met een hartslag op de fiets ver boven mijn omslagpunt en eindelijk echt tempo in mijn lopen. Het water was alleen wel wat frisjes: 18 graden, zonder wetsuit, want dat kost te veel tijd om uit te trekken – ik ben toch al zo’n slome wisselaar, dat blijkt wel uit de resultaten. Nu ik op minimalistische hardloopschoentjes loop (ik ben daar inmiddels succesvol op overgestapt en het bevat tot nu toe prima, al blijft het experimenteel), is mijn tweede wissel er niet op vooruit gegaan, want ik sta daar behoorlijk mee te pielen, compleet met schoenlepel. Dat heb ik er overigens tot nu toe nog graag voor over, maar ik ga wel kijken of het beter kan.

Nou goed, ik had mezelf wel afgehard in zwemmen onder frisse omstandigheden, en eenmaal op gang ging het ook wel. Het ziet er sloom uit in de resultaten, maar ik heb zelf  350 meter geklokt en de mat lag een stuk op het land.

Over de resultaten: ik werd 10e overall (van 60), 2e bij de D40+ (van 32, er was geen aparte D50+-ranking) en ik had ook de 2e fietstijd overall. Ik ‘scoor’ lekker dit seizoen, manlief en ik hadden ons in Herkingen zelfs allebei geplaatst voor het EK voor ‘age groupers’, hahaha! Niet dat we dat gaan doen, maar het is wel grappig natuurlijk – en ik blijf zeggen: heel relatief.

Vooralsnog ben ik vooral blij dat ik m’n slome vakantiefietsbenen heb weten om te turnen in snelle fietsbenen, en dat drie maanden na van nul af aan terug gaan opbouwen met lopen daar ook weer muziek in zit! 

Zoek de verschillen

Een dikke maand geleden postte ik hier over mijn rouw om mijn vakantiefiets. Vandaag deed ik een soort oefening ‘zoek de verschillen’: de fiets is bij Snel omgebouwd naar een nieuw frame, met een combi van oude en nieuwe onderdelen. Ik herkende hem meteen als mijn fiets:

Oude-nieuwe fietsHet frame is anders van kleur en ietsje anders van vorm, een aantal onderdelen is vervangen wat gewoon onderhoud is (ketting en cassette bijvoorbeeld) of waarvoor ombouwen onmogelijk was (geen onderdelen  meer voor leverbaar bijvoorbeeld – die zijn dertien jaar oud) en twee dingen zijn structurele verbeteringen: de standaard zit verder naar achter en de cranks zijn korter. Die laatste aanpassing is hetzelfde als wat ik met mijn triathlon- en racefiets heb gedaan, ter blessurepreventie. 

Hij rijdt ook ongeveer even lekker, al ging het vandaag nog maar om kleine stukjes en moet het zadel nog wat hoger. een dezer dagen een grondiger proef op de som. Ik ben in elk geval bij dat ik hier weer mee vooruit kan!

Ik  weet alleen niet precies hoe ik ‘m moet noemen. Het is niet echt een nieuwe fiets, maar het is ook de oude niet meer. Mijn oude-nieuwe fiets?  

 

 

Verslag 1e workshop Trainen voor een Fietsvakantie

Afgelopen vrijdagavond heb ik bij Bike4Travel een workshop ‘trainen voor een fietsvakantie’ gegeven. Als het aan mij ligt, kan ik daarbij zeggen ‘de eerste’, want ik vond het voor herhaling vatbaar. Sowieso ben ik op 29 juni alweer daar bezig, maar dan met een presentatie over fietsen in Nieuw-Zeeland (wees welkom)!  

Vrijdag was er een gemêleerd gezelschap van elf deelnemers. Ik heb hen een soort intake afgenomen door middel van een schriftelijke vragenlijst. Daarna ben ik vrij uitgebreid ingegaan op mijn uitgangspunten – waar hebben we het eigenlijk over als we het hebben  over trainen, over ‘goed’ zijn, zo ‘goed’ mogelijk zelfs, wat is een ‘basisconditie’ eigenlijk? Ik heb daarvoor het volgende plaatje gebruikt, met een ‘tentje’ op een stabiele ondergrond als metafoor voor je conditie:

conditie-tentjeDaarna heb ik verteld hoe je dat tentje opbouwt, en hoe je dan in je trainen eventueel het midden eruit kan halen (gepolariseerd trainen). Met veel nadruk op het belang van rustige duur, herstel, vinger aan de pols houden of het wel leuk blijft, speelsheid en flexibiliteit – dat goed trainen geen in beton gegoten ‘rocket science’ is, en sowieso heel individueel.

En vragen, opmerkingen en discussie tussendoor. Het was een levendige avond! Dus ik vond het leuk, en de deelnemers volgens mij ook. Het was een aardige inspanning, want in de ruimte boven de winkel bij Bike4Travel was het warm, en de airco maakte te veel herrie, dus ik kreeg het snikheet (kop als een boei). Maar dat had ik er graag voor over! 

Ik ben ook nog samen met de deelnemers op een groepsfoto gegaan, maar die foto bewaar ik voor mijn website als trainingsbegeleider. Het gaan lanceren daarvan ‘hangt’ ondertussen op de vormgeving: ik ben nog niet tevreden over het ontworpen beeld. Ik popel van ongeduld, maar wil het wel goed doen, dus het gaat nog even duren.  

 

PR en winst – met relativering

Gister bij Triathlon010 een mooi resultaat behaald: een PR op de sprint (750 meter zwemmen, 20 kilometer fietsen, nouja, het was 21, 5 kilometer lopen), 1u30’11, en ik was de snelste in de D50+-categorie. In de uitslagen per categorie zie je dat niet, want daar staat iedereen van 40+ op één hoop. Wel leuk om daarin de 2e fietstijd te hebben (10e eindtijd). In de overall uitslagen onderscheiden ze wel 50+, en daarvan ben ik de eerste vrouw. 

Het is wel op twee manieren relatief:

  • Ik kan nog een stuk beter, want het is nog steeds geen scherpe tijd ten opzichte van mijn PR op de 1/8e. Vooral mijn lopen is nog totaal niet op dreef. Het viel eigenlijk zelfs tegen ten opzichte van vorige week, misschien had ik iets te veel gegeven op de fiets. Zwemmen voelde ook wat zwaar, al had ik wel ruimte. Fietsen ging goed, al kan dat ook nog net wat sneller, want in de derde ronde van vier vielen m’n slokken sportdrank niet helemaal lekker, toen moest er even wat gas af. Wisselen kan vast ook nog wel sneller, maar daar ben ik nooit zo mee bezig. De grote mogelijke winst zit hem in het lopen, maarja, dat doe ik pas weer 2,5 maand en ik ben blij dat ik zonder problemen 5 kilometer kan lopen.
  • Het is sowieso een gemoedelijke breedte-triathlon (erg leuk altijd!), D50+ is geen heel competitieve categorie (er zijn niet zo heel veel oude vrouwen die dit doen), en die werd dan ook nog eens ‘afgeroomd’ doordat er in dat weekend ook twee NK’s waren en later op de dag nog een kwart. Veel sterkere atleten startten dus elders. 

Desalniettemin: erg leuk! Ik hoorde dat ik tot dan toe de snelste D50+ was toen ik finishte, in de tweede van vijf startseries. Ik was benieuwd, en ik ben dus de snelste gebleven!

 

Foto’s TriathlonGO

Bij de Triathlon in Herkingen zijn zaterdag twee bijzondere foto’s gemaakt. De eerste is een zeldzame: manlief en ik tegelijk in actie:

Hij was 5 minuten na mij gestart en haalde mij, zoals verwacht, aan het eind van het lopen in. We zijn uiteindelijk zelfs samen gefinisht. 

De tweede is de eerste foto in m’n nieuwe wetsuit, net uit het water en onder de douche doorlopend om het zout van de Grevelingen af te spoelen:

(Ik ben bijna geneigd om m’n hoofd van die foto af te knippen – oef! Maar ik voelde me toen best prima, hoor!)

Met dank aan de twee fotografen, hun sites vind je door op de foto te klikken.

Snelkookpan

De huidige periode doet me denken aan de periode na de Ironman, met z’n turbulentie waar ik in een terugblik over schreef. Kennelijk gaat dat zo, bij mij: ook nu zat er iets groots op (de Down-Underreis) en spettert en knalt er van alles uit. De afgelopen weken heb ik bijvoorbeeld ervaren als leer-snelkookpan. De volgende ingrediënten zijn die pan in gegaan:

  • Het meest ‘formele’ leren was de cursus Trainingsleer voor Gevorderden van NL Coach, met docent Henk Kraaijenhof. Certificaat voor deelnameHet was leuk en interessant! Ik heb er een boel van geleerd, te veel om even op te sommen of samen te vatten hier. Er waren ook dingen die ik al wist,  of vermoedde, wat ik nuttig vond omdat het goed is om te weten wat de status is van mijn kennis over trainen, zeg maar – zitten er nog heel grote gaten? Nou, nee.
    Allerbelangrijkste boodschap van Kraaijenhof was dat je niet zo veel als mogelijk is moet trainen maar zo veel als nodig is. Die kende ik al. Ik viel zelfs een enkele keer een beetje van mijn stoel omdat ze in de topsport kennelijk net ontdekt hebben dat het bij trainen belangrijk is om niet klakkeloos je schema te volgen maar rekening te ouden met de vorm van de dag. Heel veel niet-topsporters weten dat al heel lang heel goed – ze moeten wel (zie ook het laatste punt hieronder).
    Er waren ook dingen waar ik sceptisch over was, maar dat is ook leerzaam, vooral ter bepaling van mijn eigen positie. Ik vond het bijvoorbeeld opmerkelijk hoe makkelijk Kraaijenhof sommige trends, apparaten en methoden afkraakte (core stability, meten van hartritmevariabiliteit) en hoe kritiekloos hij was over andere (Omegawave, electromagnetische stimulatie). 
  • Ik ben weer een reuze-interessant boek verder: Endure, van Alex Hutchinson. Het gaat over de begrenzers van het menselijke inspanningsvermogen, die enerzijds maken dat we onszelf niet doodsporten maar anderzijds natuurlijk ook onze prestaties beperken. Het precieze mechanisme is nog altijd niet helemaal doorgrond. Wel is duidelijk dat het gaat om een delicate en intensieve wisselwerking tussen lichaam en geest. Met een heleboel beïnvloedingsmogelijkheden, die Hutchinson ook op een rijtje zet. Het is grondig en leuk geschreven, dus met zowel wetenschap als sprekende anecdotes. Mij ijkt Hutchinson een eigenzinnige denker. Ik vind hem opvallend goed in het kritisch volgen van wetenschappelijk onderzoek. Hij neemt wetenschap serieus maar niet alles kritiekloos aan. Kom daar nog eens om tegenwoordig! En bij probeert dingen zelf uit, waaronder bloedje-saaie hersengymnastiek. Echte aanrader! (En oja, Hutchinson is óók sceptisch over die eletromagnetische stimulatie – ik las daar toevallig net over in de trein terug van die cursus!)
  • Ik ben intensief aan het schrijven aan de teksten voor de website van mijn eigen praktijk als trainingsbegeleider, en ik leer veel van de feedback die ik kreeg van een aantal zeer betrokken meelezers. Door het praten erover en het slijpen aan de tekst wordt het helderder wat ik wil. Het is best een klus omdat ik een brede en deels ‘strijdige’ doelgroep aan wil spreken, namelijk zowel prestatiegerichte sporters als degenen die daar juist wars van zijn. Ik wil juist die kloof overbruggen. Ik denk dat de tekst grotendeels af is, en ik ben ook bezig met het ontwikkelen van een beeld erbij (of nouja, mijn vormgever van Frissewind doet dat vooral, ik denk mee). Ik hoop over niet al te lange tijd iets te kunnen presenteren.
  • Ik had zelf ook weer eens wat persoonlijks te leren op het gebied van acceptatie van grote pieken en dalen. Net zoals vorig jaar heb ik een wel heel erg wisselende vorm van de dag. Ik heb de afgelopen weken, op de basis van Down Under, de sterren van de hemel gefietst en mezelf verbaasd met gemiddelde snelheden die ik in geen tien jaar meer had gezien. Mijn eerste zwemtestje was ook ver boven verwachting. Ik voelde me beresterk!
    En toen ging ik een maximaaltest doen en dat was mijn slechtste ooit. Gevolgd door nog een aantal uitgesproken sukkeldagen. Het zijn wéér de hormonen. De kermis blijft maar doorgaan. Het afgelopen jaar heeft de lengte van mijn cyclus gevarieerd van 10 tot 75 dagen, en die dip zat in eentje van 14 dagen (wat ik toen nog niet wist). Ik heb verder niet heel veel last, maar die grote wisselvalligheid dwingt me wel tot een permanente bezinning op de rol van sport in het algemeen en prestaties in het bijzonder. 
    Accepteren dat ik niet precies weet waar ik sta. Mijn eigen hoop op stabiliteit de kop in blijven drukken (ondanks een groot verlangen daarnaar – die hoop zorgt voor teleurstellingen). Blijven genieten van het buiten-zijn en bewegen. Vertrouwen dat dips gevolgd worden door betere tijden. Genieten van de uitschieters naar boven maar die ook blijven relativeren. Geen focus op één evenement, dat risico is te groot. Voorlopig geen geplande tests, die zeggen meer over de vorm van de dag dan over hoe het met mij is.
    Ondertussen zit m’n eerste triathlon er ook op, en die ging okee: ik heb ervan genoten en ik was redelijk tevreden met het resultaat.

De snelkookpan suddert nog, de eerste soep die ik anderen ervan ga opdienen is de workshop Trainen voor een fietsvakantie