Einde seizoen (deel 2): maximaaltest gedaan en nu even inkakken

Met mijn vorige post zette ik natuurlijk al een punt achter het seizoen, en om het helemaal af te maken nog deze post. Ik heb vorige week namelijk ook nog een maximaaltest gedaan (zoals gebruikelijk bij Coen van Topvorm) om op die manier te kijken wat het seizoen me had opgebracht, dus wat trainen me aan (fiets-)conditie heeft opgeleverd, want dat is wat zo’n test meet.

Welnu, hetzelfde dubbele gezicht als waar ik vorige week over schreef. Ik sta er voor wat betreft mijn duurvermogen (lage intensiteit) ongeveer net zo goed voor als vorig jaar in mei, wat vrij goed is en beter dan dit jaar in mei, maar de hogere intensiteit is niet beter dan afgelopen mei en minder goed dan vorig jaar – al is het wel beter dan in januari vorig jaar. Op één ding na: ik kon de maximaaltest minder lang volhouden.

Als je goed puzzelt, is dat op deze grafiek allemaal te zien (korte uitleg: hoe verder naar rechts, des te beter; de meest recente test is die met de groene driehoekjes, die is te vergelijken met drie eerdere testen uit dit en vorig jaar):

Grafiekjes

Wat dat voor mij betekent, zijn dezelfde twee gezichten als het hele seizoen. Enerzijds heb ik redelijk kunnen trainen en is mijn basis prima, anderzijds is de progressie voor vijf maanden trainen nogal beperkt, helemaal voor het intensieve gebied.

De verklaring: ik heb minder intensief getraind dan voorgaande jaren. Enerzijds komt dat door wat ik in mijn wedstrijdseizoensevaluatie ook al schreef: ik ben voor het hardlopen gaan trainen volgens de souplessemethode en die is minder intensief dan wat ik voorheen deed, zeker omdat ik onvoldoende echt harde wedstrijden over vijf en tien kilometer heb gelopen. Waar ik vroeger bij hardlopen regelmatig met een hartslag boven de 150 liep, heb ik dat de afgelopen maanden amper gedaan. 

De andere kant is dat ik van die vijf maanden tussen de vorige maximaal test en nu maar twee maanden (juli en augustus) normaal en voluit heb kunnen trainen en hem dan ook regelmatig (niet eens altijd) goed raakte. De drie andere maanden heb ik vrijwel constant last gehad van overgangsgerommel en -vermoeidheid, soms met een heel directe fysiek probleem (de bloedarmoede van mei die tot mijn enige DNF van dit seizoen leidde), soms was ik zombie van slaapgebrek (zoals in Alphen), en vaak kon ik het gaspedaal niet vinden (zoals ik omschreef voor Oud Gastel).

Ik kón dus vaak niet zo intensief trainen als ik wilde. Net de laatste keer spinning bijvoorbeeld, maar een paar dagen voor de tekst. Met hangen en wurgen kwam ik toen één keer net boven mijn omslagpunt, in plaats van de twee tot drie keer royaal waar ik eigenlijk naar streef in zo’n training. De wedstrijden waren ook bedoeld als intensieve prikkel, maar mijn hartslag bleef vaak tien slagen onder mijn omslagpunt steken. Dan gingen mijn benen al te veel pijn doen.  

Eerlijk gezegd viel het me nog mee dat ik woensdag bij de maximaaltest wel en zelfs royaal boven mijn omslagpunt kon komen. Dat ik ‘m één stapje eerder dan anders afbrak, heeft volgens mij ook te maken met dat gaspedaal, met mezelf minder pijn kunnen doen dan anders – en het was woensdag dus al wel weer beter dan dat het zelfs nog maar kort daarvoor geweest is. 

Natuurlijk vind ik het niet zo fijn dat mijn training minder goed heeft gerendeerd dan anders en dat ik er in het intensieve gebied niet zo goed voorsta als had gekund. Maar aan de andere kant: voor maar twee maanden goed trainen is de progressie helemaal niet zo beperkt. De beperking is bovendien goed verklaarbaar en ook goed op te lossen: intensiever trainen. Dat kan prima bovenop deze basis.

Bovendien heb ik de hoop dat ik het volgend seizoen ook weer beter voor elkaar ga krijgen, dat intensieve sporten. Ik heb goede hoop dat de periodes van stabiliteit die ik van de zomer en ook sinds anderhalve week weer ervaar zich gaan uitbreiden. Het lijkt erop dat het einde van het hormonale geschommel in zicht komt: ik ben al een tijdje niet meer ongesteld geweest – hèhè, eindelijk. Het is nog niet constant, maar soms ervaar ik een ongekende stabiliteit. Dat ik denk: als het zo wordt, na de menopauze, wauw!  

Dus ik denk ook wel eens: als dit alles is… als ik door de overgang rol met wat gehannes en teleurstellingen maar met nog steeds een prima basis en vaak genoeg lol in het sporten, dan valt het allemaal nogal mee. 

En dan heb ik ook veel zin in wat er komt. Want voor onze grote fietsvakantie komende winter is juist die basisconditie het allerbelangrijkste, en bovendien zit er dus echt nog meer rek op mijn prestaties op de korte afstand, zoals ik de vorige keer al concludeerde. Eens kijken of ik volgend seizoen die rek kan vinden.

Ondertussen train ik voor het fietsen nog een beetje door, met het oog op onze reis. Afgelopen vrijdag heb ik me bijvoorbeeld van Vlissingen naar Rotterdam laten blazen door een stevige meewind (en helaas wat meer regen dan voorspeld). Verder ben ik wel een beetje ingekakt. Ik had nog plannen om een snelle kilometer of een CSS-test te zwemmen en/of een VIAD-test te lopen, maar dat komt er allemaal niet van. Ik ben nog een beetje moe, ik slaap veel, dat gaat gelukkig weer prima. En de drive is weg omdat ik straks vanwege onze grote reis maandenlang niet ga hardlopen en zwemmen, dus ik begin in het voorjaar toch weer bij nul. 

In plaats van trainen ben ik gister naar de sauna gegaan. Ook wel eens lekker, inkakken. Nouja, beetje strijd leveren met gedachten als ‘ojee, nou word ik lui, vadsig en dik’, maar dat lukt wel.

Belangrijkste is nu om rond Sinterklaas ontzettend veel zin te hebben in fietsen – Down Under! 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *