Welkom (sticky)

Cartoon van Ironman LouiseOp 28 augustus 2016 volbracht ik, op mijn 50e, de Ironman van Vichy. Als je meteen daarover wilt lezen: hier staat het verhaal van die dag. Ik begon bijna twee jaar ervoor met dit weblog om te vertellen over de weg erheen, die met de nodige ups en downs is verlopen

Sinds mijn Ironman blik ik hier nog af en toe terug en ik vul nog wat aan en ik schreef ondertussen ook over het seizoen erna (2017) en sindsdien: ik ben een prachtige reis verder en trainingsbegeleider geworden. En ik triathlon nog steeds!

Wees welkom, neus lekker rond op dit weblog, ik heb geprobeerd het leuk én informatief te maken. Als je wilt reageren, doe dat – vind ik leuk!  

Zalikwel-zalikniet

Sinds vorige week heb ik een verkoudheidsvirus te pakken. Het stelde eerst niks voor, maar ergens tussen donderdag en vrijdag ging het los in mijn strottenhoofd waardoor ik mijn stem kwijtraakte en vrijdagmiddag zelfs ietsje koorts kreeg. Ondertussen ben ik aan de beterende hand, maar ik snotter, hoest en proest nog en dat gaat ongetwijfeld nog wel even duren. 

Zoals dat altijd gaat, vind ik het best lastig om in de ‘grijszone’ te bepalen of ik kan trainen of niet. Dus dan krijg ik het dilemma van ‘zal ik wel of zal ik niet’. Voorzichtig zijn is goed, rust is noodzakelijk voor herstel, maar te voorzichtig zijn is zinloos, dat leidt alleeen maar tot onnodig conditieverlies – en tot een vrij acuut bewegingsgebrek. 

Vorige week begon heel simpel. Ik snotterde weliswaar wat, maar mijn energieniveau was normaal en niets stond trainen dus in de weg. Zo kon ik een unicum noteren: bij mijn weten had ik niet eerder in november in korte broek gefietst. Dinsdag kon het, heen en weer naar een werkafspraak rond lunchtijd in Den Haag. Ik maakte een blote-benen-in-november-selfie:

Blote benen en stukjes fiets vanuit selfie-perspectief

Woensdagavond voelde ik me voor het eerst wat minder fit dan normaal. M’n duurloop van 13 kilometer was hard aangekomen, dacht ik. Manlief en ik fietsten naar de stad en ik had moeite hem bij te houden, en ik was daarbij wat kortademig ook. In de bioscoop viel ik bijna in slaap, maar dat lag zeker ook aan de atmosfeer in de bioscoop en/of aan de film – een paar rijen voor ons klonk gesnurk. 

Donderdag had ik geen tijd om te trainen, wel voor in totaal zo’n twee uur stadsfiets, ook iets amechtig. Dit keer zat daarbij een heen-en-weertje naar Vlaardingen voor Van der Laan en Woe, en die hielden me dan weer probleemloos wakker. Eerder op de dag voelde het wel alsof ik bij het praten met mijn stembanden aan het gewichtheffen was – een raar, zwaar gevoel. Dat baarde me wel zorgen.

Vrijdag ging het in één keer naar ‘ik zal zeker niet’: geen haar op mijn hoofd die aan sporten moest denken. Ik vond naar de supermarkt scharrelen voor honingdrop al een opgave. Nouja, met koorts is sporten sowieso onverstandig. Naar Amsterdam gaan om daar een training te geven zat er ook niet in: ik produceerde alleen maar rasperige geluiden. Gelukkig was ook dat heel duidelijk – blijft lastig, hoor, als eigen baas, werk afzeggen.

Wel grappig trouwens: ik was de hele week niet aan zwemmen toegekomen, en op het moment dat ik vrijdagochtend vroeg mijn werk af-SMS’te (bellen ging niet) en terug kroop in bed, dacht ik dat ik door die vrijgekomen tijd misschien alsnog kon gaan zwemmen. Ik had duidelijk nog niet in de gaten hoe het er werkelijk voor stond in mijn lijf. Zwemmen? No way!

Zaterdag was ook nog duidelijk ‘ik zal niet’. Helaas kostte dat me mijn deelname aan de looptrainersdag – een lange dag op Papendal, nee, dat zat er echt niet in. Jammer, want vorig jaar was dat erg leuk. Een half uurtje wandelen dicht bij huis en wat mooie herfstkleuren zien was lekker maar ook genoeg. Verder hing ik op de bank, onder andere naar rugby en veldrijden kijkend. En ik heb de zaterdagkrant van voor naar achter gelezen. 

Gister begon het zalikwel-zalikniet. Uiteindelijk voor ‘wel’ besloten en op de fiets naar de chi-runningcursus gegaan. Dat ging allemaal best, al vond ik het wel heel wat, en het ging gepaard met gehoest, genies, een soms wat pap-achtig gevoel in mijn benen, een heel slome terugtocht op de fiets en het afslaan van een uitnodiging om ook nog even koffie te drinken – met het oog op mijn stem. Maar buiten zijn was lekker, de cursus weer leuk en leerzaam en het deed me goed om mijn van het hoesten en bankhangen stijve ribbenkast uit de kreukels te halen.

Vanmiddag de volgende zalikwel-zalikniet – hardlopen, met vier intervallen van 1 km op halvemarathontempo, de training die eigenlijk ook voor vrijdag gepland stond. Qua luchtwegen zou het wel kunnen, dacht ik, maar ik voelde me licht in mijn hoofd en dat deed me twijfelen. Ik ben gegaan vanwege de herinnering aan hoe lekker ik het gister en eergister vond om buiten te zijn, en aan de eerdere keren verkouden waarvan ik geleerd heb dat ik geneigd ben het dan allemaal onnodig somber in te zien, dus dat het best wel eens mee zou kunnen vallen. En dat deed het: ik heb lekker gelopen. Met wat gesnotter en gerochel en heel slome pauzes tussen de intervallen. Maar het voelde verder goed en sindsdien voel ik me ook weer beter. 

Zal ik dan morgen dus gaan zwemmen? Maar dan wil ik wel ’s avonds eigenlijk weg – heb ik daar dan energie genoeg voor? En geef ik mezelf wel voldoende rust om zo gauw mogelijk écht helemaal beter te worden? Dilemma’s, dilemma’s….

 

‘Dat was lang geleden!’

De titel van dit blog heb ik de laatste tijd opvallend vaak gedacht: ik doe allerlei dingen voor het eerst sinds lang weer eens. Deze week was het drie keer.

Gister was ik naar de sauna, en dat was een jaar geleden. Zo lang heeft er sinds ik naar de sauna ga (al meer dan 30 jaar) nog niet eerder tussen gezeten. Dat grote gat is wel makkelijk verklaarbaar uit twee omstandigheden: dat ik vorig jaar 3,5 maand weg ben geweest en dat afgelopen zomer zo extreem mooi was. In een ‘echte’ zomer heb ik geen behoefte aan sauna. Bovendien heb ik het vrij druk gehad met werk: ondanks die reis ben ik op weg naar een normale jaaromzet. De sauna mocht dus ook wel weer eens een keer – ik had het deze week zomaar ineens tussendoor even rustig.

‘Omstandigheden’ verklaren ook één kant van het dat-was-lang-geleden-gevoel van afgelopen woensdag, toen ik ‘om de oost’ naar Amsterdam fietste: de route over Ter Aar en Uithoorn en dan langs de Amstel de stad in.

‘Memory lane’

Ik was al lang niet naar Amsterdam gefietst, en de laatste paar keren was ‘om de west’ geweest, via de Ringdijk van de Haarlemmermeerpolder. Dat had er gewoon mee te maken dat het niet zo vaak uitkwam om naar Amsterdam te fietsen en áls, dan moest ik in het westen van de stad zijn. Nu was mijn eindpunt het Centraal Station, dan is deze route het handigste. Fiets daar in de stalling, fietstas in een (peperdure) kluis, avondje met vriendin en theater, met de trein terug naar huis.

‘Dat is lang geleden’ sloeg woensdag ook op alle herinneringen die er langs die route liggen. Drie triathlonparcoursen: 010, Alphen (die heroïsche van laatst! Het is nu veel lekkerder weer) en Ter Aar (m’n PR’s op de 1/8e en kwart! Gaat-ie volgend jaar nog door? Zou er dan nog een snellere tijd in zitten? Kan wel….). Al die keren dat ik die route fietste in de jaren dat manlief en ik nog niet samenwoonden en dit de kortste route was tussen onze huizen. (toen die keer dat het keihard hagelde op het fietspad langs de Gouwe, en ik vond dat ik door moest fietsen want ik was in training voor de 150 km van de Amstel Gold Race – maar in Wadddinxveen heb ik Henk toen toch gebeld om me met de auto op te komen halen. Wanneer was dat precies? Het was de dag voor Henks marathon. Maar welk jaar? 2004 denk ik.

Nog dichter bij Amsterdam kom ik op terrein dat vroeger ‘thuis’ was. Waar ik veel sporen heb liggen en de omgeving dus de ene na de andere herinnering oproept, fragmentjes uit de afgelopen dertig jaar. Van dingen die mijn leven hebben bepaald (aan de overkant is de Ronde Hoep – daar ontdekte ik in de tijd van mijn burnout hoe veel beter ik me ging voelen van fietsen. Fietsen deed ik al graag, maar daar en toen kwam er nog wel wat bij) tot vrij triviale dingen (onder de brug van de A10, waar we als roeitraining in de winter een circuitje deden. Zo heette dat doen, nu zou het bootcamp heten).

En zo huppelt er van alles mijn hoofd binnen. Ik kijk mijn ogen uit op wat zo heel erg hetzelfde is (het landschap van het Groene Hart), en wat er is veranderd (die muur van KPMG-gebouw in Amstelveen, de hoge gebouwen van de Omval). 

Ik rijd dan in een gebied dat voor mijn gevoel is gekrompen. Toen ik in mijn studententijd op Uilenstede woonde, vond ik fietsen naar Uithoorn best een eind, en nu denk ik bij Uithoorn ‘ik ben er bijna’. Of dat volgens mij de Grote Bocht* nu dichter bij uitspanning ’t Kalfje ligt dan vroeger. Mijn actieradius is veel groter geworden, zo realiseer ik me dan. 

Die actieradius verklaart ook een andere categorie ‘dat is lang geleden’. Voor het eerst in meer dan een jaar ben ik weer flink wat kilometers aan het maken in mijn duurlopen. Dinsdag liep ik bijvoorbeeld 12 kilometer en dan kan het rondje met het schelpenzandpaadje langs de Zweth weer. Daar was ik lang niet geweest. Het is een leuk paadje, al was het dinsdag een en al plas en blub!

Langs de Zweth

Ik zou nu trouwens dat GoogleMaps het over ‘bedrijventererein Schieveen’ heeft – nou, dat is alleen maar weiland, hoor. Nog steeds wel. Maar misschien als ik hier over dertig jaar ook nog eens langs memory lane kom lopen of fietsen…

 

*Wij van de nette burgerroeivereniging Poseidon noemden dat de Grote Bocht – bij de andere verenigingen heette die de Hoerenbocht

Terug- en vooruitblik

In actie in AlphenDit triathlonseizoen eindigde voor mij vier weken geleden op het hoogtepunt, met de heroïsche triathlon van Alphen (actiefotootje rechts). Het sudderde nog een beetje voort met twee zonovergoten fietstochten, in Limburg en terug uit Vlissingen. Verder ging het vizier op volgend jaar: doelen bepalen en de weg ernaartoe uitstippelen:

  • De twee belangrijkste doelen zijn een goede halve triathlon in het voorseizoen (eind juni/begin juli) en in september in Almere als onderdeel van een trio bij de hele afstand het fietsen (180 km) voor mijn rekening nemen. Bedoeling is dat allebei binnen de zes uur te klaren. Welke halve triathlon het wordt, weet ik nog niet: de kalender is nog erg onvolledig. Op het ogenblik is Klazienaveen de beste kandidaat. 
  • Sub- en tussendoelen: ik ben al voorzichtigjes en heel geleidelijk aan het opbouwen naar wat in februari moet resulteren in een fatsoenlijke halve marathon. Onderweg daarnaartoe staan loopjes over 5, 10 en 15 km op het programma. 
    Daarnaast is de eerste inschrijving voor een B-wedstrijd (minder belangrijk dan die twee A-wedstrijden van de eerste bullet) een feit: de Cave 111 – lijkt me een gaaf parcours! Een andere B-wedstrijd wordt de Brouwersdam90. Verder wilde ik eigenlijk nog (samen met Nicole) Ter Aar weer eens doen, maar het schijnt dat die ge33,9stopt is – erg jammer. Binnenmaas staat wel op de planning, ook met Nicole. Hopelijk gaat die wel door, de editie van dit jaar was nogal tumultueus, met aanrijdingen, ongelukken, een hartstilstand en fietsers die een ronde te weinig reden. Ik reed er wel een dik fiets-PR (foto)! 
  • Trainingsplannen: op het ogenblik ben ik dus bezig voor die halve marathon, volgens de souplessemethode. Ik heb het boek er weer eens bijgepakt en mij vielen er nu allerlei dingen sterk positief aan op – ik ben er enthousiaster over dan toen ik het hier 2,5 jaar geleden besprak. Ik ben sindsdien een stuk wijzer geworden, zal ik maar zeggen, door de hardloCover boekoptrainersopleiding, veel lezen en door eigen ervaringen. Gek genoeg vind ik het nu juist opvallen hoe veel oog Klaas Lok juist heeft voor individuele verschillen en dus ook voor de mindere goden. Enfin, het is nog even afwachten hoe het voor mij uit gaat pakken, maar wordt vervolgd dan, hier op het blog, met mijn eigen souplesse-ervaringen. 
    Tot en met februari heeft het lopen prioriteit. Zwemmen en fietsen staan dus in de onderhoudsstand:

    • Bij zwemmen heb ik dit jaar ontdekt dat ik steeds na een maand of vier trainen op mijn best ben, en dat ik wat ik dan kan, niet vast kan houden. Dat frustreerde me – weer was ik op een nikserig moment (een maandag midden in de zomervakantie) op m’n snelst (snelste 400 meter ooit, in 7’35 ongeveer) en daarna weer stukken langzamer. Totdat ik me realiseerde dat het glas halfvol is: ik hoef maar vier maanden te trainen om te pieken, en dat piekje wordt nog elke keer hoger! Dus dat zwemmen, dat pak ik na die halve marathon wel op.
    • Fietsen ook, dat komt sowieso wel goed. Zeker met de trainingsweek in maart onder de Spaanse zon die Jo en ik in gedachten hebben. Niet vanuit Ontspanje, wat we eerst in gedachten hadden: Marcel en Mariska stoppen en komen terug naar Nederland.

Als ik m’n stuk over die week bij Ontspanje herlees, dan kan ik concluderen dat ik nu, meer dan twee jaar na m’n Ironman, voor het eerst weer echt helemaal zin heb om opnieuw m’n grenzen op te zoeken en er volle bak tegenaan te gaan.  Dit seizoen heeft me daar zin in gegeven (ik wil wel weer naar het langere werk), en ook het vertrouwen dat dat goed zal gaan. Ik heb me de afgelopen maanden stukken stabieler gevoeld dan in heel lang. Ik moet nog voorzichtig zijn, maar het lijkt erop dat de ergste overgangskermis voorbij is – er passeert af en toe en opvliegertje, maar daar heb ik weinig last van.
Ik heb bovendien met trainen stappen gezet waar ik mee verder kan. Dit was een experimenteer-seizoen, en dat is nuttig geweest: intensiever trainen op de fiets (met m’n nieuwe vermogensmeter! fotootje), betere looptechniek, beter weten hoe ik met zwemmen op mijn best ben op het moment dat het erom gaat. Ik ben benieuwd wat dat me op kan leveren volgend jaar. 

Dus: ertegenaan! Dat schrijf ik, en ondertussen denk ik: ik heb in twee jaar of misschien wel langer niet zo licht getraind als op het ogenblik. Het voelt af en toe alsof ik bijna niks doe. Dat lopen, dat bouw ik met heel kleine stapjes op. Dus het is op dit moment ook Op de fiets op Tasmaniëduidelijk ‘off season’ en dat is helemaal prima. Was ook wel eens nodig misschien. Dit triathlonseizoen werd immers vooraf gegaan door een (overigens geweldig) fietsseizoen Down Under (fotootje rechts, Tasmanië). 

(Oja, zo’n relatieve rustperiode na het seizoen, dat heet in de trainingsleer ook wel ‘overgangsperiode’. Maar daar doe ik niet aan, hoor, daar ben ik toch juist vanaf, hoop ik?!) 

45 weken zomer

Afgelopen jaar kwamen we op 2 december aan in Christchurch, Nieuw-Zeeland – in een hittegolf die het begin was van (ook daar) een recordwarme zomer. Dit is een foto van ons eerste fietstochtje, het was toen ronduit heet:

IMG_0042

Hier is een foto van gister – nadat het eerste geplande tochtje niet doorging vanwege snikhitte (want ook hier recordwarmte dus) en ik het tweede onverhoopt alleen ging, ging het gister gelukkig zoals gepland: samen met Jo een rondje Limburg, met dit keer dus een drielandenselfie met z’n tweetjes:

Aan de fraaie herfstkleuren was het zichtbaar dat het niet echt zomer meer was. Maar aan de temperatuur was dat niet te merken. Het was minstens net zo warm als ik toen ik eind augustus daar fietste. Het was gezellig en ik vond het ook leuk om twee keer zo kort achter elkaar in Limburg te zijn. Keutenberg en Eyserbosweg allebei weer goed doorstaan. Het voelde de vorige keer iets makkelijker, maar we reden nu een hoger gemiddelde en bijvoorbeeld ook de Eyserbosweg ging sneller dan de vorige keer (volgens Strava).

Maar bovenal was het dus zonnig en warm. Op 12 oktober. We bruinden zelfs nog een beetje bij. En vorige week had ik ook al zo zonnig en zomers gefietst: van Vlissingen terug naar huis.

Ik vergeet af en toe dat het al half oktober is. Dan ben ik verbaasd over hoe vroeg het donker is. Gister bijvoorbeeld per ongeluk geen lampjes bij me voor het stuk fietsen terug van het station (wat ook nog een half uur later werd door treinproblemen, maar donker zou het sowieso al zijn). Uiteindelijk fietste ik dus zonder licht door een zwoele avond terug naar huis. Eerder deze week vond ik het al gek voelen om in het donker in korte broek en korte mouwen te hardlopen. 

Tussen die twee zonnige foto’s zit 45 weken zomer. Nouja, er zaten kleine dipjes in. Op Tasmanië, half februari, hadden we het een paar dagen koud – hier heb ik bijna alle kleren aan die ik bij me had:

IMG_3204

Toen we half maart thuiskwamen, hadden we nog net het allerlaatste staartje van de koude winter hier – dat was schrikken:

IMG_5216

En de afgelopen weken is het ook hier al een paar keer fris geweest, waaronder op de dag van mijn laatste triathlon, de koudste 23 september ooit gemeten. (Die overigens nog een staartje had, want één van de schuurplekken op mijn voeten raakte ontstoken, en een week later strompelde ik eerst een werkdag in Amsterdam rond op m’n nette schoenen, en de dag erna zat ik met m’n voet omhoog te hopen dat ik niet ineens naar de dokter moest voor antibiotica – gelukkig liep het met een sisser af. Het kostte me helaas alleen wel mijn deelname aan de Branderszwemtocht. )

Maar dat lijken een soort incidentjes in verder non-stop zomer. Ik moet zeggen: ik vond/vind (ook vandaag nog) het heerlijk. Ik ben alleen wel bang dat ik een watje geworden ben, verwend ben geraakt. Kan ik er nog tegen, kou, wind en regen? 

Stoer

Stel, het is de koudste 23 september ooit gemeten. Het is hooguit een graad of 11 en het regent, regent, regent, regent. In Alphen aan den Rijn organiseren ze net die dag een triathlon. Het wordt, zo staat achteraf op Facebook, een heroïsche editie. Op de kwart afstand wordt de wedstrijd zelfs gestaakt omdat te veel deelnemers onderkoeld raken. Uiteindelijk finisht meer dan een kwart niet. 

Multiple choice vraag: bij dat gegeven, wat gebeurt er met mij?

A. Ik ga niet eens. Kom nou zeg, moet wel leuk blijven, dat triathlonnen!
B. Ik ga, ik start en realiseer me gaandeweg dat het gekkenwerk is. Ik stap uit voor ik onderkoeld raak. 
C. De beslissing wordt voor me genomen: ik ben een van degenen die ze niet door laten gaan vanwege onderkoelingsrisico.
D. Ik start, finish, en ben dik tevreden met (naar omstandigheden) mijn beste prestatie van het triathlonseizoen.

Als je het mij vooraf voorgelegd had, wat had ik dan gezegd? A is door mijn hoofd gegaan, heel even maar. Maar ik dacht: ik laat me bij de laatste triathlon van het seizoen niet tegenhouden door een beetje kou en nattigheid. Zeker niet nu ik eindelijk weer kan hardlopen, want de achillespeesblessure is over. Ik wil gaan, ik wil finishen!

De kans op B of C zou ik echter best groot vinden. Ik kan niet goed tegen kou en nattigheid, relatief slechter dan veel andere sporters, dus als er een kwart niet finisht, is er een dikke kans dat ik daarbij zit. Ik ben wel eens niet gefinisht vanwege kou (zie hier), ik ben eerder op de fiets een keer onderkoeld geweest – ik ken het risico, niet voor herhaling vatbaar, en ik weet ook dat B er niet altijd meer in zit: je hersenen doen het bij onderkoeling ook niet goed meer. 

Maar… het werd D, en daar ben ik beretrots op! Nee, geen wereldprestatie: met 2u53 bleef ik ver verwijderd van wat ik kan op een kwart. Maar ik was wél sneller dan vorig jaar, toen ik bij prima omstandigheden een totale off-day had. Ik was toen nog langzamer dan gister – tsjonge.

Want langzaam ging het gister zeker, althans, vooral het wisselen. Ik had vooraf geen definitieve kledingkeuze gemaakt en had dus diverse kledingstukken klaarliggen. Dat vertraagde de eerste wissel, zeker toen net van het shirt dat ik aan wilde trekken de mouwen binnenstebuiten zaten (foutje). Dat was een winter-fietsshirt, en daarin heb ik mijn bovenlijf warm weten te houden. 

In de tweede wissel waren mijn handen en voeten zo koud dat ik mijn helm niet loskreeg, m’n fietsschoenen amper uit, tevergeefs probeerde sokken aan te trekken tegen de blaren, dan maar niet, maar toen m’n loopschoenen nog aan en hoe strik je veters met vingers die niks willen (de snelsluiters zitten op de schoenen die ik m’n achillespees nog niet aan wil doen)… en dat terwijl het ondertussen ook nog een flink stuk baggeren was door wat eerder nog een aardig parc fermé was geweest, maar nu een soort moeras was geworden.

Eigenlijk was die wissel het enige moment dat ik me echt afvroeg waar ik mee bezig was, en of het nog wel leuk was. Gelukkig zag ik om me heen iedereen worstelen met dezelfde problemen.

Daarna ging ik lopen op twee ijsklompjes, zo voelde het. Ik ben zelfs nog gestopt om te kijken of er niet een gelletje ofzoiets in m’n ene schoen zat, maar nee, het was echt alleen een steenkoude voet. Na 3 km was het ijs gesmolten, maar het heeft nog een rondje van 5 km geduurd tot m’n tenen warm waren. Ondertussen was ik wel mijn voeten aardig kapot aan het lopen, kleddernat en zonder sokken, maarja, dat is oppervlakkige pijn. Zo zien ze er vandaag uit (ja, het kostte me links ook wat nagellak):

Voeten met wondjes

Los daarvan liep ik eigenlijk best lekker: geen achillespeesproblemen, en pas na 8 km ging het zwaar voelen door het gebrek aan looptraining. Ik realiseerde me onderweg dat de vorige keer dat ik 10 km had hardgelopen vorig jaar bij dezelfde triathlon was geweest! Sindsdien was 8 km mijn langste afstand. Dus dik tevreden met m’n tijd net binnen het uur (bijna vier minuten sneller dan vorig jaar!) en met hoe het voelde: gewoon lekker eigenlijk. 

Zwemmen en fietsen waren ondertussen nog wel okee gegaan. Het water was veel warmer dan de lucht en de grond, en de aparte vrouwen-zwemstart wel weer fijn rustig. Het viel me op dat je door de – toen nog – miezerregen de boeien slecht zag, dat had ik volgens mij nog nooit meegemaakt bij openwaterzwemmen. 22′ zwemmen is eigenlijk relatief de minste prestatie van de drie, vind ik, net zo traag als vorig jaar, maar geen idee hoe lang het echt was – mijn GPS is te vroeg gestopt met meten.  Hier kom ik net het water uit (foto van de organisatie):

Alphen2018-01

Op de fiets had ik wel koude benen gehad en langzaam verkleumende handen en voeten, maar ik had ook zo’n 12 vrouwen ingehaald en zelfs wat mannen op een ronde, en ik was volgens mij door geen enkele andere dame ingehaald, en daar was ik wel tevreden mee. Ik moest voorzichtig door de bochten en ik merkte ook wel dat ik niet altijd even geconcentreerd was op hard fietsen, omdat ik ook wel enigszins aan het overleven was. Desalniettemin blij met snelheid en vermogen. Vorig jaar was ik nog drie minuten langzamer, hoe is het mogelijk – ik ben op het ogenblik echt in veel betere doen! 

Ik kwam dus kletskladderzeikenat over de finish (uitslag), maar ook heel blij en tevreden! Ik kreeg meteen een stuk warmhoudfolie over me heen, dat was zeer welkom. Ik ben linea-recta mijn spullen uit water en modder gaan vissen. Snel naar de auto, met dat folie als rokje om me heen. Bij de auto de droogste spullen die ik kon vinden aangetrokken, verwarming op de loeistand, snel naar huis, daar gauw onder de douche, en een grote stapel natte kleren in de wasmachine gepropt. Bijna alles wat ik bij me had gehad was nat, omdat mijn tas ook in de regen had gelegen.

(Note to self: de volgende keer niet de dag voor een natte en blubberige triathlon de badkamer schoonmaken. Zinloos.)

Dat de wedstrijd daarna is gestaakt, had ik niet meegekregen. In vergelijking met vorig jaar was het wel veel minder gezellig: geen marktpleintje, geen fanfare, weinig publiek, amper ouwehoeren in het parc fermé (vooraf kon het een beetje, toen was het nog droog). Erg jammer, ook voor de organisatie. Voor wie verder vooral alle hulde. Wat een helden, die vrijwilligers! Ik had niet graag in hun (natte) schoenen gestaan, want ik kon tenminste blijven bewegen. En respect ook voor de supporters die er wél waren, dat was hartverwarmend! 

Medaille

Vandaag, op de day after, voelen er een boel spieren stram en stijf, meer dan anders, en mijn voeten vertonen de sporen van gister. Maar ik ben wel erg blij dat ik dit seizoen zo van een prestatie heb voorzien waar ik ronduit trots op ben. Ik voel me superstoer! 

Onze hamster zorgt voor een ‘mental break’

In de Sportgericht van dit moment (jaargang 72, nr. 4, p. 2-7) staat een interessant artikel over blessurepreventie bij hardlopen. Het betoogt dat de mentale kant van preventie en ook van herstel onterecht onderbelicht is. Uit onderzoek blijkt dat het belangrijk is om met je hoofd los te komen van de sportprestatie. Dat zorgt voor het broodnodige mentale herstel, en zo voor minder blessures.

Dat loskomen of afstand nemen wil zeggen: afleiding hebben, niet de hele tijd nadenken, laat staan piekeren, over je sportprestatie. Als je dat wel doet, ben je al gauw te obsessief bezig namelijk, en dat is niet goed – het leidt onder andere tot symptomen die je burnout of overtraining zou kunnen noemen. Het is dus verstandig om een ‘mental break’ te nemen. Dat kan je zelfs plannen: een moment kiezen waarop je negatieve gedachten en gevoelens over een wedstrijd achter je laat.

Klinkt allemaal goed.

Nou hebben de schrijvers van het stuk een app ontwikkeld die mentaal herstel kan ondersteunen. Aan de hand van vragen krijgt de loper een advies over die dag wel of niet lopen (groen/oranje/rood licht).Toen ik de naam daarvan las, schoot ik spontaan in de lach. Die app heet namelijk REMBO.

REMBO staat voor ‘running & exercise mental break optimisation’. 

Maar Rembo, zo heet ook onze hamster! Zo genoemd door zijn vorige baasje.  

En ja, onze Rembo zorgt ook voor die mental break. Hij is lief, hij geeft afleiding, en er is maar weinig net zo ontstressend als kijken naar hoe een hamster slaapt, of zichzelf wast. Daar heb ik dus geen app voor nodig, want ik heb al een levende Rembo.

Maar het is dus wel hilarisch voor mij om zinnen te lezen als:

We streven ernaar om REMBO aan het einde van dit project als erkende interventie op te laten nemen in de database Gezond en Actief Leven (RIVM).

Hier is onze stressbestrijder, in de ‘afdaling’ uit zijn kooi:

Oranje hamsterHij kan zelf ook goed lopen trouwens. Nouja, hij is al aardig op leeftijd, maar in elk geval is het nog steeds beter dan z’n zwemmen en fietsen! 

 

 

Denken op de fiets

cover van het boekIk heb net op mijn andere weblog een post gezet naar aanleiding van het boek Leven in Cadans – het had ook hier gekund, het past daar net iets beter. Dus hier alleen maar een verwijzing. Het gaat over denken tijdens het fietsen – een onderwerp dat mij zeer na aan het hart ligt! Ik lees er niet eens zo heel vaak nog iets nieuws over, maar in dit boek vanochtend wel, en dat zette mij aan het denken. Straks maar gauw een stukje fietsen! 

 

Even terug naar Tassie

Gisteravond heb ik bij Bike4Travel een verhaal gehouden over hoe heftig en gaaf fietsen op Tasmanië is. Het was erg leuk om te doen en ook om weer even terug te gaan naar onze reis van afgelopen winter.

Ik voor scherm met 'Love from Tassie' eropEr waren ongeveer twintig mensen. Ik ben begonnen met muziek: Van Diemen’s Land, van U2, het nummer waar ik drie weken lang mee in mijn hoofd zat en wat voor mij nog steeds niet alleen de geschiedenis maar ook de sfeer van Tasmanië ‘pakt’.

Daarna had ik een boel foto’s, verhalen en anekdotes, opgehangen aan tien punten – onder andere de kou, de gekke dieren, de indrukwekkende ontmoetingen, het unieke landschap en de gekke dingen (zoals hotels waar je niet kunt slapen en campings waar je niet kunt kamperen).

Het was mijn derde optreden bij Bike4Travel, het wordt bijna routine – maar het blijft vooral erg leuk om te doen, en hopelijk hebben andere fietsers er wat aan.

 

Kijk nou!

Gister kwam er post voor mij van Ironman Vichy, een pakketje met daarin:

Sporttas Ironman  VichyEcht super-super aardig van de organisatie dat ik op deze manier een vervanger krijg van de gestolen tas. Die was anders (zie ‘m links op deze foto), en kenners zouden kunnen zien dat deze niet van ‘mijn’ jaar is, maar deze is zeker ook handig (als rug- en draagtas te gebruiken, met een apart vak voor schoenen of natte spullen), en ik ben er heel blij mee!

Eindelijk weer naar het zwembad met een fatsoenlijke tas, want daar gebruikte ik hem voor, en ik had geen goed alternatief gezocht omdat ik op deze tas wachtte. 

Het is het jaar van de nieuwe-oude dingen geworden, van de ‘vervangers’ van spullen die onverrichterzake niet meer functioneerden: de fiets die total-loss was, het sporthorloge en nu de tas. Bij het sporthorloge moet je zelfs heel goed kijken om te zien dat het niet de ‘oude’ is – het serienummer is anders en deze heeft een paar minuscule krasjes. 

En voor zowel tas als horloge geldt dat ik ervan onder de indruk ben hoe aardig en behulpzaam  mensen zijn na een inbraak. Zo komt er uit iets naars toch ook iets moois.