I am an Ironman!

Toen ik gister aan het derde looprondje begon, landde het besef dat ik het zou gaan halen, maar dat ik dan niet helemaal moest gaan lopen lanterfanteren. Ik ben uiteindelijk gefinisht in 15 uur, 8 minuten en 46 seconden, 51 minuten voor de tijdslimiet. Het is gelukt! Maar in dat derde rondje realiseerde ik me twee dingen:

  1. Toen ik aan de onderneming ‘hele triathlon op m’n 50e’ begon, dacht ik dat ik het nét zou kunnen halen, als het een beetje mee zou zitten. Inderdaad.
  2. Het was een mooie dag, maar de weg erheen was nog mooier.

Ik werk beide gedachten uit.

Kan net, als het meezit

Ik wist toen ik aan deze onderneming begon, dat ik er mijn grenzen mee zou opzoeken en oprekken. Dat was ook de lol ervan: zo’n doel is maximaal uitdagend en ook heel spannend. Ik heb daarover op dit blog veel geschreven (voorbeeld). In de afgelopen jaren heb ik meermalen zwaar getwijfeld aan het ooit behalen van het doel – heb ik ook niet onder stoelen of banken gestoken, m’n gekwakkel (voorbeeld). Maar het is gelukt, en daartoe heeft het ook wel een beetje meegezeten.

Wat er mee heeft gezeten, is ten eerste het trainen sinds eind maart. Daarover heb ik hier geschreven: dat had echt niet beter gekund. Het ging zelfs zo goed dat ik moet toegeven dat ik ondertussen was gaan verwachten dat er een betere tijd dan dit voor me mogelijk was geweest. Maar ik wist ook: een hele triathlon is ongewis.

Wat er verder ook meezat, waren de omstandigheden. Het pakte inderdaad zo uit dat 30 graden na dagen van 36 goed te doen is. Sterker nog: ik heb het op de fiets zelfs een beetje fris gehad, want toen was het weer op z’n slechtst, met harde wind en een paar spatjes regen, en ook een donkere lucht in de verte, die er spannend uitzag, maar echt slecht is het dus niet geworden. Aan het eind van het fietsen werd het weer zonnig en warm, en het begin van het lopen voelde zelfs even naar warm, maar toen ik bij de eerste verzorgingspost water over me heen had gegooid en daarna de eerste brug opkwam waar een briesje was, ging het wel. En vervolgens koelde het alleen maar af richting de avond, en was de temperatuur prima.

Ik kreeg wat voor mij de reden was om voor Vichy te kiezen: warmte, maar niet te gek. Het zwemwater was misschien wel het lekkerste waar ik ooit in heb gezwommen: 25 graden. Toch was nou juist het zwemmen de enige duidelijk nadelige omstandigheid: zonder wetsuit, dus trager, en ik was uiteindelijk nog trager dan ik had verwacht, maar dat gold voor iedereen die ik erover gehoord heb, dus dat lag niet aan mij. Mijn GPS heeft ruim 4 km geklokt. Ondanks de rolling start was het bovendien de hele tijd rommelig, met lui die plotseling schoolslag gingen zwemmen en dan stilvielen, en talloze zigzaggers – terwijl het heel makkelijk navigeerbaar was, want het waren met boeien afgezette baantjes.

Klaar voor de start - beetje strak bekkie, hè?

Klaar voor de start – beetje strak bekkie, hè?

Ik had het de eerste 500 meter ook moeilijk door het wennen, want je staat eerst lang te wachten voor de start en dan ineens spring je het water in en hops, daar ga je dan – met al die wedstrijdspanning nog in je lijf, dus ik kreeg mijn ademhaling niet onder controle. Ik vind de start van openwaterzwemmen vaak even lastig, maar meestal niet 500 meter lang. Het derde ‘baantje’ van 0,95 km was het smalste en daar raakte ik door de rommeligheid ook weer uit mijn ritme.

Bijna is het zover...

Bijna is het zover…

Bovendien kreeg ik, ondanks de 25 graden, wéér dooie vingers. Is dat omdat dat het dan weliswaar warmer is, maar zonder wetsuit dan toch weer koud voor mijn lijf, of is het iets zwemtechnisch, dat ik bij lang zwemmen iets afklem? Toch eens uitzoeken. In elk geval: ik was blij dat het erop zat, een kwartier langzamer dan verwacht/gehoopt: 1u45.

Die arm met het witte horloge is de mijne, midden in het gekrioel

Die arm met het witte horloge is de mijne, midden in het gekrioel

Ook bij het fietsen viel mijn tijd me tegen, 6u45, terwijl dat voor mijn gevoel okee ging. Ik reed vooral in het begin moeiteloos op de intensiteit die ik wilde, en kon genieten van de power in die goed getrainde én uitgeruste benen. Later werd het wel iets zwaarder, maar ik weet toch niet waar ik het heb laten liggen. Nouja, 180 km is toch wel lang natuurlijk, daarbij de wind in het eerste rondje, de klimmetjes, twee sanitaire stops die relatief veel tijd kostten omdat de dixi’s onhandig geplaatst stonden (stukje lopen van de weg af) – maar dan nog, ik had iets meer verwacht. In het tweede rondje heb ik wel lekker pacman gespeeld: een boel fietsers ingehaald. In het eerste rondje was ik zelf voorbijgestormd door de hele voorhoede in hun tweede rondje.

Knoppie-druk. Blij dat het zwemmen erop zit!

Knoppie-druk. Blij dat het zwemmen erop zit!

Toen ik ging lopen, liep ik een uur achter op mijn ingeschatte tijd. Ik had ook nog bewust royaal de tijd genomen voor het wisselen. Geen probleem, want ik had nog steeds ruim de tijd. Op basis van de laatste koppeltraining had ik verwacht iets harder te kunnen gaan lopen, maar het was dus net warm en de fut was er toch best wel uit al. Dus veel meer dan dribbeltempo zat er niet in, met wat wandelen tussendoor. Maar dat heb ik wel vier rondjes lang redelijk vlak kunnen doen, met een tijd net boven de 6 uur als resultaat. Daarmee heb ik mezelf niet verrast, maar ook niet teleurgesteld. Dat lange lopen is gewoon moeilijk voor me, en na 180 kilometer fietsen helemaal. Ik had bovendien zeker een okee dag, maar geen topdag, niet zo’n dag om boven mezelf uit te stijgen. Daarvoor is het misschien ook allemaal te groot en te veel.

Doorkomst bij de verzorgingspost halverwege het fietsen

Doorkomst bij de verzorgingspost halverwege het fietsen

Andere dingen gingen prima: ik kon goed eten en drinken, ben nooit misselijk of flauw geweest, het heeft niet geklotst maar ik moest wel af en toe plassen – dat kon niet beter. Doordat het koeler was dan bij de parcoursverkenning, had ik geen last van brandende voetzolen of van mijn lenzen. Amper blaren ook, ondanks al dat koelwater over me heen. De pijn in mijn benen bij het lopen was ‘gewone’ pijn, van vermoeidheid: er is niks stuk. Ik had voor noodgevallen pijnstillers in m’n special needs bag, maar die heb ik niet gebruikt.

Bijna klaar met fietsen. Ik houd de houding nog net.

Bijna klaar met fietsen. Ik houd de houding nog net.

Mijn lijf deed het verder ook goed, alleen die rechterknie was wat weerbarstig. Die moest ik om de paar kilometer op de fiets even overstrekken dan met een draai van mijn voet ‘klik’ laten zeggen, dan ging het goed. Het lijkt wel alsof hij door het fietsen ‘ontspoort’. Geen pijn gehad, wel wat ongemak, maar alleen op de fiets. Thuis gaan uitzoeken of het aan de afstelling ligt of aan mijn lijf – maar dat is al met het oog op volgend seizoen.

Met al die gunstige dingen blijf ik toch maar 52 minuten binnen de tijdslimiet. Veel meer zit er niet in voor mij, denk ik. Bij meer kou of meer klimmen of meer pech of minder trainen of heter kan ik het wel schudden. Ik bedoel: het kan niet veel beter dan nu, dan dit jaar, dan gister, en dat realiseerde ik me onderweg: het is nu of nooit. En ik weet dat je nooit nooit moet zeggen, maar nu denk ik: dit was echt eenmalig. Daar komt ook het volgende punt bij om de hoek kijken:

De weg erheen was mooier dan de dag zelve

Het lastigste moment: beginnen met lopen op het heetst van de dag

Het lastigste moment: beginnen met lopen op het heetst van de dag

Ja, het was een gave dag, gister. Het moment van finishen, dat is super indrukwekkend. Het was al donker natuurlijk, en ineens loop je dan in het spotlight de arena binnen, met muziek, allemaal mensen, high-fives gevend en de speaker met het luide ‘You are an Ironman’. Net ervoor dacht ik: ik ga janken. Maar ik had uiteindelijk alleen maar een enorme smile op mijn gezicht (en vochtige ogen).

Daarna volgde trouwens ook meteen wel een beetje anticlimax, want ik werd voor een bord geduwd voor een foto en daarna een enorme, bijna lege loods in gebonjourd. Fans mogen daar niet bij, want je hebt meteen toegang tot de fietsen en andere spullen. Dat snap ik wel, maar ik had natuurlijk niets liever gewild op dat moment dan manlief in de armen vallen. Die zag ik wel van achter een hek, en uiteindelijk pas toen ik met m’n hele boeltje werd ‘vrijgelaten’ – want zo voelde het wel een beetje.

Lopen viel toch niet tegen

Lopen viel toch niet tegen

Manlief was ook verantwoordelijk voor een paar andere fijne momenten: hij heeft zijn taak van mental coach en fotograaf uitstekend vervuld! Allerbelangrijkste moment was toen hij net ook aan het begin van dat derde rondje (ja, dat was het sleutelmoment) zei dat ik het zou gaan halen als ik zou blijven dribbelen + wandelen. Dat had ik net zelf ook bedacht, maar het was fijn om dat bevestigd te horen.

Ironman2016-stukje wandelen mag

Een stukje wandelen mag – ik strek daar mijn handen omdat die dik werden

Wat verder ook leuk was, was dat de vrijwilligers van de drankposten halverwege het laatste rondje begonnen te feliciteren. Op sommige van die posten was het op dat moment ook heel gezellig aan het worden, dat was grappig om te zien. En het was sowieso gaaf om de hele dag in het Frans toegejuicht te worden: Allez, allez, bon courage, allez Louise! En félicitations, dus. En in de Franglais-varianten – bij de Australian exit zei een behulpzame vrijwilliger dat ik ‘ze big yellow on ze rrright’ moest houden (boei).

Onder de bogen van het kuuroord in het centrum

Onder de bogen van het kuuroord in het centrum

Over felicitaties gesproken: ik vond het ook erg leuk om de eerste daarvan van de thuisblijvers al in ontvangst te nemen toen ik mijn telefoon aanzette: masseur Marcel had de live tracking gevolgd en ons loopmaatje/mede-triathleet Marcel (toeval, diezelfde naam) was al op de hoogte: hij had me live zien binnenkomen op de finishcamera. Die athlete tracking doet het dus goed!

Goed drinken is belangrijk

Goed drinken is belangrijk

Ander mooi moment was de Australian exit, de 50 meter lopen van de ene vlonder naar de ander tussen de twee helften van het zwemmen. Toen speelde net Queens ‘We will rock you’ en dat werd ons luidkeels toegezongen door het publiek aan de wal.

Het was ook mooi om ’s ochtends tijdens het zwemmen de zon te zien opgaan tussen de skyline van Vichy, en tijdens het lopen weer onder. Het laatste rondje was donker en dat was ook heel mooi, met de lichtjes langs het water. Ik vond het loopparcours sowieso fraai: langs het water, over twee bruggen en door het centrum van de stad.

Lachje voor de coach

Lachje voor de coach

Het donker was echter ook wel lastig, en in het donkerste stuk park langs de oever van het meer was ik blij dat er tien meter voor me een lotgenoot liep met een wit shirt. Ik haalde hem later in, bedankte hem, en zo knoopten we een praatje aan dat we tot vlak voor de finish hebben volgehouden, samen opwandelend, stevig doorstappend. Leuke kerel, Roemeen. Het enige echte contact dat ik heb gehad. Ik heb nog een enkele keer iets gezegd, bijvoorbeeld tegen een Britse Louise toen ik haar inhaalde op de fiets ‘We have the same name’, maar daar kwam niks op terug. Het was ongezellliger dan in Luxemburg. Misschien ook wel doordat er amper Nederlanders waren en mijn Frans niet goed genoeg is. Of was iedereen eerst te gespannen en daarna te moe?

Bijna donker maar ik lach nog

Bijna donker maar ik lach nog steeds

Maar goed, er was echt meer dan genoeg om het een memorabele dag te laten zijn, echt waar. Maar wat me ook bij zal blijven, is dat het loodzwaar was. Ik beschreef het zwemmen al, ik was blij dat het erop zat. Meteen op de fiets dacht ik: oef, m’n schouders. Die wenden wel een beetje, maar de laatste 50 kilometer hadden die het toch helemaal gehad met de fietshouding. En 180 km is een pleuriseind – het zijn eigenlijk drie pleuriseinden. Dat is het hele idee ervan natuurlijk, maar het is écht lang.

Dus ook bij het fietsen blij dat het erop zat. Maar het begin van het lopen – oef. En echt heel lekker heb ik nooit gelopen, ik was blij dat het nog een beetje ging, en dat op een gegeven ogenblik de pijn in mijn benen niet meer erger werd – die had vast een maximum bereikt. Althans, zo voelde het, maar in Istanbul had ik uiteindelijk zeerdere benen.

De finish-arena

De finish-arena

Desalniettemin: het is eerst steeds wennen en daarna doodgaan, en het duurt per onderdeel en in totaal lang. Het werd natuurlijk ook een heel lange dag: we waren om kwart voor 5 opgestaan, nadat ik amper had geslapen. Telkens als ik wegdommelde, schrok ik weer wakker van zo’n gedachte als ‘Als ik maar geen lekke band krijg’. We waren net na middernacht weer terug in ons huisje, hebben nog aan bier en chips gedaan, en lagen na 1 uur in bed. Een dag van 20 uur! Weer niet heel geweldig geslapen, ik was om klokslag kwart voor 5 weer wakker en ben om 5 uur op zoek gegaan naar iets te eten. Daarna nog twee uurtjes eraan vastgeknoopt. Ik kan nu bijkomen, en die slechte nachten waren ingecalculeerd. Maar toch.

Mijn moment van glorie: You are an Ironman!

Mijn moment van glorie: You are an Ironman!

Ik ben ook de hele dag op mijn hoede geweest om niet bij zoiets eenmaligs om iets lulligs gediskwalificeerd te worden. Alles gedaan om stayeren te vermijden (er werd niet veel gestayerd trouwens, voor zover ik heb gezien), braaf niks aangenomen van Henk en die heeft zelfs amper met me meegelopen (dat mag ook niet, da’s hulp van buitenaf), netjes alles in de ecozones weggegooid, enzovoort. Okee om me aan de regels te houden, maar het rottige bij zo’n evenement is dat het iets willekeurigs heeft: als je de pech hebt dat er net jury in de buurt is, hang je als je een gelletje aanneemt van je supporter, dat is reden voor een directe DQ. Maar ongezien kan alles natuurlijk. Het was mede daarom dat ik het verlaten van de wisselzone als bevrijding ervoer: nu ben ik niet meer startnummer 147 die onderworpen is aan de jury, maar gewoon weer burger Louise.

Moe maar met het allermooiste shirt aan van de hele wereld!

Moe maar met het allermooiste shirt van de hele wereld!

Ik heb dat allemaal gewild en opgezocht, die lange dag, die zwaarte. Ik wist waar ik aan begon. Ik wilde dit een keer meemaken. Daar ben ik me de hele dag van bewust geweest. Ik heb nooit verwacht dat het makkelijk zou zijn. Daarvoor moet je zoiets ook niet doen natuurlijk. Ik heb me ook vrijwillig onderworpen aan de jury en het Ironman-circus dat me ook wat benauwde.

Ik heb er zelf voor gekozen om als hele triathlon een Ironman te kiezen. Omdat die goed georganiseerd zijn, maar ook omdat ik anders niet deze titel boven deze blogpost had kunnen zetten. En die ga ik nooit vergeten.

Het is de mooiste titel van dit hele blog.

 


Reacties

I am an Ironman! — 21 reacties

  1. Van harte gefeliciteerd! Met veel genoegen de laatste maanden je blog gelezen en zelf inmiddels ook bevangen geraakt van het triathlon-virus.
    Geniet ervan!

  2. Een heel strak bekkie bij de start. Je lijkt mij wel.:)
    Maar fantastisch gedaan, echt, het allerbeste t-shirt ter wereld.

  3. Van harte gefeliciteerd met deze monster prestatie want dat is het toch. Veel wegzetten om goed te kunnen trainen en het dan doen. Ik kan er niet over mee praten ik vind een halve al een mooie uitdaging. Mooi dat je laat zien dat het kan!!

  4. Ook hier nog even een reactie, wat een epische prestatie ! Echt heel knap gedaan. Gaaf om te lezen, de weg ernaartoe en al je overdenkingen en ervaringen. Dit blijft je altijd bij!

    Vichy is zo te lezen een heel prettige omgeving voor een Ironman. Noteer ik vast even voor id toekomst.

    Geniet van het even niet hoeven trainen nu en wellicht tot ziens in Mijnsheerenland.

  5. Dank allemaal weer!

    @David – ik kan Vichy zeker aanraden, als je houdt van warmte en het risico op snikheet durft te nemen, en als je zonder wetsuit ook fatsoenlijk kunt zwemmen. Overigens was het vorig jaar gewoon met, maar de watertemperatuur schommelt elk jaar precies rond de grens, begreep ik (het was pas de tweede Ironman daar, maar daarvoor was het een Challenge).

    En als je Vichy gaat doen en graag een beetje afstand wil tot het hele gebeuren en wat rust om je heen, dan is het huisje in Fourilles (Airbnb) een heel erg dikke aanrader!

  6. Wow zo ongelofelijk respect voor je prestatie. Zelf wil ik hem ook gaan doen binnen nu en 2 jaar. Afgelopen jaar voor het eerst een 1/8 gedaan en helemaal besmet met het triatlon virus, hierna er nog 3 gedaan. Volgend jaar staan de 1/4 en een 1/2 op het programma. Ik ga je blog helemaal lezen. Heb je nog tips voor een beginner? Ik ben benieuwd of er iets in je blog staat over het plannen van trainingen binnen alles wat je nog meer bezig houd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *