Trainingsdoelen en –schema winter 2014/’15

Mijn hoofddoel is om in 2016 een hele triathlon te volbrengen. Belangrijkste tussendoelen zijn het volbrengen van een ‘fatsoenlijke’ halve triathlon in juni 2015 en het lopen van mijn eerste marathon in de herfst daarna. Van de drie sporten is lopen voor mij het heetste hangijzer: ik ben geen snelle zwemmer maar dat maakt niet zo veel uit, ik kan die 3,8 km vast wel overleven; fietsen is mijn oudste en ‘sterkste’ sport en de enige van de drie die ik echt goed beheers en waar ik veel ervaring mee heb. Maar dan nog dat lopen… daarin gaat dus de meeste energie zitten de komende tijd.

Onderweg naar de halve triathlon ben ik op dit moment bezig met de halve marathon beter onder de knie te krijgen, en in januari en februari ook al langer dan die 21 km te lopen (zodat ik straks na die 90 kilometer fietsen denk ‘het is máár 21 kilometer hardlopen). Vanaf maart ga ik dan ook weer fietsen. Het zwemmen is op dit moment vooral gericht op techniek, met behulp van een elite-cursus van Zwemanalyse; in het nieuwe jaar komt daar dan ook weer wat snelheid en duur bij.

Op dit moment is mijn trainingsschema 2-0-3 (+1). Dat is cryptisch voor:

  • Ik zwem twee keer in de week een uurtje, vooral op techniek dus.
  • Ik fiets niet, althans, ik train niet voor het fietsen. Wel rijd ik meestal bij elkaar nog 2 à 5 uur per week in brokjes van 10-30 minuten en soms langer op mijn stadsfiets. Dat is geen trainen, maar vervoer, maar het scheelt wel toch.
  • Ik loop drie keer per week hard, in principe twee keer bij de atletiekvereniging RA. Daar doen we verschillende intervallen en loopscholing, op de baan en ‘buiten’. Afhankelijk van de aard van de training en of ik lopend of op de fiets erheen ga, is dat 10 à 18 km hardlopen. In het weekend dan een lange duurloop van 2 uur of een wedstrijd.
  • Die ‘(+1)’ slaat op de krachttraining/fitness die ik doe: eens per week ga ik een half uur naar de sportschool voor krachttraining voor de zwem- en fietsspieren en voor de beroemde ‘core stability’, goed voor alledrie de sporten en ook nog wel voor het dagelijks leven. Overigens doe ik de twee belangrijkste oefeningen (schouders en plank) ook nog één van de twee keren bij RA in het krachthonk.

Als ik dit netjes spreid over de week, houd ik één rustdag over, en die dag doe ik dan ook zo min mogelijk, dus liefst ook niet op de stadsfiets rijden, en dat zeker niet lang, zwaar of hard (dus niet tegen de wind in een trein moeten halen). En dit is ook het maximale programma – het komt met enige regelmaat voor dat ik iets oversla, vanwege extra rust nodig en/of om planningsredenen.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.