Welkom (sticky)

Cartoon van Ironman LouiseOp 28 augustus 2016 volbracht ik, op mijn 50e, de Ironman van Vichy. Als je meteen daarover wilt lezen: hier staat het verhaal van die dag. Ik begon bijna twee jaar ervoor met dit weblog om te vertellen over de weg erheen, die met de nodige ups en downs is verlopen

Sinds mijn Ironman schrijf ik hier verder over mijn eigen belevenissen, vrouwensport en trainingszaken – ik ben inmiddels trainingsbegeleider geworden. En ik triathlon nog steeds!

Wees welkom, neus lekker rond op dit weblog, ik heb geprobeerd het leuk én informatief te maken. Als je wilt reageren, doe dat – vind ik leuk!   

De nameting

Op het moment dat mijn zoektocht naar snelheid richting de tijdrit van zaterdag begon, deed ik een ‘nulmeting’: een FTP-veldtest. Ik was benieuwd wat het effect van de vijf intensieve trainingen daarna en de tijdrit zou zijn op dat FTP (= vermogen bij omslagpunt, dus het maximale vermogen dat je een uur vast kunt houden, een belangrijke conditie-maat). Dat is een andere vorm van het evalueren van het experiment ‘op zoek naar snelheid’.

Vanochtend was het zo ver. Ik had een beetje aarzelingen want het vergt diepgaan en ik had matig geslapen, het regende een beetje en voor mijn hoofd was het wel heel anders dan voor de tijdrit: dit was echt een meting alleen maar voor het doel daarvan. Het fiets- en triathlonseizoen zit er nu op namelijk, fietsen gaat hierna voor de winter in de onderhoudstand. Ik had afgelopen week ook voor het eerst weer hardgelopen en gezwommen en dat was allebei toch ook wel erg leuk weer.

Toch gegaan, en ik kwam uit op een FTP van 226. Dat is 6 Watt hoger dan aan het begin van het experiment, twee weken geleden; 11 Watt (5 %) meer dan in april en mogelijk mijn hoogste FTP sinds 2011 (als de aannames die ik doe kloppen: ik ben veranderd van fiets, meetmethode en meetmomenten sinds ik zelf een vermogensmeter heb en dus deze veldtesten kan doen). 

Wat betekent dat? Dat ik inderdaad met die paar felle trainingen behoorlijk de puntjes op de i van een toch al goede basisvorm gezet heb. Dat het beeld van ‘beste vorm in jaren‘ ook op de fiets bevestigd wordt. En dat ik vorige week inderdaad naar behoren heb gepresteerd op die tijdrit.

En dat er meer in zit. Want eerst 3,5 week fietsvakantie en dan in twee weken topvorm kweken is niet de ideale trainingsopbouw natuurlijk. Met een gebalanceerder aanpak zou ik verder kunnen komen.

Aan de andere kant: ik ben wel zes weken alleen fietser geweest, in plaats van triatleet.  Ik ben soms wel benieuwd wat er nog in zou zitten als ik weer alles op het fietsen zou zetten. Maar hardlopen en zwemmen vind ik toch te leuk eigenlijk, en ik kon ook wel merken dat het beter voor mijn lichaam is om die twee sporten ook te doen.

* * *

Nu ik toch nog over de tijdrit bezig ben nog een paar dingetjes daarover.

Harry van ’t Veld maakte er prachtige foto’s bij en die kreeg ik van hem, erg leuk – het zijn de foto’s in dit bericht, met dank!

Ik begreep dat ik nog in aanmerking was gekomen voor een prijs ook, als tweede in mijn leeftijdscategorie, oeps, daar had ik geen erg in, ik zat al ergens op een zonnig terrasje.

Het is wel een week van spierpijn geworden zo. Zondag voelde ik van de tijdrit m’n hele rug en van het weer oppakken van hardlopen en zwemmen sloten onder andere m’n hamstrings, schouders en bovenarmen daar later naadloos op aan. Beetje kalm aan doen de komende tijd, want daar is dit het moment in het jaar voor. Daarna ga ik vooruit kijken naar volgend seizoen!

Snelheid… gevonden!

Dat kan ik wel concluderen na mijn zoektocht van de afgelopen tijd! Nouja, eerlijk gezegd viel mijn snelheid me vanochtend bij de Start2Finish-tijdrit een beetje tegen: rond de 32 gemiddeld. Maar met de ‘driehoek’ van vermogen-hartslag-gevoel was ik wel in mijn nopjes: sinds ik een vermogensmeter heb, heb ik niet zo’n hoog gemiddeld vermogen gereden in een wedstrijd: 215 Watt gemiddeld; 222 NP. Hartslag gemiddeld net onder m’n omslagpunt, en benen deden het daarbij goed. Nouja, het werd wel heel zwaar, maar dat moet om er het maximale uit te halen.

Dus: experiment geslaagd. Het wil er bij mij niet altijd op het goede moment uitkomen, maar vandaag dus wel.

Dat ik dan bij dat vermogen ‘maar’ 33,1 (volgens mijn horloge) c.q. 32,9 (op Strava) rijd, ligt aan dingen als wind (die opstak en aanwakkerde – en daarmee wel de mist verdreef en de zon zichtbaar maakte), drie keer een 180-graden-bocht en nog wat andere slecht liggende bochtjes, bonkerig asfalt en modder daarop. Het is geen snel parcours.

Ik was ongeveer 1 km/u sneller dan in april 2019, maar met een veel hoger vermogen: 13 % erbij. Gevoelsmatig klopt dat met hoe ik me nu voel in vergelijking met toen.

Ik werd 2e van 4 50+-dames (12e van 17 overall). Dat is ook beter dan de vorige keer, maar in zo’n klein veld zegt dat niet zo veel. Ik werd ook knetterhard ingehaald door andere vrouwen. Een enkele keer moet ik mezelf dan moed inpraten door me voor te houden dat de meeste van mijn leeftijdsgenotes aan de e-bike zijn.

Manlief was mee als chauffeur, verzorger, supporter en fotograaf. Hij kon om te beginnen de grijzigheid vanochtend vastleggen – we hadden onderweg in de auto na een (vroege!) start al een prachtige zonsopgang gezien, maar Almere lag achter een grijs gordijn, waar de zon maar heel geleidelijk doorheen kwam:

Infietsen was dus ook erg fris en alsof ik een grijze tunnel binnenreed. Dat deed ik nog met een trui aan, maar ik ging toch maar voor kort-kort:

Dat was een goeie keuze, ik heb het niet koud gehad, het was precies goed.

Hier is de start:

En de actiefoto’s van onderweg, voor elk rondje een:

En na de finish zag ik er zo uit, net alsof het niet leuk was, maar dat was het wel, hoor, ik was alleen diep gegaan – in de eindsprint was ik zelfs een beetje misselijk, dus dat is echt tot het gaatje:

Maar dat herstelt snel; even later kon ik alweer een beetje lachen:

Hier nog een paar sfeerfoto’s, onder andere van het veelbetekenende bordje bij het keerpunt:

Van de finishboog in de verte, voordat daar de eerste fietsers aankwamen:

En van hoe we met z’n allen bezig waren op de dijk langs het Gooimeer:

Het was leuk om te doen, het is toch erg leuk om af en toe eens lekker op de fiets te kunnen knallen zonder rekening te hoeven houden met daarna nog hardlopen!

Naderhand hebben we nog wat gedronken met Marcel, mijn Mallorca-groepsgenoot van 2019, die ik sinds de vorige editie van de tijdrit niet meer had gezien. We hadden al gauw afgesproken ‘de volgende keer’ weer een bakkie te doen, maarja, toen zat er ineens een coronacrisis tussen. Het was leuk hem weer te spreken!

 

Op zoek naar snelheid

Op vakantie heb ik weliswaar veel gefietst, maar alles heel rustig: het was geen training. Vakantiefietsen is ‘ergonomisch’: zuinig omgaan met je energie. Want morgen fiets je weer. En overmorgen. En de dag daarna. Met al die kilo’s bagage.

Een enkele keer zette ik wel aan, bijvoorbeeld om over de Limburgse heuvels te komen (dat was overigens een dagje zonder bagage) of een dijk op, maar zelfs dan, zo zag ik, bleef mijn hartslag laag.

Op een gegeven moment voelde dat gezapige tempo en de lage intensiteit ook als een soort groef waar ik in gevallen was. Ik grapte al tegen manlief: ik heb nog een tijdrit op het programma staan, 42 kilometer en dan rijd ik vast óók 18 km/u gemiddeld.

Want ja, er zou nog een tijdrit aankomen. Morgen is het zo ver, dus net geen twee weken na onze thuiskomst. Daar wilde ik toch het beste van maken, en dat moest ook wel kunnen, want ik ben al een tijdje goed in vorm en ik heb door de vakantie wel een extreem brede basis van rustige duurtraining natuurlijk.

De vraag was: hoe kweek ik in dik tien dagen snelheid? Dat werd een experiment – hier het verslag. Dit is deel 1, over het trainen. Na de tijdrit volgt deel 2, en ik voorzie ook nog een deel 3 want ik wil het trainingseffect ook nog meten met een FTP-test.

Ik wist dat het antwoord op de vraag ‘hoe kweek ik snelheid’ drie elementen zou moeten bevatten:

  • Trainingen van heel hoge intensiteit. Dat is de manier om topvorm te bereiken.
  • Veel rust. Nodig om te herstellen van die hoge intensiteit en ook nog wel van de inspanningen van de weken ervoor misschien, want dat vakantiefietsen was weliswaar niet hard, het was wel heel veel omvang: meer dan 100 uur in 3,5 week tijd.
  • Alles op de triathlonfiets, om terug te wennen aan die zo heel andere houding.

Samen betekent dat dus: kort en hard trainen. Nouja, trainen… echt duurzaam trainingseffect kweek je niet in zo’n korte tijd, het gaat meer om het aanscherpen van vorm, het puntje op de i, het lichaam bereid krijgen diep te gaan.

Wat er dus niet in mocht of hoefde te zitten waren ritten met een lange duur en ook voor de andere sporten had ik even geen plek, nouja, beetje yoga hooguit, tegen de eenzijdigheid. Dat was een kwestie van belasting maar ook van tijd, want ja, werk is ook weer begonnen.

Ik dokterde een schema uit voor mezelf waarin ik toch nog iets van opbouw had: van langere intervallen naar steeds korter en intensiever. Wel allemaal bekende traininigsvormen. Alleen doe ik er normaliter eerder zes weken over om de trainingen af te werken:

  • Eerst drie dagen rust. Niet fietsen, of alleen een enkel stadsfietsritje. Wel yoga, gericht op herstel en de ondersteunende spieren – die had ik een paar weken verwaarloosd immers. Ik had eigenlijk verwacht dat twee dagen genoeg was, maar op de 3e dag had ik nog geen zin om te gaan fietsen en dat is een veeg teken. Ik was die ochtend naar de sauna geweest en stond daardoor nog in de relax-modus, denk ik, maar dat was dan dus ook gewoon nog nodig.
  • Training 1: FTP-test, die ik doe als veldtest in verkorte vorm: na een stevige warming-up 2X8′ zo hard mogelijk. Totale trainingsduur: 1 uur. Zo’n test was nodig om te bepalen op welk vermogen ik kon trainen en als nulmeting voor het experiment. Ik had geen idee van mijn FTP: het kon lager liggen dan bij mijn vorige test (april) door vermoeidheid en/of recent gebrek aan intensieve training, het kon hoger liggen door die enorm brede basis, en dat kon elkaar ook opheffen, leek me. Ik kwam uit op 5 Watt meer dan in april, 220 Watt, bij een iets lichter gewicht, dus zeker progressie maar voor mijn gevoel zat er meer in. Ik was in elk geval tevreden te kunnen vaststellen dat vermoeidheid geen grote rol speelde, onder andere door het makkelijk hoog oplopen van mijn hartslag – hoger dan in april, een goed teken.
  • Training 2 en 3 (met een rustdag ertussenin): 4X8′ op dat nieuwe FTP, wat intensief is maar wel aeroob blijft (niet ‘in het rood’) en de intensiteit waarop ik ongeveer zo’n tijdrit rijd. Het woei allebei de keren hard, en vooral de eerste keer was het op het randje van wat ik nog durf op de triathlonfiets. Bovendien had ik iets last van m’n linkerheup en -lies door die zo heel andere houding. Verder reed ik superlekker. Voor mijn gevoel had ik inderdaad meteen al progressie, zo makkelijk reed ik op FTP. Meestal vind ik interval 3 en 4 best zwaar, maar nu bleef het makkelijk om op vermogen te blijven. Totale trainingsduur: 1 uur per keer. 
  • Training 4: tunnelrepeats ‘8 keer achter elkaar’ (knipoog), dat is 8 keer maximaal de Beneluxtunnel uit. Die heeft een dusdanige lengte en stijgingspercentage dat ik als ik goed gas geef boven precies sterretjes zie. De ene kant op is dat in ongeveer 2′, de andere kant op 1’20. Zulke korte intervallen moeten royaal boven FTP en dat lukte ook weer erg goed, sterker nog: ik reed op de kortere kant voor het eerst ruim boven de 300 Watt . Het viel me ook op dat de herhalingen goed bleven gaan – ook de 8e nog, dus, terwijl ik dan al 7 keer mijn benen aardig had gevoeld! Totale trainingsduur: 75 minuten. 
  • Na weer een rustdag begon het laatste ‘blokje’ van twee trainingsdagen:
    • Training 5: ‘powerintervallen’, korte, hoog-intensieve intervallen, als ‘fartlek’ met het parcours, dat ook weer de Beneluxtunnel omvat en nog een paar andere viaductjes, maar ook gewoon platte stukken waarop ik even maximaal kan knallen. Dit werd een beetje rommelige training door regen, wind (alweer) druk verkeer (oef!) en wat werkstress in mijn hoofd, maar de intervallen gingen goed. Trainingsduur: dik 1 uur.
    • Training 6: 2X Tabata (8X20″maximaal, 10″ rust). Verder losfietsen, in 40′ klaar, en ook al was dat twee keer bijna sterven, toch kam ik thuis met het gevoel bijna niks gedaan te hebben, zo kort was het, en zo snel herstelde ik al. Dat is precies de bedoeling van zo’n laatste training.

Vandaag is weer een rustdag met weer wat yoga en massage. Het was best wel heftig, zes keer intensief trainen in acht dagen! Maar het was leuk en het ging goed. Ik voel me goed voorbereid en zeker in vorm komen, maar dat goede gevoel wordt wel iets gedempt doordat lichaam en geest nogal moesten omschakelen van ‘zomer+vakantie’ hiervoor naar ‘herfst+werk’ nu. Wind, regen, donker, druk – alleen al dat de wekker gaat terwijl het nog donker is… even wennen! Gelukkig is het nu zonnig. Ik heb wel ook nog wat last van die linkerheup/-lies.

Ik ben benieuwd hoe het morgen gaat. In april 2019 – de vorige editie –  reed ik op diezelfde tijdrit 31,9 gemiddeld – de foto hieronder is van toen. Ik denk dat ik nu boven de 33 uit kan komen, want ik ben veel beter in vorm. Jullie gaan het horen!

Strakke horizon, gele bloemen, roze shirt

Langs het randje

Mijn triathlonseizoen zat er al vroeg op, en dat terwijl er in september extra veel wedstrijden waren: er waren er een boel doorgeschoven uit het voorseizoen. Dat ik die hele triathlonmaand aan me voorbij heb laten gaan, had een goede reden: ik was op vakantie! De posts van de afgelopen weken had ik vooruit geplaatst.

De afgelopen weken zijn manlief en ik langs ‘de randjes’ van Nederland gefietst: zo dicht mogelijk langs de kust en de grens:

We hebben 1878 kilometer gefietst, de meeste nachten gekampeerd – en een fantastische vakantie gehad. Dat zat hem enerzijds in de route, dus waar we allemaal zijn geweest en wat we hebben gezien en meegemaakt, en anderzijds in het weer, waarmee we natuurlijk uitgesproken mazzelaars waren. Het heeft twee keer een beetje geregend en één ochtend was het erg koud – verder was het eigenlijk alleen maar mooi.

Van zo veel buiten en zo veel fietsen word ik altijd erg gelukkig, en wat me dit keer in het bijzonder opviel was dat het me lichamelijk beter afging dan ik had verwacht. Ik voelde me opvallend goed. De trend van augustus zette zich duidelijk voort. Ik herstelde snel, kon blijven gaan (we hebben maar één rustdag gehad en, die meegerekend, bijna 80 km/dag gefietst), had amper last van de eenzijdigheid van fietsen (rug, schouders, nek enzo). Er zaten een paar zware dagen bij, vooral door de tegenwind, maar dat was dan eigenlijk meer mentaal dan fysiek, door de lengte van de dag.

Voor wie het leuk vindt: ons ‘journaal’ (kaart, foto’s, verhaaltje) staat op Polarsteps: https://www.polarsteps.com/LouiseCornelis/4265283-langs-de-randjes-van-nederland We hebben voor geïnteresseerden ook nog de route in meer detail.

 

 

 

Stiltewandeling laat zich al een jaar lang niet tegenhouden door corona

– – – Persbericht Overschie – – –

Tijdens de Overschiese Sportweek van september 2020 namen Babet Blom en Louise Cornelis het initiatief tot stiltewandelingen: om de week ongeveer drie kwartier (3,5 kilometer) samen wandelen zonder te praten. De beweging is goed en fijn, en door de stilte ervaar je de omgeving op een heel andere manier. De groep liep onder andere door Park Zestienhoven en op landgoed De Tempel.

Het was natuurlijk vanwege corona een bijzonder jaar, maar wandelen kon altijd nog. Babet: “We hebben altijd rekening gehouden met de anderhalve meter en met de maximale groepsgrootte. Zo is het gelukt om door te gaan, ook in de wintermaanden. We hebben toen wel veel geluk gehad met het weer: het was bijna altijd droog op zondagochtend, en vaak prachtig. Ondertussen hebben we de vier seizoenen gehad en daar dus – in stilte – van genoten. Van de paddenstoelen in de herfst naar het uitbundige groen van het voorjaar. Wat vooral opvalt in de stilte is dat je meer andere geluiden hoort. De snelweg en een langsrijdende brommer, maar ook vogels en de wind in de bomen.”

De groep is klein maar fijn. Louise: “Meer wandelaars zijn zeker welkom. Iedereen kan op eigen tempo lopen. Meestal liep ik voorop en Babet achteraan. Zij wacht dan op de laatste en we houden sowieso iedereen in zicht. Als het nodig is, lopen we wat korter – dat kan allemaal. Je kunt zeker een keer mee komen doen. Dat kost niets, het is sowieso gratis. Dus kom eens ervaren hoe dat is, in stilte wandelen in onze eigen mooie wijk! ”

Het is weliswaar een stiltewandeling, maar voor de start en na afloop mag er wel degelijk gepraat worden. En dus is het ook gezellig!

Als je mee wilt doen, is het handig om even met Babet of Louise contact op te nemen over de data, plek en tijd. In principe is het op zondag in de even weken, vertrek om half 11, meestal bij de molen, maar soms kiezen we voor de afwisseling een andere plek.

Over de initiatiefnemers: Babet en Louise wonen allebei in Overschie, ze wandelen dolgraag, en ze werken al een paar jaar samen op het gebied van bewegen en leefstijl. Ze geven ook wel eens samen een workshop. Louise is trainingsbegeleider bij sportkunstenaar.nl en Babet is onder andere leefstijlcoach.

Stiltewandelaars komen van het Veerhuiseiland af (augustus 2021)

Waarom toch die herrie?

In de coronatijd leek/lijkt het een beetje een luxeprobleem, want ik ben blij met alles wat doorgaat, maar toch: het is mij al jaren een doorn in het oog hoe veel herrie er is bij sportevenementen. Hier de drie meest pregnante herinneringen:

  • In Klazienaveen was mijn plekje in het parc fermé recht voor een speaker. Als daar muziek doorheen kwam, deed het pijn aan mijn trommelvliezen om met m’n spulletjes bezig te zijn – echt van dat hoofdpijnvolume.
  • Bij de Rottemerenloop, een verder leuk en kneuterig loopje in Zevenhuizen, stond na de finish een DJ te draaien. Voor een leeg plein. Alle lopers waren uitgeweken, want die wilden met elkaar ouwehoeren, en dat kon niet op dat pleintje: veel te hard. Iedereen had een plekje in de ‘luwte’ gezocht.
  • Bij een cross in de bossen bij Bergen op Zoom denderde de muziek over het terrein. Ook weer zo hard dat met elkaar praten moeilijk was. Bij een cross. In een bos. Daar komen toch natuurliefhebbers, lijkt me?

Ik vind het af en toe moeilijk te begrijpen. Wie doe je daar een plezier mee? Als je naar harde muziek wil luisteren, ga je toch (onder normale omstandigheden) naar een concert of festival of iets dergelijks, niet naar een loopje of een triathlon? Ik ben redelijk geluidsgevoelig – herrie kan bijdragen aan de overprikkeling die ik in drukte en bij vermoeidheid wel kan ervaren (zoals toen ik onlangs om die reden maar wegvluchtte van Tri Almere). Daarin ben ik echter bepaald niet de enige en ik ben zéker niet de enige die met andere sporters wil kunnen ouwehoeren zonder mezelf te hoeven overschreeuwen.

In Leiderdorp maakte ik onlangs deze foto van de speakers, op het zwemwater gericht.

Dat leek me niet zo fijn voor de bewoners aan de overkant, maar het voordeel was dat ze dus afgekeerd stonden van het parc fermé. Daarin was het goed te doen: omroep verstaanbaar zonder doof te worden. Dichterbij start en finish was het veel harder. Ik was ooit al eens eerder in Leiderdorp geweest, als vrijwilliger, en toen was ik veel meer in de buurt van de herrie en ik vond dat toen slopend en mede daarom niet voor herhaling vatbaar.

Bij de Parkrun is geen herrie. Misschien is het juist daarom wel zo gezellig? Ik herinner me ook nog dat er bij de koppeltijdrit van de Hoeksche Renners geen herrie was, helemaal geen muziek zelfs, en ook daarbij was de nazit reuze-gezellig. Manlief en ik hebben daarover nog expliciet een compliment gegeven aan de organisatie.

Feedback geven, dat is wat ik eraan kan doen. Soms vragen organisaties erom, zoals Leiderdorp laatst. Dat waardeer ik zeer!

 

Vaarbewijs gehaald!

Het heeft zijdelings met sporten te maken, vandaar dat ik het wel leuk vindt om hier te vermelden: ik heb vorige maand Klein Vaarbewijs 1 gehaald. Al sinds we regelmatig kajakken, dus sinds we de Hobie hebben (16 jaar), speelde dat wel eens door mijn hoofd. Het is er niet verplicht voor, maar het leek me wel leuk om wat beter te weten hoe het gaat op het water.

In onze Hobie trapkajak (vorig jaar)

Dit jaar was het dan eindelijk zo ver: ik heb begin augustus een examendatum geboekt en ben gaan leren. Ik had al een boek in huis, een oudere editie hiervan, en ik zag een mooie Groupon-aanbieding voor een e-learning, die heb ik ook gedaan. Ik had ergens zien staan dat het zo’n tien uur studeren zou vergen en elders boden ze een live cursus aan van een dag, ‘met slaaggarantie’. Ik ben een makkelijke leerder, dus ik dacht: dat doe ik wel even.

Nou, dat viel tegen. Er zaten dingen bij die me weinig interesseerden, zoals over de werking van de motor, en al die lichten en tekens en borden en geluidssignalen… Het kostte me al moeite om door de stof heen te ploeteren, en daarna zakte ik faliekant voor het eerste proefexamen. Toen nog maar tien proefexamens erbij gekocht en aan de hand daarvan gaan herhalen en stampen.

Het heeft me echt wel het dubbele van die tien uur gekost, In de zomer kan dat, dan heb ik het niet zo druk met werk, al had ik ook dat een beetje onderschat: augustus was drukker dan anders. Wat fijn is voor mijn portemonnee. Maar wel – haha – schipperen met mijn tijd dus. Het moest wel leuk blijven. Daarom stond het leren laag op de prioriteitenlijst, dus na werk, sport en bijna alle andere leuke dingen. Ook omdat het niet ‘moest’ dus – halen is leuk, zakken is alleen maar pech.

Wat er lastig aan was, ik had dat ook al gelezen, is dat er eigenlijk geen een methode echt helemaal goed is. Er zitten hiaten in boeken en cursussen, er staan overbodige dingen in, ze zijn niet up-to-date of strijdig, en ze zijn slecht geschreven. In proefexamens kwam ik dingen tegen waarvan ik dacht: huh, niks over gelezen, moet ik dat weten? En ik had vragen fout terwijl mijn antwoorden volgens mijn materialen echt wel klopten. Enzovoort. Dat lag dus niet aan mij, dat gaat zo. Maar het maakte het niet makkelijker.

Ik heb natuurlijk ook weinig vaarervaring anders dan met roeien (vroeger) en kajakken, dus hoe je manoevreert en aanlegt enzo met een motorboot, dat moest ik echt uit het boekje leren. Dat scheelt ook. En er zaten wel degelijk ook leuke dingen in, zoals het berekenen van doorvaarthoogtes en dieptes: sommetjes maken.

Gaandeweg ging het wel beter en dacht ik dat ik het net wel moest kunnen gaan halen. En anders: jammer dan.

Ook op het examen kreeg ik nog een paar vragen waarvan ik dacht ‘hun, niks over gelezen, niks van gezien in een proefexamen’. De meeste daarvan kon ik gelukkig gokken.

En zo is het dus wel gelukt, en dat is toch fijn! Ik vind het ook leuk dat ik nu wel degelijk meer zie op het water. Het was me nooit eerder opgevallen bijvoorbeeld dat je vanaf ons gezien bij de Brug van Cyrene hier vlakbij links moet houden, te zien aan die rood-witte rechthoekjes – beetje onlogische doorvaartplek, rechts is meer ruimte en zit zo op het oog ook het hoogste stuk van de brug, maar goed:

Ga ik in het vervolg bij het kajakken braaf doen!

 

Nog even doorreflecteren over doseerkunst

Het ene antwoord roept de volgende vraag op, want ik schreef laatst als antwoord op de vraag hoe PR’s op m’n 55e mogelijk zijn dat ik in mijn elfde seizoen triathlon nog steeds bijleer over de dosering tussen het fietsen en het hardlopen. Ik vroeg me toen zelf af: had ik dat niet al lang onder de knie moeten hebben, als triatleet en als trainer?

Eerst weer iets in het algemeen: in de topsport en door veel trainers wordt een beeld geschetst van totale controleerbaarheid en programmeerbaarheid. Bij het wielrennen hoor je het bijvoorbeeld best vaak: ze zitten alleen maar op hun vermogensmeters te koekeloeren. Alsof een wedstrijd winnen een kwestie is van precies het juiste getalletje treffen. Dat is (a) een eenzijdig beeld: een bepaalde framing die past in het tijdsgewricht van maakbaarheid van prestaties dankzij vooral technologische beheersing en (b) voor zover er een kern van waarheid in zit, is precisie in getalletjes treffen een kwestie van ervaringskennis. Als je, om bij wielrennen te blijven, als prof al een aantal grote rondes hebt gereden, weet je ongeveer wat je nog aan vermogen kunt trappen in de derde week.

Als je een aantal sprinttriathlons gedaan hebt, weet je dus ook steeds beter hoe je moet fietsen Dat is het eerste waar het hem in zit bij mij: zo heel veel korte afstanden (t/m OD) heb ik de laatste jaren niet gedaan, en zeker net op het scherp van de snede. Ik schreef het over het hardlopen al: ik ben een deel van die afgelopen elf seizoenen bezig geweest met het onder de knie krijgen van langere afstanden (1/3 en meer). Er waren ook wel korte bij, maar die waren soms een opwarmertje voor het seizoen, of het werd een run-bike-run, of ik had een pijntje waardoor ik het lopen toch niet heel serieus hoefde te nemen, of een lolletje, het doseren gebeurde toevallig vanwege het vermijden van stayeren en/of een glad parcours (elke link is een voorbeeld).

Het tweede wat precisie in getalletjes vraagt, is een enigszins betrouwbaar lichaam, dus een niet al te grote onvoorspelbare variatie in de vorm van de dag. Dat is het tweede waar het mij al jaren aan ontbreekt: door de overgang had ik die onvoorspelbare fluctuaties de hele tijd, tot wel -10% of meer, een jaar of acht. Het heeft me jaren gekost om daarmee om te leren gaan (sleutelervaring). Daar heb ik veel van geleerd: het accepteren van de vorm van de dag, van de vormdips; het nemen zoals het komt, het dan nog steeds leuk blijven vinden en kunnen genieten, mezelf okee blijven vinden, vertrouwen te houden. Lessen met een relevantie ver buiten de triathlon. Achteraf ben ik bovendien heel blij dat ik heb doorgezet. Ik was af en toe de vertwijfeling nabij, maar ik pluk nu de vruchten van al dat toegewijde trainen. Mede daardoor ben ik nu zo goed in vorm.

Ze worden steeds zeldzamer met de menopauze achter de rug, maar in Almere had ik toch nog weer zo’n anders onverklaarbare fluctuatie, al was het geen 10 %. Ik reed toen met een vermogen en een hartslag waarbij ik normaal gesproken genoeg over zou houden om te lopen. Maar mijn benen vertelden me eigenlijk al dat ik toch te diep ging, dat ze meer pijn hadden dan normaal bij die getallen. Mijn benen vertelden me: je hebt een slechte dag.

Ondanks al die oefening ermee vond ik dat toen toch moeilijk om te accepteren. Ik wilde niet luisteren naar die benen. Wat daar een rol in speelde, is dat me inhouden op de fiets vraagt om dat wat ik het liefste doe, op te offeren voor iets ongewis in de toekomst (het lopen). Dat is denk ik voor iedereen moeilijk, en echt een kwestie van discipline, van hoofd over gevoel. Dat kan ik wel, en dat is ook precies het kunstje van triathlon natuurlijk: de spreiding over de drie disciplines. Maar op zo’n slechte dag is het een worsteling. Op een slechte dag is ook mijn discipline niet op z’n best immers.

Wat me in Leiderdorp hielp bij het doseren is dat ik toen een veel beter gevoel had over mijn benen, dus al veel tevredener was op driekwart van het fietsen. Dan is het makkelijker om het fietsen los te laten en me te gaan richten op het lopen. Bovendien had ik meer in mijn hoofd dat er ook nog een keer alleen maar fietsen gaat volgen: een tijdrit, begin oktober. Dat ik dus dan die goede fietsvorm echt helemaal onbeperkt uit mag leven. Dat hielp ook.

Dus ja, ook na elf seizoenen triathlon is het zoeken. Maar precies dat is sportkunstenaarschap! Sowieso, en zeker ook om wat ik hierboven schreef: dat dat zoeken gepaard gaat met inzichten die voor veel meer relevant zijn dan alleen voor een snelle sprinttriathlon. Daarom vind ik het ook nuttig om erover door te denken. Waarvan acte!

 

Hoe kom ik op m’n 55e nog aan PR’s?

Die vraag uit de titel kreeg ik naar aanleiding van mijn PR op de sprint van laatst in Leiderdorp en sindsdien ben ik ook nog een PR op de 5 kilometer verder:  waar heb ik dat toch aan te danken? Interessante vraag, met best wel veel kanten.

Ten eerste, over m’n leeftijd: ik ben op sportgebied sowieso een laatbloeier: met triathlon begonnen op mijn 45e, hardlopen een paar jaar daarvoor. Beetje stokpaardje dan: op je 55e ben je helemaal nog niet zo heel veel slechter als op je 45e, als je tenminste toegewijd blijft trainen. Veroudering gaat zo langzaam dat er nog een heleboel dingen het effect ervan teniet kunnen doen. Over die dingen gaat het hieronder.

Wat géén verklaring is voor het triathlon-PR, is sneller wisselen. Daar heb ik juist nog een boel op te winnen. Ik heb daar dit en vorig seizoen geen aandacht aan besteed, vanwege de grote onzekerheid van de wedstrijden en echt leuk of belangrijk vind ik het niet. Ik was zelfs zondag nog een beetje aan het klungelen met m’n schoenen – soit. Misschien iets voor volgend jaar. Of niet. Ik vind het gewoon niet zo interessant.

Dan waar het wél in zit, ik kan vijf dingen bedenken:

1. De externe zaken moeten een beetje meezitten. Daarmee bedoel ik vooral het parcours en het weer. Mijn PR op de kwart triathlon bijvoorbeeld stamt uit 2014, gevestigd op het razendsnelle parcours van Ter Aar, onder ideale omstandigheden. Sindsdien ben ik echt wel beter geweest al op de kwart, maar dat was dan steeds onder minder gunstige omstandigheden. Zo heel veel sprinttriathlons heb ik ook niet gedaan, in die elf seizoenen, dus dan is elk resultaat ook nog een toevalstreffer. Mijn PR op de 1/8e staat veel scherper (ook in Ter Huh).
Bij de snelle Parkrun speelde een rol dat de temperatuur ideaal was (in de zin van: koud voor de tijd van het jaar) en dat je door de bomen van het Kralingse Bos geen last had van de wind. Ik ken het parcours ondertussen natuurlijk ook op mijn duimpje, dat helpt ook.

(Vanwege de grote variatie in parcoursen is het spreken in termen van PR’s bij triathlon eigenlijk een beetje quatsch trouwens. Zo heel belangrijk vind ik het dan ook niet. In Leiderdorp was vooral fijn dat er voor mijn gevoel heel erg uitkwam wat ik er met trainen in had gestopt. Wat dat dan voor tijd of plaats wordt, heb ik niet in de hand, dus dat zal dan wel.)

2. De interne omstandigheden moeten ook meezitten: de vorm van de dag en langer dan dat. In Almere had ik nog een beetje een dipje, maar ik ben in het algemeen nu in goede doen, beter dan in de afgelopen jaren. Dat de overgang erop zit en ik nu dik twee jaar na de menopauze ben, heeft daar heel veel mee te maken – ah, wat lekker, die grotere stabiliteit en al m’n bloed voor mezelf mogen houden. Het is iets waar ik weinig over lees. De meeste dingen over sporten na de menopauze zijn problematiserend, zo van: je verliest spierkracht en botdichtheid en het wordt allemaal moeilijker (voorbeeld). Dat het na de overgang juist weer beter gaat, heb ik sporadisch van andere vrouwen gehoord, bij kleedkamergesprekjes zeg maar. Mag wel meer aandacht voor zijn!

3. Ik ben al lang zo goed als heel: nauwelijks blessureleed, niet ziek geweest, niet eens verkouden. Daarbij speelt het vorige punt ook ene rol, maar corona ook, in elk geval qua verkoudheden. Misschien heb ik ook wel profijt van het regelmatigere en rustigere leven, wie weet. En de vele yoga helpt denk ik ook. Ik kan in elk geval al heel lang goed trainen. 

4. Bij elk van de drie sporten zijn er afzonderlijke verklaringen voor mijn huidige niveau:

Zwemmen – gaat nog steeds met kleine stapjes beter, vooral door techniek. Ik zwom vorig jaar net voor de eerste lockdown op m’n hardst ooit, en dat niveau heb ik nu bijna weer helemaal terug, dankzij goeie trainingsmaanden sinds zwemmen weer kan.

Fietsen – de triathlonfiets en de aero-helm maken me bij dezelfde vorm sneller dan voordat ik die had, respectievelijk sinds zes en twee jaar. Sinds corona doe ik mijn intensieve trainingen allemaal op de triathlonfiets en niet meer binnen, bij spinning. Dat lijkt ook z’n vruchten af te werpen. Dat ik ook al anderhalf jaar veel minder stadsfietskilometers afleg, lijkt niet te deren. Ik geniet erg van het fietsen in coronatijd, beter worden gaat dan bijna vanzelf.

Hardlopen – ik krijg steeds beter onder de knie hoe ik dat moet aanpakken, vooral qua trainen (doseren!), maar ook qua techniek, ondersteunende oefeningen (voeten, heupen, core) en schoenen (halve drop). Ik heb bovendien een aantal jaar ‘verbruikt’ aan het onder de knie krijgen van de langere afstanden, daar schoot de snelheid op de 5 en 10 kilometer wat bij in. Bovendien is dit de sport die het meest te lijden heeft (gehad?) van de vormschommelingen en het blessureleed van de afgelopen jaren, en die dus misschien ook wel het meest profiteert van de grotere stabiliteit. Helemaal stabiel is het nog steeds niet, getuige Almere, maar het wordt wel steeds beter. Als ik 25’03 kan lopen op de 5 kilometer, zit er misschien nog wel meer in, ik ben benieuwd.

5. Leereffect. Ik teer inmiddels op elf seizoenen triathlonervaring en ik leer steeds beter hoe ik hardlooptraining moet aanpakken (steeds gedoseerder!) en hoe ik me op een wedstrijd moet voorbereiden. Van dit en vorig seizoen, allebei zo heel anders dan normaal, is een wijze les voor mij dat ik helemaal niet zo doelgericht te werk hoef te gaan om goed te worden – het gaat met een kleinere plek voor prestatiedoelen ook, en misschien zelfs beter. Onder de coronaomstandigheden geniet ik bovendien van alles wat wél doorgaat, en de rest maakt me eigenlijk niet zo veel uit. Dat reduceert de wedstrijdspanning en dat helpt ook – bij beide recente PR’s was daar geen spoor van en was ik wel gefocust, maar optimaal ontspannen. Voor Leiderdorp geldt ook nog dat ik van de twee eerdere triathlons van dit jaar had geleerd en die lessen kon ik toepassen. Me inhouden op de fiets vind ik best moeilijk namelijk. Zo leer ik wel ook nog steeds bij, ook na elf jaar nog. Ik kijk alweer uit naar het volgende seizoen!

 

Parkrun is terug (en hoe)!

Het was sneu vorig jaar dat de Parkrun in Nederland er al na twee edities mee op moest houden vanwege corona. Maar het goede nieuws is: de Parkrun is terug! 31 juli was de eerste editie weer, naast Rotterdam (Kralingse Bos) in een paar andere steden. Nog niet in allemaal, maar het groeit en er zijn ook nieuwe initiatieven.

De Parkrun is elke week op zaterdag om 9 uur, precies 5 kilometer. Je kunt hem hardlopend of wandelend doen, en dat kan zelfs met kinderwagen en/of hond. Het is helemaal gratis, het vraagt alleen eenmalige registratie, zodat je finish geregistreerd kan worden met een barcode. Dan kom je ook in een uitslag. Niks geen QR-code-gedoe ofzo en reserveren hoeft ook niet, op 1,5 meter blijven is genoeg.

Het is hartstikke leuk om te doen. Ik heb sinds ‘m de herstart eerst twee keer als trainingsloop gelopen, onderweg naar de triathlons. Bij de finish maakte manlief beide keren zulke amechtige foto’s van me dat het bijna lijkt alsof het helemaal niet leuk is, maar schijn bedriegt:

Ik had allebei de keren echt best wel mijn best gedaan, en van de tweede keer herinner ik me dat de kaasfondue van de gezellig avond ervoor een beetje in de weg zat nog. Ik loop trouwens steeds in m’n triathlonbroekje, onderste deel van tweedelig trisuit, met zeempje, omdat de start 9 km enkele reis fietsen is en er geen kleedkamers zijn (wel tasbewaking).

De derde keer was ik als vrijwilliger aanwezig en ook dat was leuk om te doen. Ik was de barcode-scanner bij de finish:

Ik moest ook leren hoe dat ging natuurlijk en was onder de indruk van hoe laagdrempelig ook dat is: je doet het gewoon met je eigen telefoon, met een simpele app. Dus niks geavanceerde apparatuur. Op die manier blijven de kosten laag.

De vierde keer, afgelopen zaterdag, wilde ik ‘m echt helemaal voluit lopen. Dat kon na een week van vooral rust sinds Leiderdorp. Daar was het lopen goed gegaan, dus ik hoopte op een mooie tijd, zo rond de 26’. Onderweg ging het wel lekker, dacht ik, al had ik het rond de 4 kilometer erg zwaar en ik wist niet precies hoe hard het ging, want door de bomen van het Kralingse Bos is de GPS niet precies.

Toen ik de finish in zicht kreeg, zag ik dat ik op weg was naar een dijk van een tijd, dus dat sprintte lekker uit. Het werd 25’03, een dik PR, echt serieus mijn snelste 5 kilometer ooit, bijna 30″ sneller dan het oude – iets wat ik nooit had verwacht! Dit dus, uit de uitslag:

Ik heb daar sinds zaterdag een paar keer naar gekeken of het wel echt waar was! het PB slaat op m’n snelste Parkruntijd, die uitslagensite weet niet dat het sowieso m’n snelste 5 km ooit was. Maar dat was het dus zeer zeker ook! Leuke actiefoto van de Flickr van Parkrun Kralingse Bos (de foto hierboven komt daar ook vandaan):

IMG_2735 2

Grappig trouwens: zaterdag was precies vijf jaar na m’n Ironman. Ik vier dus het eerste lustrum daarvan met een daverend PR! De dag erna deed het wel overal pijn. Ik had ook nog gezellig gekajakt ’s middags, dus ik zo ongeveer alleen in m’n buikspieren geen spierpijn. Dat is wel het soort pijn waarvoor ‘pijn is fijn’ opgaat!!

* * *

Er waren de laatste weken bij de Parkrun steeds een dikke 50 deelnemers. Dat mogen er best meer worden! Dus voor wie dit leest: kom ook een keer meedoen!