Afharden

Ik heb nog twee triathlons op het programma staan, die van Alphen en de Bosbaan, en vanwege het slechte weer van de afgelopen tijd zat ik met een dilemma. De watertemperatuur is namelijk dusdanig gedaald (zeg maar: ingestort) dat die onder de voor mij acceptabele grens van 18 graden is gekomen – er is in twee weken tijd bijna vier graden af, van rond de 20 naar rond de 16. Brrr! Ik had twee opties: niet starten, of proberen het zwemmen te overleven.

Ik wil toch wel ontzettend graag starten nog, vooral omdat ik qua fietsen in een bloedvorm steek en het jammer vind om daar (bijna) niks mee te doen, zeker niet nu het weer zich wat herstelt. Dus inmiddels ben ik aan het insteken op het zwemmen overleven. Ik heb mezelf daartoe op een afhardprogramma gezet: ik doe deze week bijna elke dag een duik in de Schie, opbouwend in lengte naar ongeveer 20 minuten.

Zo maak ik weliswaar niet eens zo heel veel zwemmeters deze week, want ik ga niet ook nog eens naar het zwembad, maar het lijkt me wel de beste wedstrijdvoorbereiding, beter dan nog een laatste tempo- of techniektraining in water van een graad of 27.

Fijn vind ik  het niet en ik moet steeds over een aardige drempel om te gaan. Die drempel is nog eens extra hoog omdat mijn vaste zwemwater op het ogenblik barst van het kroos. Dit was gister het stuk vanaf de plek waar ik altijd in het water ga recht naar de overkant:

GroenMaar gelukkig was het in de lengterichting iets minder erg, daar zag je zowaar wat water:

Kroos met waterEn ik moet toch eerst een stukje schoolslag zwemmen om mezelf te laten wennen aan de kou. Dat gaat beter dan borstcrawlen. Borstcrawlen door zo veel kroos en dan heb je je portie groente voor de dag wel weer binnen, zal ik maar zeggen.

Nou goed, niet heel aanlokkelijk, maar het doel heiligt de middelen, het weer werkt inmiddels een beetje beter mee, en zowaar: het gaat! Het gaat beter dan verwacht! De meeste ervaring met koud water heb ik aan het begin  van het seizoen, en dan krijg ik onder de 18 graden steevast ademhalingsproblemen, dan trekken mijn luchtwegen zich samen. Maar dat is ofwel mede vanwege de hooikoortspollen in die tijd, ofwel omdat ik dan ook nog überhaupt moet wennen aan het zwemmen in het open water – of allebei. Alledrie dan dus, met de kou erbij. Alleen kou, zoals nu, voelt niet fijn, maar ik kan blijven ademhalen, en dan overleef ik dus het zwemmen wel.

Wel krijg ik acuut witte vingers en soms een beetje oorpijn, ik word een beetje stijf en schreeuwt mijn lijf dat het niet aangenaam is. Ik moet mezelf dapper toespreken om door te gaan, zeker aan het begin.

Maar het went wel, het went best wel goed eigenlijk. De prikkelende frisheid aan mijn gezicht is dan juist ook wel lekker. Ik kan ook met witte vingers zwemmen, dat weet ik sowieso wel. Mijn lijf blijft wel op temperatuur dankzij het wetsuit. En dan kan ik dus de kou voelen zonder er last van te krijgen. Naderhand warm ik bovendien vrij snel weer op ook, en dan voel ik me lekker. 

Dus eigenlijk gaat het prima, en wie weet is het nog goed voor mijn weerstand ook? Ik zwom tenslotte vroeger ook graag in zee zo lang het ging. Nouja, ‘zwemmen’, het was meer een duik snel erin en eruit.

En nu voel ik me in de Schie ontzéttend stoer. Triathlon is al een stoere sport, borstcrawlen in open water het stoerste onderdeel ervan, en bij water van maar een dikke 16 graden, mezelf overwinnend, is voor mij wel het toppunt van stoerigheid!

Voor mijn wetsuit duurt het seizoen trouwens ook erg lang nu. Het sleept zich met een heleboel Black Witch naar het einde; het scheurt aan alle kanten. Ik heb er vier seizoenen mee gedaan, het  was geen heel dure, dus kennelijk is het nu op. Hieronder fotootjes van op de heup en onder de oksel – het blijft hopelijk nog nét een dikke week aan elkaar hangen allemaal:

heup met scheuronder oksel met plakspul

Volgend jaar trakteer ik mezelf op een nieuwe!


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *