Powerstroker doet aan rotatie

M’n cursus powerstroke zit erop, vorige week was de laatste les, van acht. Ik heb veel geleerd, ik zwom bij die laatste les met meer spieren er actief bij betrokken dan ooit, en dat was pittig maar leerzaam. Voor mijn gevoel heb ik zo ongeveer opnieuw leren zwemmen deze winter en kan ik nu inderdaad veel meer ‘power’ genereren, althans, de bijbehorende kracht moet ik nog verder opbouwen, maar dat is een kwestie van trainen.

Voor mijn zwemtechniek waren er twee grote stappen vooruit, waarbij ‘rotatie’ in beide gevallen een rol speelt:

  • Verbeterde ademhaling: ik ben tweezijdig gaan ademhalen (standaard 1 op 3 maar het gaat nu naar allebei de kanten eigenlijk even makkelijk) door bij m’n ademhalen meer te roteren en daardoor m’n hoofd niet meer op te tillen, wat ik naar mijn voorkeurskant deed. Ik dacht al jaren dat ik ‘eigenlijk’ eens door de zure appel heen moest bijten en trainen op ademhalen naar de niet-voorkeurskant, dat heb ik nu gedaan, aangemoedigd toen bleek dat ik het eigenlijk naar die kant technisch beter deed. Ik wilde het sowieso omdat het soms in open water makkelijk kan zijn om de kant te kunnen kiezen, bijvoorbeeld bij golfslag uit één kant. En nu bleek ik er dus nog meer voordeel uit te halen ook. Het zwemt ook een stuk rustiger dan 1 op 2, merk ik.
  • Benutten van de rotatie bij de doorhaal, op twee manieren: door de catch te koppelen aan heupinzet, en door het uitduwen van m’n slag te richten op de plek waar m’n heup net is weggedraaid. Daardoor doet m’n romp mee aan de hele doorhaal – dat was voor mij totaal nieuw, dat je de rotatie zo kunt benutten, in plaats van dat je het alleen maar doet als een soort voorwaarde voor slag en ademhaling. Ik kom nu  makkelijker in m’n doorhaal over het dode punt tussen trek- en duwfase, daar waar ik altijd geneigd was om m’n elleboog naar achter te trekken. Ook het einde van m’n doorhaal is effectiever, maar daar moet ik wel nog verder op oefenen.

Daarnaast zijn we ook nog veel bezig geweest met de EVF, de Early Vertical Forearm, was ook nuttig, maar daarin zat voor mij niet de grote stap vooruit.  Wel waren er nog een boel andere puntjes op de i te zetten voor mij, zoals dieper insteken, m’n duim aan laten sluiten bij mijn hand.

Wat ik qua trainen ook nog wel interessant vond is dat we werkten met oefeningen op het droge en dingen als optrekken en -drukken aan de zwembadrand, alleen maar om bepaalde spieren te activeren. Dat werkte verrassend goed. Als je meteen daarna dan zwemt, doen die spieren ineens beter mee. Ik was toevallig met m’n chiropractor ook met dat activeren bezig, dus dat is een ontdekking: dat het werkt om bepaalde spieren vóór de beoogde activiteit apart wakker te schudden.

Ik vond het erg leuk en nuttig om zo een winter lang intensief met techniek bezig te zijn en nieuwe dingen te leren. Nu ben ik benieuwd wat het me op gaat leveren, en de eerste gunstige tekenen deden zich sinds vorige week al voor:

  • Vrijdag zwom ik ‘en passant’ m’n snelste 50 meter ooit: 2 seconden eraf, naar 46″.
  • Gisteren heb ik een CSS-test gedaan en daarin m’n beste resultaten ooit ongeveer geëvenaard (ik weet het niet heel precies): 400 meter in 7’41; 200 meter in 3’46.

Zo snel ben ik zo vroeg in het seizoen nog niet geweest, en dat zonder ook maar op snelheid of duur getraind te hebben – het was maandenlang alleen maar techniek. Ik ben nu benieuwd hoe het zich verder gaat ontwikkelen, want er is volgens mij op zich nog verbeterruimte op de langere afstanden, simpelweg door daarop te gaan trainen (rustige duur, lange intervallen op wedstrijdtempo).

Maar ik weet van eerdere jaren ook wel dat dat niet altijd lukt: die eerdere snelle CSS-tests waren uitschieters op gekke momenten; echt goed pieken met zwemmen is me nog nooit gelukt. Als ik in het triathlonseizoen dit tempo haal, ben ik dik tevreden, want dan zou ik sneller zijn dan ooit!


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *