Na bijna 5 jaar einde aan vage blessure

Het is met enige aarzeling dat ik dit schrijf – ik wil niet te vroeg juichen. Maar het lijkt er echt op dat ik nu eindelijk, na bijna 5 jaar, een punt kan zetten achter wat ik het ‘scheeftrekken’ kan noemen. Hieronder een soort procesverslag, met aan het eind de ‘lessons learnt’. Moraal van het verhaal: de aanhouder wint.

Het probleem: scheeftrekken bekken
Wat was het probleem? Welnu, nadat ik eerder al wat problemen met bekkenscheefstand had gehad die goed verholpen waren door manuele therapie met wat oefenen, trok er in mei 2015 iets scheef wat zich niet zo makkelijk weer liet verhelpen. Bovendien trok dat door, en trok het dus ook mijn bovenrug, schouder, nek en – uiteindelijk – elleboog scheef, alles aan de linkerkant. Daar ging van alles dan vast zitten (spieren? banden?), en daar zaten dan weer zenuwen in klem, met pijn en tintelingen tot gevolg, en soms ook pijn aan de gewrichten zelf – afgelopen september maakte mijn elleboog rare klikgeluiden. Soms deed zo’n beetje alles van top tot teen aan de linkerkant mee.

Iets meer in detail: dat scheeftrekken had voor mijn gevoel twee componenten, met een onduidelijke relatie (geen idee wat oorzaak en gevolg was):

  • Een mechanische, aan mijn gewrichten. Dus iets wat je bekkenscheefstand zou kunnen noemen, of iets met mijn heupgewricht, en uit het lood staande wervels. Op te lossen door de chiropractor.
  • Een subtielere, ongrijpbare component, die kwam en ging en die meer leek te bestaan uit een soort verhoogde spanning over, tsja, bindweefsel? Die veroorzaakte vaak het meeste ongemak, en was zo ongrijpbaar dat ik er bijvoorbeeld wel eens dagenlang last van had, en dan ineens liet het los en was het over (voorbeeld). Vanwege die vreemde grilligheid vermoedde ik op dit punt een relatie met hormonen/de overgang, ook een en al grilligheid de afgelopen jaren, maar daar heeft geen enkele deskundige iets mee gekund, en ik weet het zelf ook niet zeker.

Een oorzakelijke relatie met mijn activiteiten, sport of anderszins, zag ik niet. Soms werd het van fietsen beter, soms slechter, vaak veranderde er niets. Lopen idem dito, behalve dat het mogelijk wel iets erger werd in tijden van véél hardlopen. Het ontstond ook nog eens vaak ’s nachts, en dus buiten mijn beïnvloedingsmogelijkheden.

Het scheeftrekken beperkte me soms wel in het sporten. Alleen aan het begin was ik echt een tijdje geblesseerd, en had ik bij alle drie de sporten last. Ik durfde daar bovendien nog niet ‘doorheen’ te trainen, waar ik later ging ervaren dat het daar meestal niet slechter van werd. Het verraste me soms wel eens, dan had ik ’s nachts wakker gelegen van de pijn in mijn schouder, maar dan wilde diezelfde schouder gewoon wel urenlang op een fiets zitten, en daarna was het over – huh?

Vanaf augustus 2015 ben ik hooguit bij vlagen ‘geblesseerd’ geweest: ik liep twee keer mank van het beenlengteverschil, vorig jaar veroorzaakte het scheve lopen een dusdanige kuitblessure dat ik moest opgeven bij een halve marathon en een paar weken later idem dito van napijn van de chiropractor. Eén keer deed mijn lies bij het fietsen veel pijn, net in september ging zwemmen met m’n uit elkaar getrokken elleboog niet goed. Maar meestal kon ik dus wel gewoon alles, al was het wel regelmatig met ongemak – uit te houden, maar soms best heftig. Een tintelende hand of een zere nek bij het fietsen bijvoorbeeld, of coördinatieproblemen met m’n linkerarm bij het zwemmen, of links stijf lopen, zozeer dat buitenstaanders het soms zagen

In het dagelijks leven had ik vooral ongemak bij statische dingen: zitten, liggen, staan. Maar zelfs ook tijdens een middag intensief computeren trok het wel eens weg. Of niet – het was echt heel onvoorspelbaar.

De zoektocht: langs 14 deskundigen
Er was dus allemaal wel mee te leven, maar ik wilde er wel graag van af. Ik heb in de 4,5 jaar een heleboel deskundigen geraadpleegd:

  • Vijf fysio- en/of manuele therapeuten. De eerste twee fysiotherapeuten wisten het al gauw niet meer (al zaten ze achteraf gezien in de buurt qua diagnose, maar niet met de oplossing), volgens de derde had ik geen probleem, de vierde bezocht ik speciaal voor Krullaards Perfect Reset (waar het erger van werd), en de vijfde zag nog wel wat in een maandenlang oefenprogramma, maar dan mocht ik ondertussen niet hardlopen of fietsen. Dat leek me een al te grote gok, omdat ik toen al had ondervonden dat de meeste behandelingen níet tot structurele verbetering leidden.
  • Twee osteopaten, vooral voor de subtielere component. Daarvan voelde ik me kort erna meestal wel beter en sowieso wel lekker, maar de verbetering zette niet door. Opvallend vond ik ook dat ik zelf niet hoefde te oefenen ofzoiets en dat ze ook niet met een duidelijke diagnose kwamen.
  • Twee artsen: huisarts en sportarts. Had ik niets aan, behalve dat het fijn was om zeker te weten dat het geen slijtage of stressfractuur was.
  • Een podotherapeut – de zooltjes waren denk ik op zich goed als ik scheefgetrokken was, maar vanwege het grillige karakter van het probleem had ik niet de hele tijd hetzelfde beenlengteverschil. En dan nog was het symptoombestrijding.
  • Vier chiropractoren, althans, vier praktijken voor chiropractie; bij de laatste praktijk, Chiropractie Centraal, heb ik drie personen gezien, maar die werken samen en vervangen elkaar. Twee van die vier praktijken waren overigens Down Under.
    De eerste chiropractor, gewoon hier in Rotterdam, heeft me de afgelopen jaren mobiel gehouden door mijn bekken en aanverwanten recht te zetten. Met die erge liespijn bij het fietsen bijvoorbeeld was één bezoek genoeg. Soms ging het in twee of drie keer, dat leek steeds meer te worden, de napijn ook, het was duur en het kostte veel tijd, dus helemaal happy werd ik er niet van: het hield me op de been maar structureel loste het het niet op.
    Vandaar dat ik aan het begin van de zomer ben overgestapt naar Chiropractie Centraal. Ik heb toen meteen gezegd dat ik het graag écht zou willen oplossen, en daarover is vooral de tweede die ik zag, Joseph Coletta, toen met me mee gaan denken, later aangevuld door Shae Chapman. Dat bleek de goede weg te zijn, hieronder daarover meer.

Daarnaast heb ik in die 4,5 jaar ook heel veel geoefend: dagelijks losmaakoefeningen thuis en twee keer per week krachttraining, waarvan één keer in combinatie met BodyBalance. Ik heb gewerkt aan zo ongeveer alle spieren die te maken hebben met bekken, heup en onderrug: kracht, coördinatie en souplesse. Mijn core stability is veel beter nu dan in 2015 of dan ooit. Dat loste het niet op, maar nu heb ik er hopelijk wel baat bij. Het is in elk geval leuk om nu dingen te kunnen die ik vijf jaar geleden echt niet kon, vooral mijn (zware, lange) benen heffen: optillen voor buikspieroefeningen (zie de derde oefening op deze pagina) en zijwaarts voor de kleinere bilspieren (oefeningen 2 en 4 en ook 5 met zijwaarts uitstappen).

Echt duidelijke diagnoses heb ik in de loop der jaren niet gehoord. Niet meer althans dan iets wat het ongemak omschreef, of iets vaags met ‘disbalans’ en ‘overbelasting’ en ‘bewegingspatroon’. Aangezien het nogal fluctueerde, hoorde ik de ene keer ook iets anders dan de andere.

De oplossing: lies rekken
Okee, nu chiropractor Josephs oplossing. Hij stelde wél een diagnose: een syndroon dat hij vaker zag bij onder andere dansers en hardlopers – bij wie de de zware impact op heup en bekken een rol speelt. Het gaat om een chronische ‘impingement’ aan de rechter-achterkant van het heupbot in mijn bekken (de I van het S/I-gewricht), in samenhang met een een verkorting en te hoge spierspanning over de linkerlies. Dat houdt elkaar in stand.

In mijn eigen woorden: die liesspier trekt m’n S/I-gewricht uit het lood, en als dat uit het lood staat, verkort die lies nog verder. Dat S/I-gewricht is heel vaak gemanipuleerd, maar naar mijn lies had nog nooit iemand serieus gekeken en daardoor bleef het scheeftrekken maar voortduren.

Josephs voorstel, afgelopen zomer, was tweeledig:

  • Hij manipuleerde het S/I-gewricht, heel regelmatig, dus ik zat op een gegeven ogenblik elke week bij hem, ook als ik niet veel klachten had. Dat was volgens hem nodig om uit de vicieuze cirkel te komen. Een consult duurde meestal maar een minuut of 10 – even checken, even praten, even iets rechtzetten (nouja, dat is het dus niet, een chiropractor zet niks recht, maar zo’n manipulatie voelt wel zo en er zijn weinig goede andere termen voor). Het maakte soms een wat fabrieksmatige indruk, maar het was ook wel lekker efficiënt.
  • Ikzelf moest (en moet) die linkerlies rekken-rekken-rekken-rekken. Zie de foto’s. Minutenlang de vlinder-positie uit de yoga, liggend en zittend of iets half ertussenin, want bankhangend/TV-kijkend doet het ook prima, zeker als manlief zijn ene been op mijn linkerbeen legt voor de tegendruk (foto hieronder, gemaakt door Eric – dank). Want tien minuten tegendruk geven is anders best zwaar. Zo lang rekken zorgt voor ‘neuro-musculaire herprogrammering’, als ik het goed onthouden heb. Die lies moest leren die te hoge spanning los te laten.

Aan de slag. Het verbeterde meteen, maar het verslechterde ook weer, eerst toen ik rond Almere het stretchen wat had laten zitten, maar toen ik het weer oppakte, verbeterde het niet. Ik dacht opnieuw op een doodlopend spoor te zitten. Joseph had er wat peptalk voor nodig om de moed er bij me in te houden. Hij zei onder andere dat ik na dik vier jaar niet kon verwachten het probleem in een paar weken opgelost te hebben. Volhouden!

Dat heb ik gedaan – ik dacht: ik geef het een kans tot eind van het jaar. En vanaf half november ging het weer beter. Kort daarna had ik een keer bij het stretchen het gevoel dat er ineens diep in mijn heup iets losliet. Meteen had ik veel meer bewegingsvrijheid in mijn linkerheup – sindsdien gaat die vlinder veel makkelijker, ik kan er nu lang in blijven zitten.

Wel kreeg ik nog stevig last van zo’n beetje alle andere spieren rond mijn heup, dat was nog een maand lastig: die moesten kennelijk alleen maar wennen aan de andere stand. Op advies van Shae activeer ik nu nog steeds dagelijks een paar van de stabilisatie-spieren die ineens meer en ander werk moeten doen. Ik moest bovendien even kalm aan doen met hardlopen, maar sinds kerst gaat alles weer goed en heb ik nauwelijks meer last gehad. Bovendien beweeg ik soepeler, en dat merk ik onder andere aan mijn looptechniek: betere heupinzet. Ik rek die lies nog steeds heel regelmatig.

Lessons learnt: rondshoppende aanhouder wint
Het lijkt erop dat ik eindelijk een punt kan zetten achter 4,5 jaar vaag blessureleed, nouja, met wat onderhoud nog. Wat leer ik hiervan?

Het belangrijkste: het oplossen van een ‘vage’ blessure is een kwestie van rondshoppen. Ik heb het ook echt zo ervaren: de diverse (para-)medici runnen een eigen winkeltje, en in dat winkeltje kun je de oplossing die zij bieden krijgen. Dat werkt op twee manieren:

  • Per soort therapeut. Ga naar een fysioteherapeut en je krijgt een oefenprogramma. Ga naar de osteopaat en die manipuleert je organen. Ga naar een podoloog en je krijgt zooltjes. Ga naar een chiropractor en die manipuleert je gewrichten. Of dat de goede oplossing is, weet je niet – dat is maar afwachten. Er is al die tijd maar één iemand geweest die me een ander ‘winkeltje’ aanraadde: de chiropractor in Launceston raadde me zooltjes aan.
  • Binnen de therapiesoort. Of iemand de oplossing weet, is een beetje toevalstreffer. Als de ene fysiotherapeut/chiropractor/enzovoort het niet weet, is er een kans dat een andere het wél weet. Ze werken, kijken en denken behoorlijk verschillend. Eén van de fysiotherapeuten van hierboven geloofde bijvoorbeeld niet in S/I-problemen; het S/I-gewricht zou bij iemand van mijn leeftijd al vergroeid zijn. Volgens haar had ik ‘geen probleem’ en dat constateerde ze binnen twee minuten

Als een oplossing van zo’n winkeltje niet goed genoeg werkt, moet je dus verder gaan. En dat moet je zeker ook als de deskundige dingen gaat zeggen als ‘dan is het slijtage’ en ‘dit is echt heel raar hoor, een normaal gezond lichaam moet dit zelf kunnen oplossen’ ofzoiets – dat is allemaal paramedische taal voor ‘ik weet het niet’. Ik vond dat af en toe wel vervelend.

Al dat rondshoppen, dat vraagt vasthoudendheid en het kost veel tijd en geld. Ik ben niet aanvullend verzekerd, dat is een bewuste keuze, maar het betekende dat ik alles zelf heb betaald, en sowieso was nooit alles vergoed geweest. Chiropractie is in Nederland duur, omdat het als alternatief gezien wordt. Dat soort behandelingen kan lang niet iedereen zich permitteren. Dat betekent dus ook dat zo’n probleem als dit voor minder rijke mensen mogelijk niet oplosbaar is – die moeten er dus maar mee leren leven. Daarbij kostte het ook veel tijd: die eerste chiroprator zat op 45 minuten fietsen afstand, dus daar ‘even’ heen kostte me twee uur, en soms ging ik in één week twee keer. Ook dat kan niet iedereen.

Ik heb regelmatig gedacht: in een ideale wereld zou dit toch anders moeten kunnen dan met een langdurige, geld- en tijdslurpende zoektocht naar een toevalstreffer. Op z’n minst zou er meer interdisciplinair gewerkt moeten worden, lijkt me. Ik ben ook niet de enige met dit soort ervaringen, zo heb ik in de loop der tijd van lotgenoten vernomen.

Andere conclusies:

  • Ik ben bevestigd in mijn idee dat een beetje langdurig of ernstig probleem eigenlijk alleen maar is op te lossen als je er dagelijks aandacht aan besteedt. Dus met alleen eens in de twee weken naar een therapeut gaan, kom je er niet.
  • Oefenen loont dus, maar dan moet je wel goed weten wat je moet doen. Een algemeen programma ter versterking van mijn core deed het niet. Joseph gaf mij ook zo’n allround oefenprogramma, en dat kon ik scoren – op alle oefeningen scoorde ik ‘te makkelijk’ – het effect van al die jaren trainen. Dus dat was het probleem niet; kracht train ik sowieso vrij gemakkelijk bij. Al veel eerder hoorde ik van die eerste fysiotherapeuten dat ik juist moet oppassen met ‘krachtpatsen’. Het probleem zat hem inderdaad meer in souplesse, met rekken als oefening. Ik rekte mijn lies altijd al – eventjes, paar keer per week. Elke dag 10 minuten is andere koek. En als trainer onthoud ik hiervan dat core stability trainen heel gericht moet zijn!
  • Het kan ook nog steeds toeval zijn dat het nu beter is. Of toeval… ik had het er hiervoor over dat ikzelf een relatie met de overgang vermoedde. Die is langzaam-maar-zeker z’n grip aan het verliezen, of liever gezegd: ik word duidelijk weer stabieler. Misschien is de verbetering vooral een gevolg daarvan. Dat zijn van die dingen, die zal ik nooit weten. Het maakt me op zich niet zo veel uit – ik ben superblij dat het nu zo goed is!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *