Welkom (sticky)

Cartoon van Ironman LouiseOp 28 augustus 2016 volbracht ik, op mijn 50e, de Ironman van Vichy. Als je meteen daarover wilt lezen: hier staat het verhaal van die dag. Ik begon bijna twee jaar ervoor met dit weblog om te vertellen over de weg erheen, die met de nodige ups en downs is verlopen

Sinds mijn Ironman schrijf ik hier verder over mijn eigen belevenissen, vrouwensport en trainingszaken – ik ben inmiddels trainingsbegeleider geworden. En ik triathlon nog steeds!

Wees welkom, neus lekker rond op dit weblog, ik heb geprobeerd het leuk én informatief te maken. Als je wilt reageren, doe dat – vind ik leuk!   

Kwart triathlon Hengstdijk 👍

Afgelopen weekend was het slot van zowel mijn triathlonseizoen (begonnen in mei) als mijn vakantie. Die vakantie was op 1 september begonnen en leidde via Bodegraven, de Brabantse Wal en de abdij van Mount Saint Bernard naar… Hengstdijk. Ik heb jaren geleden bedacht dat het me leuk leek om alle Zeeuwse triathlons te doen, en daar, in Zeeuws-Vlaanderen was er zondag een.

Nouja, Zeeuwse triathlon… het is er een die onder Belgische organisatie valt, zo zeer zelfs dat het inschrijven met een Nederlandse licentie met een omweg moest. Ik had er ook alleen maar van gehoord dankzij Lennart73 van het Triathlonforum, in de Nederlandse communicatiekanalen gaat het er niet over. Ik heb het dan ook geheel als Belgische enclave in Nederland ervaren, met als hoogtepunt dat ik bij de doorkomst na mijn eerste loopronde werd omgeroepen als ‘een deelneemster uit Nederland’ 🤣 In de uitslag ligt het er ook dik bovenop:

Maar ik loop op de zaken vooruit. De Kwart triathlon Hengstdijk vindt plaats op een camping, De Vogel. Toen we donderdag op zoek gingen naar accommodatie, bleek daar nog een sta-caravan te huur. Dat was sowieso al leuk, maar we wisten helemaal niet wat we zagen toen we zaterdagmiddag aankwamen: onze caravan stond klem naast de wisselzone! Dichterbij kon niet!

Ze waren het parc fermé nog aan het opbouwen. Aan de andere kant, een meter of tien lopen… de zwemstart!

Voor mij betekende het vooral een superrelaxte aanloop. Ik kon op m’n dooie akkertje m’n voorbereidingen treffen, ondertussen nog de ontknoping van het WK wielrennen kijkend. Wetsuit aantrekken kon vlak van tevoren voor onze eigen deur.

Zo ontspannen waren de uren voor een triathlonstart nooit eerder! Ik had ook nog eens als een blok geslapen, dus ik voelde me kakelvers.

Desalniettemin: ik had geen idee wat ik qua prestatie kon verwachten. Een wandel- en een fietsvakantie zijn niet de beste voorbereiding voor een wedstrijd, ik had me in Engeland okee maar niet altijd super gevoeld en ik had vrijdag nog wat restanten fietsvermoeidheid gemerkt, samen met een stijve rug. Gezwommen heb ik in de vakantieweken weinig, en al heel lang niet in wetsuit en zeker niet in koud water – dat is razendsnel afgekoeld immers, de laatste keer in de Schie kon nog zonder wetsuit. In België is het triathlonniveau hoog, dus ik dacht nog: als ik maar niet laatste word.

Het was inderdaad even schrikken in het koude (en brakke) water van de kreek en wat hannesen met m’n wetsuit uittrekken, maar verder heb ik lekker gezwommen. Ik kon zowaar op mijn techniek letten, dat is zeldzaam tijdens een triathlon!

Ik had ook al meteen in de gaten dat ik me over dat laatste worden geen zorgen hoefde te maken. Vooraan ging het razendsnel, maar ik haalde al heel gauw zwemmers uit de eerste twee starts (twee en vier minuten voor ons gestart) in.

Het waren twee rondjes, inclusief landstart en Australian exit (landgang tussen de rondes):

Ik deed er dik 22 minuten over (ik heb geen Strava-link want mijn GPS heeft het niet goed gedaan).

Okee dan, altijd fijn als het zwemmen erop zit. Want toen kon ik na de wissel… 

lekker gaan fietsen.

Het fietsparcours was drie weken geleden veranderd, en dat vond ik jammer. Het zou namelijk naar het noorden voeren, naar de oever van de Schelde, en dat leek me super. In plaats daarvan werden het vier bochtige rondjes door de polder. Het was inderdaad geen sinecure: bochtig en smal én het was bietencampagne, dus blubber, steentjes en andere zooi op de weg.

Geen makkelijk parcours, wel lieflijk landschap op een prachtige zondagochtend – wat een mazzel met het weer hadden we!

En tot mijn verbazing wilden mijn benen álles wel. Ze hebben zelden zo goed gevoeld in een triathlon. Was ik al heel erg blij  met Bodegraven, dit ging nog veel beter. Nouja, gemiddeld niet harder, daar was het het parcours dus niet naar. Ik heb precies 32 gereden, oftewel 1:24:40 over de 45 kilometer, met een vermogen dat in de buurt komt van de losse tijdrit van vorig jaar. Huh?

Het voelde super. Wat ik nog nooit heb gehad: ik had af en toe het idee dat ik iets concentratie verloor of even iets minder doortrapte, en dan keek ik met de verwachting dat m’n gemiddelde vermogen wel gezakt zou zijn. Maar dat was dan steeds niet zo. Mijn benen leken het wel vanzelf te doen!

Iets minder was dat er een ambulance me voorbij kwam die even verderop stopte. Dat is altijd schrikken. Ik heb alleen vaag een schim in de berm zien zitten, Henk had gehoord dat er iemand onwel was geworden. Ik kwam gelukkig veilig binnen, op weg naar de tweede wissel:

Ik was benieuwd wat er nog in zou zitten voor het lopen en ook dat viel mee.

De vier rondjes hardlopen over de camping voelden goed en ze waren gezellig, met de deelnemers en de toeschouwers, en omdat manlief elk ogenblik opdook met zijn camera in de aanslag. Van hem moet ik dan lachen:

Maar dat lukt niet altijd:

Henk heeft mij een heleboel keren op de foto gezet, en anderen ook: in totaal meer dan 1500 foto’s! Waaronder deze leuke van de drankpost op het loopparcours: 

Ik moest erom lachen dat er bordjes stonden met maximumsnelheid 10, vanwege spelende kinderen.

Waren wij nou die spelende kinderen, uh, volwassenen, of gingen we allemaal te hard?

Ik heb in 55’48 gelopen, wat voor mij een dijk van een tijd is, maar het parcours was wel wat te kort. Gemiddeld heb ik een fractie langzamer gelopen dan bij m’n PR in mei. Met al wekenlang veel minder en rommeliger training. Ook daar ben ik blij mee. Aan het eind had ik nog net wat over om te sprinten:

Ik finishte in 2:50:20. Supertevreden: ik vind dit mijn beste prestatie van het hele seizoen, een van mijn beste ooit. Ik was gister in uitzonderlijk goede doen. Fijn om dat weer te hebben! Bovendien was het een leuke, goed georganiseerde triathlon.

Na de finish kregen we een tegel en foto’s, die ter plekke razendsnel waren afgedrukt, een leuk extraatje.

Ik heb ook nog even staan praten met de man met wie ik op de fiets steeds had stuivertje gewisseld:

Heel kort daarna zat ik op ons balkonnetje nog wat uit te puffen en met m’n Strava in de weer enzo….

… en toen hoorde ik ineens mijn naam omgeroepen – bleek ik nog tweede te zijn geworden bij de D50+ ook! Wat grappig – dit hele seizoen heb ik wedstrijden gedaan waarbij helemaal geen leeftijdscategorieën werden onderscheiden, of alleen 40+. Bij de enige 50+ val ik meteen in de prijzen! Dat is zeer relatief, want (voor zover ik kan zien in de uitslag) waren we maar met z’n drieën en de winnares was zelfs al 60+. Maar toch leuk. Ik ben snel naar het podium gehold en kreeg daar een trofee en een flesje bier:

Nog wat later hebben we even gekeken bij de starts van de middagwedstrijden (divisies) en toen hebben we wel gemaakt dat we wegkwamen, want er stond een speaker naast onze caravan en we raakten de harde, slechte muziek beu. We zijn naar Hulst gereden voor een mooie stadswandeling en daarna hebben we in Vogelwaarde mosselen gegeten. Het was zodoende ook een ontdekkingsreis Zeeuws-Vlaanderen. De dag eindigde met op de bank van ons huisje voetbal kijken. Nacht twee in de caravan ook weer heerlijk geslapen. Vanochtend was het koud in de caravan door het takkeweer – maar toen zat het er ook op.

Seizoen en vakantie zijn zo geëindigd met een klapper. Ik ga nu de overgangsperiode in,  zoals dat heet (moet ik, 3,5 jaar na de menopauze, nog steeds een beetje om grinniken, om dat woord): uitrusten en freewheelen (en ook vrij stevig aan de bak qua werk, de komende weken). Ik ben al bezig met nieuwe plannen, daarover later meer natuurlijk en dan komt ook nog wel een keer een seizoensterugblik. Ik ga in elk geval met een goed gevoel het seizoen uit! 

Onze tiende Trappist

In 2013 fietsten manlief en ik vanuit huis langs alle acht toenmalige Trappistenkloosters met brouwerij: Achel, Rochefort, Orval, Chimay, Mont des Cats, Westvleteren, Westmalle en La Trappe (Koningshoeven). Dat was toen een prachtige fietsvakantie van drie weken, vol met lekker bier en andere belevenissen – hoogtepunt was dat we in Westvleteren een pintje dronken met een broeder.

Sindsdien zijn er kloosters bijgekomen, en zodoende fietsten we in 2014 in een weekend op en neer naar Zundert, voor de Pinkstermis en hun bier. Er bleven toen nog een paar kloosters over, maar die waren allemaal wat lastiger te befietsen. Toch zat een vervolg nog steeds in ons hoofd.

Dit jaar zijn we een beetje beperkt in hoe lang en hoe ver we weg kunnen. We waren al wezen wandelen, en een weekje Engeland, dat kon ook nog net, en daarin was hun Trappist haalbaar, daar hadden we al eens naar gekeken. Dus dat werd ons doel: de Mount Saint Bernard Abbey, nabij Coalville, 25 kilometer ten noordwesten van Leicester.

We zijn vanuit huis vertrokken. Heen met de boot van Europoort naar Hull. In twee lange dagen via Sutton-on-Trent naar Leicester gefietst, daar twee overnachtingen. Op zaterdag eerst de Parkrun gedaan daar, wat een belevenis, zo groot en divers!

Daarna heen en weer naar de – prachtig gelegen – abdij, voor hun Tynt Meadow bier.

Daarna in drie dagen via Stilton en Thurlow naar Harwich, nachtboot naar Hoek van Holland. Op de laatste dag, gister, hebben we nog een ‘gaatje’ dichtgereden van vorig jaar, toen we op ons rondje langs de randjes van Nederland niet van de Maasvlakte konden overvaren. Nu wel. Meer details en foto’s op onze Polarsteps.

Opnieuw was het een geweldige fietsvakantie. Engeland blijft een heerlijk land, ook al hebben ze fietsen nog niet helemaal begrepen. Ik had er meer dan 20 jaar niet gefietst en sindsdien zijn er fietspaden en dergelijke bijgekomen, maar die zijn niet allemaal gelukkig: ze houden ineens op, lopen dan ineens aan de andere kant van de weg verder, soms maar voor 50 meter, ze zijn vergeven van de hekjes (lastig met onze bagage)…

…en als je braaf oversteekt, sta je eindeloos stil, standaard twee keer op een drukke weg: voor beide weghelften. Vooral in de grote, drukke stad (Hull, Leicester) werden we er gek van. We hadden ook nog een keer een rampzalig slecht stuk klem langs de snelweg.

Maar soms ging het ineens wel goed: tussen St. Ives en Cambridge reden we over een superstrak fietspad langs een geleide (‘guided’) busbaan waar Nederland nog wat van kan leren:

We lieten ons leiden door Komoot, en dat ging beter als we ‘m op racefiets instelden, niet op toerfiets. Dat was wel vaker over de weg dan. Gelukkig zijn de automobilisten netjes en geduldig, dat viel echt op.

Niet veranderd waren de steile klimmetjes en dito afdalingen, maar dat is deel van de lol.

Net als heerlijk overnachten in oeroude inns of oubollige B&B’s, pints met slap bier drinken en ontbijten met ei, tomaat en bonen, hier (in The Bell Inn in Stilton) onder andere aangevuld met spinazie en vegetarische worstjes.

We hebben in acht dagen ongeveer 575 kilometer gefietst en die waren best pittig. Ik had na Leicester wat zadelpijn, voor mij ongebruikelijk – ik heb een nieuw zadel op mijn vakantiefiets en dat heeft los gezeten en mogelijk scheef gestaan, misschien was dat het. Even verder mee experimenteren. Maandag had ik het er zwaar mee; verder heb ik wel lekker gefietst.

Die maandag zal me ook wel bijbleven: fietsen door een stil Engeland, terwijl hun koningin begraven wordt. We zagen sowieso veel eerbetonen en alle vlaggen halfstok – we reden door een land in rouw. Dit duo op een brievenbus vond ik superschattig:

We hebben geen spat regen gehad, de wind mee, en zon; hooguit was het soms wat kil. We hebben erg genoten van het landschap en het vele buiten zijn.

We hebben kunnen doen wat we wilden doen. Het is een eind fietsen voor een biertje, maar het was natuurlijk een duidelijk voorbeeld van dat de reis belangrijker was dan het doel.

Ondertussen is ook een plan voor de lange termijn ontstaan. In de abdij hoorden we dat de Amerikaanse trappist ermee gestopt is. Dat betekent dat we fietsend de verzameling compleet kunnen maken. Alleen wordt dat wel een serieuze fietsreis: naar Oostenrijk en Italië (Rome). Het kriebelt…

 

Streekpad Brabantse Wal ✅

Afgelopen week hebben manlief en ik het Streekpad Brabantse Wal gelopen, in vijf dagen (ongeveer zoals in het routeboekje). Hier is de route als Henks GPS-track:

We deden het met de auto en vanuit een standplaats: hotel Old Dutch in Bergen op Zoom. Dat ligt perfect om met de bus naar de start- en eindpunten te reizen. Dat lukte echter maar twee dagen helemaal zoals gepland, want daarna staakten de bussen en moesten we dus  improviseren, en toen alles op zaterdag weer reed, bleken er in het weekend nooit bussen naar Huijbergen te rijden (:shock:), dus dat werd een taxi. Maar het is gelukkig wel allemaal gelukt.

Dat de Brabantse Wal mooi en interessant is, was een ontdekking van vorig jaar; we wilden het gebied wel beter leren kennen. De route maakte de verwachting waar: zeer afwisselend en fraai landschap (heide, bos, diverse soorten polders, akkers, zandplaat, havens, dijken, vergezichten, grenspalen, watertjes en een enkel klimmetje), meestal rustige en fijne paden (alleen dag 2 was veel asfalt), historisch interessant, de twee steden (Bergen op Zoom en Steenbergen) verrassend en tussendoor leuke plekken voor koffie met iets lekkers.

Met het weer hadden we veel geluk. Er is in die dagen een enorme zwik regen gevallen en het is zelfs noodweer geweest, met omgewaaide bomen en afgerukte takken. Maar dat was allemaal ’s nachts. Alleen op de laatste ochtend hebben we een tijdje in de regen gelopen. De eerste dag was het zelfs nog echt warm. Afgerond was het perfect wandelweer.

Door de standplaats-opzet liepen we met alleen een klein rugzakje, maar met 120 kilometer, gemiddeld 24 per dag dus (kleine 5 uur lopen), was het toch best pittig. Ik ging mijn benen elke dag steeds behoorlijk voelen. Als we dan na aankomst even hadden gezeten, was ik zo stijf als een hark. Elke keer herstelde ik vervolgens net genoeg om er de volgende dag weer tegenaan te kunnen. Ik voel nog steeds wat stijfheid aan de voorkant van m’n onderbenen, maar ik heb net ook alweer gefietst en dat ging superlekker.

De routemarkeringen waren niet goed onderhouden en het boekje is tien jaar oud, maar we konden er bijna altijd goed uitkomen. Zo veel is er kennelijk niet veranderd. Frappant: het grootste probleem, de enige keer echt zoeken, zat zaterdag in de allerlaatste kilometer! Daar was gelukkig een aardige meneer die ons het karrenspoor wees. Zoals er eerder al een aardige mevrouw was die ons een lift gaf naar Wouw. Leuke lui, die Brabanders!

Net als eerder in coronatijd bleek een vakantie dichtbij huis super. Ik heb genoten van de route, ik ervoer het wandelen als heerlijk voor mijn hoofd, en met de avonden in het hotel en een lekker hapje eten in de binnenstad van Bergen op Zoom erbij was het voluit vakantie. De opzet van zo’n streekpad wandelen vanuit een centrale plaats vonden we voor herhaling vatbaar.

Voor geïnteresseerden: op onze Polarsteps staan een boel foto’s en een uitgebreider reisverslag.

 

Mooie middag in Bodegraven

Gister heb ik meegedaan aan de 1/8e Najaarstriathlon in Bodegraven. Nouja, najaar… qua temperatuur was het gewoon nog hoogzomer: het was mijn warmste triathlon van dit jaar. Ik was daarom blij dat ik voor de 1/8e had gekozen en niet voor de kwart. Die keuze was omdat ik dit jaar nog geen 1/8e of sprint gedaan had door ziekte tijdens de Vrouwentriathlon, en ik het toch altijd wel een leuke afstand vind: lekker knallen. Daarom dus, en verder was het een toeristische overweging om mee te doen: ook al is Bodegraven hier vlakbij en ben ik er vaak in de buurt geweest, toch kende ik het eigenlijk helemaal niet. Leuk om daar verandering in te brengen.

Ik had me nog maar net ingeschreven of het bericht kwam dat het zwemmen in de Rijn vanwege de droogte niet door kon gaan. Dat is deze zomer schering en inslag in de triathlonwereld: geen of aangepast zwemmen. Bodegraven vond een aanpassing: het zwemmen zou in het binnenzwembad zijn. Tussen het zwembad en de wisselzone met zo’n 350 meter lopen, door een winkelpassage:

Alleen de supermarkt was open, dus het was de Hallo-Jumbo-T1.

De wisselzone zelf was op het centrale plein van Bodegraven, tussen winkels, cafétjes, het stadhuis en het Kaasmuseum! Dat maakte het wel een heel bijzondere triathlon, vond ik. Het fietsparcours leidde door een historisch stukje van het stadje en langs de Rijn. Daarbij was het ook nog eens een echte breedte-triathlon, met divers niveau, veel rookies en jeugd; kleinschalig. Erg leuk! En prima georganiseerd ook. Hier zijn vrijwilligers druk in de weer op de verzorgingspost na de finish:

De foto is gemaakt door Henk, die mee was als fotograaf. Vanwege zijn staaroperatie kon hij zelf niet meedoen: hij mag niet zwemmen. Dat is jammer natuurlijk, maar dankzij zijn bezigheden kan ik hier van de hele gang van zaken foto’s laten zien!

Mijn start was pas om 15:20, wat gek is, eerst nog een hele ochtend gewoon thuis. Meestal zijn triatlonstarts vroeg immers. We waren dan ook ruim op tijd om me aan te melden bij het zwembad….

…. m’n spulletjes klaar te zetten op m’n riante plekje in de wisselzone (ik had extra ruimte door het bankje dat je rechts nog net ziet staan)….

… en met een paar spulletjes richting het zwembad te gaan – voor die lange wissel had je schoenen nodig immers. Hier lig ik klaar voor de zwemstart, handjes aan de muur, ik ben die met de rode badmuts:

Eenmaal aan het zwemmen:

Dat ging trouwens helemaal niet lekker. We zwommen met z’n vieren ongeveer even hard, maar in het zuchtje betekende dat de hele tijd inhouden. Bovendien vond ik de lucht benauwd en ben ik volgens mij uit zwemvorm – de laatste weken zijn wat rommelig geweest op zwemgebied. Dus ik was blij toen ik het tikje op mijn hoofd voelde om aan te geven dat ik nog één keer heen en weer moest:

En opgelucht eruit, na 10’30, urgh, ik was in het voorjaar 30″ sneller:

Toen dus de Hallo-Jumbo-wissel, en daarna lekker de fiets op. Dat ging super! Ik drukte te laat het stop-knopje in, dus ik weet niet precies hoe hard ik heb gereden, het laatste gemiddelde dat ik onderweg heb gezien was 33,6 en daarmee was het een van mijn snelste bike-splits ooit. Lekker dat mijn benen dat alweer wilden, na donderdag. Altijd leuk om veel andere deelnemers in te halen: pacman spelen. Ik kan ook wel concluderen dat het plan om in augustus prioriteit aan het fietsen te geven (zie hier), goed heeft uitgepakt. Het was vrijwel windstil, dat hielp, maar ik had ook de derde fietstijd bij de vrouwen (overall, zie uitslag).

Henk zette me bij de doorkomst op de foto, en toen ik aankwam:

Daarna ging het lopen voor mijn gevoel ook wel lekker, maar m’n tempo viel me tegen. Mogelijk ging de warmte toen toch een rol spelen, ook al voelde het niet te heet. Het parcours had veel schaduw.

Ik finishte in 1:22:32, als 9e van 18 vrouwen, en daar was ik zeker tevreden mee:

Alsof die hele fotoserie van mij nog niet genoeg was, heeft Henk ook nog van de andere deelnemers foto’s gemaakt die vrij toegankelijk zijn.

Tevreden gingen we dus weer terug naar huis. Expeditie Bodegraven: geslaagd!

 

 

Mijn definitie van ‘fit’

Ik heb gister met veel plezier een plannetje uitgevoerd waar ik al jaren mee bezig was. Het begon in 2017 met dit artikel in de krant. Daarvan leerde ik dat het woord ‘fit’ eigenlijk heel  vaag is: wat ‘fit’ betekent, bepaal je zelf. Kun je in twintig minuten per week ‘fit’ worden? Dat hangt af van je opvatting van ‘fit’. Dat vind ik als taalkundige interessant: zo’n veelgebruikt woord, zo vaag. Maar als sporter ook. Ik ging er meteen over nadenken wat ‘fit’ voor mij betekent. In elk geval iets anders dan wat je met twintig minuten per week zonder zweten kunt bereiken.

Een paar maanden geleden deed Robin op het triathlonforum een duit in het zakje door het over dit artikel te hebben. We hebben ons daar toen als duursporters over verbaasd: wat een willekeur, en opnieuw niet mijn definitie van ‘fit’.

Voor mij is het helder. Ik ben ‘fit’ als ik, naast functioneren in het dagelijks leven, kan genieten van twee kilometer zwemmen, tien kilometer hardlopen, honderd kilometer fietsen of twintig kilometer wandelen. Dat wil ik in principe (zwembadlockdowns, extreem weer en lange vakanties uitgezonderd) altijd kunnen, zonder er specifiek voor te hoeven trainen.

Dus als iemand vraagt ‘ga je mee morgen…?’ en dan een van die vier dingen noemt, wil ik onbevangen ‘ja, leuk!’ kunnen zeggen, zonder angst voor uitputting, blessures, zadelpijn of blaren. Het mag allemaal rustig – voor snel moet ik wél extra trainen. Daarvoor en voor langer vormen deze vier dingen een mooie basis.

Ik weet niet meer precies wanneer het ging kriebelen om dat voor de gein eens allemaal achter elkaar te doen. Een grote ‘fit’-dag dus. Geen of maar en ertussen. Het plannetje groeide, ik ging nadenken over aantrekkelijke parcoursen en de planning. Gister leek me een geweldig moment: een dag na het klaren van de grote klus. De weergoden werkten mee en zo werd het inderdaad een prachtdag.

Ik ben om negen uur begonnen met het zwemmen van een retourtje Doenbrug in een  idyllisch rustige Schie, tussen de futen. Deze foto’s zijn van het zwemparcours, maar dan ’s avonds:

Bij het zwemmen had ik geen last van het kroos

Het leek me fijner om eerst hard te lopen, met nog relatief frisse benen, en daarna pas te fietsen. Dus na douchen en koffie drinken (ook het wisselen mocht rustig) heb ik een rondje Kerkbuurt-Zweth hardgelopen. Me thuis omgekleed en geluncht, en daarna vertrokken voor een rondje Voorne-Putten op de racefiets, een van mijn favoriete routes. Thuis gegeten en daarna samen met manlief een avond-ommetje van tien kilometer gemaakt over de geliefde paden hier in de buurt:

Over het Veerhuiseiland

Door het weiland van de Schiezone

De Tempel op over de vlonder

Tien in plaats van twintig vond ik genoeg, vanwege de overlap met het hardlopen. Zo heb ik in totaal wel twintig kilometer gelopen. We waren net voor het donker thuis:

Ik ben er twaalf uur mee bezig geweest, waarvan een kleine 8,5 uur echt sportend. Het ging allemaal makkelijk en lekker, op een stukje fietsen na: in de tegenwind langs het Spui had ik m’n bidons sneller leeg dan verwacht en kreeg ik dorst. Daar is niks en ik had geen zin doolhof Spijkenisse in te gaan. In Hoogvliet heb ik uiteindelijk drinken kunnen kopen. Een tijdlang alleen maar ‘waar is water?’ denken is niet mijn idee van genieten. Maar verder was het allemaal heerlijk en ook makkelijk. Het enige wat echt moe werd, was mijn rug.

Al doende realiseerde ik me ook nog wel wat dingen:

  • Ik ben geneigd om bij mijn definitie van ‘fit’ alleen aan de voor de hand liggende sportieve vaardigheden te denken: conditie, kracht, techniek. Maar, zo realiseerde ik me gister, en komen ook een boel cognitieve vaardigheden bij kijken, zoals plannen en organiseren (inclusief het materiaal), navigeren, prikkels verwerken, mezelf motiveren en ‘disciplineren’ (ik moet het wel dóen ook echt natuurlijk). Die horen wel ook bij ‘fit’. En zelfs ook nog wat huishoudelijke vaardigheden, want zo’n dag levert een bult wasgoed op:

  • Elk van de vier onderdelen levert een specifieke extra bijdrage aan mijn fitheid, of liever gezegd: gezondheid. Zwemmen voor mijn bovenlijf, hardlopen voor mijn botten, fietsen voor mijn hoofd en wandelen sociaal. Ik wandel wat af met vrienden en vriendinnen, het is daarvoor de meest geschikte sport, dat bleek ook gister. Hier is m’n wandelmaatje, dat ook een grote bijdrage leverde aan de catering (enigszins kippig: Henk is vorige week aan staar geopereerd):

  • Op dit moment is de tien kilometer hardlopen eigenlijk relatief het lichtst van de vier onderdelen. Dat komt enerzijds door mijn huidige getraindheid: ik heb veel hardgelopen de afgelopen tijd, zoals de halve marathon en onlangs nog vijftien kilometer in een triathlon. Anderzijds komt het ook doordat in mijn definitie de lat voor hardlopen relatief laag ligt. Afgezet tegen de triathlonafstanden zou dik twintig kilometer in verhouding zijn met het zwemmen en het fietsen. Maar twintig kilometer hardlopen kan ik niet zonder specifieke training. Hardlopen is en blijft mijn ‘minste’ van de drie triathlonsporten. Maar gister was het dus een eitje.
  • Ik heb me onderweg nog afgevraagd of er eigenlijk ook een stevige buikspiersessie ofzoiets bij zou moeten op de dag. Want ook ‘fitte’ buik- en corespieren vind ik nodig voor mezelf. Maar nee, concludeerde ik, dat is toch van een andere orde: dat is voorwaardescheppend. Ik doe krachttraining om op termijn nog steeds die vier dingen te kunnen.

Al met al was het een leerzame maar vooral heerlijke dag buitenspelen. Altijd leuk als een plannetje werkelijkheid wordt. Mijn grote-definitie-van-fit-dag: ik heb het eerst uitgeknobbeld en daarna écht gedaan!

 

Boek is af!

Met deze druk op Verzenden heb ik zojuist het manuscript van Optimaal blijven sporten voor 45+’ers naar de uitgever gestuurd. Mijn boek is af!

Het was de laatste tijd niet meer druk in uren, maar wel nog in ruimte in mijn hoofd. Ongeveer twee weken geleden waren de laatste inhoudelijke en structuurpuzzelstukjes in elkaar gevallen en sindsdien had ik wel het gevoel dat het af was. Ik heb de laatste tijd besteed aan afredigeren en nog wat bijslijpen. Daardoor verbeterde het nog wel, maar het waren geen essentiële dingen meer.

Desalniettemin bleef ik er erg mee in m’n hoofd zitten, en daardoor had ik af en toe moeite om me met andere dingen bezig te houden. Lezen heb ik bijvoorbeeld heel weinig gedaan, al een tijdje.

Gister en eergister kreeg ik mezelf zelfs niet meer goed van de computer losgeplukt om te gaan sporten, overigens ook door andere dingen, waaronder ander werk dat ook nog af moest. Maar zo in beslag genomen worden is zeldzaam voor mij. En ook niet goed, merkte ik, dus vanochtend ben ik in Pernis wezen zwemmen, lekker op de fiets erheen, in de stralende zon, naar dat fijne zwembad, de ontdekking van dit seizoen. Ik knapte ervan op.

Er was eerder gelukkig wel ruimte voor leuke dingen en broodnodige afleiding. Afgelopen zondag hebben Nicole en ik bijvoorbeeld meegedaan met de Wassenaarse Zwemloop, een erg leuk en beetje spannend evenement: zwemmen in een zee met hoge golven en lopen over een loodzwaar maar prachtig parcours in de duinen.

Selfie van twee zonnige en winderige koppies

De wisselzone

Desalniettemin: mijn hoofd moet een beetje herstellen. Gelukkig heeft het daar de komende tijd gelegenheid voor!

 

Niet vergeten te genieten

Ik schoot in de lach toen ik gisterochtend bij mijn plekje, voor startnummer 36, in het parc fermé kwam. Dit stickertje hing er:

Mooie boodschap, eentje die ik zelf ook wel eens verkondig – in dit geval in piepkleine lettertjes!

Genieten heb ik zeker gedaan. Maar niet de hele tijd. De wekker ging erg vroeg (mijn start was om half 9), het zwemmen was een grote janboel (lang niet meer meegemaakt zo erg), op de fiets woei het stevig en er kwam een bui voorbij, en tegen het eind van het lopen werd ik best wel een beetje moe.

Maar het was toch vooral ook erg leuk: gezellig met Nicole samen (zij deed de sprint, we kwamen elkaar nog net tegen bij het lopen), verder uitstekende omstandigheden, prima organisatie, prettige sfeer, en ik heb voor mijn doen gewoon goed gepresteerd. Allemaal net als vorig jaarLeiderdorp is gewoon een fijne triathlon.

Het voelde voor mij als revance op Oud Gastel, waar een goede 1/3e een seizoensdoel van me was. Dat zou beslist onder de vier uur betekenen. Maarja, daar stak covid een stokje voor. Leiderdorp heeft een langer parcours: het is ongeveer 5 kilometer fietsen en 1,5 kilometer meer lopen dan in Oud Gastel. Dat betekent bijna twintig minuten langer onderweg. ik finishte in 4:14:30, dus dik tevreden. Ondanks wat rommelig trainen de laatste tijd: ik heb het te druk met werk, boek en andere dingen om helemaal op mijn best te zijn. Maar mijn rituelen hebben goed uitgepakt!

Ik heb vooral relatief goed gelopen. Ik kan me amper meer herinneren dat ik zo goed heb kunnen lopen op een afstand langer dan de kwart: zonder wandelen, net iets sneller dan duurlooptempo. Ik begin – denk ik – ook eindelijk te begrijpen hoe ik me moet inhouden bij het fietsen. Wat desalniettemin ook goed ging. Het zwemmen dus niet, daar heb ik misschien wel twee minuten verloren in de chaos, en ik had ook een trage tweede wissel doordat ik moest plassen en de dixies vrij ver weg stonden.

Enige minpuntje vond ik dat het fietsparcours saai is: vijf keer heen en weer over een provinciale weg. Mooi door het Groene Hart en verkeersvrij, maar wel negen 180-graden-bochten. Het is gelukkig wel net druk genoeg om vermaak te hebben aan naar de anderen kijken.

Nicole maakte voor de start deze foto van me:

Vergeten te genieten? Zeker niet!

Rituelen voor de wedstrijd

In de aanloop naar Ter Huh realiseerde ik me dat ik nog nooit had geschreven over mijn rituelen in de voorbereiding op een ‘grotere’ wedstrijd, dus eentje waar ik graag mooi wil presteren. Ik begon toen aan deze blogpost, in de verwachting dat ik hem, foto’s en al erbij, zou afmaken voor Oud Gastel. Maar die aanloop liep anders door covid, en een wedstrijd later zaten we in Frankrijk. Morgen begin ik aan het tweede deel van het seizoen; dit keer ben ik gewoon thuis en helemaal fit, dus nu komt het er eindelijk van deze blogpost af te maken.

Ik heb drie dingen die ik – in principe – altijd doe een paar dagen ervoor. Die zorgen vooral voor ontspanning in de vorm van lekker in m’n vel zitten. Sommige dingen horen dan ook sowieso bij mijn zelfzorg; in de aanloop naar een wedstrijd maak ik er doelbewust tijd voor.

  • Naar de masseur. Dat doe ik sowieso regelmatig, maar voor een wedstrijd is het een ‘must’. Ik kom al 14 jaar bij Marcel, hij kent mijn spieren door en door, en het is altijd fijn als hij zegt dat ze goed aanvoelen. We nemen het leven ook altijd even door. Ik kom er ontspannen en opgekikkerd van terug. Deze foto’s zijn van donderdag:

  • Voetenbadje. Ik heb knetterharde grote-teennagels die ik alleen pijnvrij kan knippen als ik ze eerst week in warm water. Korthouden ervan is essentieel in het voorkomen van pijnlijke en blauw-zwarte nagels. Het weken grijp ik aan voor wat nadere voetverzorging: speciaal spulletje erin, beetje scrubben, eelt bijwerken, voetencrèmepje… Lekker. Voeten doen zo veel belangrijk werk bij het sporten, die extra aandacht verdienen ze wel. Zo zat ik dus donderdag wat later op de avond (links is net te zien dat het toch wel eens misgaat met zo’n teennagel, dit keer bij het wandelen…):

  • Yoga voor herstel en rust, dus met rekken, ontspannen en ademhalen. Ik gebruik een aantal filmpjes van Adriene speciaal voor dit doel, bijvoorbeeld Runner’s Yoga (rekken en ontspannen) en Rest (ademhalen en ontspannen – meditatief zelfs). Vandaag maakte manlief deze foto van een van mijn favoriete houdingen, de extended child’s pose, die zowel rekt als ontspant:

Dit komt allemaal bovenop de dingen die sowieso bij de wedstrijdvoorbereiding horen: trainen afbouwen, voldoende rust nemen, tas inpakken, fiets verzorgen (poetsen – smeren – pompen), en goed eten. Dat hoeft niet per se pasta te zijn, maar wel met de nodige koolhydraten, en vooral voorzichtig: zonder dingen die zwaar op de maag kunnen vallen, zoals vet en vezelrijke groentes, en ook niks experimenteels. Het liefst eet ik manliefs recept voor ovenschotel met courgette, tomaten en feta bij de pasta, vandaag deels met gele courgette:

Glaasje wijn erbij mag best, de fles die open is, is een beetje bleke rosé:

Proost, en op naar morgen!

 

Opdienen van het gerecht

Ik noemde mijn voorbereiding gisteren hier de hardloop-snelkookpan, dus in die metafoor werd vandaag het gerecht opgediend: de halve marathon. Ik heb net iets harder kunnen lopen dan mijn gewone duurlooptempo, zo’n 6’20 gemiddeld, en dat was een stuk sneller dan bij de laatste duurtrainingen. Dat ging ontspannen, met de laatste kilometer het snelste, dus ik was dik tevreden. Prachtig parcours

Het was weliswaar de langzaamste van mijn drie halve marathons dit jaar, maar ik was met heel andere verwachtingen gestart dan bij de eerdere twee. Dit was prima zo. Fijn om te merken hoe veel het uitmaakt om goed uitgerust te zijn, en we hadden ook mazzel met het weer: het begon benauwd en koelde af door een paar mini-buitjes en steeds meer wind. Midden in de zomer kun je het niet veel beter treffen, lijkt me.

Het was ook net niet te druk, en dan heeft zo’n massale loop (dikke 5000 deelnemers) voor mij het voordeel dat ik met een eindtijd van 2u16 nog volop tussen de mensen loop in plaats van in een troosteloze achterhoede. Ik heb de tweede helft zelfs een boel lopers in kunnen halen.

Toch blijf ik er ambivalent over: het is massaal, luidruchtig, prijzig. Qua financiën vond ik het vooral een afknapper dat je extra betaalt voor tasafgifte, maar dan mag je je tas zelf in een rek gooien en daar later weer uit grabbelen. Veel lopers lopen met een oortje, vind ik ook niet leuk, en wat ik nooit eerder had meegemaakt: er liepen er ook met luidsprekers, dus met de muziek op vol volume hoorbaar. Dat is niet mijn sfeer, maar ik heb wel ook een paar leuke praatjes gehad onderweg. Het deelnemersveld is heel divers. 

Leuk dus, en dat terwijl het gister nog even wat voeten in de aarde had. Ik kreeg ’s middags ineens pijn onder mijn voet, van die prikken van een splinter. Ofzoiets. Ik heb een paar kleine dingetjes uit m’n vel weten te halen, maar het ging niet helemaal weg. Dus ook nog een voetenbadje ertegenaan gegooid en vannacht trekzalf. Zo ziet mijn voetzool er nu uit:

Helemaal over is het nog steeds niet, maar ik heb er toch nauwelijks last van gehad, alleen aan het begin even. Gelukkig maar!

 

 

De hardloop-snelkookpan

Een tijd geleden had ik me samen  met manlief ingeschreven voor de halve marathon hier in de stad, morgen. Niet met torenhoge ambities, het leek me wel een leuk evenement: de eerste editie, ter gelegenheid van de World Police & Fire Games, mooi parcours. Met het trainen voor de 1/3e triathlon was het ook wel haalbaar. Ik was lekker op dreef.

Maar toen kwam de klad erin: tussen 7 juni en 6 juli heb ik amper hardgelopen. Die periode begon met een herstelweek na de triathlon van Delft. Vervolgens kwam covid, en in het herstel daarvan heb ik prioriteit gegeven aan het fietsen, met het ook op de SwimBike in Grevelingen. Daar moest ik ook weer van herstellen.

Toen was het dus ineens een maand later, en nog maar 3,5 week tot de halve marathon. Dat zijn maar drie trainingsweken, die laatste halve week is voor herstellen. (Wat je ook doet: altijd goed uitgerust aan de start staan).

Bij de kleine beetjes die ik wel had hardgelopen, had ik gemerkt dat die sport het meest onder de ziekte en de trainingsachterstand had geleden. Niet toevallig: bij andere vormdips heeft hardlopen bij mij ook het meest te lijden. Het is mijn ‘moeilijkste’ sport.

In drie weken kan ik tien keer trainen. Om met vertrouwen een halve marathon te lopen, al is het maar als duurloop, wil ik zeker al eens achttien kilometer gelopen hebben. Ik schatte in dat ik met een duurloop van tien kilometer kon beginnen met trainen. Met om en om een duurloop en intervallen gaf dat een duurloop-opbouw in vijf stappen: 10-12-14-16-18 kilometer.

Dat is voor mij vrij straf. Duurlopen boven de ongeveer anderhalf uur (= vanaf 14 kilometer) vind ik zwaar. Dat betekende dat ik de intervaltrainingen daartussenin relatief licht moest houden: 6 à 7 kilometer, met een intervalomvang van tussen de 2,5 en 3 kilometer, opbouwend in intensiteit (= steeds kortere intervallen). Op snelheid trainen hoefde niet eens per se voor morgen, maar ik kijk ook alweer verder vooruit natuurlijk, en enig intervalwerk is goed voor mijn techniek, bij al dat rustige lopen.

Toen ik dat zo op een rijtje had gezet, dacht ik: poe, dat is best wel heftig snel opbouwen en veel lopen, goed vinger aan de pols houden. Dat heb ik gedaan, en toen kwam er nog één complicatie bij: de hitte. Dat was passen en meten met de planning en af en toe stevig zweten, camelback mee.

Maar: het is gelukt, ik heb alles kunnen doen. De eerste duurloop voelde moeizaam, toen moest ik echt nog op gang komen. Ik had er spierpijn van op onvermoede plekken: in m’n billen en diepe buikspieren. Die van twaalf en veertien kilometer gingen lekker. Die van zestien was weer moeizaam en bij die en de laatste was ik traag, daar speelde de warmte een rol in. En wat vermoeidheid, maar verder ging het fysiek uitstekend. De intervaltrainingen gingen lekker en die waren inderdaad relatief licht.

Al met al heb ik dus in drie weken tijd veel en lekker gelopen. Het is dus precies gelukt om razendsnel m’n trainingsachterstand in te halen en zodoende hoop te hebben morgen de halve marathon uit te kunnen lopen, op duurlooptempo. Dat is mooi!

Enige nadeel van deze hardloop-snelkookpan was wel dat ik nou weer weinig aan fietsen ben toegekomen. Zo schuift de covid-trainingsachterstand maar door… Fietsen wordt dus de prioriteit voor augustus!