Op naar Almere!

Nog één nachtje slapen… morgen rijd ik een tijdrit van 180 km, als onderdeel van de trio-triathlon (full distance mixed relay, om precies te zijn) van de Challenge Almere – na de halve triathlon van Klazienaveen mijn tweede grote seizoensdoel. Ik heb er zin in, het weerbericht ziet er goed uit, ik vind het bijzonder om eens onderdeel te zijn van een team, zo’n lange tijdrit wilde ik al langer wel eens doen, en ik vind het leuk om eindelijk ‘Almere’ eens mee te maken, en dat bij wat de grootste triathlon in Nederland ooit gaat worden en sowieso de oudste van Europa is.

Sinds dit jaar evalueer ik steeds mijn proces net voor het grote evenement waarvoor ik heb getraind. Welnu, dat is gewoon heel goed geweest: ik heb bijna helemaal kunnen doen wat ik gepland had aan trainingen, en ik voel me ook bijna helemaal topfit, en in elk geval beter dan in de aanloop naar Klazienaveen. Anders gezegd: het trainen heeft geleid tot de vorm die ik wilde, maar zoals altijd heb ik ook twijfels…

Trainen

Fietsen was deze hele zomer af en toe lastig door het extreem wisselvallige weer, waardoor ik trainingen heb moeten inkorten, aanpassen en zelfs schrappen vanwege hitte, regen, storm of onweer. De laatste lange training, vorige week woensdag, heb ik helemaal opgegeven, want het was toen koud, winderig en nat en de snelle omschakeling van hittegolf naar herfst verteerden lichaam en ziel niet zo goed – ik was moe en had geen zin, en besloot uiteindelijk om maar risico-mijdend te zijn (niet verkouden worden, niet verkouden worden, niet verkouden worden!).

Een training skippen is altijd lastig op zo’n moment waarop het voor het hoofd fijn is om er ‘alles aan gedaan’ te hebben, maar wel wijs, denk ik. In plaats daarvan ben ik naar de sauna gegaan, dat was lekker.

Ik heb ook met veel plezier getraind. Ik schreef het al eerder: ik word gelukkig van lange, rustige duurtrainingen. Mijn lijf verteert die prima, en ik heb heerlijk gezworven, mooie tochten gemaakt, veel de ‘wide open spaces’ van de eiland ten zuidwesten van hier opgezocht (voorbeeld). Ook het verkenningsrondje van het parcours bij Renée vandaan was leuk – de polder op z’n mooist die dag.

Het niet-doorgaan van die laatste lange training vorige week voelde als een abrupt afscheid van zowel het fietsen als het landschap, maar, zo realiseerde ik me, dat is onzin natuurlijk, want het ‘moet’ straks niet meer, maar het mag en kan nog zeker wel.

Vorm

Ik heb precies de aanpassing voor elkaar gekregen die ik wilde, zag dat in de afgelopen weken langzaam-maar-zeker ontstaan als ik naar hartslag- en vermogensmeter keek: ik trap in de rustige duurzone een fiks hoger vermogen dan een paar maanden terug. Dat is precies wat ik zaterdag nodig heb. Als het allemaal verder een beetje meezit, kan het gaan lukken met die 30 km/u gemiddeld, dus in 6 uur klaar.

Dat heb ik voor elkaar gekregen door veel lange, rustige duurtrainingen gecombineerd met kortere trainingen met langere intervallen in de ‘sweet spot’ (net onder m’n omslagpunt) of heel korte als kracht- en intensieve training, bijvoorbeeld de Beneluxtunnel uitknallen. Ik ben blij met hoe m’n eigen trainingsschema is uitgepakt.

Gek genoeg is m’n vermogen rond m’n omslagpunt niet zo zichtbaar toegenomen. Die sweet spot trainingen gingen al een tijdje niet helemaal lekker, en bij 1/8e, die ik rond m’n omslagpunt fiets, reed ik die van Binnenmaas vorige week maar met een marginaal hoger vermogen dan in mei in Ter Aar (Strava geeft het vermogen niet goed aan, trouwens: het was 216 om 207 Watt).

Dat tunnel-uitknallen daarentegen, dat ging wel ook hard vooruit. Misschien was het iets mentaals, met die langere intervallen, of was het ook wel de vermoeidheid af en toe, want ik heb wel veel getraind natuurlijk. Mijn hartslag wilde ook niet lekker doorklimmen vaak, nouja, niet voor die langere intervallen.

De laatste weken deed ik alles op de Felt, waarmee ik nog dikkere maatjes geworden ben. Het kostte even wat moeite om m’n nek en bovenrug eraan te laten wennen om langer dan 3 uur in de aero-houding te zitten, maar ook die aanpassing is gekomen. Ik heb hem gisteren gepoetst, dus ook hij (zij?) is er klaar voor:

Fiets met doek aan standaard

Ik heb al een dikke week veel rust gehad, en sta zo langzamerhand dus echt wel te popelen om weer een lekker eind te gaan fietsen!

Twijfels

Ik ben er dus wel klaar voor, maar ik zou ik niet zijn zo vlak voor een groot evenement om niet toch wat twijfels te hebben. Die betreffen enerzijds m’n nek en schouders, waar de hele tijd iets net niet helemaal lekker zit. Ik ben deze week een paar keer naar de chiropractor geweest ervoor en ik hoop dat de zes uur in de aerohouding niet te vervelend worden.Overigens ben ik verder blessure-vrij; met bekken/heup gaat het al een tijd goed vooruit.

Anderzijds heb ik al een paar onrustige nachten achter de rug met opvliegers en andere overgangs-ongein. Dat is dus net weer even flink raak, al voel ik me verder, overdag dus, prima. Mogelijk komt de onrust door het taperen: de combinatie van wedstrijdspanning en opgehoopte energie van plotseling zo veel rust knalt er dan ’s nachts uit.

* * *

Ook van de beide teamgenoten heb ik goede geluiden ontvangen over hoe ze ervoor staan, dus we gaan ervoor – onderr de 11 uur binnen, hopen we. Als Team Sportkunstenaars, startnummer 1828. Almere, here we come!

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *