Welkom (sticky)

Cartoon van Ironman LouiseOp 28 augustus 2016 volbracht ik, op mijn 50e, de Ironman van Vichy. Als je meteen daarover wilt lezen: hier staat het verhaal van die dag. Ik begon bijna twee jaar ervoor met dit weblog om te vertellen over de weg erheen, die met de nodige ups en downs is verlopen

Sinds mijn Ironman schrijf ik hier verder over mijn eigen belevenissen, vrouwensport en trainingszaken – ik ben inmiddels trainingsbegeleider geworden. En ik triathlon nog steeds!

Wees welkom, neus lekker rond op dit weblog, ik heb geprobeerd het leuk én informatief te maken. Als je wilt reageren, doe dat – vind ik leuk!   

Een hap uit het seizoen

Met het herstel van covid gaat het voorspoedig. Het is wel gek grillig, en dat ervaar ik als wezenlijk anders dan bij een bekend virus zoals een verkoudheid. Het lijkt alsof de symptomen elk hun eigen gang gaan: met ups en downs gemiddeld vooruit.

Dat ‘losgeknipt’ van elkaar zijn van de symptomen is wat het gek maakt. Zo had ik bijvoorbeeld maandag ineens weer een verhoogde rusthartslag en veel slijm in neus en keel, maar ook meer energie dan eerder (ik was voor het eerst ’s avonds niet nadrukkelijk aan m’n bed toe). Gister was dat slijm weg, rusthartslag normaal, energie even hoog – maar zag ik ineens weer wazig met m’n rechteroog, een symptoom dat een paar dagen weg was geweest. Maf hoor. 

Maar het gaat goed vooruit, en ik vind dat ik er goed vanaf kom. Desalniettemin neemt één zo’n gevalletje covid midden in het seizoen een grote hap daaruit. Hier zijn de consequenties die ik nu kan overzien:

  • Geen Vrouwentriathlon
  • Geen zwemtocht
  • Laatste keer trainingsgroep Pernis gemist (en eerder ook een door de gewone verkoudheid, dus ik heb in totaal een kwart gemist helaas)
  • Een DNF in Oud Gastel
  • Bij de eerstvolgende triathlons niet in goede vorm, deels door nog steeds aan het herstellen en deels door de trainingsachterstand (maar dat is niet zo heel erg – daarover later meer)
  • Een dusdanige trainingsachterstand met hardlopen dat de halve marathon op losse schroeven staat en in elk geval geen topprestatie gaat worden. Ik heb sinds de triathlon in Delft nog maar twee korte stukjes gelopen. Afgelopen maandag had ik wat langer in gedachten, maar dat was die dag met de verhoogde rusthartslag en ik blijf met die covid voorzichtig: ik ben niet gegaan. Nu komt het er een week niet van door andere plannen, en dan resteren dus nog drie trainingsweken…

Op de iets langere termijn komt het allemaal wel weer goed natuurlijk en het is peanuts ten opzichte van long covid en andere grotere gezondheidsproblemen. Wel denk ik: bij het huidige coronabeleid gaan we dit allemaal met regelmaat meemaken, bovenop de oude-vertrouwde virussen. Dat vind ik voor mezelf alleen al geen verheffend vooruitzicht. En dan ben ik nog goed weg aan het komen. Ik heb daarom de petitie voor een ander coronabeleid ondertekend. Zitten goede mensen achter!

 

DNF 😀

Nou, de covidhersteltriathlon ging eigenlijk best wel goed. Het plezier is zeker gelukt. Oud Gastel is een van mijn favoriete triathlons: precies de goede balans tussen de kneuterigheid van een echte dorpstriathlon (het lijkt alsof het hele dorp óf meedoet óf vrijwilliger is, of allebei, en anders staan ze wel te supporteren) en een goede organisatie. Net een tikkie ingewikkeld met twee wisselzones, dus we waren er al anderhalf uur van te voren. Toen bleek manlief z’n helm vergeten, maar gelukkig hadden ze leenhelmen – oef. Het was van de kinderwedstrijd de dag ervoor:

Het was een gekke dag qua weer, want het wisselde tussen kil, grijs & grauw met regen bij een graad of 17 en warm en zonnig en dus een beetje benauwd.

Ik had net weer zo’n sprongetje vooruit gemaakt qua herstel. Bij het zwemmen had ik eigenlijk meer last van m’n verkleumde handen. Net voor de start was het zo’n kil en nat moment namelijk, dus stonden we – zonder wetsuit, watertemperatuur 22,5 – met z’n allen te bibberen. Dat is ook een beetje de makke van de complexe logistiek: naar de zwemstart neem je alleen het minimale mee. Een jackie leek me niet nodig, want eerder was het juist wat klef-warm geweest.

30′ gezwommen, ik heb geen idee of de afstand (1300m) klopte; meestal meet mijn horloge te veel en Strava blaast dat nog verder op. Als het klopt, zwom ik wel traag, maar geen drama. Ik had last van die koude handen, en ik merkte wel, woensdag ook al: ik ben misschien ook net de puntjes op de techniek-i van de cursus powerstroke kwijt door het vormverlies en het gebrek aan training. Ik voelde vooral m’n linkerarm ‘slippen’, dus dat ik dan die elleboog niet voldoende kon knakken om echt te stuwen. Bekend probleem, en ik vond het op zich al goed dat ik het in de gaten kreeg. Dan komt het ook wel weer terug. Tijdens zo’n wedstrijd kan ik me er alleen niet op concentreren, dat heeft even aandacht nodig weer.

Op de fiets reed ik misschien maar een Watt of 5 lager dan oorspronkelijk (pre-covid) beoogd, bij een normale hartslag. Snelheid daarbij was hoger dan ik had verwacht  (31,4), ondanks niet eens heel gunstige wind. Harder ging niet, maar ik vond dit al lang best. Wel voelden m’n benen wat moeier dan normaal, en mijn vermogen liep ook iets terug gaandeweg. Als ik m’n rug en nek vandaag voel was dat meer de trainingsachterstand dan de covid zelf: ik had moeite om de houding te houden. Dat moet ik sowieso voorzichtig opbouwen en ik heb al vaker gemerkt dat ik het ook gauw kwijtraak.

Maar goed: dik tevreden, ik vind het een fijn parcours, door het westbrabantse platteland. Ik zag net in de uitslag dat ik in het (recreatieve) veld de derde fietstijd overall heb gereden bij de vrouwen, haha. Nouja, de snelle vrouwen waren ’s ochtends gestart in de wedstrijdserie.

Daarna heb ik nog één rondje gelopen zonder het te pushen, dus dat werd duurlooptempo. Dat ging eigenlijk ook best, alleen zit dan het slijm in m’n luchtwegen meer in de weg dan bij de andere sporten. Bovendien wilde ik mezelf niet uitputten, vandaar dat ik ben gestopt. Dat was verstandig, denk ik, want ik was ’s avonds flink afgedraaid, 10 uur geslapen vannacht.

Vandaag dus spierpijn in m’n rug en verbrande schouders, want voor de start leek er echt geen aanleiding om die in te smeren.

Manliefs schouders zien er ongeveer net zo uit. Hij is wel gefinisht, ook hij had het als – naar omstandigheden – wel okee ervaren.

Al met al was ik (ook naar die omstandigheden natuurlijk) supertevreden. Vorige week om deze tijd was het voor mij nog een grote vraag of ik zou kunnen starten immers – of ik de puf zou hebben om naar Oud Gastel af te reizen zelfs. Maar jawel, en dan is het fijn om een startnummer op te spelden:

Frappant: zwemmen en fietsen gingen allebei stukken beter dan in 2017, dus ik zou kunnen stellen dat de overgang toen een dramatischer effect had op mijn vorm dan covid nu. Maar dat is wel appelen met peren vergelijken. De overeenkomst is dat het niet lukt om diep te gaan. Toen verwoordde ik het als ‘het gaspedaal niet kunnen vinden’, dat was gister zeer zeker ook aan de hand, maar het was daarbij ook een kwestie van niet willen – niet tot het gaatje willen gaan dus, zeker bij het lopen. 

Hoe dan ook: ik ben nog nooit zo blij geweest met een DNF!

 

Op naar de covidhersteltriathlon

Weer de gebruikelijke procesevaluatie de dag voor het evenement. Morgen zou m’n tweede grote seizoensdoel zijn: eindelijk eens goed presteren bij de 1/3e triathlon van Oud Gastel. Ik ben daar twee keer eerder gestart en allebei de keren had ik een slechte dag. De eerste keer was nog voor dit weblog, de tweede keer heb ik hier wel beschreven. Een persoonlijk parcoursrecord lag dus voor het oprapen, zeker omdat ik lekker trainde: ik was goed onderweg.

Net als in de aanloop naar mijn eerste seizoensdoel moet ik echter zeggen: maar helaas. De vorige keer was het een verkoudheidje, dit keer staat covid in de weg. Ik ben ondertussen al zes weken bijna non-stop bezig met virussen – zucht. Nouja, als het maar weer helemaal goed komt, en daar lijkt het wel op.

Nog even een resumé:

  • Achteraf gezien kreeg ik op donderdag 9 juni de eerste symptomen, in de vorm van slecht zien met één oog (wazig, vlekken).
  • De dag erna ging ik ’s middags hoesten, zaterdag hoestte ik stevig maar testte ik negatief en voelde ik me ook nog goed genoeg om heerlijk te wandelen (gelukkig zonder m’n maatje te besmetten).
  • ’s Nachts veranderde dat nogal, en op zondag heb ik een dag met koorts in bed doorgebracht, met hoesten, snotteren, en wazig zicht.
  • Vanaf de dag erna ging het enerzijds een stuk beter, maar anderzijds ‘hing’ mijn herstel nog een hele week: ik bleef me net wat ziekjes voelen, futloos, snotteren, enzovoort. Afgelopen maandag testte ik ook nog positief, op dag 12.
  • Dinsdag kwam er ineens een grote stap vooruit. Ik heb nog steeds luchtwegsymptomen (slijmerige neus en keel) en vlagen van wazig zien, maar dat voelt niet meer ziek en mijn energie is weer een heel stuk terug op niveau. Dat ‘hangt’ wel weer opnieuw, dus het is afwachten tot de volgende stap vooruit.

Ik heb heel veel verhalen gehoord van sporters die na covid niet terug komen op niveau, variërend van net niet en lang moe tot de serieuze long covid. Ik had begrepen dat te snel te veel gaan doen daar een rol in kan spelen, dus ik ben voorzichtig. De hele eerste week heb ik alleen een beetje gewandeld, yoga gedaan, en één keer een rustig stukje gefietst. Voor meer had ik ook nog geen fut. Deze week heb ik de drie sporten uitgeprobeerd, alles nog alleen kort en rustig. Fietsen ging gewoon goed en was heerlijk, zwemmen ging goed maar traag, hardlopen was moeizaam door amechtige luchtwegen. Van het zwemmen en hardlopen heb ik enige spierpijn. Mezelf kennende is het overigens niet gek dat hardlopen het moeilijkste is – dat is altijd zo, dat die sport het meest te lijden heeft onder m’n vormdips.

Wat ik deze week heb gedaan vind ik voldoende om morgen te starten. Ik hoop in elk geval te kunnen zwemmen en fietsen, en daarna zie ik wel: niet lopen of alleen de eerste ronde. Het zou fijn zijn als ik op de fiets weer een klein beetje gas kan geven ook.

En dan vooral lol hebben. Het waren niet de leukste weken immers, ziek en in isolatie. Vrouwentriathlon gemist, Kattendijke-Wemeldinge gemist. Ik kan wel balen van dat Oud Gastel ‘m weer niet gaat worden qua prestatie, maar ik kan ook gewoon blij zijn dat ik wel kan gaan en kan starten!

 

Foto’s

Eerst maar even de foto van het slechte nieuws van deze week, althans, van de verklaring voor alwéér ziek:

We zitten in isolatie, ik heb manlief besmet, ben aan de beterende hand, maar zal zeker een week uit de running zijn, letterlijk en figuurlijk, en ik doe voorlopig voorzichtig. Geen idee nog wat het betekent voor de plannen voor de komende weken. Eerst goed beter worden!

Dan de leukere foto’s: van de triathlon in Delft. Ik sta er zelf een paar keer fraai op:

En manlief is helemaal goed gelukt:

Met dank aan de fotografen Springstof Media, Michel Wessels en Mario Bentvelsen!

 

Story of my life

Ik schreef het vorige week: ‘ik ben weer bijna helemaal fit’. Nou, dat heeft daarna nog welgeteld twee dagen geduurd. Vrijdagmiddag ging ik hoesten. Ik hoopte eerst nog dat het hooikoorts was of een late oprisping van de verkoudheid, maar zaterdag kon ik er niet omheen: ik was opnieuw ziek aan het worden. Jaja, twee afleveringen direct achter elkaar van de gezondheids-story of my life. Zucht.

Ik voelde me zaterdag nog fit, zelftest was negatief, dus ben ik wel gaan wandelen, een prachtige etappe van het Pelgrimspad, onder andere langs de molenviergang bij Aarlanderveen:

’s Avonds werd ik echter in rap tempo moeier en ik had daarna een lange maar koortsige nacht. Gister heb ik voornamelijk in bed doorgebracht. Vandaag is het iets beter, maar ik heb wel nog verhoging en ik vond een rondje eiland wandelen al heel wat. Lekker om buiten te zijn – maar ook genoeg.

Het kostte me gister mijn deelname aan de Vrouwentriathlon, die waarschijnlijk voor het laatst in deze vorm georganiseerd werd en waar ik dus extra graag bij wou zijn. Ik wist zaterdag al wel dat starten er niet in zat: de hoest kwam van te diep om de nek-check te doorstaan. In de loop van de nacht ging ik beseffen dat meegaan als supporter of helpende hand er niet in zat. Henk (vrijwilliger en fotograaf) en Nicole zijn samen gegaan. Mij thuis achterlatend in vlagen van zelfmedelijden. Gelukkig was het wel duidelijk dat het niet ging.

Vandaag had ik zo’n dag dat ik al wel weer wat kon maar niet veel, dus dat de verveling toe dreigt te slaan. Vanmiddag heb ik me daarom vermaakt door Ronde van Zwitserland te kijken. Ik herinnerde me daarbij een eerdere keer dat ik ziek wielrennen had gekeken. Eind juli 1998 zat ik ongeveer in hetzelfde stadium van ziekte wat te zappen en toen belandde ik in een Tour-etappe. De Tour, ja, die herinnerde ik me nog. Ik had in de hoogtijdagen van TI-Raleigh wielrennen gekeken, met mijn vader mee, naar de Tour-overwinning van Zoetemelk, en ik was fan van de Kneet-story. Die belangstelling was weggedeemsterd maar – zo bleek – snel weer op te porren. In een duister decor van regen en mistflarden tussen dreigend zwarte bergen reed voorop een balletdanser met grote oren en een bandana op z’n kale hoofd, en er ergens achter een mijnwerker met warmtepleisters op z’n knieën. De mijnwerker was op dat moment, zo begreep ik uit het commentaar, bezig met het verliezen van die ronde, aan de balletdanser. En ik zat daar op de eerste rang naar te kijken – ademloos.

Ik werd nóg ademlozer toen ik twee dagen later opnieuw eerste rang zat, nu bij een heuse staking, met renners die op de grond gingen zitten, er de brui aan gaven, onderhandelden. Wat was dit, joh, wat een krankzinnige sport! Daar wilde ik wel meer van zien. In 1999 was ik tijdens de Tour op vakantie, maar ik hoorde wel dat een voormalig kankerpatiënt die had gewonnen – weer zoiets. In 2000 keek ik zelf weer. Toen greep het wielervirus me definitief.

Er is vanaf die Tour van 1998 een tamelijk rechte lijn te trekken naar mijn eigen fietsen en van daar naar mijn hele leven. Want om in 2001 mee te doen aan de op die voormalig kankerpatiënt geïnspireerde Ride for the Roses leende ik een racefiets. Daarvoor was ik al vakantiefietser maar vond ik racefietsen maar onhandig – kon je niks op meenemen. Dat bleek anders te liggen: het was zo leuk dat ik een klein jaar later een eigen racefiets kocht. Ik had die fiets nog maar twee maanden of ik sprak bij een cyclo een man aan die me eerder uit de wind had gehouden. Dat had nogal gevolgen: vier jaar later zijn die man en ik getrouwd.

Moraal van dit verhaal? Soms is ziekzijn best wel goed. Wie weet hoe mijn leven was gelopen als ik op 27 juli 1998 gewoon naar kantoor was gegaan.

Desalniettemin vind ik het nu wel vervelend. Maarja, dat was in 1998 ook zo.

 

Op avontuur in Delft

Maandag zijn manlief en ik gestart op de kwart triathlon van Delft – die een geweldig beeldmerk heeft:

Het is een nieuwe triathlon, of althans: terug van heel lang weggeweest. Dat was aanleiding om ‘m te doen: dapper om in deze tijd met iets nieuws te beginnen. Er leggen nogal wat triathlons het loodje momenteel, onder andere door gebrek aan vrijwilligers.

Ik vond het daarom helemaal dapper toen ik eenmaal het fietsparcours had verkend, wat kon dankzij de GPX op de site van de organisatie: wat een boel kruisingen en mogelijk heel druk, zo’n recreatiegebied in de Randstad, en met smalle paadjes. Daar heb je véél vrijwilligers voor nodig. Ik hoorde iemand zeggen maandag dat het er alleen al op het fietsparcours 100 waren!

Andere aanleiding om ‘m te doen was de nabijheid (12 kilometer): de op één na dichtstbijzijnde triathlon ooit; TriRotterdam is verder weg. We konden er op de fiets heen. Dat is niet heel aangenaam, met al die spullen op de rug op de triathlonfiets, maar het ging wel: mijn wetsuit mocht in Henks rugzak.

Wij kwamen er zo wel, Nicole zou ook meedoen, maar die kon er onverwachts niet komen vanuit Zuid: er mochten geen fietsen  mee in de Randstadrail vanwege de Roparun later op de dag, en dat werd haar stevig onder de neus gewreven door dienstdoende controleurs – in een verder lege metro. Dat was dikke pech voor haar, erg lullig. Wel lief dat ze haar inschrijfgeld grotendeels terugkrijgt.

Wat het ook nog een bijzondere triathlon maakte: het was mijn eerste ooit op een maandag!

Het weer maakte het nog een beetje spannend, maar we hadden het beste van de dag: droog en een goede temperatuur. Alleen op de terugweg werd het heel herfstig. Voor de start scheen in het parc fermé in de Delftse Hout de zon:

Ik was er totaal anders dan onlangs in Ter Huh. Ik ben weer bijna helemaal fit, al had dat nog wel wat voeten in de aarde, want de verkoudheid werd er weer eens een uit de collectie ‘Louises freaky verkoudheden’: het ging na dat weekend niet over en ik bleef maar ’s nachts hoesten. Vorige week ben ik daarom met een ontstekingsremmende neusspray begonnen  en die doet wonderen. Ik voelde me zondag net weer bijgeslapen ook.

Aan de andere kant had ik geen specifieke ambities en ook bijna helemaal gewoon doorgetraind, blij dat dat weer kon zonder al te veel snot en slijm. Ik wilde een paar dingen uitproberen met voeding en looptempo. En vooral veel lol hebben.

Dat is allemaal gelukt. Ik was zaterdag al de startnummers wezen ophalen, prachtige nummers, vooral dat van Henk:

Het zwemmen ging vlekkeloos, mede dankzij de rolling start. Ik heb best veel zwemmers ingehaald, twee keer een paar tegelijk simpelweg door de boei strakker te ronden. Geen last van wind of golven – en dat terwijl later op de dag de kinderen niet mochten zwemmen vanwege het woelige water, het werd voor hen een run-bike-run. Ik finishte, net als in Ter Aar, in precies twintig minuten. Daarmee zijn dat allebei m’n beste triathlon-zwemtijden ooit, nouja, afgezien van die in heftige stroom mee. (En voor mijn gevoel zit er nog meer in.)

Op de fiets woei het hard, windkracht 5, dat was pittig, en ik voelde de wind zelfs rukken aan m’n fiets. Desalniettemin heerlijk gefietst, veel Pacman gespeeld: andere deelnemers inhalen. In de eerste ronde mede-deelnemers aan de kwart, in de tweede voegden die van de 1/8e en 1/16e in, toen werd het nog leuker eigenlijk. Ik heb drie OV-fietsen ingehaald, eentje zelfs op de kwart. Dat staat ergens voor, net als de fietsen met boodschappenmandjes en fietstassen: dan is het een echte breedte-triathlon, en zo heb ik ze het liefst.

Mijn benen deden het goed, veel beter dan in Ter Aar. Door het bochtige en smalle parcours kwam ik nauwelijks op een hoger gemiddeld vermogen uit, wel een hoger NP. Lagere gemiddelde snelheid, door parcours en wind, maar toch dik tevreden met m’n 1u20 – over 42 kilometer.

Ik had een trage wissel doordat ik m’n ene schoen niet aankreeg, in combinatie met hersenen die niet op hun best zijn als ze net hard hebben gefietst, want ik was al even aan het prutsen en toen pas bedacht ik dat in de andere schoen een schoenlepel klaarlag. Urgh. M’n lekkerste hardloopschoenen zijn niet de handigste voor de triathlon, door de flyknit. Dat moet ik toch echt eens oplossen, maar dat kan eigenlijk pas op een moment van minder trainen, om aan andere schoenen te kunnen wennen.

Het lopen zelf was vier rondjes rond de plas, waarbij ik me vooral heb vermaakt met kijken naar de andere deelnemers. Ik wilde mezelf pacen op 6’/km als oefentempo voor de 1/3e triathlon over een paar weken. Dat was eigenlijk het enige wat net niet helemaal goed ging: ik was iets te langzaam. Door de vele bomen zag ik m’n snelheid op de GPS niet goed, en toen ik zag dat ik net iets te langzaam zou gaan worden, was de fut er wel een beetje uit. Dit was opnieuw geen snel parcours: ook veel bochten en stukjes met blubber en plassen door de vele regen de dag ervoor. Hopelijk komt die 6’/km in Oud Gastel goed met wat meer rust van tevoren en iets meer drive ook. Daarover later meer.

Aan het begin van mijn tweede rondje liep Henk me voorbij, die begon net aan het lopen. Hij zat veel verder achter me dan ik had verwacht, en dat had een reden: hij was gevallen bij het fietsen, op zo’n smal paadje, en mede door z’n kippigheid (hij is in afwachting van een staar-operatie). Gelukkig zonder erg. Het leidde er wel toe dat ik hem heb verslagen, en dat nog maar één keer eerder gebeurd, in hitte.

Zo finishte ik in 2u48:41, als 15e van 40 dames overall (de uitslag was er supersnel, alleen helaas niet op leeftijdscategorie) – relatief veel beter dan in Ter Aar. Leuke houten medaille:

Dik tevreden, leuke, goed georganiseerde triathlon gehad, die vooral heel erg anders was dan de vorige, in alle opzichten: weer, gezelschap, deelnemers, parcours, vorm, ambities, aanloop. De ene triathlon is de andere niet, en dat maakt de sport juist zo leuk – het is steeds een avontuur.

Helaas betrok het weer na de finish. Ik heb op Henk gewacht maar kreeg het koud, waardoor ik een online bekende van het Triathlonforum helaas niet heb zien binnenkomen. Wel hadden we een heuse eigen supporter, Philip, dat was gezellig. En met chips na de finish maak je mij heel blij.

Over het Triathlonforum gesproken: daar is een subforum ‘Voorspel je prestatie’ met een onderwerp over deze triathlon. Ik ben nog nooit zo goed daarin geweest: ik had m’n zwem- en fietstijd bijna tot op de seconde goed voorspeld. Alleen lopen iets trager dus, en daarmee de eindtijd ook, en de wissels anders verdeeld.

 

Lessen van twee kustpadwandelaars

Ik heb net een boek gelezen waarin een lange-afstandswandeling centraal staat: Het zoutpad, van Raynor Winn. Ik kreeg het van twee vriendinnen (los van elkaar) aangeraden toen ik vertelde dat het lopen van een kustpad op de Britse eilanden hoog op onze vakantie-verlanglijst staat. Het gaat dan ook over zo’n kustpad: het South West Coast Path.

Beiden vonden het de moeite waard en raadden het me aan, maar met voorbehoud: ze waren er allebei niet laaiend enthousiast over.  Dat snap en deel ik: ik vind het niet heel goed geschreven, waardoor ik de heftige inhoud wel begreep, maar niet voelde. Wel kreeg ik er de wandelkriebels van: heuse Fernweh.

Er zaten bovendien twee draadjes in die ik interessant vond in het licht van het boek dat ik zelf aan het schrijven ben over sporter blijven op leeftijd. (Dat ligt overigens op dit moment bij proeflezers, onder de voorlopige titel ‘Sporter ben je, sporter blijf je’.  Ik had hier geloof ik ook nog niet ‘hardop’ gezegd dat de uitgeverij Walburg Pers wordt, hè? Bij dezen!):

  • De twee hoofdpersonen, allebei 50+, hebben het aan het begin van het wandelen ontzettend zwaar. Ze wijten dat nogal aan ‘de leeftijd’, zo van: jonge mensen kunnen dit veel beter hebben, wij zelf vroeger ook. Ik zat toen al te denken: dat is niet de leeftijd, dat is de ongetraindheid, de jaren van onvoldoende beweging (en grote stress en zorgen) die hun tol vragen. En dan word je zonder rustdagen bovendien niet beter. Dat zat ik bijna tegen het boek te roepen: neem nou eens een dagje rust. Als je vanuit niets ineens heel veel gaat wandelen, elke dag, krijgt je lichaam onvoldoende kans om te herstellen. In plaats van beter wordt het dan alleen maar steeds moeier.
    Ik kreeg gelijk. Ze gaan er op een gegeven ogenblik een tijd tussenuit en merken dan daarna dat ze inderdaad veel sterker geworden zijn en dat het lange wandelen hen ineens veel makkelijker afgaat. Zie je wel: niks leeftijd. Gewoon een kwestie van goed trainen: jezelf prikkelen én rusten. Dan kun je op je 50e nog ongeveer net zo veel als op je 18e.
  • De man van het stel heeft een ernstige, degeneratieve ziekte, CBD. Hij slikt daar zware medicijnen voor en heeft van de artsen gehoord dat hij het ‘kalm aan’ moet doen en zeker niet al te lang moet wandelen. Al na een paar dagen op het pad stopt hij met de medicijnen, onder andere omdat het zijn geest te veel beïnvloedt. Hij gaat dan door een moeilijke periode, maar voelt zich daarna beter dan in heel lang, met minder pijn. Na de herstart ervaart hij het opnieuw: dat vele wandelen doet hem goed. De artsen blijven er echter maar op hameren dat hij het ‘kalm aan’ moet doen, ze vinden het gekkenwerk wat hij doet.
    Die ‘kalm aan’-boodschap, daar komen artsen al gauw mee. Ik begrijp dat wel: ze willen dat je voorzichtig bent. Maar ik vraag me af of het advies wel onderbouwd is. Ik bedoel: ik kan me voorstellen dat er geen onderzoek is naar het effect van elk dag urenlang lopen met een zware rugzak (volledige bepakking voor wildkamperen!) op het verloop van CBD. Misschien is dat echt wel beter dan ‘kalm aan’, wie weet. Of misschien zijn er grote individuele verschillen in wat optimaal is? 
    De ‘kalm aan’-boodschap horen ouderen ook veel, en als je er gehoor aan geeft, verouder je harder dan nodig is. Daarover gaat straks hoofdstuk 1 van mijn boek.

Marianne, bedankt voor het lenen van het boek!

 

Jahoor: wéér Ter Huh!

Ik had er gister een hard hoofd in, en nadat ik vannacht ook nog eens bereslecht had geslapen door het hoesten helemaal, maar jawel: zelfs met een joekel van een slaapgebrek en een snotneus is het me vandaag gelukt om mijn PR op de kwart (Ter Aar 2014) te verbeteren, met vier minuten, tot 2:31:30 (ongeveer).

Ter Aar werd zo opnieuw Ter Huh. Vier keer meegedaan, vier keer een verrassend PR. Wat ik eerder schreef: ik ♥ Ter Aar.

Hier is m’n glunderfoto direct na de finish, met de afdruk van m’n haarbandje van tijdens het lopen nog zichtbaar op mijn voorhoofd:

Een wens van meer dan twee jaar is zo in vervulling gegaan: ik wilde dat PR in 2020 al uit de boeken triathlonnen in Ter Aar, maar daar stak corona een stokje voor. Ik herinner me die dag nog: ik deed toen een kwart thuistriathlon, met Ter Aar in mijn gedachten. Het was naar weer, dus misschien had dat PR er toen sowieso niet in gezeten.

En dan is de verleiding natuurlijk groot om te denken: wat als ik helemaal fit was geweest en de afgelopen nachten steeds wel de acht uur slaap had aangetikt (dit was de derde nacht van vier waarin dat niet zo was, het kan vannacht hooguit 5 uur geweest zijn)? Maar misschien ging het juist wel goed doordat ik er niks meer van verwachtte. Ik vond alles best, ik was heel ontspannen en laconiek. Tot in de laatste loopronde – toen wilde ik het wel gaan halen natuurlijk:

  • Ik heb relaxed gezwommen, mede dankzij een zich keurig gedragende baan, nooit eerder bij een zwembadwedstrijd zo weinig last gehad van de anderen, erg fijn (bedankt, baangenoten!). Net toen ik dacht: het mag wel eens gedaan zijn, voelde ik de tikjes van de banenteller op mijn hoofd die aanduiden dat ik nog één keer heen en weer moest. Ik heb er precies 20 minuten over gedaan, dat is voor nu okee.

  • Bij het fietsen zag ik dat mijn vermogen 10 à 15 Watt achterbleef bij wat ik eigenlijk zou kunnen, maar dat snapte ik wel, en ik heb niet gestreefd naar meer. Dat had ik vorig jaar in Almere wel gedaan en dat moest ik toen bij het lopen bekopen. Nu dacht ik: best, het zal wel als er niet meer in zit dan dit. Ik voelde me immers ondertussen ook een beetje een snotproducerende machine: alsof ik met dat stampen op de pedalen snot maakte. Ik reed toch nog 32,5 km/u gemiddeld, ondanks dat het beetje wind niet heel gunstig stond en er meer bochten in het parcours zaten dan ik me herinnerde. Ik kon eten en drinken volgens plan en ik had er wel weer lol in: ik vind het een heerlijk fietsparcours en wat is er nou leuker dan lekker hard fietsen op een prachtig zonnige dag in het Groene Hart? Ik moest alleen een keer om een auto heen van een bewoner die van z’n erf af kwam zetten en die zich kennelijk niets aantrok van fietsers in een wedstrijd.
  • Het lopen ging eigenlijk gewoon okee, in 5’45/km gemiddeld. Ook dat kan denk ik harder, maar niet met zo veel snot. En bij de vorige twee triathlons waarin ik tien kilometer liep, ging het véél slechter, dus ik was dik tevreden. Ik had dit keer meer op het loop- dan op het fietsparcours herinneringen: aan vorige edities en aan de tijd dat de weg waar ik nu op liep, lag op de kortste fietsroute tussen Henks huis en het mijne, voordat we gingen samenwonen. Ik houd enorm van dit gebied.

Zowel loop- als fietsparcours zijn iets te kort, en dat helpt dan mee om tot een snelle eindtijd te komen. Het had nog op één punt sneller gekund: als m’n tweede wissel sneller was gegaan. De fietsen van de kwart en de 1/8e stonden om en om, en de deelnemers van de 1/8e hadden heel mijn plek gewoon overgenomen: spullen aan de kant geschoven en er dingen bovenop gezet. Daardoor herkende ik mijn plek niet meer (de nummers zijn slecht zichtbaar) en toen ik ‘m eenmaal gevonden had, had ik moeite om m’n fiets ertussen te krijgen. ‘Oja, jullie zijn bezig met die fietsen natuurlijk’ zei een dame van de 1/8e enigszins sullig. Ik heb er na afloop even over gepraat met een official van de NTB, er waren wat meer klachten over rommeligheid en ruimtegebrek in het parc fermé, ze zouden het meenemen.

Maar dat was dan ook het enige, verder was het allemaal gewoon heel leuk, goed georganiseerd en verliep het vlekkeloos – ik blijf het een erg leuke triathlon vinden. Dank aan de vrijwilligers!

Het was dus wel heel vroeg op vanochtend, met mijn start al om half 9. Ik ging samen met Nicole die bij ons had gelogeerd. Ook Niels deed mee, met wie ik laatst in Amsterdam had gezwommen, allebei op de 1/8e. Dat was dus ook gezellig:

Helaas was er geen prijsuitreiking voor 50+ apart, geen idee wat ik gedaan heb in mijn categorie, het zou me wel benieuwen. Bij de D40+ was het wel knetterhard gegaan, met de overall winnares erbij. Er is ook nog geen officiële uitslag. Misschien komt dat nog. Dan vul ik mijn officiële tijd nog wel aan hier.

Nu uitpuffen. En vannacht hopelijk wél lekker slapen.

Edit, 8 juni: hèhè, eindelijk foto’s, via Facebook! Ik vond deze van mezelf:

 

Het seizoen gaat van start!

Vorige week liet ik mijn gedachten eens gaan over hoe ik ervoor stond, een week voor mijn eerste triathlon van dit seizoen, morgen: de kwart in Ter Aar. Ik kwam tot de conclusie dat dat best goed was: ik heb er zelden of nooit over de drie sporten gemiddeld zo goed voor gestaan aan het begin van het seizoen.

Ik ben in elk van de drie sporten al eens beter geweest, maar zo met z’n drietjes gelijk op en in balans, dat kan ik me niet heugen. Dat is immers best lastig aan triathlon. Meestal stort ik me in het voorjaar zo enthousiast op het fietsen dat de andere twee sporten daaronder lijden. Nu klopte de totale balans – ik heb vorig jaar wat geleerd op dat gebied.

Dat wil zeggen dat ik relatief weinig heb gefietst nog. Ik heb vooral nog niet zo veel echt lange dingen gedaan. De 100 kilometer nog niet aangetikt bijvoorbeeld, al lag dat ook wel aan de omstandigheden van de langste ritten (voorbeeld: alles tegenwind op een trage fiets met een zware tas achterop). Maar de trainingen waren wel goed: relatief veel intensief. Zoals altijd komt de fietsvorm dan vanzelf, lijkt het wel – dat zag ik aan mijn vermogensmeter.

Toen ik een paar weken geleden ook nog een nieuwe ketting en cassette op mijn triathlonfiets had, was daar ineens ook een boel extra snelheid. Dat had ik dus eerder moeten doen, dat had gescheeld bij m’n tijdrit vorig jaar, waarvan ik vond dat de snelheid achterbleef bij het vermogen. Maarja, vorig jaar waren er geen onderdelen. 

Over het zwemmen schreef ik onlangs al, dat had ik in die drie maanden niet beter of meer kunnen doen dan nu. Hardlopen heb ik goed kunnen onderhouden op de halvemarathontraining van de winter. Daar kwam toen misschien niet uit wat ik ervan had gehoopt, maar ik heb wel een goede basis gelegd. Ik heb voor verderop in het seizoen nog langere plannen dan een kwart (namelijk: een 1/3e triathlon en toch nog een halve marathon), dat motiveerde om wat langere duurlopen te blijven doen, van dik anderhalf uur (voorbeeld: de lekkerste van de laatste tijd). Dat ging allemaal probleemloos, hooguit kon ik merken dat die duurlopen wat harder aankomen op mijn benen nu ik ook weer meer fiets. Ik ben bepaald niet op m’n snelst nu, maar dat hoeft ook niet voor een triathlon.

Ik realiseerde me ook dat deze stand van zaken best wel goed is, gezien de omstandigheden. Het was niet de makkelijkste tijd. Na weer een taaie coronawinter moest ik wennen aan zo abrupt terug naar normaal, ik schreef daar eerder over. Mijn werk is veeleisend op het moment vanwege wat ‘gedoe’ op diverse fronten (het meest recente was het crashen van m’n Outlook, met daarin mijn archief van lopend werk, dat heeft me afgelopen week in totaal bijna een werkdag gekost) in combinatie met dat er ook nog een boek af moet eind augustus (dat gaat zonder gedoe, maar houdt me wel bezig natuurlijk). Ik vind een aantal ontwikkelingen in de wereld nog steeds zorgelijk, en mijn schoonvader heeft niet lang meer te leven, wat vooral veel van Henk vraagt maar mij ook niet onberoerd laat. Daarbij had ik ook nog een paar slechte nachten. Er was ook een boel leuks, gister nog bijvoorbeeld, maar ik vind toch dat ik mezelf best een schouderklopje mag geven voor hoe ik heb weten door te trainen. Nouja, dat wíl ik juist ook heel graag als het moeilijker is, want sporten is gewoon fijn. Maar toch.

Wat ik me vorige week ook nog realiseerde, is dat ik één steek had laten vallen: voeding uitproberen. Ik had de indruk dat bij die twee mislukte halve marathons dat een rol kan hebben gespeeld: mogelijk zakte na de gel en/of de sportwinegums m’n energie weg. Verdraag ik die niet meer zo goed? Dat had ik nader willen onderzoeken en dat ben ik vergeten. Morgen maar op safe spelen. Ik vond gelukkig nog één fruitreepje voor tijdens het lopen, onder in een tas, beetje verkreukeld.

Okee, tot zover de stand van zaken vorige week. Ik had er zin in: ik wilde er weer een echte Ter Huh van maken. Ik ben drie keer eerder gestart in Ter Aar en drie keer dacht ik huh toen ik over de finish kwam: huh, zó snel? Het was alledrie de keren een PR, en dat eerste, op de kwart in 2014, dat staat nog steeds. 2014 klinkt als mijn triathlon-prehistorie: ik ben beter gaan zwemmen, ik heb een snellere fiets en zo veel meer ervaring. Ik ben sindsdien ook al echt wel beter geweest op de kwart, maar dan op een trager parcours. Het zou moeten kunnen dus, een PR, ook al ben ik acht jaar ouder. Zeker omdat de weersverwachting goed was.

En toen… werd ik verkouden. Voor het eerst in meer dan twee jaar en drie maanden, een ongelofelijk record, ik schreef ook daar eerder over. Het is niet erg, het is voor mij een mild verkoudheidje, dus ik kan er niet mee zitten, behalve dan dat de timing voor morgen slecht uitkomt. Ik ga er sowieso heen, ook omdat Nicole met me meerijdt. Ik denk dat ik ook ga starten. Maar of er dan uitkomt wat ik eigenlijk had gehoopt?

Deze week heb ik dus extreem rustig gedaan: geen tapertrainingen voor fietsen of lopen, sinds dinsdag alleen maar een paar keer rustige yoga. Dat voelt wat onzeker, maar ik weet ook wel dat het op het totaal nauwelijks uitmaakt natuurlijk.

Het frappante aan dat oude PR is dat ik in de week daarvoor ook verkouden was. Heftiger dan nu zelfs. Het zat er iets verder voor wel, en ik voelde me op zaterdag alweer beter dan vandaag, begrijp ik uit mijn logboek. Uiteindelijk had ik er toen alleen bij het zwemmen last van, van slijm in mijn keel, herinner ik me. Ik had er toen uiteindelijk voor mijn gevoel baat bij dat ik de hele week rust had gehad. Ik ben benieuwd hoe het morgen gaat. Alles is goed eigenlijk.

* * *

Ondertussen realiseer ik me ook hoe bijzonder het eigenlijk is om in mei te kunnen schrijven ‘het seizoen gaat van start’. De afgelopen twee jaar kon dat niet. Vooral morgen daar ook van genieten dus. De tas is gepakt, de spullen liggen klaar: