Kijk nou!

Het is vandaag 10 graden en de laatste restjes sneeuw zijn verdwenen, maar toch nog even deze foto van zondag showen:

Ik op de schaats, dat is een zeldzaamheid! Toen zondag de omstandigheden eigenlijk perfect waren (niet te koud, niet te veel wind, niet te druk, wel tijd, geen andere sportplannen, dichtbij goed ijs) ging het toch een beetje kriebelen. Het leek me leuk om later te kunnen zeggen dat ik op die plassen had gestaan waar ik zo vaak wandel (tussen het vliegveld en de snelweg – ze hebben geen naam, of niet dat wij weten, de ene kant heet de Plassingel).

Maar om daadwerkelijk op het ijs te gaan staan kostte wel wat op mezelf inpraten. Ik kan namelijk eigenlijk nauwelijks schaatsen en had het bij het vorige natuurijs in principe opgegeven. Voor mijn voeten en enkels is het een te rare bezigheid die kramp en pijn veroorzaakt – en kou, want ik kan mezelf niet warm schaatsen door gebrek aan techniek.

Ik zou wel heel graag wél kunnen schaatsen, want ik vind het een prachtige sport en met mijn fietsbenen zou ik wel vermogen kunnen leveren natuurlijk. Maarja, ik ben opgegroeid in de provincie met het slechtste ijs van heel Nederland (Zeeland: brak water, relatief warm, veel wind), in jaren met ook heel zachte winters, en in een tijd dat vrouwen en meisjes op kunstschaatsen reden. Ik heb het dus niet van jongsaf meegekregen, en een natuurtalent ben ik ook niet.

Ik ben pas in mijn studententijd (de tijd van de Elfstedentochten van de jaren tachtig) op Noren gaan schaatsen. Toen ik een paar jaar les had, ging rechtuit nog enigszins redelijk, maar de bochten heb ik nooit onder de knie gekregen. Of nouja, aan het eind van het seizoen ging het steeds net een beetje, maar dat was ik het volgende seizoen weer kwijt. Dat werd te frustrerend.

Ik ben ook nog een keer serieus hard gevallen, met een hersenschudding en nekklachten tot gevolg. Dat moet je aan schaatsen niet onderschatten natuurlijk, zeker niet als de jaren gaan tellen en de ziekenhuizen al overvol zijn. Ik realiseerde me zondag dat mijn moeder, die wel goed schaatste, het op mijn leeftijd al lang had opgegeven, nadat ze een keer hard op haar stuitje was terechtgekomen. En dat bedacht ik voordat ik hoorde over de 40.000 botbreuken en aanverwanten van afgelopen weekend. Ik draag dan ook niet voor niets op de foto hierboven een helm. Niet nodig gehad, ik ben één keer onderuit gegaan, op mijn kont, dat was alleen maar grappig.

En zo was het best wel leuk – een uurtje, waarin ik 8 kilometer rondkrabbelde. Dat was meer dan ik had verwacht. In het begin trokken mijn voeten totaal in kramp, en daarop had ik het die vorige keer opgegeven, maar daar kwam ik dit keer doorheen. Dat is dan toch wel lekker. En het was leuk om weer eens ijs te ervaren.

Het was sowieso een bijzondere week natuurlijk, waarin ik ook heerlijk heb gewandeld en hardgelopen in de sneeuw.

Maar kom nu maar door met de lente!

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.