Lopen verlangen naar een fiets

Ik wist al maanden van tevoren dat ik een vrij heftig weekend tegemoet ging, met die laatste bijeenkomst van de trainersopleiding en de dag erna de marathon – en ertussenin nog een concert van De Dijk (een theaterconcert, staan had ik niet gedaan). Desalniettemin was het allemaal vrij relaxed, mede doordat ik over de logistiek ook lang had kunnen nadenken – ik was bijvoorbeeld met de trein naar Amsterdam, zodat ik op de terugweg de door manlief ’s ochtends gemaakte pastasalade kon eten.

En zo stond ik dus ook redelijk relaxed aan de start van de marathon. Ik had zo mijn twijfels en wist ook dat het geen halszaak zou worden om te finishen: ik ging niet nog een keer in meer dan 5 uur naar de finish strompelen, had ik mezelf beloofd (op basis van mijn 10 km en halve marathon zou 4u30 moeten kunnen).

Nouja, relaxed aan de start… nou net het laatste stukje was niet zo relaxed, want vanuit het hotel waar RA kamers had, kon ik mijn startvak niet eens normaal bereiken door de drukte. Toen om 10 uur het kanonsschot klonk, stond ik met mijn rug daarnaartoe klem in een menigte. Mijn startwave, de 5e en laatste, startte uiteindelijk pas om 10u35 en toen waren de eerste 10-kilometerlopers al binnen. Dat voelt wel heel erg als de mongolenwaaier, moet ik zeggen, en ik had dus ook al 50 minuten staan achter de rug. Geef mij maar de kleinere evenementen!

Daarna was het wel leuk, het sightseeën door de zonnige stad en langs het publiek en al die andere deelnemers. Ik kwam nog een oude-Kustmarathon-bekende tegen (hoi Anton!) en heb verder af en toe ook wat lopen ouwehoeren. Ik probeerde een soort compromis te vinden tussen 6’30 en hartslag rond de 130, maar dat was lastig, het ging een beetje alle kanten op, al voelde het wel ontspannen. En drinken, vanwege de warmte.

Nou, dat ging tot ergens ver op Zuid allemaal nog aardig, maar toen ik op 20 km was wezen plassen werd ik voorbij gelopen door de pacer van 5 uur – oeps. Die heb ik wel weer ingehaald, maar de lol ging er een beetje af, veel publiek was al weg, de pijntjes kwamen, mijn energieniveau zakte (maar mijn hartslag steeg). En toen kwam die pacer me weer voorbij… en toen wist ik het eigenlijk wel, net voor de 25 km. Op 28 km zat de zuidelijke lus erop en was ik weer vlakbij de Coolsingel. Ik kon het hotel zien liggen zelfs, dus ik ben daar uitgestapt en er linea recta naartoe gewandeld. Dat was een weloverwogen beslissing – dat was gewoon goed.

Maar wel heel jammer. In het hotel heb ik in de armen van m’n Super Marathon Master (29e finish in Rotteerdam, in 3u22) een potje staan huilen, dat geef ik toe. Maar ik moet het echt onderkennen: de marathon is een brug te ver voor mij. Ik geef het op. Ik bedoel: ik ga het niet blijven proberen. Het risico van je grenzen willen verleggen is dat je ertegenaan loopt. En dat heb ik nu vaak genoeg gedaan: het is genoeg geweest.

Ik denk niet dat het aan de warmte of aan dat lange staan lag; het gaat eigenlijk elke keer op dezelfde manier. Meer dan eerder kan ik nu voelen dat het mijn benen niet waren: ik heb vandaag vooral moeie rug, billen en heupen. In mijn rechterheup voel ik zelfs iets waardoor ik blij ben dat ik niet ben doorgelopen. Niks ergs trouwens, hoor, maar dat was het 14 km verder mogelijk wel geworden.

En als ik één ding niet wilde, was het iets oplopen waardoor ik het triathonseizoen zou hypothekeren. Ik liep die laatste kilometers al ernstig te verlangen naar mijn fiets. Ergens ben ik ook blij dat die marathon nu uit de weg is. Kom maar op met de rest van het seizoen!

 


Reacties

Lopen verlangen naar een fiets — 2 reacties

  1. wat jammer dat je bent moeten uitstappen, maar zo te lezen ligt jouw hart meer bij de triathlon hé. Niet iedereen is een marathonloper, het blijft ook gewoon een pokke-end om te doen hoor. Toch knap dat je het hebt aangedurfd, de meesten durven dat zelfs niet. En je hebt toch maar mooi weer 28 km in de benen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *